De hedendaagse obsessie van Duitsers voor hun Joodse medeburgers [Tuvia Tenenbom]

tuvia04

Drie jaar geleden werd ik benaderd door een redacteur van Rowohlt, een van de grootste uitgevers van boeken in Duitsland. Ze zei dat ze dol was op mijn artikelen in de ‘Zeit’, de prestigieuze Duitse krant waar ik voor geschreven heb en zij zou graag willen dat ik een paar maanden naar Duitsland zou komen, om mensen te interviewen en over hen te schrijven “in dezelfde stijl als je voor de ‘Zeit’ schrijft”.

Het duurde niet lang om mij te overtuigen en ik kwam zo snel mogelijk in Duitsland opdagen. Ongelooflijke landschappen, heerlijk eten, schitterende musea, beroemde intellectuelen, onvermoeibare boeren, slapeloze kunstenaars, godslasterlijke zeloten, gelovige atheïsten en een uiterst moderne samenleving verwelkomden me. Ik hoefde alleen maar met iedereen bevriend te raken.

Ik interviewde mensen uit alle lagen van de bevolking. Van de beroemde ketting rokende beeldbepalende kanselier Helmut Schmidt tot aan de verlopen heroïneverslaafden in de straten van Frankfurt, van de uitgever van het grootste Europese dagblad ‘Bild’ tot aan weinig bekende bloggers; van de minister-president van de deelstaat Saksen tot aan verveelde museumbewakers; broze WOII veteranen en sportieve middelbare scholieren; radicale linksen die de regering, welke regering dan ook, willen omver werpen, tot aan neonazi’s, die geen genoegen nemen met iemand minder dan Adolf Hitler; topambtenaren van Mercedes en Volkswagen tot aan straatverkopers van goedkope kettingen; geleerden en analfabeten, arm en rijk, in het oosten en het westen, in het noorden en in het zuiden.

We aten samen, dronken samen, en zij uitten zich.

Er ging nauwelijks een dag voorbij zonder dat minstens één geïnterviewde met me sprak over de ‘rijke Joden’, de ‘sluwe Joden’, de Israëli’s die dagelijks Palestijnen bij het ontbijt eten, de ‘manipulerende Jood’, of over iets anders, als het maar over de ‘Jood’ ging. Duitsland, ontdekte ik helaas, was geobsedeerd door Joden. Zelfs degenen die beweerden dat ze Joden wel aardig vonden, hadden zeer vreemde gedachten over hen. Sommigen vertelden me dat alle Joden elkaar kenden, anderen zeiden dat alle Joden elkaar hielpen en weer anderen beweerden dat alle Joden ‘heel goed’ met geld waren.

Dat was de manier waarop de mensen praatten en ik schreef woord voor woord wat ze zeiden op. Ik heb het boek, een getuigenis van het algemeen heersende antisemitisme in het hedendaagse Duitsland, voorgelegd aan mijn redacteur. We ontmoetten elkaar een week later en ze zei tegen me dat ze had gehuild en gelachen bij het lezen van het boek en dat het zelfs beter was dan ze had verwacht. Maar het hoofd van de uitgeverij, die afstamt van de elite van Duitsland, werd razend. Hij vertelde me dat ik niet kon schrijven en dat het boek een degelijke bewerking nodig had.

Tuvia TenenbomIk vroeg hem om me te laten zien wat goed schrijven was.

Dat deed hij. Als er in het boek een zin stond over mensen die niet van ‘Joden’ houden, eiste hij dat ik het woord zou veranderen in ‘Israël’. Een hoofdstuk dat ging over een groep die predikte dat alle [nog] levende Joden gedood moesten worden, moest worden gewist, beval hij. Als iemand me in een interview had verteld dat de Joden ‘de echte nazi’s’ waren, moesten hun woorden worden veranderd of weggehaald.

Alleen als ik deed wat hij zei, werd mij duidelijk gemaakt, zou ik een ‘goede schrijver’ worden. Daar bleef het niet bij. Hij werd echt gemeen, op een gegeven ogenblik noemde hij mij een ‘hysterische Jood’. En toen verbrak hij ons contract.

Geen Amerikaanse uitgever die door mij werd benaderd, stemde erin toe om het boek te publiceren. Ongeacht welk bewijsmateriaal er voorhanden was, de mainstream Amerikaanse uitgevers waren niet bereid het op te nemen tegen Duitsland. Ik veronderstel dat het onder handen nemen van een Westerse bondgenoot niet op de agenda staat van de huidige uitgevers.

Uit angst dat de bevindingen van het boek voor altijd zouden verdwijnen, besloot het Joodse Theater van New York om het boek beschikbaar te stellen voor de Amerikanen en publiceerde het onder de titel “I Sleep in Hitler’s Room”. In december van 2012 zorgde een van de meest prestigieuze Duitse uitgevers, Suhrkamp, ervoor dat het boek in Duitsland beschikbaar kwam onder de titel “Allein unter Deutschen”.

Aanvankelijk barstten de Duitse critici in woede uit, terwijl zij hartstochtelijk de bevindingen van het boek, dat de meeste Duitsers er vandaag de dag antisemitische standpunten op na houden, ontkenden. Een van hen deinsde er niet voor terug om, in de hoog aangeschreven liberale krant, de ‘Süddeutsche Zeitung’, racistisch te worden en verwees naar mij als ‘de Jood Tenenbom’.

Inspelend op de toenemende beweringen tegenover mij, bood ik aan om met welke intellectueel dan ook, die bereid was om met mij in het openbaar te debatteren, de confrontatie aan te gaan. Toen ik voor de mensen stond die eisten dat ik integer zou zijn, werd het mij al snel duidelijk dat mijn felste critici het boek aanvielen zonder dat zij het daadwerkelijk gelezen hadden.

Gelukkig gingen andere critici dieper in op het boek en gaven zij geweldige recensies. Tienduizenden kochten het boek, waarmee zij het op de top 10 van de bestsellerlijst van het tijdschrift de ‘Spiegel’ brachten (een equivalent van de bestsellerlijst van de New York Times in de VS) en duizenden fans van het boek woonden in heel Duitsland openbare lezingen bij.

Ik kan de conclusie trekken dat ik aan het einde van mijn reis in Duitsland veel meer vrienden had dan toen ik die begon. Dit maakt me gelukkig, omdat het hebben van nieuwe vrienden altijd goed is, maar dit betekent niet dat ik me geen zorgen maak. Dat doe ik wel en veel meer dan ik ooit gedaan heb. Duitsland is een schitterend, prachtig land, zijn maatschappij is een van de meer verfijnde van onze tijd.

De culturele instellingen van Duitsland, zoals de musea, het theater in al zijn facetten en de journalistiek, zijn de meest geavanceerde in de Westerse wereld – wat waarschijnlijk verklaart waarom de sterren van de samenleving niet de filmacteurs zijn, maar de intellectuelen. Voor mij, en voor zover ik dat kon aantonen, zijn de meesten van die intellectuelen pseudo-intellectuelen: ze zijn hopeloos intelligent, vol van zichzelf, hebben een zeer beperkte opvatting van de wereld, gebrek aan gezonde realiteitszin en, erger nog, ze lijden aan acuut antisemitisme.

De geschiedenis leert ons steeds weer waar deze redeloze haat toe zal leiden. Voor de Tweede Wereldoorlog was Duitsland, net als nu, voor zijn tijd erg vergevorderd, met een prachtige staat van dienst op het gebied van mensenrechten, een van de beste van zijn tijd. Maar ook toen koesterden de mensen, net als nu, een inwendige haat, terwijl zij tegelijkertijd met hun mond, in de mooiste bewoordingen, de vrijheid beleden.

Als Duitsland vandaag niet wakker wordt uit zijn innerlijke haat, zal een geraffineerdere Adolf verschijnen en niemand zal krachtig genoeg om hem tegen te houden. Het is tijd om Duitsland in de duidelijkste bewoordingen te zeggen: Mensen die aan kanker lijden, kunnen zich niet veroorloven om die te negeren. Duitsland moet inzien dat het aan een bepaalde vorm van kanker lijdt, voordat die hem fataal zal worden.

Als ik de Duitsers de waarheid vertel dan heeft dat niets met haat te maken, maar het komt voort uit de zuiverste vorm van liefde. Ik houd erg veel van hen en daarom ben ik erg met hen begaan.

door Tuvia Tenenbom

Tuvia Tenenbom is een auteur van de bestseller van de ‘Spiegel’ en columnist voor ‘Die Zeit’, het prestigieuze weekblad van Duitsland. Hij is de auteur van “I Sleep in Hitler’s Room: An American Jew Visits Germany“, dat in Duitsland werd gepubliceerd als ‘Allein Unter Deutschen’. Naast zijn werk voor ‘Die Zeit’ worden zijn geschriften gepubliceerd in kranten zoals de ‘Corriere della Sera’ van Italië en ‘Yedioth Ahronoth’ van Israël. Hij heeft gevorderde [masters of doctors] titels in zowel de beeldende kunst en de wetenschap en is oprichter en artistiek directeur van ‘The JewishTheater of New York’.


Bronnen:

  1. Fox News: The sad truth about today’s modern Germany and Jews; door Tuvia Tenenbom [lezen]
    – vertaald door Wachteres voor E.J. Bron als: “De trieste waarheid over het hedendaagse moderne Duitsland en [zijn relatie tot] de Joden” [lezen]