Israël wacht nog steeds op verontschuldigingen van Turkije voor Mavi Marmara [Gerald M. Steinberg]

In de nacht van 30 op 31 mei 2010, op de m/s Mavi Marmara voor de kust van Gaza, bereidden ‘vredeactivisten’ van de Turkse IHH, die banden onderhoudt met Al Qaeda, zich voor op een gewelddadige confrontatie met het IDF. Hun doel: onder het mom van een hulpactie de legale Israëlische zeeblokkade van de Gazastrook doorbreken en de overzeese aanvoerroute van wapens en munitie voor de terreurgroep Hamas en randorganisaties in Gaza weer vrij maken. Echter, de aanval wordt door het IDF afgeslagen en negen van hen zullen de Israëlische militaire zelfverdedigingsactie niet overleven.

De conclusie van het onderzoek naar het incident door een VN-commissie is ondubbelzinnig: “De zeeblokkade werd opgelegd als wettige veiligheidsmaatregel om te verhinderen dat wapens overzee de Gazastrook binnen geraken en wordt toegepast conform de vereisten van de internationale wet.Sindsdien wacht Israël op verontschuldigingen van Turkije voor de aanslag.

Echter, een diep gefrustreerde Turkse premier Erdogan verwerpt de VN-onderzoeksresultaten en verbreekt de relaties met Israël, ondanks het feit dat de Israëlische regering zijn condoleances aanbood voor de dood van de negen opvarenden maar zich terecht weigert te verontschuldigen voor het afslaan van de Turkse (mislukte) aanslag op de veiligheid van de Joodse staat.

Waiting for Turkey’s Apology

door Gerald M. Steinberg

bron: http://blogs.timesofisrael.com

De krachtige reactie van de Turkse overheid op de moord van vijf van zijn burgers door artilleriegeschut dat door Syrische regeringsstrijdkrachten werd afgevuurd, is begrijpelijk. De tegenaanval van Turkije begon met twee dagen aanvallen van de artillerie waarbij naar verluidt een aantal Syrische militairen werden gedood en er zijn aanwijzingen dat een uitgebreide operatie op til staat. Het Turkse parlement heeft zijn goedkeuring gegeven voor een grondaanval in Syrië in antwoord op de ‘agressieve actie’ die een ernstige bedreiging vormde voor de nationale veiligheid.

In het spoor van deze aanval en snelle reactie zal de Turkse regering, die wordt geleid door premier Erdogan, zeker de Israëlische reactie begrijpen en steunen op de veel meer gewelddadige aanvallen op zijn burgerbevolking. Als Turkije het gerechtvaardigd acht om een zware militaire tegenaanval uit te voeren als reactie op de dood van vijf burgers na de grensoverschrijdende aanslag, zullen zijn leiders het recht van Israël begrijpen en de noodzaak om militair op te treden en een einde te maken van de duizenden dodelijke raketaanvallen vanuit de door Hamas gecontroleerde Gazastrook.

In een terugblik, zullen Erdogan en andere Turkse leiders zich misschien realiseren dat hun giftige aanvallen op Israël tijdens en na de anti-terreur operatie in Gaza die eind december 2008 begon, volkomen verkeerd waren. De valse beschuldigingen van ‘afslachtingen’ en ‘schendingen van mensenrechten’, die deel uitmaakten van de aan de gang zijnde politieke oorlogsvoering tegen Israël (met inbegrip van het gediscrediteerde Goldstone Rapport), zouden door de Turkse leiders nooit mogen herhaald zijn.

Thans kan dezelfde strategie worden toegepast om de Turkse militaire strijdkrachten te beschuldigen van in Syrië te opereren, alhoewel het onwaarschijnlijk is dat het type van politieke coalitie die werd opgezet om Jeruzalem te vervolgen omtrent vermeende schendingen van de mensenrechten en de internationale wetten, tegen Ankara kan worden gevormd.

In deze context, in plaats van een verontschuldiging te eisen van Israël voor de ongelukkige gebeurtenissen met betrekking tot het ‘Free Gaza Flotilla’ van 2010, zou premier Erdogan kunnen overwegen om zijn verontschuldigingen aan te bieden aan Israël voor zijn ongerechtvaardigde en venijnige aanvallen. Dit flottielje, dat vanuit Turkije vertrok met de steun van ’s lands regering, was ontworpen om steun te verlenen aan Hamas en aan de terreuraanslagen tegen het Israëlische grondgebied en zijn burgers.

Eén boot, de m/s Mavi Marmara, omvatte leden van de terreurorganisatie IHH en toen de deze gewapende groep de enterende IDF soldaten, die dan enkel ‘gewapend’ waren met paintballguns, met veel geweld te lijf gingen en dreigden hen te vermoorden, vochten de soldaten terug voor hun leven wat resulteerde in de dood van negen leden van de IHH. Sedertdien heeft Erdogan herhaaldelijk de Israëlische leiders, aangevallen en een openbare verontschuldiging geëist.

Maar gezien de huidige inspanningen van de Turkse regering om zijn burgers te beschermen tegen de Syrische aanvallen, blijkt de Israëlische reactie in 2010 volkomen verenigbaar met het Turkse beleid. Erdogan moet dit erkennen om het hanteren van dubbele standaarden te vermijden, waarin één set morele principes van toepassing zouden zijn op Turkije terwijl van Israël volledig verschillende eisen worden gesteld.

Een verontschuldiging aan Israël zou reeds een goed begin kunnen zijn.


Met dank aan Tiki S. voor de hint.

Advertenties