Palestijnen hebben geen enkel recht op een eigen staat op de Westbank [Roelf-Jan Wentholt]

Shomron (Samaria op de West Bank ). Zicht vanop de Kabir Berg, Elon Moreh, in het hart van Samaria [foto: Menachem Brody – bron]

De Palestijnen hebben geen enkel recht op een eigen staat op de Westbank

door Roelf-Jan Wentholt

bron: E.J. Bron [ejbron.wordpress.com]

Ik herlees nu twee goeie boeken over Israël. Van Efraim Karsh het baanbrekende “Palestine Betrayed” (2010) en het ongelooflijk feitenrijke werk van Wim Kortenoeven uit 2005: “De Kern van de Zaak: feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict”. Ik weet hoe de vijanden van de Joden over de stichting van de staat Israël liegen. En ik ga proberen om aan de hand van deze twee boeken – plus wat ik weet van de biografie Van Golda Meïr – op een zo concreet en persoonlijk mogelijke manier te beschrijven hoe die stichting van Israël voor de stichters verlopen moet zijn.

Types als Dries van Agt, Anja Meulenbelt en Harry van Bommel stellen het zo voor dat in Palestina een Palestijnse gemeenschap in rust en vrede leefde, waarna plotseling deze gemeenschap door gewelddadige Joodse veroveraars werd verdreven. In de Nederlandse pers wordt het ook voortdurend zo voorgesteld. Ik sprak een jonge veelbelovende Nederlandse journalist en deze vatte het conflict inderdaad precies zo samen. Hij zei letterlijk: “Hoe zou jij het vinden als je ergens eeuwenlang woonde en dan werd verdreven?”. Dat is zo dom dat het komisch is, maar eigenlijk is het verschrikkelijk tragisch.

De werkelijkheid was natuurlijk anders. Een groep sinds eeuwen vervolgde en gestigmatiseerde mensen zoekt een veilige plek in de wereld. Velen van hen die gehoord hebben van Amerika, vertrekken daarheen en vinden daar veiligheid. Enkelen van hen zien in die Amerikaanse staat een voorbeeld dat navolging verdient. Zij zien een staat die zijn burgers beschermt tegen onrecht. Sommigen worden door dit beeld in zo hoge mate geïnspireerd dat zij Amerika weer verlaten om de eigen staat te helpen stichten. Golda Meïr was zo iemand. Zij schrijft daar erg mooi over in haar biografie. Joden als Golda Meïr weten dat zij een volk zijn en dat een volk een staat verdient. Zij willen dat hun staat rechtvaardig zal zijn, want onrechtvaardigheid hebben ze genoeg gekend. Eigenlijk “a city upon a hill” zoals ook in de beste Amerikaanse stichtingstradities. Mitt Romney ziet het goed: Amerika en Israël staan voor dezelfde waarden. Dús vanaf de allereerste woorden die gewijd worden aan het stichten van “der Judenstaat”, zijn de teksten doordesemd van het verlangen naar rechtvaardigheid. Met een bijzondere, steeds terugkerende aandacht voor de belangen en rechten van de gemeenschappen die al in het gebied Palestina wonen.

Uit bovenstaande woorden zou men af kunnen leiden dat de stichting van Israël een Amerikaans-Joodse aangelegenheid was. Maar dat is niet zo. Vele Joden vluchtten direct van de Oekraïne of Polen of andere plaatsen in Europa waar zij vervolgd werden, naar Palestina.

En waar anders zou die staat gesticht moeten worden dan daar waar al eeuwen alle Joodse mythologie naar verwees, waar het volk daadwerkelijk een geschiedenis van millennia heeft en waar nog steeds Joodse gemeenschappen zijn? Het is toch moeilijk vol te houden dat de Joden eenzelfde band hebben met Madagaskar of Kongo als met Palestina? Madagaskar en Kongo zijn beide als vestigingsplaatsen voorgesteld door de Engelsen en de Fransen. Stalin had nog een plek in het uiterste Oosten van de Sovjet-Unie in gedachten. Dat u niet denkt dat de wereld niks voor de Joden over heeft.

Natuurlijk komen de aankomende Joden het eerst in contact met Joden die al in Palestina leven. Zij moeten daar leren dat ook in Palestina de Joden worden aangevallen. Ondanks de welvaart die de Joden brengen. Ondanks de geweldige verbetering van de levensomstandigheden die bijvoorbeeld helder tot uitdrukking komt in de zeer snel verbeterende geboorte- en sterftecijfers.

Wat anders kunnen deze Joden dan doen dan zich bewapenen tegen de aanvallers? Wat anders kan hieruit voortvloeien dan dat de Joden bij elkaar gaan wonen om zich beschermd te weten? Aanvankelijk lijkt het er nog op dat de arme Arabieren aan de kant van de Joden staan. Omdat het lot van de arme Arabier razendsnel verbetert. Maar de leidende, rijke Arabieren weten door geweld en terreur, onder leiding van de Moefti van Jeruzalem, haat en verderf te zaaien. Precies zo kennen we dat van de maffia en hier zie je de tragische botsing tussen maffioos bestuur en beschaafd bestuur. Nederlandse journalisten, academici en politici, ruim de helft van onze Tweede Kamer alsmede Beatrix van Oranje, omhelzen deze maffia.

Er is geen staat ter wereld zo rechtmatig tot stand gekomen als de staat Israël. Er is geen staat die zo krachtig de rechtvaardigheid nastreeft en dient. Ondanks de formidabele bedreigingen waaraan deze staat wordt blootgesteld.

De juridische totstandkoming van de staat Israël begint mogelijk met de Balfour verklaring. Of met de overeenkomst tussen Faisal en Weizmann, bekrachtigd in de Vrede van Parijs. Of met San Remo. Waar te beginnen?

Waar je ook begint: wat opvalt, wat niet ontkend kan worden, omdat het evident is, is het verlangen van de Joden naar het sluiten van een overeenkomst om in vrede te kunnen samenleven. Waarbij de Joden ervan uit gaan dat in vrede samenleven mogelijk is als alle partijen baat hebben bij de vrede. Maar zij rekenen buiten de maffiose mechanismen en vooral buiten een “religie” die op haat, oorlog, discriminatie en uitbuiting is gebaseerd. Een vrede die voor alle partijen goed is, is binnen handbereik in 1922 en wordt vastgelegd in het Mandaat voor Palestina in San Remo door de net opgerichte Volkenbond.

De wijze les die de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog geleerd hebben en die zij in San Remo toepassen, is dat volken zelfbestuur verdienen. De overwinnaars denken dat zelfbestuur de weg naar vrede zal inluiden. Daar valt inderdaad veel voor te zeggen. De Ottomanen kozen de zijde van Duitsland en zij werden verslagen. Van het Ottomaanse Rijk blijft alleen Turkije over.

Overwinnaars Frankrijk en Engeland gaan via een stelsel van mandaten een heleboel zelfbestuur uitdelen in de resten van het Ottomaanse Rijk in het Midden Oosten. De mandaten zijn niets anders dan door de Volkenbond precies omschreven opdrachten aan Frankrijk en Engeland. De opdracht, vrij vertaald en bondig samengevat, luidt te werken aan de stichting van de landen Irak, Syrië, Libanon en de vestiging van een Joods tehuis in Palestina. De Britten krijgen de laatste taak toebedeeld. Het eerste wat zij doen is de helft van Palestina weggeven aan Arabieren waar ze een goede relatie mee willen onderhouden. Dit is een legale handeling, het Mandaat staat het toe. Zo ontstond Transjordanië (later Jordanië): de staat van de Palestijnse Arabieren. Het is een flinke lap en er wonen maar weinig mensen. De Arabieren van de West Bank zouden er goed terecht kunnen en er zich zeker thuis voelen.***

Wat nu nog rest van Palestina is het gebied van de Middellandse Zee tot aan de Jordaan. Ook van dit gebied willen de Engelsen nog stukken weggeven aan de Arabieren. Dit is volstrekt tegen de tekst van het Mandaat en daarom illegaal. Dat is dezer dagen belangrijk, omdat steeds vaker heel vanzelfsprekend wordt gesproken over het recht van de Palestijnen op een eigen staat. Volgens het Mandaat hebben de Palestijnen geen enkel recht op een eigen staat in het gebied van het huidige Israël inclusief de “bezette gebieden”. Nog eens: De Palestijnen hebben volgens het Mandaat, dat nog steeds geldig is, geen enkel recht op een eigen staat op de “Westbank”. Wat staat daar dan in die mandaatopdracht? Ik kopieer uit de aanhef die bestaat uit zeven alinea’s en die allemaal beginnen met “in aanmerking genomen”, de tweede alinea:

“In aanmerking genomen dat de Voornaamste Geallieerde Machten ook zijn overeengekomen dat de Mandataris verantwoordelijk moet zijn voor het uitvoeren van de verklaring die op 2 november 1917 door de Regering van Zijne Brittanische Majesteit werd uitgevaardigd, en die door genoemde Machten werd aangenomen, ten gunste van het in Palestina stichten van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, waarbij het volstrekt duidelijk is dat niets zal worden gedaan dat afbreuk zou kunnen doen aan de burgerlijke en religieuze rechten van de niet-Joodse bevolkingsgroepen in Palestina, of aan de rechten en politieke status die worden genoten door Joden in welk ander land dan ook.” (mijn vet)

Er wordt in deze aanhef bewust niet gesproken over “politieke” en “nationale” rechten, waaruit blijkt dat het niet de bedoeling was dat andere groepen dan de Joden een nationaal-politieke entiteit in Palestina zouden vestigen.

Types als Van Agt, Meulenbelt en van Bommel hebben altijd de mond vol van “internationaal recht”, maar ze willen alleen van dit “recht” weten als het ze uitkomt. Over San Remo hoor je ze nooit. Dat het internationaal recht de afgelopen decennia vervallen is tot een misdadigersrecht, omdat steeds meer misdadigersstaten lid zijn geworden van de VN, is een gegeven waar Van Agt en de zijnen graag aan voorbijgaan.

Waar je ze ook nooit over hoort is de mate waarin de Palestijnse Arabieren zelf schuldig zijn aan hun lot en dat lot ook verdienen. Zo kwam ik bij Kortenoeven de volgende passage tegen:

“1937 november. In opdracht van Heinrich Himmler brengt SS-officer Adolf Eichmann (werkzaam bij de II-112- de Joodse Afdeling- van de SS) een ‘oriëntatiebezoek’ aan Palestina om de mogelijkheden van massale gedwongen migratie van Europese Joden naar dat gebied te onderzoeken. Hij bezoekt ook Cairo, waar hij een onderhoud heeft met Moefti Amin al-Hoesseini, die zich ondubbelzinnig uitspreekt tegen de deportatie van Europese Joden naar Palestina. Eichmann en al-Hoesseini ontwikkelen een vriendschappelijke werkrelatie die uiteindelijke ontelbare Joden het leven zal kosten.”

Amin al-Hoesseini, de maffiabaas bij uitstek, schuwt geen enkel geweld en geen enkel middel om zijn eigen maffiose belangen te dienen. Het lijkt het grote voorbeeld Mohammed wel. Hoesseini is nog altijd een gevierde held van de Palestijnse Arabieren. Arafat noemde hem “mijn mentor”. Abbas staat weer in de traditie van Arafat. Het is één lijn. Een volk dat zulke helden en zulke tradities voortbrengt verdient een akelig lot.

*** Op 24 april 1950 annexeerde Transjordanië formeel de door hen sinds de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog van 1948 illegaal bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Daarbij werd de naam Transjordanië (overkant van de Jordaan) veranderd in Jordanië, want het land lag nu aan weerszijden van de Jordaan. Slechts het Verenigd Koninkrijk en Pakistan erkenden deze annexatie. De bewoners van de “Westbank” (Samaria-Judea) waren heel blij met de annexatie, zij hoorden bij Jordanië zoals Utrechters bij Nederland horen. Nooit vroegen zij in deze tijd om een eigen staat. Dit toont aan dat de Palestijnse Arabieren van de Westbank behoren bij de Palestijnse Arabieren van Jordanië en dat tussen hen geen belangrijke nationale verschillen bestaan.

3 gedachtes over “Palestijnen hebben geen enkel recht op een eigen staat op de Westbank [Roelf-Jan Wentholt]

  1. Ik weet niet wie Roelf-Jan Wentholt is, maar de man kent z’n geschiedenis. Hij schrijft niets openbarends, gewoon wat feiten op een rijtje. Als meer mensen dit zouden doen, inplaats achter manipulatie, halve waarheden, leugens of politiek correct gewauwel aan te hollen, dan zouden er een pak minder problemen op de wereld zijn.

    Like

  2. Ik heb het bijzondere genoegen gehad om de Nederlander Roelf-Jan Wentholt één keer te ontmoeten in Antwerpen tijdens een debat tussen Wim Van Rooy en Israëlbasher Lucas Catherine. Hij is een zachtaardige maar bloednuchtere kerel die rustig alles uit de doeken doet zonder veel emotionele omhaal. En gelukkig heeft hij geen 15.000 woorden nodig zoals bv Martien Pennings om hetzelfde klaar en duidelijk te stellen. 😉

    Like

  3. stukje was inderdaad “recht op het doel af” bij Pennings was ik me aan het af vragen wanneer begint het…en eens het dan begonnen was snapte ik er nog de helft niet van maar goed dat kan/zal aan mij liggen…

    Like

Reacties zijn gesloten.