Status van overerfbaarheid van Palestijns vluchtelingenschap onder vuur [A. Joffe en A. Romirowsky]

Palestijnse vluchtelingen, van vader op zoon, generatie na generatie steeds maar nieuwe vluchtelingen erbij, onbeperkt en dat tot het einde der tijden. Van een half miljoen vluchtelingen in 1948 tot vijf miljoen in 2012. En alle dagen blijft hun aantal nog aanzwellen. In de geschiedenis van vluchtelingencrisissen is dit een ongeziene situatie. Geen enkel ander volk van vluchtelingen ter wereld heeft ooit in de geschiedenis kunnen genieten van een eeuwigdurende vluchtelingenstatus zoals die exclusief aan de Palestijnen werd toegekend. De UNRWA, de aparte vluchtelingenorganisatie ‘alléén voor Palestijnen’, heeft nooit pogingen ondernomen om de vluchtelingen te integreren of de Arabische landen aangespoord om dat te doen. Op die wijze bestendigen de Verenigde Naties het Palestijnse vluchtelingenprobleem op kosten van de Amerikaanse en Europese belastingbetaler, die op zijn beurt eveneens het doneren aan de Palestijnen erfbaar heeft gemaakt voor al zijn nakomelingen tot in der eeuwigheid. Kosten van die erfbare vluchtelingenstatus? Anno 2012: ÉÉN MILJARD DOLLAR per jaar.

Palestinian refugees forever?

door Alexander Joffe en Asaf Romirowsky
bron: http://www.romirowsky.com/

De Palestijnse identiteit is gebaseerd en verdeeld in drie stukken. Eén die zegt dat het verzet tegen Israël permanent en heilig is. Een andere stelt dat de Palestijnen, individueel en gemeenschappelijk, vluchtelingen zijn, zo geworden door de handen van Israël. Het derde deel is dat de wereld, specifiek de Verenigde Naties en de Westerse landen, deze vluchtelingen moeten steunen totdat zij kunnen terugkeren naar een toekomstig Palestina en naar huizen in wat nu Israël is.

Sinds 1950 is het vehikel dat de Palestijnse vluchtelingen ondersteunt, de U.N. Relief and Works Agency (UNRWA). Kostend bijna 1 miljard dollar per jaar, voornamelijk gefinancierd door de Europese staten en de Verenigde Staten, verstrekt de UNRWA een oneindig, opvoedkundig, sociaal welvaartsysteem aan miljoenen Palestijnen, die in hoofdzaak wonen op de West Bank, Gaza, Libanon, Syrië en Jordanië. Maar in welk opzicht zijn om het even welk van deze individuen vluchtelingen?

In het openbaar, definieert de UNRWA een Palestijnse vluchteling als eenieder wiens “normale verblijfplaats was in Palestina tijdens de periode van 1 juni 1946 tot 15 mei 1948 was en wie zowel huis als middelen tot levensonderhoud als ten gevolge van het conflict van 1948 is verloren”. In werkelijkheid heeft de UNRWA die definitie voortdurend uitgebreid met “de kinderen of kleinkinderen van dergelijke vluchtelingen die voor het agentschap in aanmerking komen voor hulp als zij (a) geregistreerd zijn bij de UNRWA, (b) wonend in het gebied waar de UNRWA actief is en (c) behoeftig zijn”. De beste ramingen zijn dat in 1948-49 misschien 700.000 Palestijnen vluchtelingen werden. Door de boekhouding van de UNRWA wordt echter vrijwel elke Palestijns die sindsdien geboren werd automatisch ook een vluchteling. Het aantal Palestijnse vluchtelingen loopt intussen in de miljoenen.

Dit is ongekend in de geschiedenis van vluchtelingencrisissen. In geen enkele andere situatie verwierf een groep dergelijke verstrekkende specifieke status die voortdurend werd uitgebreid om verdere generaties over een periode van decennia te omvatten. Het gevolg van dit 60 jarenlange proces is dat aansporingen voor de vluchtelingen in Arabische landen om zich elders opnieuw te vestigen, minimaal is geweest, net zoals deze voor de UNRWA zélf is geweest om een einde te maken aan zijn handelingen. De westerse belastingbetalers worden verwacht voor onbepaalde tijd geld af te dokken of toch minstens tot de Algemene Vergadering van de V.N. het probleem als opgelost verklaart.

Deze stand van zaken heeft ervoor gezorgd dat de Palestijnen genieten van een basisniveau aan gezondheidszorg, onderwijs en welzijn, ten koste van reïntegratie in de lokale Arabische maatschappijen. De ontwikkeling van de Palestijnse burgerlijke maatschappij en democratische instellingen wordt belemmerd door zijn financiële afhankelijkheid van de internationale gemeenschap en dit heeft beurtelings de Palestijnse onverzettelijkheid jegens Israël in de hand gewerkt. Voor de Verenigde Staten en andere landen die tientallen miljarden hebben betaald, is deze situatie onaanvaardbaar.

In 2009 hebben de Amerikaanse Republikeinse Congresleden Mark Kirk en Steve Rothman, wetsvoorstellen ingediend die de verantwoordingsplicht van de UNRWA in wetten zou moeten omzetten. Zij verzochten om een betere transparantie en verantwoordelijkheid van de UNRWA en hadden tot doel om ervoor te waken dat de gelden die aan UNRWA door de Verenigde Staten worden gedoneerd, op geen enkele wijze het terrorisme zouden financieren, waarmee de financiering van Palestijnen in overeenstemming zou worden gebracht met de Amerikaanse Foreign Assistance Act van 1961.

Het wetsvoorstel ging nog verder en onderstreepte de noodzaak om de leerboeken te evalueren die in de Palestijnse UNRWA scholen worden gebruikt na te gaan om te kijken of er geen “tot haat ophitsende en onnauwkeurige informatie over de Verenigde Staten en de Staat Israël instond, antisemitisch onderwijs, evenals de verheerlijking van terroristen. Het amendement stierf een stille dood in de commissie.

In de drie jaren dat Mark Kirk en de zijnen hun amendement voorstelden is de situatie steeds ingewikkelder geworden. De directe financiering van de V.S. van de UNRWA en de Palestijnse Autoriteit is toegenomen maar de laatstgenoemde is met een onverstandig manoeuvre vooruitgelopen met zijn eenzijdige verklaring tot onafhankelijkheid in de Verenigde Naties en zijn diverse organen.

Terwijl een deel van de Palestijnse Autoriteit naarstig gewerkt heeft aan de opbouw van regeringsinstellingen, heeft de Palestijnse leiding, aangevoerd door Mahmoud Abbas, de besprekingen met Israël geboycot terwijl het tegelijkertijd voor zichzelf eiste dat de financiering door de UNRWA werd verzekerd.

Het is intussen weer lang geleden dat paal en perk werd gesteld aan de eeuwigdurende uitbreiding van Palestijnse vluchtelingen. Een nieuw voorstel van Mark Kirk stelt daarom een nauwkeuriger reeks definities voor van de Amerikaanse hulp aan de UNRWA, die worden gepreciseerd in het Memorandum van Overeenstemming met de organisatie.

Het ontwerp tot wetswijziging stelt dat “een Palestijnse vluchteling wordt gedefinieerd als een persoon wiens verblijfplaats in Palestina was in de periode tussen juni 1946 en mei 1948, die persoonlijk werd ontheemd als gevolg van de Arabisch-Israëlische conflicten van 1948 of van 1967, en die momenteel geen verblijf heeft op de West Bank of in Gaza en die geen onderdaan is van geen enkele andere staat”.

De status van vluchteling zou daarom niet meer erfelijk zijn, op zijn minst als de UNRWA nog langer de financiering van de V.S. wil ontvangen. Het amendement vereist ook dat de Staatssecretaris regelmatig een rapport zou voorleggen aan het Congres omtrent de gebeurlijke glijdende aantallen van vluchtelingen en welke maatregelen de Amerikaanse regering zal nemen om zich ervan te verzekeren dat deze limieten niet zouden worden overschreden.

Zelfs meer specifieke bepalingen zouden kunnen worden voorgelegd. Het historische bewijsmateriaal heeft aangetoond dat de UNRWA zijn voorraad vluchtelingen voortdurend heeft aangevuld met onbekende aantallen niet-Palestijnen uit Gaza, Syrië, Libanon en Jordanië, om confrontatie te vermijden en als een middel om aan regionale ontwikkeling te doen. De UNRWA zou daarom bewijsmateriaal moeten kunnen eisen waarin een individu aantoont dat hij tussen 1946 en 1948 een inwoner van Palestina was en dat deze persoonlijk werd ontheemd als gevolg van de vijandelijkheden.

Van de UNRWA moet ook kunnen geëist worden dat een onafhankelijke bron de ontvangers van hulp kan verifiëren en geen burgers van andere staten zijn.De UNRWA zou ook de opdracht kunnen worden gegeven om te beginnen aan het plannen van de overdracht van zijn operaties aan zowel de Palestijnse Autoriteit als aan de andere Arabische regeringen. En een echte gedurfde innovatie zou kunnen zijn om geen ruimte meer te laten binnen zijn uitvoerende tak om gemandateerden van het Congres, wuivend met een presidentiële verklaring van afstand, de pas af te snijden.

De globale financiële crisis heeft weinig zilveren richtlijnen opgeleverd, maar financiële verantwoordingsplicht eisen en paal en perk stellen aan de vluchtelingenstatus van de UNRWA en de Palestijnen, zijn lang uitgestelde veranderingen die de mogelijkheid van de Palestijnen om zichzelf te behelpen, merkelijk zullen verbeteren. Het zou de kansen voor vrede met Israël eveneens kunnen verbeteren.


Met dank aan Love of the Land voor de hint.

Alexander Joffe is a historian and writer in New York. Asaf Romirowsky is an adjunct scholar at the Foundation for Defense of Democracies and Middle East Forum.

Een gedachte over “Status van overerfbaarheid van Palestijns vluchtelingenschap onder vuur [A. Joffe en A. Romirowsky]

  1. Vanuit de Knesset leidt Wilf een initiatief om de Verenigde Naties ervan te overtuigen dat er gelijke criteria moeten gelden voor alle vluchtelingen ter wereld. Dat is nu niet zo, want de VN schuift Palestijnen onder de term vluchteling die daar niet onder zouden vallen, als ze tot een andere bevolkingsgroep zouden behoren.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.