Zionisme racistisch? Juist het antizionisme discrimineert [Dimitri van Tienhoven]

treeofzionism

I.

Antisemitisme is in het Nederland van 2013, hoewel het aantal meldingen van antisemitisme al jarenlang toeneemt en Joden vandaag de dag zowel absoluut als relatief de meest gediscrimineerde bevolkingsgroep zijn, niet salonfähig. Geen politicus, noch een andere opiniemaker, zal open en bloot zeggen dat hij een hekel heeft aan Joden.

Kritiek op de Joodse staat daarentegen, is bon ton. Niet alleen worden, wat zonder meer legitiem is, de daden van de Israëlische regering tegen het licht gehouden, ook wordt regelmatig, zoals vrij recent nog door Dries van Agt, het bestaansrecht van de Staat Israël ter discussie gesteld. Met name de antizionistische stellingname dat men weliswaar zegt niets tegen Joden te hebben, maar wel de stichting van van het land kwalificeert als historische vergissing, of dat men stelt dat Israel als Joodse staat dient te verdwijnen, wint aan populariteit.

Zelfs mensen die Israël steunen, zijn tegenwoordig soms huiverig zichzelf als zionist te omschrijven. Zionist is, zoals een vriend van mij het omschreef, een scheldwoord geworden. Het heeft een akelige bijklank gekregen, doordat er vanuit critici zo wordt gefulmineerd tegen Het Grote Zionistische Kwaad.

Voor de krantenlezer en televisiekijker die zich nooit in de geschiedenis van het Arabisch-Israëlisch conflict heeft verdiept, klinkt het aannemelijk. Want immers, is de Staat Israël niet tot stand gekomen door neokoloniale agressie tegen de Arabieren? Is het zionisme niet in wezen een racistische ideologie, zoals zowel in extreemlinkse hoek als in islamitische hoek wordt gesteld? Of is het zionisme niet in feite religieus van aard en claimen de Joden Israël enkel op grond van een duizenden jarenoude Bijbelse landbelofte?

Het antwoord op al deze vragen luidt: nee. De stichting van de Staat Israël was géén historische vergissing. En het zionisme is geen kwaadaardige racistische ideologie. Aan de hand van de feiten zal ik bovengenoemde beweringen die geen enkel ander oogmerk hebben dan de legitimiteit en het bestaansrecht van Israël te ontkennen, weerleggen.

II.

Om te beginnen: het is, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, niet waar dat Israël tot stand is gekomen door agressie en landjepik. Er hebben door de eeuwen heen steeds Joodse gemeenschappen in Israël geleefd. Met de opkomst van het moderne zionisme, in de tweede helft van de negentiende eeuw, werd – mede gevoed door het toenemend antisemitisme in Oost-Europa, de toegenomen secularisering, het toegenomen nationalisme in Europa, en de toegenomen mobiliteit, de wens tot terugkeer naar Israël steeds sterker.

Dat betekent niet, dat dit met agressie gepaard ging. Totaal niet, zelfs. Er was sprake van massale immigratie en ontwikkeling van het land. Land werd aangekocht, niet veroverd. Plekken waar nog niets was, werden opgebouwd. Dorpen, steden, kibbutzim en universiteiten verrezen. Met instemming van de Arabische en Ottomaanse grondbezitters, die het merendeel van de grond in handen hadden. Zij verkochten hun land, tegen een hoge prijs, aan de Joodse organisaties en emigranten.

Hiertoe werd geld ingezameld door de Joodse gemeenschappen in Europa en Amerika. Zowel de kleine man, als de Rotschilds en Montefiores, zamelden geld in voor deze zaak, hoewel het zionisme nog niet algemeen aanvaard was, met name niet door de meer traditionele Joden. Zodoende nam de emigratie naar het huidige Israël – dat toentertijd eerst onder gezag van het Ottomaanse Rijk en later, na het Ottomaanse verlies in de Eerste Wereldoorlog, onder gezag van het Brits mandaat van de Volkenbond stond – toe.

Een van de belangrijkste uitgangspunten van het internationaal recht is het zelfbeschikkingsrecht. Een volk heeft recht op een staat in een gebied waar het de meerderheid vormt. In 1917 wordt dan ook in de Balfour-verklaring uitgesproken dat er een Joodse staat gesticht moet worden in dat deel van het Brits Mandaatgebied waar een Joodse meerderheid is, uiteraard met inachtneming van de burgerlijke en religieuze rechten van alle minderheden.

In 1947 stelden de Verenigde Naties – de opvolger van de Volkenbond – volledig in overeenstemming met de uitgangspunten van het internationaal recht, en in overeenstemming met de rechten van zowel de Joden als de Arabieren, een Verdeelplan op. Dit VN-Verdeelplan werd bekrachtigd met Resolutie 181.

Hierbij zou het Mandaatgebied gesplitst worden in twee delen. Een Joods deel met een Joodse meerderheid en een Arabische minderheid; een Arabisch deel met een Arabische meerderheid en een Joodse minderheid. Jeruzalem zou een internationale status krijgen waarbij de bewoners nationaliteitskeuze zouden krijgen voor de Joodse of de Palestijnse staat.

De Joden hebben dit VN-Verdeelplan, dat een aanmerkelijk kleiner territorium aan Israël toekende dat het Israël van vandaag de dag, aanvaard. De Arabieren hebben het afgewezen. De Arabische leiders zwoeren Israël te zullen vernietigen en het bleef niet bij retoriek: de dag na de Onafhankelijkheidsverklaring van Israël en het afzwaaien van de Britse militairen, vielen de Arabische legers de jonge Staat Israël binnen.

Israël had toentertijd nog niet de militaire superioriteit die het vandaag de dag heeft. Er was nog geen georganiseerd leger, er waren verdedigingsgroepen als de Hagana en de Irgoen, maar het totaal aantal strijders bedroeg in 1948 niet meer dan 30.000. Israël had ook nog geen geavanceerde militaire technologie, of noemenswaardige steun van het Westen, dat nog haar wonden likte van de Tweede Wereldoorlog. Israël heeft deze oorlog gewonnen zonder steun van buitenaf, uitsluitend omdat men – letterlijk – geen andere kant uit kon: de keuze was tussen vechten voor het leven, of de zee ingedreven worden.

Aan het einde van de oorlog, in 1949, waren de bestandslijnen anders dan de voorgestelde grenzen van het VN Verdeelplan. Honderdduizenden Palestijnen waren voor het oorlogsgeweld gevlucht uit Israël, (en: geëvacueerd door de leiders van de Arabische buurlanden, zodat zij Israël gemakkelijker zouden kunnen zuiveren van Joden nadat zij de oorlog gewonnen hadden) en honderdduizenden Joden waren weggevlucht door pogroms in de Arabische wereld.

Het was niet nodig geweest als de Arabieren Resolutie 181, die volstrekt in overeenstemming was met het internationaal recht en eerbiediging van de rechten van de Arabische minderheid binnen Israël garandeerde, hadden aanvaard.

III.

In de geschiedenis van de Verenigde Naties was resolutie 3379 uit 1975, zoals Kofi Annan het later noemde, een absoluut dieptepunt. De Algemene Vergadering, getalsmatig toentertijd gedomineerd door de communistische en islamitische staten, nam de beruchte resolutie aan waarin ronduit werd gesteld dat “zionisme een vorm van racisme en raciale discriminatie” is. Deze resolutie werd in 1991, na de val van de Sovjet-Unie, herroepen.

Desalniettemin zit de gedachte dat zionisme iets kwaadaardigs, een vorm van racisme, zou zijn, nog steeds in de hoofden en harten van vele mensen – sowieso in islamitische hoek, maar ook onder aanhangers van extreemlinks gedachtegoed zijn dit soort geluiden regelmatig te horen.

Om te beoordelen of deze kritiek terecht is, zouden we eerst moeten definiëren wat zionisme inhoudt. De Van Dale geeft de volgende definitie: “het streven van een bepaalde Joodse groepering om een eigen staat op te richten en te behouden”. Met deze werkdefinitie kan ik leven. Zionisme is, inderdaad, het streven van Joden om een eigen staat op te richten (wat ook gebeurd is) en te behouden (een strijd die helaas nog dagelijks gevoerd moet worden aangezien het overgrote deel van de islamitische wereld nog steeds uit is op vernietiging van Israël.)

Twee dingen zijn belangrijk om te weten.

Ten eerste spreekt de “zionisme is racisme”-stellingname uit dat er sprake is van een raciale discriminatie. Dit terwijl er, bij het streven naar een Joodse staat, geen enkel onderscheid op ras wordt gemaakt. Er is niet zoiets als een Joods ras. Er is een Joodse taal, een Joodse cultuur, een joodse godsdienst en een Joods volk, maar er is niet zoiets als een Joods ras. Joden zijn geen ras, Joden zijn een volk.

Door de verstrooiing van het Joodse volk is er sprake geweest van vermenging met andere volkeren. Bovendien zijn er individuen en volgens sommige theorieën zelfs complete stammen overgegaan tot het jodendom. Juist door die grote variëteit is het evident dat er niet iets bestaat als een Joods ras. Dat is ook niet nodig om een volk te vormen. Het Amerikaanse volk heeft een enorme diversiteit, toch zal niemand het bestaan van het Amerikaanse volk ontkennen.

(Overigens zijn er personen die beweren dat, juist omdat niet alle Joden rechtstreeks af zouden stammen van het Joodse volk dat in Israël leefde, er geen verbondenheid met Israël is en deze mensen dus geen enkele aanspraak op het land hebben. Dat is onjuist: ten eerste heeft er door de eeuwen heen zoveel vermenging plaatsgevonden, onder alle volkeren, dat afstammingstheorieën puur op basis van bloedlijnen per definitie niet opportuun zijn, ten tweede is iemand die bekeerd is tot het jodendom in alle opzichten een volwaardig lid van het Joodse volk – vergelijk het met een naturalisatieprocedure waarna iemand volwaardig Nederlander is – en ten derde heeft een volk nog altijd het recht zelf te bepalen wie er deel van uitmaken.)

Tot zover de weerlegging van de beschuldiging dat zionisme een vorm van raciale discriminatie is. Maar, de vraag blijft overeind, is zionisme niet mogelijk een andere vorm van discriminatie, bijvoorbeeld van discriminatie op grond van het al dan niet behoren tot een volk?

Ook die vraag moet negatief beantwoord worden. Dat het zionisme een Joodse staat nastreeft, klopt. Dat betekent niet, dat het de rechten schendt van niet-Joden in de Joodse staat. Zowel in de theorie als in de praktijk worden de rechten van de niet-Joodse minderheden geëerbiedigd. Christenen en moslims, Palestijnen, bedoeïenen en Druzen, hebben gelijke rechten in Israël. Het staatsburgerschap is niet gebonden aan Joodse status. Zo is de praktijk al sinds 1948.

Dit is ook van meet af aan het uitgangspunt geweest van het zionisme en van de eerder genoemde Balfour-verklaring en van resolutie 181, die dit nadrukkelijk als eis stelden. Het is ook een uitgangspunt van de Israëlische basiswetten, en werd zelfs genoemd in de Onafhankelijkheidsverklaring: er is in Israël gelijkheid voor de wet.

Israël is een Joodse staat, maar erkent de rechten van niet-Joodse minderheden. De bewering dat zionisme een vorm van racisme of andere discriminatie zou zijn is dan ook onjuist en zelfs lasterlijk.

Overigens: strikt genomen is het niet relevant, maar aangezien de ‘zionisme is racisme’-aantijgingen met name uit islamitische hoek komen, kan ik het niet nalaten te vermelden dat in vrijwel de gehele islamitische wereld wereld joden, christenen en andere religieuze en etnische minderheden in het beste geval gediscrimineerd worden en in het slechtste geval hun leven niet zeker zijn.

Over discriminatie gesproken.

IV.

De moderne zionisten waren in de regel niet-religieuze Joden. Het streven naar een Joodse staat was dan ook niet primair religieus geïnspireerd, als wel keiharde noodzaak. Waar Israël voor religieuze Joden het Beloofde Land is, moest het voor seculiere Joden vooral een Veilig Land zijn.

De eeuwenlange hel van vervolging, moord, verdrijving en uitsluiting, toonde aan dat Joden als minderheid hun leven en bestaansrecht niet zeker waren. Zeker, er waren grote verschillen van plaats tot plaats en van tijd tot tijd, maar groot was de schok toen zelfs in het verlichte Frankrijk een volstrekt atheïstische, geassimileerde en loyale Fransman, enkel omdat hij Jood was, willens en wetens wegens hoogverraad werd vervolgd, terwijl bekend was dat hij onschuldig was: de beruchte Dreyfus-affaire. Om nog maar te zwijgen over, in dezelfde periode, de vernederingen, moordpartijen en verkrachtingen van complete Joodse gemeenschappen in Oost-Europa.

Het klopt dat Joden het Land Israël beschouwen als het historisch thuisland van het Joodse volk. De wens tot terugkeer naar op dit land is nooit opgegeven: religieuze Joden bidden driemaal per dag voor terugkeer naar het Beloofde Land. Dit staat echter los van de moderne Staat Israël, hoewel de opvattingen binnen het orthodox jodendom hierover verschillen. Voor de ene religieuze Jood heeft de huidige Staat Israël wél, voor de andere religieuze Jood géén betekenis in religieuze zin.

Hoe dan ook is het feitelijk onjuist dat deze landbelofte de basis vormt van het moderne zionisme. Het is essentieel dat, voor het overtuigen van mensen, men binnen hetzelfde paradigma redeneert. Volgens de toentertijd algemeen heersende christelijke vervangingstheologie, was het Joodse volk vervangen door de Kerk van Christus. Hiermee verviel, volgens de meeste christenen, religieus gezien de speciale status van het Joodse volk en de landbelofte. Er is dan ook door de vroege zionisten en door de stichters van de Staat Israël geen beroep gedaan op de landbelofte: de Bijbel bleef buiten beschouwing.

Wel is er, terecht, gewezen op het feit dat (en dat staat los van de landbelofte!) er sprake is van duurzame verbondenheid van het Joodse volk met Israël. Dat staat los van de vraag of God bestaat en of, zo ja, Hij het Joodse volk het Land Israel heeft beloofd. Het is een historisch feit dat niet te ontkennen valt dat de Joodse aanwezigheid in Israel tot meer dan 3000 jaar teruggaat.

Een klassieke anekdote, die jammer genoeg niet waargebeurd is, verhaalt over de Algemene Vergadering van de VN:

De Palestijnse afgevaardigde begint, als altijd, over de vermeende agressie door Israël gepleegd.

De Israëlische afgevaardigde staat op en vertelt: “Weet u, over twee dagen vieren wij Pesach, waar wij onze uittocht uit Egypte herdenken. Zoals de meesten van u weten, trok Mozes met ons door de woestijn, voor veertig jaar. Ergens stopte hij, en hield hij halt, om bij een rots aan te komen. Hij sloeg met zijn staf op de rots, zodat wij onze kleren konden wassen. Maar, het wordt niet in de Bijbel verteld, hij wilde ook zichzelf wassen. Dus hij stond op, legde zijn kleren neer, liep een eindje om – zodat hij niet in het zicht stond – en waste zichzelf. Maar, toen hij terugkwam – waren zijn kleren verdwenen. En, nu heb ik grondige redenen om te veronderstellen dat het het Palestijnse volk was dat zijn kleren heet gestolen”.

De Palestijnse afgevaardigde springt op en roept: “Jij leugenachtige zionist! Je weet net zo goed als ik dat er toen Mozes het land binnentrok, het Palestijnse volk nog niet bestond, laat staan dat het in Israël woonde!”

Waarop de Israëlische afgevaardigde antwoordt: “Precies, en daarmee zou ik graag mijn eigen speech willen beginnen.”

Hoe dan ook, afgezien van de religieuze vraag over de landbelofte, is het evident dat het Joodse volk duurzaam verknocht is met het Land Israël, en dat de Joodse aanwezigheid hier zeer lang teruggaat – tot een periode waarin de Arabische volkeren en de islam nog niet bestonden. Dat is geen religieus dogma, dat is een historisch feit.

V.

Het antizionisme wint terrein in West-Europa. Waar antisemitisme algemeen wordt afgekeurd, wordt antizionisme afgedaan als een normaal, te billijken standpunt.

Waarin antizionisme zich onderscheidt van het hebben van kritiek op Israël, is dat het antizionisme de legitimiteit van Israël an sich ontkent. Het gaat dus een stap verder: een Israël-criticus bekritiseert de Israëlische overheid, een antizionist stelt dat er überhaupt geen Israël moet zijn, of had moeten zijn.

Israël is de oorlog met de Arabische buurlanden, die inmiddels al 65 jaar door ettert, niet begonnen. Het probleem is dat Israëls buurlanden – daarin met name gesterkt door de islamitische doctrine dat land dat ooit islamitisch is geweest, dat voor altijd moet blijven – niet bereid zijn Israël als Joodse staat te aanvaarden. Dat is geen Israëlisch probleem, dat is een probleem van de Arabieren waar Israel last van heeft. Ook moslims zullen moeten aanvaarden dat de wereld niet alleen van hen is.

Aan het einde van de dag is, zoals de definitie van de Van Dale al aangaf, het zionisme niets anders dan het streven naar behoud van het Joodse land voor het Joodse volk. Met eerbiediging van de rechten van minderheden, met inachtneming bij de totstandkoming van het internationaal recht, en daarop gebaseerd. Dat zou net zo normaal moeten zijn als het streven naar behoud van Frankrijk voor het Franse volk, Duitsland voor het Duitse volk en Nederland voor het Nederlandse volk.

Aangezien het antizionisme het Joods nationalisme duidelijk anders kwalificeert dan – bijvoorbeeld – het Amerikaans of Arabisch nationalisme, is niet het zionisme maar juist het antizionisme een vorm van discriminatie die derhalve bestreden dient te worden. Want waarom zou het Joodse volk als enige volk het recht op een veilig thuisland ontzegd moeten worden?

door Dimitri van Tienhoven


Bronnen:

  1. Dimitri van Tienhoven blog: Zionisme racistisch? Juist het antizionisme discrimineert [lezen]

4 gedachtes over “Zionisme racistisch? Juist het antizionisme discrimineert [Dimitri van Tienhoven]

  1. ben blij dat jullie zo goed voor mij zijn, leer er veel van, denk wel eens nou wat hebben die veel te doen, lees veel nu elke dag, alleen ben ik zaterdags vrij, dan gaan wij naar de sjoel,dan ben ik blij, wens jullie ook (En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken; Dan zal IK gedenken aan MIJN verbond, hetwelk is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven) Baruch HaShem.
    Gershom Ben Jehuda.

    Like

  2. Hier nóg maar eens de uitleg van de geschiedenis en het waar & waarom van de Joodse staat.

    Dat dit tegen dovemansoren gericht is, is een overbodige vaststelling.

    Een goede & oprechte Anti Semiet/Anti Zionist zal altijd wel kunnen uitleggen waarom hij/zij vindt dat Israel & die Joden…………blablabla.

    Vandaar dat Israel het énige juiste doet….hij laat het héle zootje in hun haat gaar smoren en doet precies wat er gedaan moet worden om zijn burgers te beschermen……, mét of zonder toestemming van de politiek correcte meute!

    Laten de wereld sekte van anti Semieten de haat bal maar naar elkaar toespelen en het vooral vertellen aan iemand die het ook interesseert.

    In Israel gaat intussen het leven vrolijk & bruisend verder, terwijl de rest (niet Israel) aan het zuur ten onder zal gaan.

    Like

  3. “Zelfs mensen die Israël steunen, zijn tegenwoordig soms huiverig zichzelf als zionist te omschrijven. Zionist is, zoals een vriend van mij het omschreef, een scheldwoord geworden.”

    begin mij dan al maar uit te schelden want…..

    IK BEN EEN ZIONISTE EN IK BEN ER FIER OP !

    Like

Reacties zijn gesloten.