Waarom zoveel mensen zoveel genoegen scheppen in het haten van Joden en Israël [Eve Garrard]

anti-semiet2Antisemitische graffiti in Ljubljana, hoofdstad van Slovenië [bron]

Ruim 40 jaar van mijn leven bestrijd ik actief het antisemitisme waarvan 18 jaar doorlopend op het Internet, sinds mijn aansluiting in 1995. Jodenhaat bestrijden is in feite héél eenvoudig, tenminste dat dacht ik toch aanvankelijk. Leugens en vooroordelen beantwoord je toch gewoon met de waarheid te zeggen? Confronteer ze met feiten want daar hebben ze niet van terug, die verd@%!?&!! Jodenhaters.

hugo3Vreemd genoeg werkt dat niet of maar bij héél weinig mensen. “Oh? Dat wist ik niet over Joden [of over Israël],” zeggen ze dan…. zichtbaar teleurgesteld en misnoegd. Niet uit opluchting dat ze eindelijk de waarheid kennen, of tenminste de andere kant van de medaille, nee hoor. Dan klinkt het bijna of je hebt zoals bij een kind “het speelgoed afgepakt”, alsof je hun heimelijk plezier hebt ontstolen.

Ik heb dat soort teleurstelling nooit begrepen en was er dan ook nooit zeker van of die Jodenhater al dan niet wel genezen was van zijn/haar geestesziekte die antisemitisme in feite toch wel is; ik heb er nu eenmaal geen andere verklaring voor dan antisemitisme als een “ziekte van de geest” te beschouwen, als een soort kortsluiting in de hersenen… Eve Garrard legt hieronder uit hoe het komt dat Jodenhaat vrijwel onuitroeibaar is, noch met de feiten en al helemaal niet met de waarheid. Een bijzonder ontnuchterende en zoveelste ‘teleurstellende’ analyse… voor antisemieten.

De geneugtes van het antisemitisme

The Pleasures of Anti-Semitism
door Eve Garrard

Er zijn iets vreemd ondoeltreffend omtrent veel van onze pogingen om het antisemitisme te bestrijden. Wij behandelen het als het impliceren van diverse cognitieve fouten – misvattingen over Joden of over Israël, het hanteren van dubbele standaarden in het beoordelen van Joodse activiteiten, de eenzijdige nadruk leggen op dingen die bekritiseerd kunnen worden en het veronachtzamen van dingen die prijzenswaardig zouden kunnen zijn.

kill_jewsWij proberen om deze cognitieve mislukkingen (die er in overvloed zijn) te bestrijden door op de fouten in kwestie te wijzen, een lijst op te maken van relevante feiten die die fouten verbeteren en door het onthullen van desbetreffende logische inconsistentie zoals bijvoorbeeld het meten met twee verschillende maten en gewichten (als het over Joden en/of Israël gaat).

En wanneer deze pogingen totaal vruchteloos blijken te zijn, zoals dat zo vaak het geval is, worden wij in verwarring gebracht en met wanhoop vervuld. Willen de mensen dan geen waarheden kennen die hen zouden toelaten om hun vijandigheden achter zich te laten ten aanzien van verscheidene aspecten van het Joodse bestaan?

Het antwoord is natuurlijk en zeer vaak dat, neen, zij willen deze waarheden in werkelijkheid niet kennen. Zij verkiezen de fouten, met al hun dramatische angsten en haatgevoelens, en de opwinding van verhalen over samenzweringen, tegengesteld aan de onbetwistbare waarheid dat Joden over het algemeen genomen mensen zijn zoals iedereen, een mengsel van goed en slecht, sterk en zwak, maar met een geschiedenis die zeer reële en vreselijke implicaties heeft voor het heden. Waarom is dat zo?

Wij kunnen dat niet enkel verklaren in termen van een cognitieve vergissing, aangezien een deel van wat wij willen weten is waarom cognitieve vergissingen zo weinig vatbaar voor wijziging zijn, waarom zij zo hardnekkig opduiken en heropduiken. Wij moeten verder kijken dan het cognitieve domein naar de wereld van de emoties en de vragen stellen: wat zijn de geneugtes, wat zijn de emotionele beloningen die het antisemitisme schenkt aan zijn volgelingen?

Antisemitisme is pure pret, daar bestaat geen twijfel over. U kunt de smaak niet gemist hebben die sommige mensen hebben in het vergelijken van Joden met nazi ‘s, of het voorgewende verdriet, het gebrekkig gemaskeerde diepe genoegen waarmee zij het vermeende feit bejammeren dat de Joden zelf de haat over zich heen hebben gebracht, vooral door de daden van Israël en zijn Zionistische aanhangers, en dat zij op onverklaarbare wijze er niet in geslaagd zijn om de lessen van de Holocaust te leren. (De Holocaust was natuurlijk geen oefening in opvoeding, en als er al lessen uit getrokken moeten worden, zouden wij kunnen denken dat de zwakste leerlingen diegenen zijn die nogmaals wensen om Joden eruit te pikken boven al die anderen voor hun vijandige aandacht.)

Net zoals andere vormen van racisme, verstrekt het antisemitisme een verscheidenheid aan bevredigingen voor diegenen die het onderschrijven en het is de moeite waard om om te proberen deze geneugtes te analyseren, zodat wij het gehele fenomeen beter kunnen begrijpen en bestrijden. In wat volgt zal ik in het kort diverse antisemitische houdingen aanhalen en beschrijven, waarvan ik van allen geloof dat zij intens en vaak schuldig misleidend zijn. Maar ik ga hun vergissingen niet bespreken, noch zal ik de omstandigheden onderscheiden waarin kritiek op Joden en Israël gewettigd en accuraat is, en omstandigheden waarin dat niet van toepassing is.

Veel werd geschreven over enkel die onderwerpen; hier zal ik het eenvoudig voor waar nemen dat sommige van dergelijke kritieken correct zijn, maar dat anderen en vaak vele anderen, verkeerd zijn en een vorm van racistische discriminatie zijn tegen Joden, kort gezegd: antisemitisme. Mijn bezorgdheid gaat hier niet om de onjuistheid van het antisemitische discours, maar om de geneugtes die zij aanbieden aan hen die zich hiertoe hebben geëngageerd.

Er zijn (minstens) drie belangrijke bronnen van genoegen die het antisemitisme verstrekt: eerst, het genoegen van haat; ten tweede, het genoegen van traditie, en ten derde, het genoegen van het tonen van morele zuiverheid. Elk van deze is een onafhankelijke bron van tevredenheid, maar de drie werken op verscheidene manieren op elkaar in, die vaak de effecten ervan versterkt.

Geen twijfel dat de verschillende bronnen van genoegen de verschillende individuen en groepen aanspreekt, zodat het beroepen op traditie smeer weerklank kan hebben bij diegenen die zich aan de rechter politieke zijde bevinden, en de aantrekkelijkheid van het tonen van morele zuiverheid kan het sterkst doorwegen bij diegenen die zich aan de politieke linkerzijde bevinden, maar beide variëteiten kunnen in de meeste politieke groeperingen worden aangetroffen en de geneugtes van haat zijn nagenoeg universeel.

Haten is puur genieten
Het genot dat haten ons geeft klinkt de meeste mensen helaas vertrouwd toe. De meesten van ons kennen maar al te goed de kick die het geeft wanneer het gevoel van het eigen gelijk in ons opwelt, de opwinding die wordt gevoeld in het veroordelen van anderen, de intense verbondenheid die wordt gevoeld met een gelijkgestemde hater die wij goed gewaar worden telkens wanneer een stevige portie van wreedaardige vijandigheid van ons bezit heeft genomen.

Natuurlijk zijn er sommige situaties waarin haat gerechtvaardigd is – er zijn sommige daden en houdingen waarin haat de juiste reactie is, en iedereen die ruimdenkend en verdraagzaam kijkt naar het opzetten van een Auschwitz, moet dringend zijn moreel kompas laten nakijken. Maar de geneugtes die haat verschaft zijn evenzeer overvloedig aanwezig wanneer die haat volledig ongerechtvaardigd is, zoals de meesten van ons dat ook wel weten, op zijn minst door er later op terug te kijken.

De haat en zijn verwanten – verachting, wrok en weerzin – bieden het verleidelijke genot aan tot het voelen van onze eigen superioriteit tegenover het gehate object, en tevens het voelen van een betekenis van diep rechtvaardigen en echte oprechtheid in het ondernemen van stappen om hem (of haar, of hen) te straffen of te kwetsen.

Het kwetsen van anderen is ook pure pret, en is voor meer mensen het geval dan wij normaal zouden willen geloven (zie bijvoorbeeld naar het bekende Zimbardo experiment en het bewijsmateriaal van diegenen die betrokken waren bij de genocidale moorden in Rwanda; maar ook het alomtegenwoordige fenomeen van het pesten op de speelplaats en diverse gelijkaardige overeenkomsten onder volwassenen zoals pesten op het werk en het soort van politieke vijandigheden die soms uitbreken in kleine ideologisch oververhitte groepen.)

Aldus is waar het antisemitisme de vorm van Jodenhaat aanneemt, het niet erg moeilijk om te begrijpen dat het psychologische beloningen aanbiedt die niets met de waarheid te doen hebben of in de leugens die sommige mensen over Joden geloven. Noch is het moeilijk om te begrijpen dat de mensen niet graag worden beroofd van deze geneugtes, vooral als ze zoals zo vaak het geval is met diegenen die zich formeel geëngageerd hebben tot het anti-racisme, zij zichzelf niet zien als zijnde antisemitisch en zij vandaar tegenover zichzelf geen prijs wensen te betalen die hun eigen zelfrespect zou kunnen beschadigen.

De geneugtes van de traditie
Aangezien de geneugtes van het gevoel dat haten geeft universeel zijn, zouden wij ons moeten afvragen waarom zij zich kristalliseren in Jodenhaat, meer in het bijzonder: waarom hier en waarom nu? Op dit punt kunnen wij aan wij het hebben over de tweede belangrijkste bron van het genoegen dat wordt beleeft aan antisemitisme: traditie.

Er is een aparte ruimte voor Joden geschapen in de westerse cultuur en de vorm oogt niet bepaald aangenaam. Lange eeuwen van traditie hebben de Jood geconstrueerd als zijnde zowel verachtelijk als gevaarlijk, als de leverancier en doorgever van het kwade; en diverse stijlfiguren werden opgesteld om dit beeld uit te diepen – in het bijzonder de bloedlaster, volgens dewelke de Joden het bloed van christelijke kinderen gebruiken voor hun vreselijke ceremonieën van mechanisering en controle, maar ook stijlfiguren waarin de Joden worden afgeschilderd als poppenspelers over de rest van de hulpeloze niet-Joodse wereld.

octopus(Er bestaat een versie van die stijlfiguur waarin tentakels, eerder dan touwen voor poppen, opvallend zichtbaar zijn. Zij worden voorgesteld als een moorddadige inktvis eerder dan als poppenspelers en is geen zeker merkbare verbetering voor de Joden; plaatje rechts.)

De tekst vervolgd hieronder in de oorspronkelijke Engelse taal:

As has often been pointed out, the tradition of anti-Semitism is very flexible, and it generally gets expressed in terms of the preoccupations of the period: so mediaeval Jew-hatred was religiously based; 19th and, even more 20th, century hostility was given a scientific top-dressing in terms of the now discredited theories of ‘race science’; and late 20th century and early 21st century prejudice is generally cast in terms of human rights violations. (I speak here primarily of anti-Semitism in the West. Anti-Semitism in other parts of the world, while undoubtedly deriving large parts of its force from Western examples, is an even more complicated matter.) Although an anti-Semitism which was proud to speak its name became unfashionable on the liberal left after the Second World War, for reasons which are too obvious to mention, it’s a remarkable feature of the persistence of anti-Semitic tropes that they have survived relatively unaltered through these cultural changes. Recent cartoons expressing profound hostility to the Jewish state, on the grounds of supposedly outstanding human rights-violations, reproduce fantasies of sinister control and bloodthirstiness which earlier anti-Semites would have recognised without difficulty.

The weight of tradition, which makes it feel comfortable, perhaps even natural, to fit living Jews into the space created for them by so many centuries of hostility, may help to explain one of the many failures of logic infecting contemporary anti-Semitic discourse: where the Jewish state does bad things, these are taken to reveal its true inner nature; where it does good things, these are interpreted as deceitful, as mere propaganda designed to cover up its vile motives and actions. (The relative freedom which is afforded to gay and bisexual people in Israel, as witnessed by the Gay Pride marches there, has been described as ‘pinkwashing’ – that is, as a mendacious attempt to persuade people that Israel is a tolerant respecter of human rights, instead of the colonial imperialist baby-killing oppressor which many anti-Zionists declare her to be. It will be interesting to see whether the selection of a very beautiful black woman of Ethiopian descent to be Miss Israel gets described as ‘black-washing’.) The suggestion by the Lib Dem peer, Baroness Jenny Tonge, that Israeli medical aid to Haiti was a cover for organ-stealing by Israeli medics was perhaps the crudest and most egregious of such examples, though people trying to defend Israel against such criticisms have become accustomed to being told again and again that they only mount these defences as a way of covering up Israel’s crimes.

Why are people so ready to make these hostile moves, in a way which they wouldn’t tolerate with respect to other forms of racism? Anyone who announced that the political and economic troubles of African countries were the result of low intelligence in black Africans, or who drew a cartoon of President Obama as an ape, would be committing social and political suicide among those members of the bien-pensant classes who so often display the forms of prejudice against Jews and the Jewish state with which we’re here concerned. The availability of the traditional picture of the Jew as sinister and controlling and duplicitous may make these moves against living Jews, right now, seem comfortably familiar, and perhaps even freshly revealing of an age-old wisdom. There has been a distinctive tradition on the Left, going back to the 19th century and beyond, of what might be called rich-Jew anti-Semitism, where the basis of the objection to Jews was that they were rich, and hence exploitative and oppressive. It is easy to see how that can be picked up today. To that we might add the consideration that Jews have intermittently been treated appallingly, and sometimes genocidally, in the West; and as Tolstoy and others have noticed, we often hate people in proportion to the injustices which we have done them. It’s very hard for Europe to forgive the Jews for the Holocaust, and seeing Jews as hateful makes life easier – people needn’t worry about whether they’re treating Jews quite fairly if they believe them to be lying, bloodthirsty and oppressive. But the main difference between resurgent hostility to Jews on the part of sections of the Left, and the absence of any such resurgence towards people of colour, is probably the result of the rise of imperialism as the political hate object of the post-Marxist Left. Israel can be cast, though only at the expense of an enormous distortion of historical facts, into the role of imperial coloniser, and hence hostility towards Israel and the Jews who support her existence can be legitimised as part, sometimes a leading part, of the global fight against imperialism. This construal of Israel’s geo-political position permits those people who are hostile to her to see themselves as warriors against the great evil of colonialism, a role which many on the Left find very gratifying to contemplate themselves as occupying.

The pleasures of moral purity
This takes us to the third source of satisfaction which anti-Semitism provides: the desire for moral purity, especially a purity which is readily visible to others, and can count as a ticket of entry to socially and politically desirable circles. This source of satisfaction is in many ways the most interesting of them all, partly because it seems to be the motive du jour of anti-Semitism coming from sections of the Left, which might have been expected to be hostile to all forms of racism and sadly isn’t; and partly because it’s so supple and flexible, it can accommodate and explain away a very wide range of facts which tell against it. (I say that these things are interesting to contemplate and analyse, which indeed they are. But in no way do I want to underestimate the extent to which meeting them in the flesh, so to speak, is primarily disgusting, and also in many cases exhausting and sometimes frightening.)

Moral goodness and purity is of course genuinely desirable and admirable – it’s good if people have deep moral insight, and the ability to judge correctly what’s the right thing to do in complicated circumstances, and the strength of character and will to carry out their decisions, and the understanding and factual knowledge and courage and kindness and sympathy to judge others fairly, and to fight for justice where need be. But one look at that list is enough to remind us of how hard it is to be good, and how much easier it is to pursue the appearance rather than the reality. Israel as the Jewish state is a real opportunity for people who want to display their supposed moral purity, and harvest a suitable quantity of admiration from like-minded others, without having to deliver on the exacting demands of genuine moral probity. So we find people declaring that Israel is an apartheid state, thus allying themselves to the righteous fight against apartheid half a century ago, but omitting to notice the huge moral, social and political differences between Israel and apartheid South Africa; they declare that Israel is a colonial settler state, thus displaying their hostility to colonialism without having to ask who the colonising power is, and where else the survivors of the mid-century horrors should have gone, and why the UN decided that the Jews of the world should have the opportunity for self-determination, and why they were so clearly in need of it; we have people publishing in the broadsheet press complaints about how their hostile views about Israel have been silenced by powerful unnamed forces, without noticing the performative contradiction in what they say; we have people explaining that they do of course completely condemn the Holocaust, and this shows that they can’t be anti-Semitic, but, they go on to declare, it’s appalling to find Jews behaving in the same way against the Palestinians of Gaza and the West Bank that the Nazis did in the Warsaw ghetto. And so on, and on.

However, my concern here is not with the factual and logical errors in these various charges; I want rather to point out the emotional dividend they provide to those who deploy them. Such people can present themselves as the champions of the weak against the strong, of the colonised against the supposedly imperialist colonisers, of wholly innocent Palestinian victims against bloody and heartless Jewish oppressors. They can also present themselves as being victimised, both by the way in which powerful forces have imposed silence on them (albeit one of the noisiest silences ever heard), and also by the charge, deeply offensive to their moral purity, that their extraordinarily selective hostility towards Israel and its supporters might constitute discrimination against Jews. Indeed so offensive is this charge that it amounts, so it is claimed, to a further victimisation, of a kind which can only be explained by the deceitful and manipulative nature of those who raise the concerns about alleged anti-Semitism. So people who deploy these tactics against Jews can see themselves, and can hope to be seen by others, as being not only on the side of morally pure victims against morally vicious villains, but also as having the coveted status of victims themselves, slandered by people who are determined to exploit their own past sufferings in order to oppress others. Furthermore, since in this narrative Jews are cast as the powerful oppressors, those who single them out for hostile attention can see themselves as ‘speaking truth to power’. And paradoxically, focussing on Jews for singular criticism can be also be presented as subversive and transgressive, flouting the conventions of polite discourse, and thus conferring on the hostile critic the accolade of being untrammelled by convention, excitingly edgy, possibly even outrageous. All in all, that’s an awful lot of moral bang for your anti-Semitic buck.

The reason that it’s plausible to construe these various claims and attitudes as being driven by a concern to display moral purity, rather than simply as showing honest moral commitments, is that the hostile attitudes displayed towards Israel and Zionists are rarely directed against other malefactors, including those who have committed far more, and far more serious, violations of human rights than any that Israel has managed. Furthermore, the charges made against Israel are often simply false, and demonstrably so. These two considerations together suggest that what’s in play is not serious moral concern, but rather an easy simulacrum of it, along with a conviction of moral rectitude which, though misplaced, offers distinctive pleasures of its own.

The various sources of pleasure which anti-Semitism provides interact in diverse ways. Sometimes the effect of this interaction is simply to reinforce the rewards on offer: tradition plus hatred is a natural pairing, as is tradition plus the desire for moral purity – these relations are simply multipliers. But other relations look at first sight as if they might involve a certain tension: tradition plus transgressiveness, or hatred and condemnation plus the desire for moral purity. However these tensions can be and often are resolved in anti-Semitic discourse in ways which leave the discriminatory drive undisturbed. The claim of transgressiveness can be asserted with respect to the post-war convention of being polite about Jews, arising understandably from their sufferings at the hands of Nazi Germany, but now, it is suggested, exploited by Jews to cover up their wrongdoings. And in the description of such alleged wrongdoings, the rich seam of traditional Jew-hatred can be drawn on without embarrassment, indeed with a delicious frisson, because the transgressiveness defuses in advance any objections based on more conventional concerns about racism. The defusing of such concerns is expedited where the transgressor uses the device of claiming that he himself is not anti-Semitic, but he can understand those who are, since the Jews bring hostility on themselves by their behaviour. The tension between the pleasures of hatred and those of moral purity can also be reconciled, allowing them to co-exist and even reinforce each other. Hatred, it can be suggested, is an excusable and perhaps even appropriate response to the bloodthirsty acts of Israel; the hatred supposedly arises out of an overwhelming sensitivity to injustice, and is a sign of the extreme moral purity of the hater, who selflessly struggles for justice for the innocent victims of a tyrannical state and its supporters. It’s easy to see the attractions of this self-serving self-image to one who wishes to claim moral rectitude, and also to enjoy the pleasures of hatred. It’s a terrific opportunity both to have your moral cake, and to eat it up in huge and satisfying gulps.

Conclusion
The factual, logical and moral errors in the various forms of anti-Semitism under consideration are legion, and have been discussed extensively elsewhere (for example in the work of David Hirsh and Norman Geras, both in their contributions to previous issues of Fathom and in many other places). In trying to account for the prevalence of these errors, and also to combat them, we shouldn’t overlook the pleasures, sometimes very intense ones, which they provide. With the increasing normalisation of anti-Semitic hostility in many parts of the Left as well as the far Right, we can expect these pleasures to be more widely disseminated and enjoyed. What can be done about this state of affairs isn’t immediately obvious – the fact that some pleasures are vile doesn’t stop them being pleasurable, or prevent some people wanting to taste them again and again. In order to do so these people must bolster up their image of the Jewish state as oppressive and illegitimate, and the Zionists who support her as lying, manipulative, and hostile to human solidarity and justice. Here the devil frequently does have the best tunes, and the thin and reedy voice of rational argument is often quite drowned out by their brassy insistence. But we’ll do better in the combat, however we conduct it, if we realise that the views which we’re struggling against provide deep emotional satisfactions to those who hold them, satisfactions not easy either to overcome or to replace.

door  Eve Garrard

Eve Garrard is Honorary Research Fellow in the Department of Philosophy at the University of Manchester.


Met dank aan Jonah E. voor de hint.

Bronnen:

  1. Fathom: The Pleasures of Anti-Semitism door Eve Garrard [lezen]

5 gedachtes over “Waarom zoveel mensen zoveel genoegen scheppen in het haten van Joden en Israël [Eve Garrard]

  1. Het perverse plezier van de Jodenhater loopt paralel met de gemiddelde pervert.
    Het zegt dus meer over hem dan over zijn slachtoffer.

    1. Het is genetisch bepaald, maar opvoeding speelt een grote rol.
    2. Vaak iemand met enorme complexen.
    3. Mislukkeling en/of eenlingen
    4. Enorme innerlijke boosheid & haat
    4. Jaloers
    5. Angsthazen

    Jodenhaters haten nooit alléén, hebben altijd de groep nodig.
    De groep haalt hen uit hun isolement, voedt hun ego en maakt hen tot de ‘moraal ridder.

    Hun opgekropte boosheid/haat tegen een bepaald iemand (ouder, relatie, werkgever, leraar) heeft eindelijk de uitlaatklep gevonden die zij zochten.

    Jodenhaat is dus de bliksemafleider voor zijn eigen jammerlijke persoontje.

    De Jodenhater zal dus altijd bestaan, net zoals de pervert.
    Die kan je ook niet met argumenten overtuigen dat wat hij doet pervers is.

    Jammer maar waar.

    Conclusie: * laten kletsen
    * oppakken & straffen
    * pak op z’n donder geven.

    Like

    1. Ik ben het niet met je eens dat antisemitisme “genetisch bepaald” zou zijn. Echter moordlust, territoriaal gedrag, onverdraagzaamheid, wedijver, afgunst, haat en nijd zijn ons terdege van nature aangeboren.

      Waar ik dus wel van overtuigd ben (en dat wordt ook zo door de wetenschap bewezen) is dat mensen roofdieren zijn; zonder twijfel het meest succesvolle roofdier op onze planeet sinds de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden uitgestorven zijn.

      Enkel door middel van het doorgeven van kennis, beschaving en cultuur (opvoeden en onderwijzen dus) slaagt een redelijk aantal mensen zich te verheffen boven het dier en het bloeddorstig roofdier dat in ieder van ons schuilt, redelijk in bedwang te houden.

      Echter, telkens de teugels worden gevierd komt onze ware aard weer naar boven. In de juiste habitat en omstandigheden en onder de geschikte paraplu, vertoont ons gedrag niets “menselijks” meer en schrokken, vreten en moorden we weer net zoals onze voorouders dat 30.000 jaar geleden ook al deden.

      De hersenen van de homo sapiens sapiens zijn in 30.000 jaar niet meer geëvolueerd. Het enige wat in de loop van die jaren is veranderd en aangepast zijn de kooien waarin de maatschappij ons van kindsbeen opsluit en terecht!

      Kerk, religie, opvoeding, onderwijs en wetten, dienen om die kooien afgesloten te houden, om onze natuurlijke aangeboren eigenschappen van moordlust en onverdraagzaamheid (met inbegrip van Jodenhaat) in veilige banen te houden. Vandaar dat die sloten op die kooideuren onmerkbaar steeds maar zwaarder en groter worden…

      Dat lijkt misschien een wat deprimerende analyse, maar (en dan kom ik weer op je laatste zinsnede terug) dat in het geval van chronische Jodenhaat en opvoeding, religie enz. hun werk niet (meer) doen, inderdaad enkel “oppakken & straffen” en “’n pak op z’n donder geven”, wellicht de enige goede maatregelen zijn, maar dan wel op voorwaarde dat dit gebeurt vanaf de eerste dag dat we geboren worden.

      De idioot die beweert dat de mens van nature ‘goed’ is, mogen ze van mij meteen opknopen. 😉

      Like

      1. @Brabosh, Daar wij (ik zeker niet) de ‘genetische map nog niet in zijn totaliteit kunnen interpreteren kan ik het inderdaad niet bewijzen. Maar, afgaand op jouw lijstje komt het wel érg dicht in de buurt want anti Semitisme is niets anders dan een verzameling van al dat moois door jouw beschreven, alléén gefixeerd op één groep.

        Verder denk ik ook niet dat de gemiddelde Jodenhater een zeer tolerante medemens is, daar deze eigenschappen tot uiting zullen komen bij een ieder die ”anders is/denkt/voelt dan hij.

        Like

        1. Ik ben het natuurlijk met je eens dat haat in het algemeen in onze genen zit, waaronder dus ook Jodenhaat. En de uniciteit van Jodenhaat die wereldwijd verspreid is, blijft inderdaad een, merkwaardige zaak. Daar heb ik helemaal geen verklaring voor.

          Maar zoals je al gemerkt hebt, komt die haat ook kijken wanneer moslims andere moslims het vel letterlijk van het lijf stropen.

          Kijk bv. maar naar Irak waar wekelijks zo’n 200 doden vallen in de slag die gevoerd wordt door soennieten en sjiieten. Of tussen rebellen en de strijdkrachten van Assad. Zoals die ene rebellencommandant die onlangs zijn opponent open sneed, er de ingewanden uithaalde en voor het oog van de camera zijn tanden erin zette. https://brabosh.com/2013/05/14/pqpct-pi5/

          Zijn voorvader die 30.000 jaar geleden leefde moet trots op hem zijn geweest dat er nog wat van zijn genen werden doorgegeven. 😦
          Mohammed Abu Sakkar, de directe voorouder van de Syrische rebellencommandant anno 30.000 B.C.

          Like

  2. C.G.Jung zag het nationaal-socialisme ook als een Teutoonse heropleving van de heidense Germaanse volksgeest na ruim duizend jaar christelijke onderdrukking…In de vorm van Romeinse parades,standaarden en zonnegroeten min of meer een oude bekende vijand van het Joodse volk. Nu waart de moordzuchtige geest weer door de straten van Europa met moordpartijen op Joden en onthoofdingen van soldaten. Zucht “Kill Jews for peace” of “Kill all Juice”.

    Like

Reacties zijn gesloten.