Het heeft voor Israël totaal geen zin om te vertrouwen op het oordeel van de internationale gemeenschap

Teheran, donderdag 30 augustus 2012. Iraans president Mahmoud Ahmadinejad en Egyptisch president Mohamad Mursi van de Moslim Broederschap en tevens ook sinds dit jaar de secretaris-generaal van de Beweging van Niet-Gebonden Landen (NAM) begroeten elkaar hartelijk op de 16de bijeenkomst van Niet-Gebonden Landen in Teheran. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon (uiterst links) zit er duidelijk voor spek en bonen bij. Zijn rol beperkt zich om deze voor Islamisten belangrijke bijeenkomst van maar liefst 120 deelnemende landen [!] wat internationale allure mee te geven. In zo’n gezelschap heb je geen vrienden meer nodig [sic.] O ja, nog even dit. Ik vergat het bijna te vermelden: Israël was niet uitgenodigd. Is ook geen lid van de Beweging, maar het zou toch lief zijn geweest om de Joodse staat een invitatie te sturen. 😉

The futility of relying on the international community

door Isi Leibler [J-Post]

Meer dan 120 landen, gelijk aan tweederde van het totaal aantal leden van de Verenigde Naties, verzamelden in Teheran om er deel te nemen aan de 16de Top van de Niet-Gebonden Beweging (NAM), die gehost werd door de Iraanse Islamitische Republiek.

De Iraniërs schepten erover op dat drie koningen, 27 presidenten, acht eersteministers en 50 ministers van Buitenlandse Zaken aanwezig waren. President Mohamed Morsi van Egypte was eveneens present, de al lang bestaande vervreemding van Egypte ten aanzien van Iran weg blazend die hij thans als een “strategische bondgenoot” beschrijft, alhoewel hij het regime van Assad in Syrië veroordeelde.

Indië, de meest dichtbevolkte democratie van de wereld, vaardigde een delegatie af van 250 mensen, geleid door premier Manmohan Singh, die schaamteloos verklaarde dat zijn doel het verhogen van de handel en commercie met Iran was.

Ondanks het protest van de Verenigde Staten, Israël en anderen, was ook Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon aanwezig. Hij maakte zijn opwachting in Teheran, slechts enkele dagen na zijn veroordeling van Iran voor het tarten van de herhaalde Resoluties van de Veiligheidsraad dat het zijn programma van de uraniumverrijking moet beëindigen en wees andermaal op het overtreden van het V.N.-Handvest van Iran door op te roepen tot de vernietiging van Israël.

In zijn toespraak tot de deelnemers, veroordeelde Ban Ki-moon, zonder evenwel expliciet Iran te noemen, “bedreigingen door eender welke lidstaat om een andere te vernietigen, of ongehoorde pogingen om historische feiten zoals de Holocaust te ontkennen.” Hij riep ook Iran op om op te houden met wapens te leveren aan Assad in Syrië en drukte zijn spijt uit om de weigering van Iran om zijn kernverrijkingsprogramma te stoppen.

De woordvoerder van Ban Ki-moon, Martin Nesirsky, verklaarde dat in besloten vergaderingen met de Iraanse Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei en president Mahmoud Ahmadinejad, de leider van de V.N. ook verwees naar de gemene retoriek jegens Israël die hij beschreef als aanvallend, ophitsend en onaanvaardbaar.

Maar dit deed geenszins afbreuk aan het feit dat, in combinatie met de vertegenwoordigers van de 120 naties, de aanwezigheid van de secretaris-generaal van de V.N. effectief legitimiteit aan Iran verstrekt en de inspanningen saboteert om het regime te isoleren dat algemeen aanzien wordt als een lanceerplatform voor het globaal terrorisme, als een pariastaat. In feite kondigde Iran slechts vorige week fier aan dat het leden van zijn Revolutionaire Garde Korpsen en ander vechtend personeel naar Syrië had gezonden om het misdadige regime van Assad te steunen.

Aan het begin van de conferentie, gaf Khamenei nog een andere woeste, antisemitische toespraak weg, schaamteloos de wereld aanmanend om Israël, dat “kankergezwel” te vernietigen, en verwijzend naar die “bloeddorstige Zionistische wolven’ die Palestijnen martelen en vermoorden en de globale media controleren. Maar toch bleef de secretaris-generaal van de V.N., samen met de andere 120 deelnemers, passief vastgelijmd aan zijn stoel. In vele opzichten herinnerde de atmosfeer aan eind jaren 1930 toen de Europese Naties om Hitler te kalmeren, Tsjecho-Slowakije in de steek lieten.

Hadden de Iraniërs, in plaats van zich exclusief te richten op Israël, een land zoals het Verenigde Koninkrijk beschreven als de kanker van Europa en om zijn eliminatie hadden opgeroepen, zou het voor Ban Ki-moon en de andere deelnemende landen ondenkbaar zijn geweest om een vergadering bij te wonen die door dergelijke schurken werd georganiseerd.

Maar blijkbaar wordt, wat Israël betreft, om het even wat toegelaten, wat premier Benjamin Netanjahoe ertoe aanzette om de top van de NAM in Teheran als “een schande en een smet op het mensdom” te beschrijven.

Om de zaken nog wat te verergeren, namen de 120 deelnemende landen in hun slotverklaring afstand van de “unilaterale sancties” die door de VN-Veiligheidsraad tegen Iran werden uitgevaardigd en ondersteunden zij integendeel het recht van Iran om te streven naar “een vredelievend atoomprogramma” met inbegrip van “nucleaire verrijking”.

Noch was er één enkele dissidente stem te horen toen de Egyptische President Morsi het roterende voorzitterschap van de NAM doorgaf aan Holocaust ontkenner Ahmadinejad, die de NAM de volgende drie jaren zal voorzitten.

Om het even welke kritiek of afkeuring van het Iraanse beleid, zoals het beknotten door Ban Ki-moon van het gedrag van Iran of de veroordeling van Morsi van Assad van Syrië, werd voorspelbaar gecensureerd door de lokale media, die de top tegenover het Iraanse publiek voorstelden als een rechtvaardiging van hun beleid en een globale verwerping van de inspanningen om hun overheid te isoleren en sancties op te leggen.

Zoals te verwachten, kondigden de Iraanse leiders uitgelaten af dat de brede globale participatie hen rechtvaardigde en vertegenwoordigde de verwerping van de V.S. en westerse inspanningen om iedereen te trachten af te schrikken om hen af te houden een kernmacht te worden. Alles bij elkaar genomen, was het een belangrijke PR overwinning voor dit boosaardige regime en een aanklacht van de bedenkelijke staat waarin de internationale gemeenschap zich bevindt.

De bereidheid van zovele landen om op dit ogenblik een dergelijke conferentie in Teheran bij te wonen en eenstemmig het kernbeleid van de ayatollah te onderschrijven, toont duidelijk de hopeloze mislukking aan van de V.S. en het aanvankelijke beleid van president Barack Obama om Iran te betrekken en zijn verder besluit om sancties op te leggen en de schurkenstaat te isoleren.

Deze episode onderstreept de zinloosheid voor Israël om te betrouwen op de internationale gemeenschap om potentiële conflicten op te lossen.

Het bevestigt ook opnieuw de onwerkbaarheid van de Verenigde Naties, dewelke de regering van Obama maar blijft doorgaan met te verzoenen.

Rest van de vertaling onderweg – effe een hapje eten 😉

Nothing epitomizes this more demonstratively than the prominent role of Syria, Iran, Libya, Cuba, Saudi Arabia and similar dictatorships in the formulation of the policy of the so-called United Nations Human Rights Council. Ironically, both Syria and Sudan, whose leaders are recognized war criminals, notorious for brutally butchering their own people, are candidates for seats on this bogus organization’s council, scheduled for election next month.

Ironically, the US is the principal financial donor to the UN – to the tune of a staggering $6 billion annually. It is highly unlikely that Ban would have dignified the Iranians with his presence, had the US threatened to review its funding to the UN budget if he proceeded to undermine efforts to isolate Iran for defying Security Council demands and repeatedly calling for the annihilation of a member state.

The United States and Western democracies must recognize that they will become utterly impotent if their global policies continue to be effectively subject to veto by international bodies dominated by an alliance of Islamic nations, dictatorships and tyrannies.

Democracies should unite and seek to create a world order which will strengthen freedom, encourage oppressed people to achieve self-determination and, if required, be willing to employ military power to deter the barbarians at our gates. Failure to confront these problems now threatens the long-term survival prospects of Western civilization.

In Europe, the motivation to resist anti-democratic forces has been substantially weakened by the immigration of large numbers of Muslims who have undermined the foundations of genuine multiculturalism by seeking to impose their way of life on indigenous communities.

This has been aided and abetted by the post-modernists – whose anarchical leftism and confused anti-colonialism have led them to ally themselves with terrorist organizations and apologists for the most rabid racists.

The message emerging for us in Israel is that we must retain our relationship with democratic countries, in particular the US, which despite the Obama administration’s appeasement of Muslim extremism has not capitulated to Islamic pressures like the Europeans.

Ultimately, the bottom line is that we must not succumb to pressures from those seeking to deter us from taking steps to thwart threats to our survival. Nor should we be tempted to rely on undertakings from other, “friendly” nations. We have learnt from bitter experience that when the chips are down we must rely on ourselves.

As Vice Prime Minister Moshe Ya’alon recently stated: “the righteous work may be done by others, but we have to prepare as if no one else will do it for us.”