Legaliteit van de nederzettingen op de West Bank vormt geen obstakel voor vrede [Jonathan S. Tobin]

Har Homa, een gloednieuwe wijk onder constructie in zuidelijk Jeruzalem, net voorbij de Groene Lijn van april 1949 (zgn. pre-1967-grenzen). Volgens de internationale gemeenschap mogen de Joden geen Joodse huizen bouwen in Joods Jeruzalem, de hoofdstad van de Jodenstaat Israël. Alleen islamitische Pal-Arabieren mogen dat. Vreemde zaak wel. Wat zou er aan de hand zijn?  [bron]

Settlements’ Legality Won’t Prevent Peace

door Jonathan S. Tobin

bron: http://www.commentarymagazine.com/

De publicatie van een rapport omtrent de wettigheid van de aanwezigheid van Israël in Judea & Samaria (West Bank) in opdracht van premier Benjamin Netanjahoe, wordt wijd veroordeeld door critici op het overheidsbeleid alsmede op de Joodse staat. Hoewel de conclusies luiden dat de Joden het recht hebben om in die gebieden te leven en dat de aanwezigheid van Israël daar niet overeenstemt met de traditionele definitie van een militaire bezetting en daarentegen sterk verankerd is in de internationale wet, moet niemand verwachten dat ter linkerzijde ook maar iemand respect zal opbrengen voor het onderzoekspanel dat geleid werd door de voormalige vice opperrechter van het Hooggerechtshof Edmond Levy.

Noch zouden wij ons verrast moeten tonen wanneer de internationale gemeenschap het rapport compleet negeert. Het verzet tegen de nederzettingen zit zo diep ingegraven dat er geen enkel argument bestaat, ongeacht hoe gegrond dit ook is in logica of rechtvaardigheid, dat het diegenen zal overtuigen die zich geëngageerd hebben om de mythe van de nederzettingen levend te houden, dat het enige obstakel zou zijn dat vrede in de weg staat en dat zij niet illegaal zijn. Zoals de wetsgeleerde David M. Phillips schreef in het septembernummer van 2009 van Commentary magazine, met name dat de internationale wet deze positie ondersteunt.

Maar terwijl wij verwachten dat deze poging bij het afval zal belanden, zijn diegenen die vervuld zijn met afschuw door het feit dat Israël bereid is om te onderlijnen dat het rechten heeft op de West Bank die zoveel respect verdienen als deze van de Arabieren die niet enkel verkeerd zijn omtrent de wettelijke argumenten. Hun veronderstelling dat een geloof in de legaliteit van de nederzettingen een vredesovereenkomst onmogelijk maakt is al even verkeerd.

Enkel omdat Israël rechten heeft in de West Bank betekent niet noodzakelijk dat zij behoefte hebben om beslag te leggen op elke vierkante centimeter van het gebied. De verklaring van Joodse rechten betekent enkel dat Israël wel degelijk een been heeft om op te staan wanneer het ooit tot besprekingen komt aangaande de permanente status van de West Bank en Jeruzalem.

Verre van het verwerven van een onwaarschijnlijke vrede, zou het voor de Palestijnen een aansporing moeten zijn om terug rond de onderhandelingstafel te komen en met Israël een akkoord uit te werken dat hen zoveel van het gebied zou moeten geven als zij kunnen krijgen. Het obstakel voor vrede is de Palestijnse overtuiging dat de Joodse aanwezigheid doorheen het land, met inbegrip van het pre-1967 Israël, illegaal is.

Zoals Phillips en het nieuwe rapport onderstrepen, zijn de internationale overeenkomsten die de beweging van mensen verhindert om te wonen in bezet grondgebied, niet van toepassing op de West Bank, vermits het een deel is van het door de Verenigde Naties ingestelde Brits Mandaat voor Palestina, dat werd opgericht om de verwezenlijking van een nationaal huis voor de Joden te vergemakkelijken.

Verre van de bewering dat de West Bank werd “gestolen” van de Palestijnen, was het eenvoudigweg een onbepaald grondgebied van het vroegere Ottomaanse Rijk waar de Joden wettelijke rechten hadden die zoveel rechtsgeldigheid hadden als die van de Arabieren. Noch dat de naoorlogse resoluties, die een antwoord vormden op het nazi-regime in Oost-Europa en die dikwijls worden geciteerd door gekke kolonisten, van toepassing zouden zijn op Israël’s gedifferentieerd beleid.

De wijdverspreide interpretatie van dit rapport is dat het Netanjahoe zal toestaan om de buitenposten van de nederzettingen niet te vernietigen, die niet eerder door de overheid werden gemachtigd. Maar om het even welke buitenpost die op land wordt opgetrokken dat in het bezit is van Arabieren, kan nog steeds door gerechtelijke stappen ontmanteld, zoals dat onlangs het geval was met de buurt Ulpana in Beit El.

De denkfout die hier wordt gemaakt is dat niet enkel de inspanning om de Joodse aanwezigheid te delegitimeren op de West Bank en in Jeruzalem geen correcte interpretatie is van de internationale wet. Het is net zo belangrijk om op te merken dat zodra de rechten van Israël op het land worden bevestigd, het Netanjahoe of geen van zijn opvolgers verplicht om het hele grondgebied te houden.

De aanbevelingen in het rapport die onder meer bepalen dat de beperking van de groei van de bestaande nederzettingen zouden moeten worden opgeheven, betekenen niet dat er geen vredesovereenkomst kan worden bereikt. De meeste nederzettingen die zouden weerhouden worden, zelfs in de voorstellen die door de Joodse linkerzijde naar voren worden gebracht en diegene die eruit werden gelaten, kunnen nog steeds ontruimd worden zoals bewezen werd door de terugtrekking uit Gaza in 2005.

Wat het wel doet is de Palestijnen dwingen om te begrijpen dat wanneer zij vrede willen, zij compromissen zullen moeten aangaan.

Maar dat is iets dat zij op de West Bank niet willen doen om dezelfde reden waarom zij onwillig zijn om de legitimiteit van Israël als een Joodse staat te zien ongeacht waar ook zijn grenzen worden getrokken. Het is die tegenzin om hun verzet tegen Joodse soevereiniteit – zelfs binnen de Groene Lijn – op te geven die vrede verhindert. Indien de Palestijnse Autoriteit werkelijk bereid was om een vredesovereenkomst te sluiten dat het conflict voor altijd zou beëindigen, zouden zij de onafhankelijke staat kunnen hebben die hen werd aangeboden in 2000, 2001 en 2008 en die ze telkens hebben geweigerd.

De wettelijkheid van de nederzettingen zal Israël niet verhinderen om om het even welke plaatst te ontruimen in het kader van een globaal vredesakkoord. Maar zolang de Palestijnen worden aangemoedigd om te geloven dat zij alle Joden kunnen doen oprotten, met inbegrip van diegenen die een eeuw geleden een Joodse nederzetting oprichten aan de buitenzijde van Jaffa die tegenwoordig Tel Aviv wordt genoemd, maakt het helemaal niks uit wat wetskundigen over dit alles ook maar zeggen.

Een bedreigde Joodse woning in de buitenpost Migron, de grootste ‘illegale’ nederzetting op de West Bank, gelegen op 14 kilometers ten noorden van Jeruzalem in Samaria. Migron werd voor het eerst opgericht in 1999 en heropgericht in 2001 en telt tegenwoordig ongeveer 300 Joodse inwoners die voor het grootste deel in staancaravans wonen. [foto: Uri Lenz/Flash90]

Hieronder plaatje van de synagoge van Migron


Met dank aan Tiki S. voor de hint.

Een gedachte over “Legaliteit van de nederzettingen op de West Bank vormt geen obstakel voor vrede [Jonathan S. Tobin]

  1. Enige jaren geleden in het begin van bouw in de wijk HAR HOMA is er internationaal een koopakte getoond van een Amerikaanse Jood welke in 1850 ergens rond die tijd de grond gekocht heeft, en deze akte heeft doorgegeven aan de staat Israel in oprichting toen.
    Dus rechtmatig verkregen zoals al het land gekocht is met medeweten van de arabs .
    Verder niet zeuren over land want lees maar eens goed wat er in de BIJBEL staat, al het land van de eufraat tot aan de middelandse zee, behoord en is beloofd door de GOD van Israel aan Israel, geen discussie over dit het staat zwart op wit.

    Like

Reacties zijn gesloten.