Lyn Julius maakt vakkundig komaf met de mythe van de Palestijnse onschuld

Grootmoefti Haj Amin al-Hoesseini aan huis bij Adolf HitlerBerlijn, 28 november 1941. De Palestijnse geestelijke leider Haj Amin al-Hoesseini (1897-1974) was Grootmoefti van Jeruzalem van 1921 tot 1937 en is tot op vandaag de held van de Palestijnen en het symbool van het gewapend verzet tegen Israël. President Mahmoud Abbas op 23 november 2010: “We moeten ons het voortreffelijke leiderschap blijven herinneren van de eerste leider van het Palestijnse volk, de Grootmoefti van Palestina, Haj Mohammed Amin al-Hoesseini. Hij leidde vanaf het begin onze strijd [tegen de Joden.]“ Hierboven was de illustere Grootmoefti te gast bij de Führer van het Derde Rijk Adolf Hitler om – gezellig keuvelend bij een kopje dampende muntthee – samen plannen te smeden om de Europese Holocaust op de Joden uit te breiden tot de Arabische wereld en de rest van het Midden-Oosten.

el-alamein4

Dat heeft op een bepaald ogenblik tijdens WOII echt niet veel gescheeld! Moest het Britse Leger onder generaal ‘Monty’ (Bernard Montgomery) eind oktober 1942 niét het Duitse pantserleger onder veldmaarschalk Erwin Rommel hebben verslaan tijdens de Tweede Slag om El Alamein in Egypte (amper 235 km verwijderd van Tel Aviv, ruwweg de afstand Brussel-Amsterdam!), dan hadden de nazi’s makkelijk het Suez kanaal overgestoken, opgerukt dwars doorheen de Sinaïwoestijn en het Britse Mandaat voor Palestina letterlijk van de kaart hebben geveegd. Dan zou de genocidale plannenmaker en Palestijnse ‘held’ Haj Amin Al-Hoesseini alsnog zijn ultieme droom van een Holocaust op de Joden in het M-O verwezenlijkt hebben.

Hieronder legt Lyn Julius uit waarom de Palestijnen helemaal niet zo onschuldig zijn zoals door de Westerse media wordt beweerd, die per definitie anti-Joods èn anti-Israëlisch is. Palestijnen zijn geen ‘slachtoffers’, dat is een mythe; Palestijnen blijken integendeel moordzuchtige genocidale daders. Wie de achterliggende geschiedenis van het Israëlisch-Arabisch conflict niet kent kan nu eenmaal onmogelijk het heden begrijpen en daaruit voortvloeiend zinvolle onderhandelingen opstarten die ooit duurzame vrede in het Midden-Oosten kunnen brengen.

Mijn organisatie Harif poogt het verhaal te vertellen van 2.500 jaar Joodse geschiedenis en cultuur in wat algemeen bekend is als de Arabische wereld. Het is een verhaal met een dramatisch einde: 99 procent van deze Joden die in 1948 op ca. één miljoen geschat werden, zijn in nauwelijks één generatie gevlucht uit de Arabische landen.

Wanneer mensen leren over de Joodse uitwijzing, antwoorden zij gewoonlijk met sympathie. De Joden afkomstig uit de Arabische landen hebben recht op erkenning en herstel, erkennen zij. Maar die erkenning en herstel moeten uit de Arabische landen komen, vinden zij. En inderdaad, één van de hardnekkigste mythen is namelijk dat de Palestijnen geen verantwoordelijkheid dragen voor de uittocht van de Joden uit tien Arabische landen. De Palestijnen zijn onschuldig aan om het even welk wangedrag.

Helaas is die houding van geboren uit onwetendheid en gewenste gedachte. Van in het begin was de Palestijnse zaak een pan-Arabische nationalistische zaak. Het heeft ook een machtige islamistische dimensie: Hamas en de Moslim Broederschap streven niet naar de oprichting van een Palestijnse staat, zodat veel als zij het Islamitisch wakfland opeisen van de Joden. Reeds in een vroeg stadium nam de campagne voor Palestina een antisemitische tint aan. Indien de verzoeningsovereenkomst tussen Al Fatah en Hamas standhoudt, zal er geen keuze meer overblijven tussen het nationalistische en het religieuze rejectionisme van een soevereine Joodse staat.

Maar toch is de rol van Palestijnse Grootsmoeftie van Jeruzalem, Haj Amin al-Hoesseini, in het oproepen tot haat en geweld tegen de Joden in de jaren 1920 en 1930 onweerlegbaar. Niet alleen spoorde de Grootmoefti aan tot de rellen in Palestina in 1920 en 1929, het eveneens erg bekend dat de rellen die leidden tot de moord op 133 Joden in Hebron en Safed door de leugen werden gevonkt dat de Al Aqsa moskee in gevaar was.

Waar ook de Grootmoefti in de Arabische wereld ging, volgden vervolging en verminking van lokale Joden. In december 1931, hield de Grootmoefti een Islamitisch Wereld Congres in Jeruzalem. Een Iraakse afgevaardigde merkte op “Als de Joden ze blijven verder gaan hebben wij geen andere keuze dan hen te behandelen op de enige manier die wij kennen.”

“De enige manier die wij kennen” betekent dat de Joden zouden moeten behandeld worden als onderdanige dhimmies, inferieur aan Moslims en totaal afhankelijk van hun genade. Na druk van de westerse mogendheden op het Ottomaanse Rijk in de 19de eeuw, werd de dhimmitude grotendeels afgeschaft.

Maar in 1921 beweerden Jemenitische Joden dat onder Palestijnse druk een decreet werd heringesteld dat stelt dat Joodse wezen gedwongen moeten worden zich tot de Islam te bekeren. Dat gebeurde nadat een Palestijnse delegatie Jemen had bezocht om te eisen dat de Imam elke immigratie naar Palestina zouden beletten. Het Wezen Besluit, argumenteert de geleerde SD. Goiten, was de enige en belangrijkste reden waarom de Joden zo wanhopig trachten Jemen te ontvluchten.

Vanaf 1931 hield de Grootmoefti ermee op om over Zionisten te spreken maar enkel over de Joden. Alle Arabieren werden aangemaand om de Joden van hun landen “net zoals de Joden werden behandeld door de Arabieren van Palestina.” Het congres werd gevolgd door geweld in Marokko, in Casablanca in 1932, in 1933 Casablanca en Rabat, in 1937 in Rabat en Meknes en in 1939 nogmaals in Meknes. In Tunesië veroorzaakte een entente tussen Tunesische nationalisten en het Palestijnse Arabische Hogere Comité geweld in Sfax in 1932. Dit alles gebeurde nog vóór de feitelijke oprichting van de staat Israël in 1948.

Britse verslagen namen nota van de intense anti-Joodse propaganda in Jemen. De Joodse vluchtelingen probeerden om het door de Britten gecontroleerde Aden te bereiken. In 1939 werd een menigte tot geweld opgehitst tegen Britten en Joden toen zij vervalste foto’s vertoonden van Arabische kinderen die waren opgehangen telefoonpalen. Andere kranten brachten leugenachtige berichten dat duizenden Arabieren waren gedood en bommen werden afgeworpen op islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem.

Maar de ergste aansporing met de meest dodelijke gevolgen van allemaal, vond plaats in Irak: In 1939, spanden Palestijnse leraren die door de Britten waren uitgezet, samen met Bagdad en met de Grootmoefti en ook met Syrische en Libanese emigranten, en speelden een sleutelrol in het aanzetten tot Jodenhaat gevoed door valse propaganda.

De Grootmoefti zélf complotteerde een nazigroep om via een staatsgreep het Britse bestuur omver te werpen. Met het Britse Leger aan de poorten van Bagdad, werd de Grootmoefti opnieuw tot ballingschap gedwongen maar niet vooraleer hij de Arabieren van Bagdad had voorbereid om de Farhoed in 1941 te laten losbarsten. De pogrom die volgde kostte het leven aan minstens 140 Joden, met velen die verminkt en verkracht werden en 900 winkels geplunderd en gesloopt.

De latere samenwerking van de Grootmoefti met de Nazi ’s werd, ondanks verwoede Arabische inspanningen om het af te zwakken, goed gedocumenteerd. Een toevluchtsoord zoekend in Berlijn, trachtte hij een licentie van de Nazi’s te verkrijgen om de Joden in de Arabische landen evenals in Palestina “uit te roeien op dezelfde wijze als het probleem werd opgelost in de As Landen (Duitsland, Italië en Japan).” Hij richtte een SS Divisie op voor Bosnische Moslims, die 80 procent van de Joden in Bosnië afslachtten. Voor de massale uittocht van de Palestijnen, broedde de Arabische Liga naoorlogs, gecoördineerd plan in Nurenbergse stijl uit om hun Joodse medeburgers als vijandige vreemdelingen te vervolgen.

Het besluit van de Arabische Liga om hun noodlottige oorlog van 1948 tegen de nieuwe staat Israël te lanceren, kwam er na hevig lobbyen door de Palestijnse Grootmoefti. Nee, de Palestijnen zijn helemaal niet de onschuldige slachtoffers die zij beweren te zijn. De Palestijnen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen, niet alleen voor het opdrijven van het conflict met Israël, maar ook voor de rol die zij gespeeld hebben in het etnisch zuiveren van de Joden van de Arabische wereld, die thans ca. 50 procent van de burgers van Israël uitmaken. Als hun keuzes hen onderaan de weg van ellende en miserie hebben geleid, dan hebben zij dat enkel te danken aan hun leiderschap.

door Lyn Julius

Lyn Julius is een journaliste en medeoprichtster van Harif, een associatie in het Verenigd Koninkrijk van Joden afkomstig uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Video: De vergeten vluchtelingen


Met dank aan Tiki S. voor de hint: “Iets wat de gemiddelde Belgisch/Nederlandse lezer absoluut niet wil horen.”

Bronnen:

  1. The Times of Israel: The myth of Palestinian innocence door Lyn Julius [lezen]
  2. Website van Harif “Promoting the history, culture and heritage of Jews of the Middle East and North Africa” [lezen]

Gerelateerd:

  • Mahmoud Abbas looft prestaties van nazi Grootmoefti Haj Amin al-Hoesseini [lezen]
  • De Grootmoefti en Hitler, woensdag 9 december 2009 op Arte-TV [lezen]
  • Palestijnen werden in de jaren ‘30 bewapend door de nazi’s [lezen]
  • ‘Mein Kampf’ erg populair bij moslims in ‘Palestina’ en het Midden-Oosten [lezen]
  • De moslims en de Holocaust [lezen]
  • Radicale islam is ontstaan uit propaganda van de nazi’s [lezen]
  • Hitler’s erfenis: islamitisch antisemitisme in het Midden-Oosten [lezen]

Een gedachte over “Lyn Julius maakt vakkundig komaf met de mythe van de Palestijnse onschuld

  1. De britten hebben de fout gemaakt de Groot-moefti van Jeruzalem destijds te laten leven ipv te vermoorden. Dat heeft het verschil gemaakt met de vele duizenden Joodse slachtoffers in Bosnie. Het zijn de Serviers die later tot vergelding zijn overgegaan in 1995 in Srebenica.

    Like

Reacties zijn gesloten.