De Gazastrook is de verantwoordelijkheid van de Palestijnse Autoriteit geleid door Mahmoud Abbas

Mideast Egypt PalestiniansHamasleider Khaled Meshaal (l.) en Mahmoud Abbas (r.) van Al Fatah, de president van de  Palestijnse Autoriteit (sinds 27 nov. 2012 door de VN ‘Palestina’ genoemd), bekvechten al sinds de Oslo Akkoorden van 1993 om de macht over de Palestijnse Gebieden. Sinds juni 2007 regeert Abbas enkel over één helft van het ‘Palestijnse volk’ dat in de West Bank woont.

De Palestijnse Autoriteit (PA) werd op 4 mei 1994 in het leven geroepen. In de eerste fase van de met Israël gesloten akkoorden kreeg de PA bestuursmacht in het grootste deel van de Gazastrook en in de stad Jericho en de omgeving daarvan. In het kader van de op 28 september 1995 tussen Israël en de PLO gesloten Interimovereenkomst, droeg Israël de verantwoordelijkheid voor vrijwel alle Palestijnse steden (uitgezonderd Hebron) en dorpen op de West Bank aan de PA over. Na de implementatie van de overeenkomst bevond 96 procent van de Palestijnse Arabieren zich onder bestuur van de PA. De Arabische delen van Hebron werden in 1997 door Israël ontruimd.

Palestina-map2Echter, sinds de parlementaire verkiezingen in de Palestijnse Autoriteit, die door Hamas werden gewonnen zowel in de Gazastrook als op de West Bank, is de PA vrijwel onbestuurbaar geworden nadat in juni 2007 de politieke factie Al Fatah van Mahmoud Abbas met geweld uit de Gazastrook verdreef en Hamas op de West Bank zèlf door Abbas monddood werd gemaakt.

Theoretisch echter blijft Mahmoud Abbas volledig verantwoordelijk voor zijn opstandige westelijk gelegen deel van de Palestijnse Autoriteit. Temeer daar het Hamasbestuur in de Gazastrook tot op heden ca. 50 procent van de internationale donorgelden krijgt doorbetaald via een ingewikkelde financiële constructie, sinds Hamas officieel op de terreurlijst staat.

Harnas als verantwoordelijkheid van de Palestijnse Autoriteit
De verantwoordelijkheid voor optreden tegen Harnas en andere in de autonome Palestijnse gebieden opererende terroristische organisaties werd door de EU en de lidstaten daarvan bij de door Arafat geleide Palestijnse Autoriteit gelegd. Zo schreef minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo op 26 maart 1996, na een reeks Hamasaanslagen, aan de Tweede Kamer:

“Naast mijn blijken van medeleven aan mijn Israëlische ambtgenoot, heb ik aanstonds na de eerste van de vier terroristische zelfmoordaanslagen, die niet alleen onschuldige slachtoffers hebben geëist maar ook een slag hebben toegebracht aan al diegenen – Israëli, Palestijnen en zovele anderen – die zich inzetten voor vrede in het Midden-Oosten, een boodschap gezonden aan de President van de Palestijnse Autoriteit.

Daarin heb ik er onder meer op aangedrongen dat hij het nodige zou doen om de medeplichtigen aan deze misdrijven te doen berechten en om herhaling te voorkomen. Een dringend beroep van deze strekking op de heer Arafat vormt ook een element van de verklaring na afloop van de informele bijeenkomst 9/10 maart jl. te Palermo, van de Ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie.”

In de Verklaring van Laken van 15 december 2001 deed de Europese Unie een oproep aan de Palestijnse Autoriteit om “de terroristische netwerken van Hamas en Islamitische Jihad te ontmantelen, alle verdachten te arresteren en hen gerechtelijk te vervolgen”.

“De Europese Unie roept de Palestijnse Autoriteit nogmaals op, alles in het werk te stellen om terreurdaden te voorkomen. De Europese Unie heeft de Palestijnse Autoriteit verzocht over te gaan tot:

“de ontmanteling van de terroristische netwerken van Hamas en de Islamitische Jihad, inclusief de arrestatie en vervolging van alle verdachten; een openbare oproep in het Arabisch tot het staken van de gewapende Intifada.”

Dit is overigens niks nieuws onder de zon vermits het hier gaat om een al sinds 1994 bestaande verplichting, voortvloeiende uit de Oslo-akkoorden. Formeel was de Europese opstelling juist: het was aan de Palestijnse Autoriteit om de maatregelen te treffen. Maar Arafat was niet van plan zijn verplichtingen uit te voeren en zonder druk van buiten kon hij zijn obstructieve houding handhaven.

Tijdens de in september 2000 begonnen ‘tweede intifada’ was er zelfs sprake van operationele terroristische samenwerking tussen door Arafat gecontroleerde eenheden en cellen van Harnas en de Islamitische Jihad. Zie hier onder andere How Arafats Palestinian Authority Became an Entity Supporting Terrorism (Jerusalem Center for Public Affairs, 9 december 2001).

De voortdurende antisemitische en gewelddadige ophitsing van de Palestijnen in en door instellingen van Hamas (waaronder moskeeën) en die van de Palestijnse Autoriteit zelf (waaronder scholen en media) werd gewoon voortgezet – en met groot succes.

Een treffend voorbeeld van een combinatie is de op 12 december 2003 rechtstreeks door de televisiezender van de Palestijnse Autoriteit uitgezonden preek van sjeik lbrahim Mudayris [biografie op PMW]:

Sjeik lbrahim Mudayris“Allahs vloek ligt op de Joden. Zij waren het die de burgeroorlog veroorzaakten in het land van de Hedjaz. Zij hitsten de Arabieren op om de islam te bestrijden en oorlog te voeren tegen de Profeet Mohammed met het doel de eerste moslims uit heel de Hedjaz te verdrijven. [ … ]

Het is een historisch feit dat de Joden niet tevreden zijn tot zij erin zullen zijn geslaagd wereldwijd burgeroorlogen te hebben veroorzaakt. Zij waren het die de Verenigde Staten ervan overtuigden oorlog tegen de islam te voeren onder het voorwendsel van bestrijding van terrorisme. [ … ]

Zij hitsten Europa en zelfs de Arabische naties op om oorlog tegen de islam en de moslims te voeren. Wij waarschuwen jullie, Arabieren en moslims, voor de kanker die zich al naar Palestina heeft uitgezaaid, opdat het vervolgens niet naar de Arabische en islamitische naties uitzaait. [ … ]

Het is aan jullie, Arabieren en moslims, om waakzaam te zijn, want onze strijd is niet alleen met de Israëlische regering, maar met iets van veel grotere omvang; het is met het wereldzionisme, dat de besluitvormers regeert. Het wereldzionisme regeert de Veiligheidsraad, de Amerikaanse regering en andere naties op deze wereld. [ … ]

De Joden zitten achter burgeroorlogen en zij veroorzaken wereldwijd verwoesting. Wat hebben de Arabieren tot dusver aan de Joden gehad? Meer nog: wat hebben de Joden aan hun eigen volk gehad? Is vernietiging niet hun karaktereigenschap? Vandaag stellen wij ons de vraag: welk voordeel hebben de Verenigde Staten geoogst van hun negatieve houding ten opzichte van het Palestijnse volk en de Arabische en islamitische naties? Welk voordeel hebben zij geoogst met de oorlogen tegen Afghanistan en Irak? Het zal vernietiging over de Verenigde Staten brengen, net zoals de Joden catastrofes over zichzelf gebracht hebben.

In de woorden van de Profeet: ‘Vandaag zullen wij hen aanvallen en niet zij ons’ en hij reinigde Medina van Joden. Is voor de Arabieren en de moslims niet de tijd aangebroken om hetzelfde met de Israëlische Joden te doen? Is voor hen de tijd niet aangebroken om hun landen en landstreken van de Joden te zuiveren, zodra zij het gezegende Palestina van hen ontdaan hebben.”

Sinds de installatie van de Palestijnse Autoriteit, in 1994, is de Palestijns-Arabische samenleving, waaronder een hele generatie kinderen, niet alleen vergiftigd met rabiate antisemitische vooroordelen, maar ook met de notie dat sterven voor Allah beter is dan leven voor Palestina. Er werd een doodscultuur gecreëerd waarin de verering van geweld en het martelaarschap centraal staat, een cultuur waarin kinderen van jongs af aan wordt geleerd dat het geweldig is om Joden te vermoorden, een cultuur waarin ouders hun kinderen offeren aan een islamitische Moloch.

Bij die hersenspoeling hebben Harnas-instellingen, zoals de ‘Islamitische Vereniging’, van meet af aan een voorname rol gespeeld.« Over de radicalisering van de Palestijnse jeugd werd in 2001 een onderzoeksrapport gepubliceerd door de Islamitische Universiteit in Gaza-stad. Van de kinderen in de leeftijdsgroep van 9 tot 16 jaar verklaarde 49 procent te hebben meegevochten in de intifada tegen Israël (die in september van het jaar daarvoor was begonnen) en 73 procent leefde in de hoop het martelaarschap te bereiken.

door Wim Kortenhoeven

Wim Kortenoeven is werkzaam als researcher en redacteur bij het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Ook schrijft hij maandelijks voor het blad Christenen voor Israël. Wim Kortenoeven heeft zich de afgelopen jaren gespecialiseerd in politieke vraagstukken over Jodendom en het Midden-Oosten. Al meer dan vijftien jaar schrijft hij analyses over deze onderwerpen. Eerder verscheen van hem een boek bij uitgeverij Aspekt in 2005: ‘De kern van de zaak – feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch conflict’.


Bronnen:

  1. Hamas, portret en achtergronden door Wim Kortenhoeven; uitgeverij Cidi.nl / Aspekt; 2006; ISBN 90-5911-294-6; boekrecensie klik hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.