40 jaar geleden: De massacre op de luchthaven van Lod (thans Ben-Goerion) [Tamara Zieve]

This Week In History: The Lod Airport Massacre

De Palestijnse terreurgroep PFLP pleegde een bloedige aanslag op de Israëlische luchthaven Lod [thans Ben-Goerion] waarbij drie leden van het Japanse Rode Leger werden ingezet. Balans: 26 mensen werden afgeslacht onder hen ook 17 christen pelgrims afkomstig uit Puerto Rico.

naar een artikel van Tamara Zieve [J-Post]

Op 30 mei 1972, werd de enige internationale luchthaven van Israël brutaal door elkaar geschud door zijn eerste dodelijke terreuraanslag, die de veiligheid van de staat aan diggelen sloeg. De slachting was niet alleen significant voor Israël, maar ook voor Puerto Rico, van wie de natie voor het eerst te maken kreeg met het fenomeen van het terrorisme en vele burgers verloor in deze aanslag.

Op die dag, thans 40 jaar geleden, wandelden drie onopvallende Japanners die zonet ontscheept waren van Vlucht 132 van Air France afkomstig uit Rome, rustig naar de bagageband. Nadat zij hun wat leek op vioolkisten hadden teruggevonden, haalden de mannen machinegeweren te boven en openden het vuur en wierpen lukraak handgranaten naar de menigte mensen in de aankomsthal. Eén van de drie, Tsuyoshi Okudaira, rende naar buiten op de tarmac en opende het vuur op de passagiers die net van de trappen daalden van een vliegtuig van El Al en schoot zichzelf daarna door het hoofd.

De gewapende gangsters doodden 26 mensen: 17 christen pelgrims uit Puerto Rico, één Canadese burger en acht Israëliërs; nog eens 80 mensen werden verwond. Onder de gedode Israëliërs bevond zich de beroemde wetenschapper professor Aharon Katzir (plaatje rechts), van wie de broer, Ephraim Katzir, een jaar later op 24 mei 1973 voor een periode van vijf jaar zal zetelen als president van Israël.

De gewapende gangster Yasuyuki Yasuda werd tijdens de aanval eveneens doodgeschoten. Het is onduidelijk of dit door zijn eigen wapen gebeurde of door dat van zijn partners of door de veiligheidsdiensten. De enige overlevende gewapende gangster, Kozo Okamoto, werd gewond, door de veiligheidsdiensten gearresteerd en later veroordeeld tot 3 keer levenslange gevangenisstraf plus nog eens tien jaar opsluiting.

Echter, Okamoto werd later vervroegd vrijgelaten als deel van een gevangenenruil tussen Israël en de Palestijnen, bekend als het Jibril Agreement. Op 21 mei 1985 werden namelijk 1.150 gevangenen, die opgesloten zaten in Israëlische gevangenissen, geruild voor drie Israëlische soldaten die tijdens gevechten in de Eerste Libanonoorlog waren opgepakt: Yosef Grof, Nissim Salem en Hezi Shai.

Onder de vrijgelaten Palestijnen bevond zich ook sjeik Ahmed Yassin van de Gazaanse Moslim Broederschap die tijdens de Eerste Intifada mee aan de basis lag van de oprichting van de  Hamas in 1987 als een ent van de Egyptische Moslim Broederschap en de geestelijke leider werd van de terreurgroep. Yassin zal later op 22 maart 2004 vanuit een Israëlische helikopter worden geliquideerd.

In een Portoricaans document dat wordt aangehaald door de online krant Primera Hora, vertelde Pablo Tirado dat zijn vader, die in de aanval werd verwond, “uit de bagagezone kwam en naar de toiletten liep”, terwijl Camelo Calderon Molina, die in de slachting werd gedood, “tussen een aantal anderen stond te wachten in de bagagezone”. Hij vertelde hoe de terroristen al schietend doorheen de luchthaven renden en handgranaten wierpen totdat hun munitie uitgeput raakte.

Ruth Calderon Cordona, dochter van Molina, huilde toen zij haar getuigenis 37 jaar later nadat ze haar vader was verloren: “Hij vertelde ons altijd dat hij niet wilde sterven vooraleer hij het land had gezien waar Jezus heeft gewandeld, maar hij heeft het nooit gezien omdat hij in de luchthaven is gestorven”, zoals Primera Hora haar woorden citeerde.

De aanvallers, leden van communistische groep het Japanse Rode Leger (JRA), werden aangeworven door het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), nadat de groep eerder dat jaar met succes een Japans vliegtuig had gekaapt en tevens omwille van hun Japans identiteit, waardoor de aandacht van de veiligheidsdienst van de luchthaven zou verminderen. Terwijl de veiligheidsdiensten altijd bijzonder waakzaam waren voor potentiële Palestijnse aanvallers, werden zij compleet verrast door de Japanse terroristen. De aanslag veranderde voor altijd de veiligheidshouding in Israël, die de autoriteiten de ogen openden voor de mogelijkheid dat om het even welke persoon, van om het even welke nationaliteit, een bedreiging kan vormen.

“[De PFLP] wilde aanvankelijk een vliegtuig van El Al kapen”, vertelde de directeur van Shurat HaDin (het Israëlische Centrum van de Wet) Nitsana darshan-Leitner, die Noord- Korea voor zijn aandeel in de aanval vervolgde. “Maar toen zij realiseerden dat die niet mogelijk zou zijn, planden zij een terreuraanslag om zoveel mogelijk Israëliërs te doden.” De Japanse terroristen kregen hun opleiding in Libanon op kosten van de PFLP.

De PFLP eiste nadien de verantwoordelijkheid op voor de aanslag die in een brief genoemd werd als Operatie Deir Yassin, verwijzend naar het bloedbad in 1948 in Deir Yassin, toen leden van de ondergrondse Joodse verzetsorganisaties Irgun Zva’I Leumi en Lehi ongeveer 107 inwoners van het dorp doodden [lees meer hierover op Brabosh.com: “De Grote Leugen van het Bloedbad van Deir Yassin“.]

De kinderen van het Puertoricaanse slachtoffer Molina, samen met Tirado van wie vader Pablo Tirado Ayala in de aanslag werd gewond, spanden in 2008 een rechtzaak aan tegen tegen de regering van Noord-Korea. Shurat Ha DIN vertegenwoordigde samen met de Portoricaanse aanklager de getroffen families, die Noord- Korea beschuldigden op hun betrokkenheid in de aanslag als sponsor van PFLP via JRA. Het resultaat was een veroordeling tot een boete van 378 miljoen dollars van Noord-Korea.

San Juan, Puerto Rico, 29 maart 2012. Inhuldiging van een nieuwe Holocaust Herdenkingsmonument. Het kunstwerk “In the Shadow of Their Absence” is van de hand van Michael Berkowicz en Bonnie Srolovitz. Op de site van het monument werd ook een Plein opgedragen aan de slachtoffers van de Lod Massacre van 30 mei 1972 toen 17 Puerto-Ricaanse toeristen bij hun aankomst werden vermoord door terroristen van het Japanse Rode Leger in opdracht van de PFLP. [bron]

Los van deze wettelijke stappen, heeft Puerto Rico de slachting op de luchthaven van Lod onsterfelijk gemaakt in het publieke geheugen. In 2006 heeft de regering van Puerto Rica en wet gestemd waarbij 30 mei werd uitgeroepen als de jaarlijkse “Dag van de Herinnering aan de Slachting van Lod.” De wet stipuleert dat de aanslag – een generatie vóór de aanslag van 11 september op het WTC – de toon voor toekomstige gebeurtenissen plaatste. “Deze bescheiden religieuze Portoricaanse slachtoffers van een veronderstelde revolutionaire alliantie, die in werkelijkheid door fanatisme werd verblind en die, gebruik makend van het antisemitische discours, de reikwijdte van het terrorisme uibreidde van Joodse en niet-Joodse slachtoffers over de hele wereld”, leest aldus deze wet.

De reden om de herdenkingsdag in te stellen was dat de gebeurtenis, die een reusachtige invloed had op samenleving in Puerto Ricaan, was bijna uit collectief geheugen verdwenen. De wet beklemtoont het belang om de gebeurtenis te herinneren ter illustratie voor toekomstige generaties dat “het geweld tegen onschuldigen moreel weerzinwekkend is”, om de slachtoffers te herinneren en de overlevenden te eren.

In Israël, staat de Slachting op de Luchthaven Lod gekend als een keerpunt in de beveiliging van de luchthaven van de staat. Nu genoemd naar David Ben-Goerion, de eerste premier van Israël, wordt de luchthaven internationaal toegejuicht als zijnde één van de veiligste luchthavens in de wereld. Die wordt echter ook bekritiseerd voor het gebruiken van controversiële profilerende technieken om dit te bereiken. Israël vestigde een volledig nieuw veiligheidssysteem specifiek voor de luchthaven en introduceerde nieuwe methodes voor veiligheidscontroles. Een ander gevolg, dat ook door de slachting van München later dat jaar werd veroorzaakt, was overheidsresolutie 411, die de verantwoordelijkheden specificeert voor de veiligheid van de overheidsinstellingen die verdeeld zijn tussen Shin Bet (de Veiligheidsdienst van Israël) en de Politie van Israël.

De slachting van de Luchthaven Lod schokte Israël in het aanbrengen van ernstige veranderingen in zijn luchthavenveiligheidssysteem en er heeft zich sindsdien geen enkele succesvolle terreuraanslag meer afgespeeld binnen het gebied van de luchthaven. De uiterst nauwgezette veiligheidsmaatregelen dienen als constante herinnering aan het Israëlische publiek voor de afgelopen tragedies, terwijl aan de andere kant van de wereld, Puerto Rica nog jaarlijks haar slachtoffers herdenkt die zij in de handen van het internationale terrorisme hebben verloren.