Niemand die een traan laat om de afgang van de Moslim Broederschap [Matthias Küntzel]

De Moslim Broederschap heeft zijn ware gezicht getoond aan het volk van Egypte

De val van Morsi geeft een tweede kans aan de “Arabische Lente”. Nu al is de datum historisch: op 3 juli 2013 werd de Egyptische president Mohammed Morsi door een massabeweging ten val gebracht. De moslimbroederschap leed uitgerekend in haar bolwerk Egypte haar tot nu toe zwaarste nederlaag.

Zeker, ook in het verleden werden er islamisten afgezet, zoals in 1954, toen Gamal Abdel Nasser de Moslimbroederschap verpletterde. Of in 1992, toen een militaire putsch de islamistische verkiezingsoverwinning in Algerije teniet deed. Hier moesten de islamisten wijken voor concurrerende machtsapparaten. Ze konden zich presenteren als martelaars en als de eigenlijke vertegenwoordigers van de bevolking. Hoe anders ziet dat er nu uit in Egypte!

Hier heeft niet het leger, maar een onverwacht massale beweging de islamistische president ten val gebracht. Het militaire moment – de duidelijk zonder bloedvergieten gepaard gaande arrestatie van Morsi door soldaten – was noodzakelijk. Zonder bedreiging met geweld zou hij niet zijn geweken. Het inzetten van de strijdkrachten was een randverschijnsel van een Egyptische opstand, die op 30 juni met meer dan 17 miljoen mensen de tot nu toe grootste mobilisering in de historie van het land veroorzaakte.

De meerderheid van de Egyptische bevolking, die in haar privéleven zo islamitisch is als een bevolking maar islamitisch zijn kan – deze meerderheid heeft het islamisme en diens motto “De islam is de oplossing” op indrukwekkende wijze afgewezen.

In Egypte bereikte daarmee een bewustwording haar hoogtepunt, die met het massale protest tegen het verkiezingsbedrog in Iran in juni 2009 begon en in de massademonstraties tegen de islamistische Ennahda-partij in Tunesië en de Taksim-protesten tegen de islamistische regeringspartij AKP in Turkije haar voortzetting kreeg. In al deze gevallen zijn voormalige, seculiere of gematigde moslims ermee begonnen zich te verzetten tegen de brutaliteiten van het islamisme.

Natuurlijk vormen Morsi´s opponenten ook geen gesloten groep. Toen minister van Defensie Abdul Fattah el Sisi de afzetting van Morsi verkondigde, zat niet alleen de bekende anti-Amerikaanse Mohammed el-Baradei als vertegenwoordiger van de liberalen in de kamer, maar ook een woordvoerder van de salafistische Al-Nour-beweging, die de val van Morsi eiste, omdat deze te weinig betekenis zou hebben gegeven aan de “goddelijke” wetten van de sharia.

Van een in westelijke zin “progressieve” beweging kan al helemaal geen sprake zijn. Zo stond er in de door miljoenen ondertekende lijst van de “Tamarrud”-beweging, die de mensen mobiliseerde voor de 30e juni, als een van de zonden van Morsi diens vermeende “handlangersdiensten” voor de VS, een insinuatie, die het belang van de samenzweringstheorie ook voor dit kamp illustreert. Het was echter niet alleen de economische crisis die zoveel miljoenen de straat op dreef, maar net zo goed de gewetenloosheid waarmee de Moslimbroeders de Egyptische samenleving haar ideeën probeerde op te dringen. Ik wil graag enkele voorbeelden noemen van datgene, wat men in Egypte “Akhwna”noemt, de sluipende “vermoslimbroederisering”.

Opheffing van de machtenscheiding
Morsi won bij de presidentschapverkiezingen in de eerste ronde 25% van de stemmen. Bij de tweede ronde won hij met 51% nipt en ook alleen maar, omdat het gros van de niet-islamitische kiezers de verkiezing van de aan het oude regime gelieerde tegenkandidaat Ahmed Shafiq tot iedere prijs wilde verhinderen.

Desondanks liet Morsi in augustus 2012, slechts zes weken na zijn ambtsaanvaarding, behalve de uitvoerende macht ook de volledige wetgevende macht door de Hoge Militaire Raad op zichzelf overdragen. In november 2012 zette hij ook de rechterlijke macht buiten werking en machtigde zichzelf om ieder vonnis met een veto te mogen blokkeren. Tegelijkertijd verbood hij het de rechtbanken de door hem uitgevaardigde decreten aan te vechten. Uiterlijk nu kon van democratie in Egypte geen sprake meer zijn.

Grondwetputsch
Het waren de Moslimbroeders en de nog radicalere Salafisten, die eind november 2012 het ontwerp van een grondwet formuleerden. Dit was al te merken aan hun artikel 1, dat de burgers van Egypte niet langer als “deel van de Arabische natie” – zoals in de grondwet van 1971 -, maar als “deel van de Arabische en islamitische naties” definieerde, wat van leden van andere religies per se tweederangs burgers maakte.

“Deze grondwet wil van Egypte graag een nieuw Afghanistan, een Saoedi-Arabië maken”, klaagde de Egyptische schrijver Alaa al-Aswani in een interview met de Duitse krant “Die Zeit”. “Volgens het huidige ontwerp mogen Kopten geen alcohol drinken, zouden vrouwen maar half zoveel waard zijn als mannen, en sjiieten – waarvan er weliswaar slechts weinig in Egypte zijn – zouden als afvalligen van het geloof gelden, die de dood verdienen.”

Hoewel het grondwetsontwerp voor massale protesten zorgde, liet Morsi het al op 15 december 2012 per referendum “aannemen”, waarbij de moslimbroeders alles in het werk stelden om de vaak analfabete plattelandsbevolking over te halen “Ja” te stemmen: men verklaarde blanco stemmen en nee-stemmen tot religieuze zonden en intimideerde bovendien de bezoekers van de stembureaus. Desondanks bedroeg de opkomst maar 31%, waarvan slechts 64% de nieuwe grondwet goedkeurde. Dit betekent dat minder dan 20% van de stemgerechtigde bevolking zich tot de nieuwe grondwet bekende.

Vrouwenonderdrukking
In maart 2013 maakte de Moslimbroederschap formeel bezwaar tegen het ontwerp van een VN-resolutie ter veroordeling van geweld tegen vrouwen. Als motivering somde zij de volgende bestanddelen van haar programma op: ten eerste zou de mogelijkheid van een vrouw om te reizen, te werken of een voorbehoedmiddel te gebruiken afhankelijk moeten worden gemaakt van de toestemming van de man.

Ten tweede zouden dochters niet dezelfde erfelijke rechten mogen bezitten als zoons. Ten derde zou het vrouwen niet mogen worden toegestaan hun mannen wegens verkrachting aan te klagen. Ten vierde zou de man tegenover zijn vrouw geen “partnerschap” mogen aangaan, maar zou hij in plaats daarvan een “bewakersrol” op zich moeten nemen.

Deze aan de Middeleeuwen herinnerende brutaliteiten waren weliswaar niet identiek aan de regeringspolitiek van Morsi, maar lieten wel hun sporen in de grondwet na, die bijvoorbeeld in vergelijking met de grondwet van 1971 afziet van het vastleggen van een minimumleeftijd waarop meisjes mogen trouwen en die de “familieverplichtingen van de vrouw” benadrukt.

Verbod op godslastering
In de inmiddels buiten werking gestelde grondwet van Morsi werd ook “de impliciete belediging of het impliciete misbruik van alle religieuze boodschappen en profeten” strafbaar gesteld. Deze vorm van criminalisering werd echter al gepraktiseerd voordat de grondwet er was. Zo veroordeelde men een verklaard atheïst tot drie jaar gevangenisstraf, omdat men kritische opvattingen over de islam en het christendom op zijn computer vond.

Een christelijke leraar uit Luxor werd veroordeeld tot een boete van 14.000 Amerikaanse dollars, omdat hij de profeet Mohammed beledigd zou hebben. Een schrijver kreeg vijf jaar gevangenisstraf, omdat hij zich voor het atheïsme inzette en een christelijke advocaat werd tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld, omdat hij in een privégesprek de islam beledigd zou hebben. Sinds begin 2011 zouden er 24 rechterlijke vonnissen wegens blasfemie zijn geveld, berichtte de New York Times in juni 2013, waarvan 13 met gevangenisstraffen.

Onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting
Al in het begin van zijn ambtsperiode zette Morsi de chef-redacteur van de staatskranten af. Voor de benoeming van nieuwe chef-redacteurs werd de Sjoera-raad, het door de Moslimbroederschap gedomineerde Hogerhuis van het parlement, verantwoordelijk gemaakt. Maar ook de privémedia hadden te lijden: vanwege een zogenaamde “beschadiging van de president door wettelijk strafbare zinnen en woorden” werd een editie van het oppositionele dagblad “Al Dustur” in beslag genomen. Vanwege “belediging” van de president werd tegen de eigenaar van een tv-zender een uitreisverbod opgelegd.

Meer nog: tegen de Duits-Egyptische politicoloog Hamed Abdel-Samad sprak het regime een doodsfatwa uit, die werd verspreid in de media van de Moslimbroederschap. “Hij moet gedood worden en zijn spijt zal niet worden geaccepteerd”, verklaarde Assem Abdel Magid, een lid van de groep Al Gamaa al Islamija en radicaal islamist, die na zijn uitspraak niet alleen door president Morsi werd ontvangen, maar op 15 juni 2013 voor draaiende camera´s demonstratief door hem werd omarmd.

Hoewel een bilateraal cultureel akkoord het werk van de Konrad-Adenauer-Stiftung in Cairo legaliseert en beschermt, liet het regime in juni 2013 43 medewerkers van internationale stichtingen en NGO´s, waaronder twee vooraanstaande medewerkers van de Konrad-Adenauer-Stiftung, veroordelen tot gevangenisstraffen van tot vijf jaar.

Westerwelles partijkiezen
Zo enthousiast de massa van de Egyptische bevolking het einde van deze zwarte periode vierde, zo geschokt heeft de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Westerwelle op de afzetting van Morsi gereageerd. De dag daarna verklaarde hij:

“Dat is een zware terugslag voor de democratie in Egypte. Het is dringend gewenst dat Egypte zo snel mogelijk terugkeert tot de grondwettelijke orde. Het is een ernstige gebeurtenis dat de Egyptische strijdkrachten de grondwettelijke orde buiten werking en de president van zijn ambtsbevoegdheden ontheven hebben. Daarover maak ik me grote zorgen. Zo´n buiten werkingstelling van de democratische orde is geen duurzame oplossing van de grote problemen waar Egypte voor staat.”

Let wel: terwijl de Egyptische bevolking Mohammed Morsi na het buiten werking stellen van de machtenscheiding als nieuwe farao karakteriseert, spreekt Westerwelle van een “democratische orde”, die niet door Morsi, maar door diens tegenstanders “buiten werking”gesteld” zou zijn. Terwijl de Egyptische schrijver al-Aswani klaagde over de “fascistische grondwet”, beschouwt de Duitse minister van Buitenlandse Zaken als “dringend gewenst” dat de Egyptische bevolking “zo snel mogelijk” naar die “grondwettelijke orde” met al die overtredingen van de gelijkheidsprincipes “terugkeert”. En terwijl Westerwelle ondanks de doodsfatwa tegen Hamed Abdel-Samad en ondanks de gevangenisstraffen voor medewerkers van de Konrad-Adenauer-Stiftung van “democratie in Egypte” spreekt, maakt hij uiteindelijk die 17 miljoen, die zich niet langer willen neerleggen bij de willekeur, voor de “zware terugslag voor de democratie in Egypte” verantwoordelijk.

Guido Westerwelle suggereert dat er in Egypte onder leiding van de moslimbroederschap democratie geheerst zou hebben; de islamisten zouden vrede hebben gesloten met de democratie. In werkelijkheid hebben ze de oorlog, waartoe haar eigen programma haar verplicht, met de instrumenten van de democratie voortgezet.

De 3e juli 2013 betekent geen terugslag voor de democratie, zoals Guido Westerwelle suggereert, maar een teruglag voor die politici buitenlandse zaken die net zo onkritisch steunden op de nieuwe partner Mohammed Morsi als daarvoor op Moebarak. Het betekent een terugslag voor diegenen, die de strijd van vele Egyptische vrouwen en mannen voor vrijheids- en minderhedenrechten, zoals wij die in de westelijke samenlevingen als vanzelfsprekend beschouwen, genegeerd en daarmee verraden hebben. Sinds de 3e juli wordt hiervoor de rekening gepresenteerd: “Dat president Obama door de tegenstanders van Morsi als ondersteuner van het terrorisme bestempeld wordt, dat hij gediscrediteerd is, moet te denken geven”, geeft de Frankfurter Allgemeine Zeitung met het oog op de Duitse regering toe.

Onderworpen volk
“Een natie, die zich van haar tiran wil bevrijden en zich niet van zijn propaganda bevrijdt, is altijd nog een onderworpen volk”, heeft de Algerijnse schrijver en winnaar van de Vredesprijs van de Duitse boekhandel, Boulem Sansal, gezegd. “Dit gezegd hebbende, moet men zich goed beseffen hoe moeilijk dit is; het terrorisme bestrijden is niets vergelijken bij de titanische taak, die erin bestaat de ´stallen van Augias uit te mesten´, om al deze magisch-religieuze-culturele-politieke plunder eruit te gooien, die in de decennia van de tirannie en de eeuwen van dodelijke religieuze leren in de genen van de Arabische volkeren werd gezaaid.”

Tot de “magisch-religieuze-culturele-politieke” plunderstukken die uit de hoofden en zielen van de Morsi-tegenstanders gegooid zou moeten worden, behoort de haat op Israël, want de desolate toestand van de Egyptische economie – en daarmee het perspectief van de anti-Morsi-beweging – heeft in de eerste plaats met de Israël-boycot te maken.

Israël is niet alleen een van de belangrijkste hightech-landen van de wereld, maar ook toonaangevend op het gebied van het overmeesteren van problemen in de landbouw en de waterhuishouding. Wanneer Egypte zijn politiek gemotiveerde zelfblokkade zou opgeven, het vredesverdrag met Israël met leven zou vullen en bereid zou zijn om met Israël en andere geïnteresseerde landen een economische unie naar het voorbeeld van de Europese eenwording op te bouwen – dan, alleen dan zou een economische opbloei en het vestigen van liberale waarden niets in de weg staan.

Zolang het antisemitisme echter in staat is zo´n vruchtbare samenwerking onmogelijk te maken, zal ook de Moslimbroederschap zich van haar huidige ideologische crisis herstellen en vroeger of later nieuwe leden rekruteren. De 3e juli 2013 heeft twee mogelijkheden geschapen. Hoe ze echter gebruikt worden, is een open vraag.

door Matthias Küntzel
coup2“Wat zei u? Een staatsgreep? Ssjjttt!” Als wat er op 3 juli 2013 gebeurde een staatsgreep was, moet de miljarden dollarsteun die Obama in het Witte Huis aan de regering van de Moslim Broederschap heeft toegezegd, onmiddellijk weer intrekken. Echter, geen paniek. In het Witte Huis gebruikt niemand het “c” -woord (‘C’ van coup, of staatsgreep) en niemand in de VS wil op dit ogenblik de geldkraan naar Egypte dichtdraaien. Ra ra, waarom niet… 😦 [bron: The Jewish Press]


Bronnen:

  1. Matthias Küntzel Blog: Wer weint der Muslimbruderschaft eine Träne nach? [lezen]
    – vertaald uit het Duits door E.J. Bron als “Wie laat er een traan om de Moslimbroederschap?” [lezen]

Een gedachte over “Niemand die een traan laat om de afgang van de Moslim Broederschap [Matthias Küntzel]

Reacties zijn gesloten.