Haat jegens de Joodse staat is kernidentiteit van islamitische republiek Iran geworden [Afshin Ellian]

President Mahmoud Ahmadinejad van Iran: “Met de gratie van God en met de hulp van de naties, zal in het nieuwe Midden-Oosten geen spoor meer te vinden zijn van Amerikanen en Zionisten.”

De Cleveringalezing van Afshin Ellian aan de Universiteit van Haifa, Israël

Sjalom,

Eind jaren tachtig vluchtte ik uit het Midden-Oosten. En nu ben ik, na al die jaren, weer terug in het Midden-Oosten. In Israël, nota bene! Volgens mijn tegenstanders ben ik een Joodse, ja, Israëlische huurling. Maar ik ben nooit eerder in Israël geweest.

Wanneer heb ik voor de eerste keer van Jeruzalem gehoord? Als kind wist ik dat Jezus in Bethlehem was geboren en Mozes spleet de Nijl en nam de Joden mee naar een beloofd land. Maar wanneer hoorde ik voor de eerste keer de naam Jeruzalem?

Geboorteland
Toen Iran, mijn geboorteland, werd aangevallen door Saddam Hussein, werd hij al na anderhalf jaar verdreven uit de meeste steden en dorpen van Iran. Hij was eigenlijk verslagen, en daarom was hij bereid om vrede te sluiten.

Vervolgens wilden de Golfstaten namens Irak een schadevergoeding betalen aan Iran. De meeste Iraanse oppositionele groepen waren ook van mening dat de oorlog voorbij was. Maar imam Khomeini, de leider van Iran, dacht daar anders over. Khomeini zei letterlijk: ‘Via Karbala gaan we Jeruzalem veroveren op de zionisten.’

Muren
Overal, op alle muren, werd de wens van deze imam opgeschreven: Baray fateh Urshalem az karbala bayad gozasht, ofwel: voor de verovering van Jeruzalem moeten we via Karbala gaan. Zo hoorde ik, en miljoenen andere Iraniërs, voor de eerste keer de naam Jeruzalem.

Indertijd vroeg een bakker me, en ik was nog een kind, of ik wist waar Jeruzalem lag. Hijzelf dacht dat Jeruzalem ergens in het zuiden van Iran lag, en dat zuiden werd in die tijd nog door Irak bezet. Maar dat vond ik niet logisch: eerst moet men naar Karbala in Irak en daarna naar Jeruzalem, dus het ligt dichtbij Bagdad, dacht ik.

Verwarring
Deze topografische verwarring is kenmerkend voor de vorming van de islamitische republiek Iran. Karbala ligt in een ander land, namelijk Irak, en Jeruzalem ligt nog een stuk verder, in een land dat door weinig Iraniërs is bezocht. Maar Jeruzalem moest en moet worden veroverd, zo riepen de mullahs.

De eerste stap naar de verovering van Jeruzalem bestond erin om nooit meer Jeruzalem te zeggen: sindsdien spreekt men van Bayt al-Moqadas. Daardoor kennen miljoenen Iraniërs de naam Jeruzalem niet. Bayt al-Mogadas is een Arabische benaming.

De Perzische taal kent al sinds Cyrus de Grote alleen de naam Jeruzalem. Die naam moest verdwijnen. Op deze manier sleepte imam Khomeini het Arabisch-Israëlische conflict het Perzisch-Islamitisch conflict in. Verander de naam, verander daarmee de geschiedenis, en verander uiteindelijk de ziel. Dat probeerden de mullahs. Ze creëerden een nieuwe, fictieve vijand.

Marcheren
De fictieve vijand werd dus in retorische zin de werkelijke vijand. Elke ochtend moeten miljoenen kinderen in Iran op de vlag van Israël en Amerika marcheren. Haat jegens de Joodse staat is de kernidentiteit van de islamitische republiek Iran geworden. Deze bizarre toestand duurt al 33 jaar. Wat hebben de ayatollahs intussen veroverd?

Niets. Wat zij wel hebben veroverd, zijn de massagraven in Perzië: het totalitaire regime van Teheran heeft vele duizenden onschuldige Iraniërs geëxecuteerd, gemarteld of gevangen genomen. Dit is de grootste verdienste van het islamitische regime van Iran. En hoe denken de meest Iraniërs over de verovering van Jeruzalem? Tijdens de massale demonstraties in 2009 riepen de Iraniërs op Quds-dag: ‘Niet voor Gaza, niet voor Libanon, ik geef mijn leven alleen voor Iran!’

De Groene Beweging van Iran streeft naar democratie, vrijheid en welvaart voor Iraniërs. Het regime van de ayatollahs wil daarentegen de kerstman zijn van alle terroristische jihadi-groepen in het Midden-Oosten. Dit is de stand van zaken op dit moment, nu de Joodse staat met de financiële en militaire steun van de Iraanse regering wordt aangevallen.

Vriend 
Opnieuw: sjalom. Ik sta nu voor u.

In uw prachtige land groet ik u nederig als een vriend geboren in Iran en herboren in Holland. Als Pers en Hollander draait in mijn leven alles om moed in donkere tijden.

Op de avond van 25 november 1940 nam professor Rudolph Cleveringa, een professor in burgerlijk recht aan de rechtenfaculteit van de in 1575 opgerichte Universiteit Leiden, afscheid van zijn familie. Hij vroeg aan zijn vrouw om zijn koffer klaar te zetten. Daarna zei hij tegen zijn geliefden: ‘Het is mijn plicht. Ik moet het doen.’

Rassenwetten
Wat wilde Rudolph Cleveringa doen?

Nederland werd in mei 1940 bezet door Nazi-Duitsland. Het naziregime voerde rassenwetten in bezette landen in. Volgens deze wetgeving was het voor Joden verboden om aan universiteiten te werken of te studeren. Alle Joodse medewerkers van de universiteit moesten worden ontslagen. Op het embleem van de Universiteit Leiden stond geschreven: Praesidium Libertatis, Bolwerk van vrijheid. Dat staat er nog steeds.

Professor Cleveringa liep op 26 november 1940 naar het grote auditorium van de Universiteit Leiden. Overal stonden studenten en medewerkers van de universiteit op hem te wachten. De straten en steegjes rond het Academiegebouw stonden vol mensen die de toespraak van Cleveringa wilden horen.  Een vrijwillige toespraak!

Wat zei hij? In zijn toespraak keerde professor Cleveringa zich tegen de maatregelen die de bezetter had genomen om de Joodse studenten en medewerkers van de universiteit te ontslaan.  Het was een glorieuze toespraak van een moedige burger.

Gestapo
Dezelfde avond nog werd professor Cleveringa door de Gestapo gearresteerd. De toespraak van Cleveringa gaf inspiratie en moed aan velen om verzet te plegen tegen het naziregime. Ook nu, zoveel jaren later, moeten we ons afvragen: wat is politieke moed? Waarom moeten burgers moedig zijn?

Politiek handelen wordt vaak verbonden met het strategische inzicht om bepaalde belangen te beschermen. Dat is zonder meer waar. Bovendien is de retorische gave onontbeerlijk voor politiek handelen. Politiek wordt niet beheerst door objectieve natuurkundige wetten. Waar het handelen voorop staat, gaat het om de personen.

Het zijn individuen en volkeren die de politiek vorm en inhoud geven. Persoon en politiek zijn diep verbonden met elkaar. Zonder individuele personen bestaat er geen politiek. In donkere tijden worden juist personen op de proef gesteld. Een natie wordt op de proef gesteld. De vraag is nu: welke deugd kan als fundamenteel worden beschouwd voor politiek handelen?

Polis
In haar essay ‘Wat is vrijheid?’ behandelt Hannah Arendt de vrijheid als het uiteindelijke doel van publieke ruimte, ofwel politiek in de zin van polis. De polis wordt gesticht om de vrije mensen te dienen, aldus Arendt. De polis of politiek is een verschijningsruimte die niet omwille van ismen of ideologieën is gevestigd. Politiek is geconstrueerd om vrijheid gestalte te geven. En precies op dit punt, bij de vrijheid merkt Hannah Arendt op dat ‘moed een van de fundamentele politieke deugden is’. Wat is moed als de noodzakelijke politieke deugd?

Arendts antwoord op deze vraag bevat niet een psychologische analyse van moedige mensen: ‘Moed is een groot woord, en ik bedoel er niet de durf van de avonturier mee die graag zijn leven op het spel zet om zich, oog in oog met het gevaar en de dood, zo diep en intens in leven te weten als maar mogelijk is’.

Het gaat dus niet om roekeloosheid. Evenmin gaat het om de verachting van het leven. Wie het leven veracht is niet moedig, maar wellicht psychopathisch. Moed bevredigt, schreef Arendt, ‘niet ons individueel gevoel van vitaliteit, maar wordt gevoederd vanuit de eigen aard van de publieke ruimte’.

Oogmerk
Welk oogmerk heeft dan de politieke moed? Waarvoor is moed? Om daarmee individuen te dienen? Nee, denkt Hannah Arendt. De publieke ruimte bestond al voordat wij waren geboren, en zij is er om ons te overleven.

De publieke ruimte zou zich volgens Arendt primair niet op het individuele leven en individuele belangen richten. De zorg voor het leven behoort tot de particuliere private ruimte. Waarom vraagt de publieke ruimte, ofwel politiek, aan ons om moedig te zijn? De publieke ruimte en politiek zijn hier verwisselbare begrippen. Wat wil de publieke ruimte met ons?

Diepe bezinning
Arendts antwoord getuigt van een diepe bezinning op het begrip politiek. Ze schrijft: ‘Moed bevrijdt de mensen van hun bezorgdheid om het leven ten gunste van de vrijheid van de wereld. Moed is onontbeerlijk omdat in de politiek niet het leven maar de wereld op het spel staat.’

Dit antwoord is een scherpe kritiek op marxistische en fascistische ideologieën, die juist het individuele leven – hetzij van een individu, hetzij van een volk (ook een singulier begrip) – als een overheersend beginsel willen vestigen. Dan is alles ten dienste van dat leven. Alle politieke deugden die dat individuele leven niet gelukkig kunnen maken, zijn overbodig.

Wat was de wereld voor Hannah Arendt? De wereld is voor Arendt de oeroude tegenstelling tussen natuur en polis. De burgerlijke, politieke ordening is de wereld die zich van het dierlijke, en het private, familiale heeft losgemaakt. In de polis, in deze wereld, verschijnen legendarische mannen als Mozes niet om het leven te dienen, maar om de vrijheid te vestigen in een specifieke ruimte voor een specifiek volk. De ruimte van vrijheid treedt op als beschermengel van het leven.

Lafheid
De wereld, de polis, verwacht van de burger dat hij de moed als een politieke deugd aanwendt teneinde deze te beschermen, om haar te behoeden en om haar te verbeteren.

Wat is dan lafheid? Het principieel negeren van de wereld en een principiële terugtrekking naar de eigen individuele existentie zijn in een donkere tijd te beschouwen als vormen van lafheid.

Politieke lafheid begint waar de moed wegebt. De wereld kan niet zonder moedige mensen voortbestaan. Dan staat de wereld op het spel.

Van de kaart vegen
Welke wereld heeft Cleveringa opgeroepen door het voor Joden op te nemen? De wereld van Cleveringa heette Nederland. En als Cleveringa zich slechts op zijn eigen individuele existentie had teruggetrokken, zou Nederland een weerloze wereld zijn geweest tegenover de wereld van de nazi’s.

De nazi’s zouden dan met succes de wereld van Nederland van de kaart vegen. Wat sidderde in de wereld van Nederland? Tolerantie, vrijheid, soevereiniteit en de Joodse mensen die met Spinoza een onsterfelijke ster aan de hemel van de mensheid hadden gegeven.

Toch hebben de meeste Nederlandse Joden de nazi’s niet overleefd. Weinigen blijken gehoor te hebben gegeven aan Cleveringa’s oproep om de vrijheid te beschermen.

Voortleven
Moed als politieke deugd kan voortleven op basis van herinneringen en voorbeelden. Herdenken is daarbij een kerntaak van een wereld die niet vergeten wil worden. Daarom herdenken wij professor Cleveringa, om ervoor te zorgen dat ook deze generatie burgers wordt opgevoed met het idee van weerbaarheid. Moed maakt een volk weerbaar. Maar zijn we nog steeds in staat om te herdenken?

Het aantal incidenten rond de Nederlandse herdenking van de Tweede Wereldoorlog neemt toe. Het zijn zelfs geen incidenten meer, er valt een patroon in te herkennen. Kennelijk zijn de politiek-morele normen ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog aan het veranderen: op 4 mei wilde men een gedicht voorlezen voor een gevallen Waffen SS’er en was sprake van een herdenkingsmonument in het dorp Geffen waarop de namen van Joodse slachtoffers en de nazi-militairen naast elkaar zouden staan.

Amnesia
Relativeren van het verleden en relativeren van feiten zullen uiteindelijk tot het relativeren van Cleveringa’s daad leiden. Een wereld die aan amnesia leidt, zal op den duur niet meer weten wat politieke moed is. Ook voor het maken van onderscheid tussen goed en fout, tussen terrorist en zijn slachtoffers, tussen waarheid en onwaarheid, heeft de mensheid moed nodig. Moed begint niet met fysieke kracht of mentale grootheid, maar het begint met het kritische vermogen om onderscheid aan te brengen tussen verschillende zaken.

Ten aanzien van Gaza zien we in de Westerse media dezelfde cultureel-relativistische, postmoderne behoeften aan verzoening en aan morele gelijkwaardigheid. De daden van terroristen worden in morele zin gelijkgesteld aan de verdedigingsdaden van het Israëlische leger. Het geweld van Hamas, een vorm van islamitisch fascisme, wordt gelijkgesteld aan het geweld van een waarachtig volksleger, dat van de democratie Israël.

Het goede
Het politieke postmodernisme ontkent de duurzaamheid van het goede in de wereld. In het politieke postmodernisme verandert de continuïteit van de wereld in discontinuïteit.

De destructieve houding van de historische cultuurrelativistische beweging zal tot een revisie van de Shoah kunnen leiden. Het politieke postmodernisme zal tot georganiseerde vergetelheid kunnen leiden.

De mens is niet in de geschiedenis, hij is de geschiedenis, aldus de Mexicaanse dichter Octavio Paz in Het labyrint der eenzaamheid. Het historische besef, het voortbestaan van de geschiedenis, zijn de steunpilaren van de wereld waarin wij ons bevinden. En als de geschiedenis leeft, dan leeft de mens ook en als de mens leeft, leeft de altijd terugkerende mogelijkheid van het eeuwige begin voor deze ‘kwetsbare unieke beginneling’. Dit is in principe, in zijn diepste essentie, een grootse, ontroerende uitvinding van de oude Hebreeërs geweest.

Dapperen
We eren Cleveringa, we eren de dapperen, zolang wij durven niet te vergeten en het verleden van deze wereld blijven herdenken en herinneren.

Elk herinneren is ook een kaddish voor doden. Elke herinneren tart ons geweten: waarom konden zovelen niet moedig zijn? Zonder herinnering zijn we niet meer weerbaar en komen we in een grondeloze wereld terecht.

De Thora is het boek van de herinnering. Eindelijk ben ik aangekomen in het land waar in de herinnering de moed en de levenslust voor de toekomst worden gevonden.

Lehiet-ra’ot!

door Afshin Ellian


Met dank aan P. E. voor de hint: “Briljante column/ speech van Afshin Ellian over Israel!!

En ook Tiki S.: “Een mooi doordachte beschrijving van een beschaafde man die het weten kan.”

Bronnen:

  1. Elsevier Nederland: Mijn Cleveringalezing: Moed in donkere tijden door Afshin Ellian [meer]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.