De zeven meest gangbare fabels en leugens over het Palestijns-Israëlisch conflict [David Harnasch]

al-doura2Een wereldberoemde icoon die op leugens berust. Een muurschildering in Bamako, Mali, toont de zogenaamde Palestijnse martelaar Mohammed al-Dura en zijn vader.

Israël is slecht, Palestijnen zijn slachtoffers: al jarenlang neemt het gros van de westerse media dit standpunt in. Hieronder de zeven meest doortrapte sprookjes.

Afgelopen ging de schokkende foto van de Palestijnse Jihad Misharawi uit de Gazastrook de wereld rond, die het lijk van zijn 11 maanden oude zoontje Omar in zijn armen draagt. Samen met de foto werd het nieuws miljoenen keren verbreid dat een Israëlische granaat de kleine jongen en zijn tante en oom gedood zou hebben. Enkele dagen geleden werd een rapport van het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN gepubliceerd, dat er van uitgaat dat niet een Israëlische, maar een Palestijnse raket de jongen en een deel van de familie Misharawi gedood heeft.

Een raket, afgevuurd vanuit Gaza met als doel Israël, die echter nog voor de grens neerkwam en geen Joden, maar islamitische burgers doodde. In de Arabische media werden zoals gebruikelijk geen rectificaties geplaatst en in de westerse media waren deze, als ze überhaupt aanwezig waren, meestal goed verstopt te vinden.

De klakkeloze overname van Palestijnse versies van de realiteit door de westerse mainstream journalistiek en diens gelijkschakeling aan de Arabische media wat betreft het Midden-Oostenconflict, hebben inmiddels een langere en beschamende traditie – Israël is slecht, de Palestijnen zijn slachtoffers: dit patroon ligt ten grondslag aan het grootste deel van de verslaggeving. Kritiekloos en vrijwillig worden de verhalen van de Palestijnse propaganda-afdelingen overgenomen en onvermoeibaar herhaald, totdat ze als vanzelfsprekende waarheid gelden.

Werpt u een blik op de – noodzakelijkerwijs onvolledige – lijst van de top zeven van de propagandasprookjes in het Midden-Oostenconflict, van grotesk tot vals.

1. “Israël doodt willekeurig strijders, vrouwen en kinderen.”

De zaak Omar Misharawi herinnert aan de kleine Mohammed al-Dura. Diens in het jaar 2000 ontstane video was het meest effectieve “beelddocument”van de Tweede Intifada. Zijn vermoedelijke dood in de armen van zijn ongewapende vader werd de icoon van het weerloze, door de Israëli´s mishandelde Palestijnse volk. Pas in 2008 bevestigde een Franse rechtbank definitief dat de kleine Mohammed geen slachtoffer van Israëlische kogels kon zijn geworden. Yasser Arafat wist waarvan hij in 2002 sprak: “Het Palestijnse kind dat een steen vasthoudt en tegenover een tank staat – is dat niet de grootste boodschap aan de wereld als deze held een martelaar wordt?”

2. “De bloedbaden in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in de Libanonoorlog in 1982 bewijzen dat Israël en vooral de toenmalige Minister van Defensie Ariel Sharon niet terugdeinzen voor oorlogsmisdaden!”

De bloedbaden werden aangericht door Libanese christelijke Falangisten, die in de oorlog de vijanden van de in de kampen gevestigde PLO waren. Israël gaf toestemming aan de Falangisten om in de kampen naar strijders, bunkers en wapens te zoeken. Toen de Israëli´s te weten kwamen dat de Falangisten bovendien wraak namen voor hun kort daarvoor gedode aanvoerder Bashir, gaven ze opdracht aan de bondgenoten om te vertrekken. Israël zette de Kahan-commissie in, die van oordeel was dat de Minister van Defensie en de opperbevelhebber van het leger het bloedbad zouden hebben moeten zien aankomen. Terwijl honderdduizenden Israëli´s verontwaardigd tegen het eigen leger demonstreerden en de westerse media zich bij deze verontwaardiging aansloten, interesseerde zich in de Arabische wereld bijna niemand voor het bloedbad. Aan het tweede bloedbad in 1985 door de sjiietische Amal-milities op de vluchtelingen van de kampen Shatila en Burj-el Barajneh werd ondanks meer dodelijke slachtoffers nauwelijks aandacht geschonken door westerse journalisten en bleef in grote mate onbekend. Geen wonder: er waren geen Israëli´s in de buurt.

3. “De Joden hebben hun eigen fundamentalisten. Ze heten alleen anders: ultraorthodoxen of Charedim. Dat is geen kleine, te verwaarlozen splintergroepering. Tien procent van de zeven miljoen Israëli´s worden hiertoe gerekend. (…) Deze mensen zijn uit hetzelfde hout gesneden als hun radicaalislamitische vijanden. Ze volgen de wet van de wraak.”

Zo warmt Jakob Augstein de koude koffie van de wraakzuchtige Jood op. De zogenaamd bloeddorstige Charedim zijn in Israël in werkelijkheid daarom niet bijzonder populair, omdat ze niet in militaire dienst hoeven vanwege hun bestudering van de Thora. En het vaak geciteerde Bijbelse gebod “oog om oog” betekent rechtshistorisch een innovatieve matiging tegenover daarvoor gebruikelijke archaïsche bloedwraakvetes.

4. “Gaza is een getto, waarin de Palestijnen lijden onder Israëlische bezetting.”

Sinds 15 augustus 2005 war er precies één Israëlische soldaat langere tijd in Gaza: de ontvoerde Gilad Shalit. Het zogenaamde getto beschikt over een luxe hotel en volle markten. Het onderwijsniveau en de levensverwachting in Gaza zijn hoger, de zuigelingensterfte lager dan in het aangrenzende Egypte, dat van zijn kant juist smokkeltunnels naar de Gazastrook onder water heeft gezet. Honderden vrachtwagens met levensmiddelen, geneesmiddelen en bouwmateriaal komen wekelijks over de Israëlische grensovergangen, ook de stroomvoorziening vindt plaats vanuit Israël. De regerende Hamas zet in op een islamisering van het openbare leven en provoceert d.m.v. rakettenterreur regelmatig Israëlische tegenaanvallen en zij houdt zich daarmee exact aan het programma waarmee ze in 2006 de laatste vrije verkiezingen had gewonnen.

5. “Arabieren zijn in Israël tweederangs burgers.”

In werkelijkheid zijn Arabische Israëli´s (20% van de bevolking) vrijgesteld van militaire dienst. Omdat dit hun kansen op een baan verslechtert, melden zich echter vrijwillig steeds meer jonge Arabieren bij het leger respectievelijk de burgerdienst. Arabische dorpen genieten niet de hoogste prioriteit bij uitgaven betreffende de infrastructuur. Maar Arabische Israëli´s genieten alle burgerrechten, zijn met eigen partijen in de Knesset vertegenwoordigd en zijn in alle beroepen succesvol. De rechter die de voormalige president Moshe Katzav veroordeelde, is bijvoorbeeld een christen uit Jaffa. Voor de keuze gesteld om als “tweederangs burgers” in Israël te blijven of onder Palestijns bestuur te leven, beslist de overweldigende meerderheid van de Arabieren voor Israël.

6. “De Israëlische nederzettingen op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever zijn duidelijk een overtreding van het volkerenrecht en een hindernis voor vrede.”

Hierover valt te discussiëren. De Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever is in ieder geval niet minder illegaal dan de 19-jarige bezetting door Jordanië daarvoor, die internationaal niet erkend werd. Dat deze periode tussen de pogrom van 1929 en 1967, waarin bijvoorbeeld Hebron voor het eerst sinds 3000 jaar “Judenrein” was, de historische normaliteit moet vormen, lijkt op z´n minst opheldering nodig te hebben. Een belangrijk argument tegen de legaliteit van de Israëlische nederzettingen wordt uitgerekend afgeleid van artikel 49 van de 4e Conventie van Geneve. Deze luidt: “Gedwongen individuele of massale verhuizingen evenals deportaties van beschermde personen uit bezet gebied naar het gebied van de bezettingsmacht of dat van een of ander bezet of onbezet land zijn zonder rekening te houden met hun beweegredenen verboden.”

Waarom zo´n verbod in 1949 in verse herinnering aan Duitse concentratiekampen werd uitgevaardigd, is duidelijk. Het overgrote deel van de Israëlische nederzettingenactiviteit bestaat er echter in om op onbewoond terrein nederzettingen te bouwen, waarin Israëli´s geheel vrijwillig gaan wonen. Het stelt ook de vraag waarom een op te richten staat “Palestina” per se “Judenrein” moet zijn in plaats van zoals iedere andere geciviliseerde staat zijn minderheden, christelijk, homoseksueel of joods, bescherming te garanderen. Dat Israël in de hoop op vrede bereid is om nederzettingen te ontruimen, heeft Sharon in 2005 zonder voorwaarden in de Gazastrook bewezen. Dat deze hoop niet werd vervuld, bewijzen de raketten die sindsdien van daaruit worden afgeschoten.

7. “De Israëlische volkerenmoord op de Palestijnen is de kern van alle twisten in het Midden-Oosten.”

Mocht het militair enorm superieure Israël daadwerkelijk een genocide op de Palestijnen willen plegen, dan zou dat binnen enkele uren probleemloos mogelijk zijn. In werkelijkheid werden onder een miljoen Palestijnse vluchtelingen meer dan zes miljoen, wat ook ligt aan het feit dat Palestijnen de enige groep in de geschiedenis van de mensheid is die hun vluchtelingenstatus kunnen erven. (ze zijn ook de enige die verzorgd worden door een speciaal daarvoor opgericht VN-agentschap).

In de 72 conflicten sinds 1948 met meer dan 10.000 doden staat het Israëlisch-Arabische conflict op de 71e plaats met een slachtofferaantal van ongeveer 14.000. Alleen al in Syrië stierven de afgelopen twee jaar meer mensen. Cynici en andere realisten zouden kunnen beweren dat het gebrek aan internationale belangstelling te maken zou hebben met het gebrek aan deelnemende Israëli´s.

door David Harnasch


Bronnen:

  1. Basler Zeitung: Die sieben geläufigsten Propaganda-Märchen door door David Harnasch [lezen]
    – vertaald uit het Duits door E.J. Bron als “De 7 meest gangbare propagandasprookjes” [lezen]