Wat is er overgebleven van Israël’s vredesakkoorden met zijn Arabische buren, Jordanië en Egypte?

obama-vrede2New York, 7 september 2010, aan de vooravond van de Arabische Lente Nachtmerrie. Premier Benjamin Netanjahoe met zijn Arabische vredespartners op de Rode Loper aangevoerd door president Barack Obama. Uiterst links de Egyptische president Hosni Moebarak en helemaal rechts de Jordaanse koning Abdullah II bin Al-Hoessein met aan zijn zijde Mahmoud Abbas, de president van ‘Palestina’. Egypte en Jordanië zijn in de 65 jaar sinds de oprichting van Israël, de enige twee Arabische staten die een vredesverdrag met Israël hebben ondertekend en het bestaansrecht van de Joodse staat hebben erkend.

Terwijl sceptici wanhopen aan de mogelijkheid van Israël om een vredesakkoord te bereiken met de Palestijnen, worden de vredesakkoorden van Israël met twee van zijn Arabische buren, Egypte en Jordanië, vaak als bewijs aangehaald dat succes kan worden bereikt. Maar experten en regeringsambtenaren geven een meer genuanceerde kijk op Israël ’s relaties met zijn twee buren en vertellen een verhaal van een koude vrede die alleen maar verder lijkt af te koelen.

Gecontacteerd voor dit artikel, bleken Israëlische diplomaten met kennis van zaken over beide landen, onwillig of niet in staat om openlijk over deze banden te discuteren, een veelzeggende herinnering dat elk verkeerd woord of uitspraak de uiterst breekbare relaties zouden kunnen vernietigen. In plaats daarvan, verkozen zij te spreken op voorwaarde dat ze niet bij naam zouden worden genoemd noch rechtstreeks geciteerd.

In Jordanië, hebben de als Israëlische schendingen waargenomen van het status quo van de heilige plaatsen van Jeruzalem waarover Jordanië de voogdij handhaaft, Amman geïrriteerd, en het parlement stemde daar onlangs om de Israëlische ambassadeur Daniel Nevo te verdrijven – een symbolische maar nagalmende stap.

Israël ontvangt “voortdurende en systematische” klachten over Israëlische acties betreffende de Tempelberg van Jeruzalem, vertelde een bekende diplomaat aan The Times of Israel, maar voegde eraan toe dat de Israëlisch-Jordaanse betrekkingen “volwassen” zijn in wederzijdse verstandhouding hoe belangrijk die relaties zijn.

De relaties van Israël met Jordanië branden thans op een laag pitje, zei de diplomaat, hoewel nog niet op het laagste punt die zij ooit zijn geweest. Hij verwees waarschijnlijk naar de crisis die volgde na de mislukte Israëlische aanslag op Hamasleider Khaled Meshaal in Amman in september 1997, toen koning Hoessein op het punt stond om de banden met Israël te verbreken.

Daar moet nog ‘de olifant in de zaal’ worden aan toegevoegd, met name het Israëlisch-Palestijnse conflict, dat de relaties met zowel Kaïro als Amman zwaar kleurt. “Israël en Jordanië zitten op een strategische ramkoers,” zei Assaf David, die Jordaanse politiek doceert aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. “Als er geen tweestatenoplossing opduikt, op wiens kosten zal dan de Palestijnse kwestie opgelost worden?”

In Amman, beletten veiligheidsoverwegingen Israëlische diplomaten met hun families te leven. Het ambassadepersoneel steekt elk weekend de Allenbybrug over de Jordaan over om hun tijd met hun gezinnen en geliefden door te brengen. Op 14 januari 2010, werden twee zware bommen tot ontploffing gebracht toen een diplomatiek konvooi van de ambassade naar Allenbybrug reisde. De ambassadeur, die in één van de voertuigen zat, werd niet gewond maar de twee voertuigen werden beschadigd.

David zegt dat de diplomatieke banden en veiligheidssamenwerking tussen Israël en Jordanië grotendeels verbroken zijn, het eerste geleidelijk verminderde sinds de moordpoging op Meshaal en de laatstgenoemde constant redelijk goed blijven.

Zolang er geen realistische hoop bestaat op een vreedzame oplossing van de Palestijnse kwestie, kunnen de relaties tussen Israël en Jordanië zich nooit volledig normaliseren. Niettemin, met weinig Arabische bondgenoten in het gebied, is koning Abdullah “onontbeerlijk, in zoverre hij zich daar zorgen om maakt,” afhankelijk van Benjamin Netanjahoe als een strategische partner om zich tegen de Syrische bedreiging te verzetten, vertelde David.

Shimon Shamir, een emeritus professor verbonden aan de Universiteit van Tel Aviv die zowel diende als eerste ambassadeur van Israël aan Jordanië (begonnen in 1994) en als ambassadeur aan Egypte (vanaf 1988 tot 1990), klaagde erover dat noch Israël noch Jordanië adequate inspanningen investeren in het handhaven van hun strategische alliantie.

In een boek dat vorig jaar werd gepubliceerd onder de titel “The Rise and Fall of the Warm Peace with Israel,” argumenteert Shamir dat, in tegenstelling tot het Vredesakkoord dat in Camp David met Egypte werd bereikt – dat grotendeels een strategisch akkoord was, ontworpen om een andere oorlog te voorkomen – het vredesakkoord met Jordanië echt over samenwerking en normalisatie handelde.

“De helft van het vredesakkoord met Jordanië behandelt samenwerking. Dat is de essentie van de overeenkomst. Het werd bedoeld als een opening naar een ander soort vrede, niet zoals deze met Egypte.” Israël bracht onnodig Koning Hoessein in verlegenheid – een toegewijde verdediger van warme vrede met Israël – door op klaarlichte dag Hamasleider Khaled Meshaal in de straten van de Jordaanse hoofdstad te proberen te vermoorden, klaagde hij. “Israël zou begrepen moeten hebben dat we in hetzelfde bootje zitten als Jordanië,” zei Shamir.

Een aantal ambitieuze gezamenlijke projecten met Jordanië “die het gezicht van het Midden-Oosten moesten veranderen” hebben zich nooit gematerialiseerd, voegde Shamir eraan toe, wegens een gebrek aan politieke wil aan beide zijden, waaronder een gezamenlijke luchthaven, een gezamenlijke zeehaven, een industrieterrein dichtbij de Dode Zee en een kanaal dat de Rode en de Dode Zeeën zou verbinden.

De situatie in Egypte is nog somberder.

Israëlische overheidsambtenaren wijzen er stilzwijgend op dat Israël met tegenzin akkoord is gegaan om zich van de genoegens van normalisering met Egypte te onthouden om de strakke veiligheidscoördinatie met zijn militaire etablissement te handhaven, vooral op een tijdstip waarop het terrorisme in Sinaï zich uitbreidt. Het intomen van de jihadisten blijft een sterk, gezamenlijk belang van zowel Egypte als Israël.

Net zoals met Jordanië het geval is, kan Israël zijn relaties met Egypte niet echt normaliseren zolang het conflict met de Palestijnen onopgelost blijft, zei Shamir. Maar hij geloofde dat de zaken nog slechter zouden kunnen zijn. “Eén bemoedigdende zaak is dat er bijna geen oppositie is tegen het feitelijke idee van vrede met Israël,” zei hij.

Shamir beweerde dit ondanks het feit dat de volksdemonstraties die Hosni Moebarak in februari 2011 omver wierpen en snel de Israëlische ambassade in Kaïro overrompelden, die werd ervaren als zijnde dicht met het vorige regime te zijn geassocieerd. En in september 2011, braken boze demonstranten door de ambassademuren en stormden het gebouw binnen, verwijderden de Israëlische vlag bevonden zich in één ruimte met het Israëlische ambassade en veiligheidspersoneel. Een Egyptische elitekracht kon op het laatste ogenblik een slachting voorkomen, maar de ambassade werd doorzocht en later door de autoriteiten gesloten.

In de 21 maanden die sindsdien zijn verstreken, werd een alternatieve locatie voor de ambassade nooit gevonden; de officiële reden is het onvermogen een gebouw te vinden met adequate veiligheidsvoorzieningen. Tegenwoordig houdt de staf van de ambassade groepsvergaderingen in openbare plaatsen in en om Kaïro, steeds op en neer reizend vanuit Israël. “Die situatie is zeker abnormaal,” erkende Shamir, opmerkend dat vanaf zijn eerste dag in kantoor, hij zich realiseerde dat de ambassade, die dichtbij de revolterende campus van de Universiteit van Kaïro was gesitueerd, slecht gevestigd was.

Yitzhak Levanon, die als ambassadeur van Israël aan Kaïro diende toen de menigte zijn ambassade stormde, vertelde aan The Times of Israel dat die maand september een gestage verslechtering zagen van de relaties die reeds begonnen waren toen Moebarak in 1981 aan de macht kwam, maar die sinds de verkiezing van president Mohammed Morsi in juni verleden jaar snel verslechterde. “De Moslim Broederschap is eenvoudig niet geïnteresseerd in normalisatie,” zei Levanon. “Israël zal moeten wennen aan die nieuwe realiteit.”

Shamir accepteert dat de vrede met Egypte uit gemak en niet uit ware vriendschap geboren was, maar hij zegt dat zijn ambtstermijn als ambassadeur eind jaren ’80 door een hoog niveau van samenwerking werd gekenmerkt. “In mijn tijd, waren de relaties met Egypte veel nauwer,” herinnerde hij zich. “Wij hadden gezamenlijke projecten: Eerst kochten wij olie en toen begonnen wij aardgas te kopen, vóóraleer dat ook werd stilgelegd. Vluchten van El Al vonden een paar keer per week plaats, met delegaties die bijna elke week een bezoek brachten. Tegenwoordig zijn er nog slechts twee vluchten van El Al per maand.” Jammer genoeg, zuchtte hij, “bestaat dit alles niet meer.”

door Elhanan Miller


Prof. Shimon Shamir: Analysis of the Current Middle East Situation

Voordracht van professor Shimon Shamir, voormalig ambassadeur voor Israël aan Jordanië en Egypte “Analyse van de huidige situatie in het Midden-Oosten“, op het jaarlijkse John Gandel Symposium, voor de Raad van Gouverneurs 2013 (BOG 2013) aan de Universiteit van Tel Aviv, 9 juni 2013 [bron].


Bronnen:

  1. The Times of Israel: What’s left of Israel’s peace with its neighbors?; door Elhanan Miller [lezen]