Zolang het fantasme de Arabische wereld regeert staat de vrijheid op het spel [Caroline Glick]

Libië, 11 september 2012, exact elf jaar na de aanslag op het World Trade Center in New York. Islamistische roofdieren sleuren hun levenloze prooi triomfantelijk door de straten van Benghazi. Zijn overweldiger houdt een gsm tussen de tanden geklemd. De moderne techniek heeft ook onder barbaren gretig aftrek gevonden, maar in de geesten is er niks veranderd.

“Het beeld van het levenloze lichaam van de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens in de straten van Benghazi, Libië, moet het nieuwe logo worden van de zogenaamde “Arabische Lente,” een multi-state politieke ramp die Stevens’ bazen in het Witte Huis financieel hebben gesteund en aangemoedigd. De “Arabische Lente” brengt de landen in het Midden-Oosten in een nieuwe Middeleeuwen van islamitische tirannie die naar verwacht zal eindigen in oorlog met Israël.” [Dale Hurd – bron]

The reign of imagination

Zou de Amerikaanse ambassadeur Christopher Stevens begrepen hebben waarom hij en zijn mede Amerikanen werden vermoord?

door Caroline Glick [J-Post]

Op het ogenblik dat hij een verstikkingsdood stierf in het Amerikaanse consulaat in Benghazi op de 11de verjaardag van de aanslagen van 11 September op de V.S., zou de Amerikaanse ambassadeur Christopher Stevens toen begrepen hebben waarom hij en zijn mede Amerikanen werden vermoord?

Van wat wij van deze mens hebben geleerd sinds hij vermoord werd, is het duidelijk dat hij een uiterst moedig man was. Hij scheepte in april 2011 in op een vrachtschip richting Benghazi om als Amerikaans verbindingsofficier de acties van de rebellenlegers te helpen coördineren die de Libische dictator Moeammar Gaddafi ten val brachten.

Hij vervulde de regeringsopdracht van de V.S. vanuit haastig opgezette tijdelijke kantoren en verhuisde aldoor van het ene onderduikadres naar het andere in wat beschouwd kan worden als ontzettend barre omstandigheden tijdens de strijd [om de macht in Libië].

Maar begreep hij wel de krachten die hij had ontketend? Stevens kwam in Benghazi aan in een vroege fase van de betrokkenheid van de V.S. in de opstand tegen Gaddafi, een vroegere vijand van de V.S. die sinds 2004 geneutraliseerd werd. Maar ook toen was het duidelijk dat de rebellen met wie hij samenwerkte, jihadiststrijders waren die banden met Al Qadea onderhielden. Hun ware bedoelingen werden pas duidelijk toen vlak nadat het regime in november 2011 ten val kwam, de rebellenstrijders de vlag van Al Qaeda over het gerechtsgebouw van Benghazi hesen.

Begreep Stevens wat dit betekende? Misschien deed hij dat wel. Maar zijn werkgever, de Amerikaanse staatssecretaris Hillary Clinton, deed dat zeker niet. Na de aanslag van dinsdag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, zei Clinton, “Vandaag vragen veel Amerikanen zich af – inderdaad vroeg ik ook mezelf af – hoe dit is kunnen gebeuren? Hoe kon dit gebeuren in een land dat wij hebben helpen bevrijden, in een stad die wij gered hebben van de vernietiging? Deze vraag wijst er enkel op hoe ingewikkeld en verwarrend de wereld soms wel kan zijn.”

Clinton, de verbijsterde stewardess van de Amerikaanse buitenlandse politiek, verklaarde vervolgens met uiterste zekerheid dat er niets is om je zorgen over te maken. “Wij moeten onze ogen goed geopend worden, zelfs in ons verdriet. Dit was een aanslag van een kleine en primitieve groep – niet van het volk of de regering van Libië,” zei ze.

Natuurlijk, slaagde zij er niet in om te vermelden dat nadat de rebellen het regime van Gaddafi ten val hadden gebracht – met de steun van de V.S. – zij begonnen zijn met het opleggen van de Islamitische wet over grote delen van het land. Clinton was niet de enige hoge ambtenaar van de V.S. die niet begreep waarom Stevens en drie andere Amerikanen werden vermoord of waarom het Amerikaanse Consulaat tot een smeulende ruïne werd gereduceerd.

Gen. Martin Dempsey, de voorzitter van Samengevoegde Chefs der Staven, gelooft dat de partij die verantwoordelijk is voor het moslimgeweld tegen de Verenigde Staten op de 11de verjaardag van de aanslagen van 11 September, een kok is uit Florida die slechte dingen heeft gezegd over de Islam.

De dag na de moorddadige aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi en geconfronteerd met de voortdurende aanvallen op de Amerikaanse ambassades in Caïro, Jemen en Tunesië, riep generaal Dempsey de priester Terry Jones op het matje en vroeg hem om zijn steun terug te trekken voor de film die de Profeet Mohammad op een negatieve wijze voorstelt.

De woordvoerder van Demspey, kolonel Dave Lapan, vertelde tegenover het persagentschap Reuters, “In a brief call, Gen. Dempsey expressed his concerns over the nature of the film, the tensions it will inflame and the violence it will cause. He asked Mr. Jones to consider withdrawing his support for the film.” Dempsey’s geloof, dat een derderangs uithaal naar Mohammed gesteund door een marginale figuur in Florida, de oorzaak is van de terroristische aanslagen op Amerikaanse ambassades, is niet alleen schokkend, het is ronduit afgrijselijk.

Het betekent dat een topambtenaar van het Amerikaanse Leger van mening is dat de partij die schuldig voor de aanslagen op Amerikaanse overheidsinstellingen overzee, gevonden moet worden bij een Amerikaanse predikant. Om herhaling van dergelijke incidenten te verhinderen, moet de vrijheid van meningsuiting worden ingedamd.

De tekst van het artikel in The Jerusalem Post loopt vanaf hier verder in de Engelse taal:

And Dempsey is not the only senior US military commander who harbors this delusion.

A similar response was voiced by Gen. George Casey, the US Army chief of staff, in the wake of the massacre of US forces at Ft. Hood in November 2009 by Maj. Nidal Malik Hassan. Hassan, who had been in contact with al-Qaida commander Anwar al-Awlaki and described himself as a “soldier of Islam,” was clearly acting out of Islamic jihadist motivations when he shot his fellow soldiers.

And yet, responding to the attack, Casey said that worse than the massacre itself – that is more sacred than the lives of his own soldiers – was the notion that “our diversity” should fall casualty to Hassan’s murderous attack. In his words, “Our diversity not only in our army, but in our country, is a strength. And as horrific as this tragedy was, if our diversity becomes a casualty, I think that’s worse.”

A word about the much mentioned film about Muhammad is in order. The film was apparently released about a year ago. It received little notice until last month when a Salafi television station in Egypt broadcast it.

In light of the response, the purpose of the broadcast was self-evident. The broadcasters screened the film to incite anti-American violence.

Had they not been interested in attacking the US, they would not have screened the film.

They sought a pretext for attacking America. If the film had never been created, they would have found another – equally ridiculous – pretext.

And here we come to the nature of the attacks against America that occurred on the 11th anniversary of the September 11 jihadist attacks.

A cursory consideration of the events that took place – and are still taking place – makes clear that these were not acts of spontaneous rage about an amateur Internet movie. They were premeditated. In Egypt, the mob attack on the embassy followed the screening of the anti-Islam flick on jihadist television. It was led by Muhammad al-Zawahiri – the brother of al-Qaida chief Ayman al-Zawahiri.

The US’s first official response to the assault on its embassy in Cairo came in the form of a Twitter feed from the embassy apologizing to Muslims for the film.

The day before the attacks, al-Qaida released a video of Ayman al-Zawahiri in which he called for his co-religionists to attack the US in retribution for the killing – in June – of his second in command Abu Al Yahya al-Libi by a US drone in Pakistan.

Zawahiri specifically asked for the strongest act of retribution to be carried out in Libya.

As for the attack in Libya, in an online posting the night before he was killed, US Foreign Service information management officer Sean Smith warned of the impending strike. Smith wrote, “Assuming we don’t die tonight. We saw one of our ‘police’ that guard the compound taking pictures.”

The coordinated, premeditated nature of the attack was self-evident. The assailants were armed with rocket-propelled grenades and machine guns. They knew the location of the secret safe house to which the US consular officials fled. They laid ambush to a Marine force sent to rescue the 37 Americans hiding at the safe house. And yet, Clinton and Dempsey either could not fathom why the attack occurred, or blamed an irrelevant pastor in Florida.

Like Dempsey, the US media were swift to focus the blame for the attacks on the film. The New York Times was quick to report – falsely – that the film’s creator was an Israeli Jew. It took an entire day for that bit of misinformation to be dispelled. But the campaign to blame the attacks on the movie creators continued.

By Wednesday afternoon the media shifted the focus of discussion on the still ongoing attacks from the film to an all-out assault on Republican presidential nominee Mitt Romney. Romney became the target of media attention for his temerity in attacking as “disgraceful” the administration’s initial apologetic response to the attack on the embassies.

Following the September 11 attacks, the US Congress formed the bipartisan 9/11 Commission and charged it with determining the causes of the assault and recommending a course of action for the government to follow to prevent such attacks from happening again. It took the commission members nearly three years to finish their report. In the end, they claimed that the chief failure enabling the attacks was “one of imagination.”

Unfortunately for the US, the commissioners had things backwards. It wasn’t that imagination failed America before September 11. It was that imagination reigned in America. And it still does.

It’s just that the land of make-believe occupied by the US foreign policy elite has shifted.

Until September 11, 2001, the US foreign policy elite was of the opinion that the chief threat to US national security was the fact that the US was a “hyperpower.”

That is, the chief threat to the US was the US itself. After September 11, the US decided that the main threat to the US was “terror,” against which the US declared war. The perpetrators of terrorism were rarely mentioned, and when they were they were belittled as “marginal forces.”

Those forces, of course are anything but marginal.

The Islamic ideology of jihad is the predominant ideology in the Muslim world today.

The rallying cry of al-Qaida – the shehada – is the cry of Muslim faith. Jihadist Islam is the predominant form of Islam worshiped in mosques throughout the world. And the ideology of jihad is an ideology of war against the non-Islamic world led by the US.

Then-president George W. Bush and his administration imagined a world where the actual enemies of the US were marginal forces in Islam. They then determined – based on nothing – that the masses of the Muslim world from Gaza to Iraq to Afghanistan and beyond were simply Jeffersonian democrats living under the jackboot.

If freed from tyranny, they would become liberal democrats nearly indistinguishable from regular Americans.

With President Barack Obama’s inauguration, the imaginary world inhabited by the American foreign policy elite shifted again. Obama and his advisers agree that jihadist Islam is the predominant force in the Muslim world. But in their imaginary world, jihadist Islam is a good thing for America.

Hence, Turkish Prime Minister Recip Erdogan is Obama’s closest confidante in the Middle East despite his transformation of Turkey from a pro- Western secular republic into a pro-Iranian Islamic republic in which secularists are jailed without trial for years on end.

Hence Israel – the first target of jihadist Islam’s bid for global supremacy – is strategic burden rather than an ally to the US.

Hence the US abandoned its most stalwart ally in the Arab world, Egyptian president Hosni Mubarak, and supported the rise of the Muslim Brotherhood to power in the most strategically vital state in the Arab world.

Hence it supported a Libyan rebel force penetrated by al-Qaida.

Hence it is setting the stage for the reinstitution of the Taliban regime in Afghanistan.

It is impossible to know the thoughts that crossed Stevens’ mind as he lay dying in Benghazi. But what is clear enough is that as long as imagination reigns supreme, freedom will be imperiled.


Met dank aan Tiki S. voor de hint.

4 gedachtes over “Zolang het fantasme de Arabische wereld regeert staat de vrijheid op het spel [Caroline Glick]

  1. Het ware gezicht van de religie van de vre.. eh wreedheid …ja dat is je bonus Amerika voor het helpen van de Libiërs .. Schaam je kappot Obama administration voor het bagatelliseren van deze zaak , het (dood)laten vallen van je bloedeigen personeel en je dhimmitude naar de Islam , het wordt tijd dat jij en je oplichtersbende verdwijnen in the White House , period …

    Goddank was deze ambassadeur al dood voordat deze beesten hem rondsleurden !
    Bid voor de familie van deze man !!

    Like

    1. Jazeker, dat is absoluut zo. Caroline Glick is ook het brein achter de satirische Latma TV: http://www.latma.co.il/

      Jammer dat ze altijd lange teksten schrijft. Om 500 woorden te vertalen heb ik meer dan een uur nodig. Voor deze tekst, meer dan 2000 woorden (4 blz.), zou het me normaal 4 1/2 uren in beslag nemen. Vandaar dat ik maar de helft heb vertaald wegens gebrek aan tijd, anders staat er maar één item per dag op deze blog.

      Like

Reacties zijn gesloten.