Proclamatie van Napoleon (20 april 1799): ‘De Joden zijn de rechtmatige erfgenamen van Palestina’

Op deze Franse ets verleent Napoleon Bonaparte in 1804 emancipatie aan de Joden, die hier wordt voorgesteld door de vrouw met de menora, de zevenarmige kandelaar

Op 20 april 1799, vandaag precies 213 jaar geleden, vaardigde Napoleon Bonaparte (1769-1821) zijn beroemde Proclamatie uit in Akko, het toenmalige door de Ottomanen (Turken) bezette ‘Palestina’. Daarin verklaarde hij de Joden, als zijnde de rechtmatige erfgenamen van Palestina. Het verlangen naar Zion (de terugkeer naar Israël van de Joden) is onder Joden reeds meer dan 2.000 jaar oud. Een van de eerste aanhangers van het Zionisme onder niet-Joden was Napoleon Bonaparte .

Eind 18de eeuw brak in Frankrijk de Franse Revolutie uit, wanneer de Fransen op 14 juli 1789 de Bastille (beruchte gevangenis in Parijs) bestormden, en Parijs een ander bestuur kreeg. Het voorbeeld van Parijs vond elders al spoedig navolging. Voor de boze boeren was het de aanleiding om de kastelen van de edelen te bestormen en de gehate heerlijke rechten af te schaffen. De danig geschrokken adel vluchtte massaal naar het buitenland. In de nacht van 4 op 5 augustus 1789 werden alle heerlijke rechten officieel door de Nationale Vergadering afgeschaft.

Napoleon Bonaparte
Napoleon Bonaparte

Op 26 augustus 1789 werd de ‘Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger‘ uitgegeven. Artikel 1 hiervan begon met de woorden “De mensen worden vrij en met gelijke rechten geboren en zij blijven dat“. In de nasleep van de Revolutie was de ster van Napoleon snel rijzende als bevelhebber van het Franse Leger, die uiteindelijk resulteerde in een militaire staatsgreep op 9 november 1799 en zijn zelf bekroning in 1804 als Keizer van de eerste Franse Republiek.

Een van de gekendste bijdragen aan de mensheid die Napoleon heeft gemaakt, en die misschien wel zijn meest belangrijke en blijvende is, was zijn Code Civil (Burgerlijk Wetboek). Deze gemeenzaam genoemde Code Napoléon vormt behalve in Frankrijk ook in België de basis van de huidige wetgeving en vele wetten van nu dateren nog uit de tijd toen Napoleon ons land bezet hield (van 1794 tot aan de Slag bij Waterloo in 1815). De Code Napoléon werd geschreven op een moment in de geschiedenis toen discriminatie overal welig tierde. Het was toen dat Napoleon besloot om zijn ideeën van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap ook aan te bieden aan Joden, protestanten en vrijmetselaars. Zo opende hij opnieuw de poorten van kerken en synagogen die voor hen al vele jaren gesloten waren.

Het Burgerlijk Wetboek van 1804 voorzag de instelling van vrijheid van godsdienst in alle lidstaten. Op dat moment woonden er ongeveer 480.000 calvinisten en 200.000 lutheranen in Frankrijk. In 1804, Napoleon stelde een publieke regulering in voor de protestantse gemeenschappen en nam vervolgens het besluit dat de staat voortaan voor de uitbetaling van salarissen van priesters en predikanten verantwoordelijk zou zijn. Met die drastische maatregel haalde hij uiteraard de woede van het Vaticaan op zijn nek, die haar macht over haar gelovigen zwaar ondermijnd zag worden.

Oude Joodse begraafplaats in Ancona
Oude Joodse begraafplaats in Ancona

Nu, hoe is Napoleon aan die betrokkenheid tot de Joden gekomen? In 1796 veroverden de Franse legers Italië, dat toen nog opgesplitst was in verschillende vorstendommen. Paus Pius VI werd verbannen en Napoleon zal op 10 februari 1798 Italië (tijdelijk) eenmaken en de Romeinse Republiek uitroepen. In 1797 bezette Napoleon Ancona, een havenstadje gelegen aan de Adriatische kust en dat tot aan de invasie van Napoleon, deel uitmaakte van de Pauselijke Staten (Stato Ecclesiastico of Stati Pontificii).

Op 9 februari 1797 toen Napoleon tijdens de bezetting van Ancona doorheen de straten wandelde, werd opeens zijn aandacht getrokken toen er iets vreemds gebeurde. Verbaasd zag hij dat sommige mensen een gele hoofdkap droegen en armbanden met de Davidster. Hij vroeg een aantal van zijn officieren waarom deze mensen die hoofdkap en armbanden droegen en wat het doel daarvan was. Toen werd hem verteld dat dit Joden waren en dat ze aldus herkenbaar moesten zijn zodat ze ’s avonds terug naar hun getto zouden kunnen terugkeren. Toen hij dat hoorde gaf hij meteen het bevel dat ze hoofdkappen en armbanden moesten afnemen. Napoleon beval de sluiting van het Getto van Ancona, waar toen zo’n 1.400 Joden opeengepakt in de grootste armoede leefden. Napoleon stond de Joden voortaan toe om vrij te wonen waar ze wilden en zij mochten vanaf dan hun religie openlijk belijden.

In 1814, na de finale nederlaag van Napoleons leger, werd Ancona terug ingelijfd bij de Pauselijke Staten, werd het getto van Ancona opnieuw geïnstalleerd, hospitalen zetten hun zieke en gewonde Joden weer op straat en de oude discriminerende maatregelen voor Joden werden opnieuw van kracht. Pas in 1861, wanneer Ancona opgenomen werd in het eengemaakte Italië, zullen de Joden terug gelijke rechten verkrijgen. Een ander belangrijk incident, dat Napoleon ongetwijfeld moet beïnvloed hebben in zijn verhouding tot de Joden in Frankrijk en in de rest van de wereld, vond plaats toen Napoleon op 12 juni 1798 met zijn Franse leger Malta bezette. Hij constateerde dat het aan de Joden niet werd toegelaten hun godsdienst in een synagoge te vieren. Hij gaf hen onmiddellijk de toestemming tot het bouwen van een synagoge.

Proclamatie van Napoleon (1799) aan de Joden, als zijnde de rechtmatige erfgenamen van Palestina

Toren van Akko - Unesco Werelderfgoed
Toren van Akko - Unesco Werelderfgoed

In het jaar 1799 bevond Napoleon zich in de haven van Acre (Akko) in Palestina aan de Middellandse Zee, dat sinds 1516 deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk en pas op het einde van de Eerste Wereldoorlog wanneer de Britse Veldmaarschalk Edmund Allenby op 9 december 1917 Jeruzalem veroverde op de Turken, door de Engelsen vanaf dan tot het Brits Mandaat Palestina ging behoren.

Napoleons Oost-Expeditie was tot dan voorspoedig verlopen. Hij had in snel tempo Egypte onder de voet gelopen en trok verder doorheen de Ottomaanse gebieden, op weg om Syrië aan te vallen en in te lijven. De beslissing van zijn campagne viel in de Slag bij Acre (thans het Israëlische Akko). Het beleg tegen de Ottomaanse veldheer Jezzar Pasha (bijgenaamd Al-Jazzar, de slager) duurde twee maanden en begon op 20 maart 1799. Zijn Keizerlijke Garde stuitte echter op zoveel weerstand alsook immense fortificaties van de stad waar hij niet maar door geraakte, plus het feit dat de Turken hierbij geholpen werden door een eskader van de Engelse vloot onder leiding van Sir Sidney Smit, moest Napoleon na een finale veldslag op 10 mei uiteindelijk zijn nederlaag toegeven en trok hij op 21 mei 1799 zijn legers terug naar Egypte.

Aanvankelijk meende Napoleon dat de inname van Acre (Akko) een gemakkelijke opgave zou worden en twijfelde geen ogenblik aan de goede afloop van de belegering. Op 20 april 1799, ruim een maand na het begin van het beleg, schreef Napoleon zelfverzekerd een afkondiging uit van de oprichting van de Joodse staat. Die proclamatie zou worden voorgelezen van zodra Acre veroverd was. Vermits Napoleon faalde in zijn opzet werd de proclamatie nooit bekend gemaakt. In die proclamatie richtte hij zich voornamelijk tot de Franse Joden waarin hij hen opriep terug te keren naar het land van hun voorvaderen.

De Joden zullen nog 150 jaar moeten wachten vooraleer hun droom van een Joodse staat werkelijkheid zal worden. Echter, deze proclamatie heeft haar vruchten afgeworpen. Zij lag mee aan de basis van de geboorte van het zionisme en versterkte het idee dat het juist was dat de Joden terugkeerden naar hun vaderland. De ideeën die door Napoleons verheven enthousiasme werden uitgedragen, stimuleerde iedereen die geloofde in de vervulling van de bijbelse profetie dat de Joden ooit zouden terugkeren naar het land dat ooit in het bezit was geweest van hun voorouders, en dat vooral in Engeland. Honderd en achttien jaar later, in 1917, verklaarde de Graaf van Balfour, die de leider was van de Britse Conservatieve Partij, dat Engeland het Joodse volk zou helpen bij de opbouw van een nationale tehuis in Palestina. Pas 31 jaar later, in 1948, zal de staat Israël bij meerderheid van stemmen internationaal worden erkend door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De verklaring van Napoleon, de eerste dag van Pasen 1799, speelde onmiskenbaar een belangrijke rol in de oprichting van de staat Israël.

Generaal Hoofdkwartier, Jeruzalem

1ste Floréal in het jaar 7 van de Franse Republiek (20 april 1799)

Bonaparte, Hoofd-Commandant van de legers van de Franse Republiek in Afrika en Azië, aan de rechtmatige erfgenamen van Palestina:

Israëlieten, unieke natie, van wie voor duizenden jaren, na verovering en tirannie, hun voorouderlijke gronden werden ontnomen, echter niet hun naam en nationale bestaan! Attente en onpartijdige waarnemers hebben sinds lang het lot van de natie voorvoeld, alhoewel ze niet begiftigd zijn met de gave van zieners zoals Jesaja en Joël, hebben zij, met lovenswaardig en verheffend vertrouwen, een goede afloop voorspeld, toen zij vernietiging van hun koninkrijk en vaderland zagen naderen: “… deze mensen, de vrijgekochten van de Here, zullen over die weg naar Zion huiswaarts gaan, liederen van eeuwige vreugde zingend. Voor hen zijn alle zorgen en verdriet voor altijd verleden tijd; alleen vreugde en blijdschap zullen daar heersen.” [Jesaja 35:10]

Sta dan op, met vreugde, ja, verbannenen! Een oorlog zonder voorgaande in de annalen van de geschiedenis, gevoerd door een volk uit zelfverdediging waarvan de erfelijke landerijen door haar vijanden werden geplunderd en de buit willekeurig kon verdeeld worden, en volledig op hun gemak gesteld door een enkele pennenstreek van regeringen, wreekt haar eigen schaamte en schande in de meest afgelegen landen; lang vergeten onder het juk van de slavernij, rust deze oude schande bijna tweeduizend jaar lang op u; maar terwijl de tijd en de omstandigheden u het minst gunstig lijken om uw aanspraken te hernieuwen, ze niet eens meer mochten uitgesproken worden en onder dwang zelfs volledig moesten opgegeven worden, biedt zij (Frankrijk) u op dit moment en in tegenstelling tot alle verwachtingen, Israël ’s erfgoed aan!

Het onbezoedelde leger waarmee de Voorzienigheid me tot hier heeft gebracht, geleid door rechtvaardigheid en vergezeld van de overwinning, heeft Jeruzalem tot mijn hoofdkwartier gemaakt, en zal, binnen enkele dagen, overgebracht worden naar Damaskus, een buurt die niet langer de stad van David angst zal inboezemen.

Rechtmatige erfgenamen van Palestina!

Deze grote natie die geen handel drijft in mensen en landen zoals diegenen die uw voorouders als slaven verkochten aan alle volkeren [Joël 3:6], worden hierbij opgeroepen, niet om daadwerkelijk uw patrimonium te veroveren, neen, alleen over te nemen wat werd veroverd en, met de garantie en ondersteuning van dat land, het te handhaven tegen alle nieuwkomers.

Sta op! Toon aan dat de ooit zo overweldigende macht van uw onderdrukkers, de moed van de nakomelingen niet heeft onderdrukt van die helden wiens broederlijke alliantie eer bewees aan Sparta en Rome [1 Maccabeën 12:15], maar dat tweeduizend jaren gebukt in slavernij er niet in geslaagd zijn deze te verstikken.

Haast maken! Nu is het ogenblik aangebroken, een gelegenheid die zich misschien in geen duizenden jaren nog zal voordoen, om uw aanspraken te laten gelden onder alle volkeren van het universum, die u duizenden jaren schaamteloos belemmerd hebben om uw politieke bestaan te claimen als natie tussen de naties en het onbeperkte natuurlijke recht om God in het openbaar te eren in overeenstemming met uw geloof ontzegden; Juda zal welvarend zijn tot in de eeuwigheid en Jeruzalem zal een bloeiende stad zijn voor altijd[Joel 4:20].

Oorspronkelijke Franstalige versie:

Proclamation à la nation Juive au Quartier général de Jérusalem – 20 avril 1799

Napoleon

«Israélites, nation unique que les conquêtes et la tyrannie ont pu, pendant des milliers d’années, priver de leur terre ancestrale, mais ni de leur nom, ni de leur existence nationale !

Les observateurs attentifs et impartiaux du destin des nations, même s’ils n’ont pas les dons prophétiques d’Israël et de Joël, se sont rendus compte de la justesse des prédictions des grands prophètes qui, à la veille de la destruction de Sion, ont prédit que les enfants du Seigneur reviendraient dans leur patrie avec des chansons et dans la joie et que la tristesse et que les soupirs s’enfuiraient à jamais. (Isaie 35.10)

Debout dans la joie, les exilés ! Cette guerre sans exemple dans toute l’histoire, a été engagée pour sa propre défense par une nation, de qui les terres héréditaires étaient considérées par ses ennemis comme une proie offerte à dépecer. Maintenant cette nation se venge de deux mille ans d’ignominie. Bien que l’époque et les circonstances semblent peu favorables à l’affirmation ou même à l’expression de vos demandes, cette guerre vous offre aujourd’hui, contrairement à toute attente, le patrimoine israélien.

La Providence m’a envoyé ici avec une jeune armée, guidée par la justice et accompagnée par la victoire. Mon quartier général est à Jérusalem et dans quelques jours je serais à Damas, dont la proximité n’est plus à craindre pour la ville de David. Héritiers légitimes de la Palestine !

La Grande Nation qui ne trafique pas les hommes et les pays selon la façon de ceux qui ont vendu vos ancêtres à tous les peuples (Joël 4.6) ne vous appelle pas à conquérir votre patrimoine. Non, elle vous demande de prendre seulement ce qu’elle a déjà conquis avec son appui et son autorisation de rester maître de cette terre et de la garder malgré tous les adversaires.

Levez-vous ! Montrez que toute la puissance de vos oppresseurs n’a pu anéantir le courage des descendants de ces héros qui auraient fait honneur à Sparte et à Rome (Maccabée 12.15). Montrez que deux mille ans d’esclavage n’ont pas réussi à étouffer ce courage.

Hâtez vous! C’est le moment qui ne reviendra peut-être pas d’ici mille ans, de réclamer la restauration de vos droits civils, de votre place parmi les peuples du monde. Vous avez le droit à une existence politique en tant que nation parmi les autres nations. Vous avez le droit d’adorer librement le Seigneur selon votre religion. (Joël 4.20)»

Bronnen: International Napoleonic Society en Napoléon et les Juifs door Ben Weider

Een gedachte over “Proclamatie van Napoleon (20 april 1799): ‘De Joden zijn de rechtmatige erfgenamen van Palestina’

  1. De kleine Corsicaanse man, bekend met onafhankelijkheidstreven, was zijn bekrompen tijd ver vooruit, relatief nog niet eens zo lang geleden.

    Like

Reacties zijn gesloten.