Joden en moslims in Antwerpen: vreemdelingen in een wereldstad [Jan Hertogen]

Antwerpen, augustus 1942: op Jodenjacht. “Met Arthur Pierre was u er al (aan) geweest!” Een open vrachtwagen van de Antwerpse verhuisfirma Arthur Pierre laadt Joodse mensen op, zowel mannen, vrouwen als kinderen (Foto: Auditoraat-Generaal). Gezien de grotere concentratie van de Joodse bevolking in Antwerpen, werden drie grote razzia’s uitgevoerd. Daarbij kreeg ze dikwijls de steun van de bevolking en in een aantal gevallen zelfs van de overheid. Zo bijvoorbeeld voerde in de nacht van 28 op 29 augustus 1942  de Antwerpse politie autonoom een razzia uit waarbij meer dan 1200 Joden uit hun huizen werden gehaald en aan de Duitsers overgedragen om te worden weggevoerd.

Het cynisme waarmee sommige zakenlui tijdens de Tweede Wereldoorlog meehielpen aan de Jodenvervolging, is niet beperkt gebleven tot Duitse bedrijven. In Antwerpen bijvoorbeeld leenden verschillende verhuisfirma’s hun diensten aan de bezetter om opgepakte Joden weg te voeren. Officieel heet het dat de Duitsers hun vrachtwagens opeisten. Maar van minstens één verhuizer — Arthur Pierre, die nu nog steeds marktleider is in z’n sector— staat vast dat hij het werk graag en gewetenloos deed [bron: Joods Actueel]

Moslims in Antwerpen, een 2de kans voor ’t Stad

door Jan Hertogen
bron: http://www.npdata.be/BuG/

Obama zei in zijn inaugurale rede van 20 januari 2009:

“Want we weten dat verscheidenheid een sterkte is, en geen zwakte. Wij zijn een natie van christenen en moslims, joden en hindoes, en ongelovigen. Wij zijn gevormd door elke taal en cultuur, uit elke uithoek van de aarde.”

[Volgens het World Factbook leven in de USA: 78,5% christenen waarvan 2/3 protestant, 1,7% Joden, 0,7% boeddhisten en 0,6% moslims.]

Marx drukt zich als volgt filosofisch en enigszins poëtisch uit over de religie:

“Religie is een verzuchting van de onderdrukte, het gemoed van een harteloze wereld, het is opium van het volk”.

Maar is het net zoals de endorfines die de mens zelf aanmaakt ingeval van hevige pijn, religie wordt door de bevolking zelf tot stand gebracht doorheen de gehele geschiedenis, het is een verweermiddel van de volkeren om zich te verzoenen met onheil het on(be)grijpbare en om onderdrukking te verdragen en te weerstaan. Zolang onderdrukking bestaat zullen er godsdiensten zijn en daarna misschien ook. “Kritiek op de godsdienst is in de kern een kritiek op het tranendal waarvan de godsdienst de stralenkrans is.” besluit hij poëtisch. (uit dober)

Op Jodenjacht in Antwerpen
Antwerpen draagt de beladen geschiedenis mee van een collaborerende administratie en een gewillige bevolking in de Jodenjacht, het verzamelen en afvoeren van haar Joodse bevolking naar Mechelen en de deportatie vanuit de Dossin-kazerne naar Auschwitz die voor 96% van de gedeporteerden de dood betekende. Deportatie was een ticket naar de vernietiging. 66% van de Joodse Antwerpen ondergingen dit lot, in Borgerhout was dit 76%, in Deurne 74%, in Antwerpen centrumstad 63% (zie BuG 47). Een verhuis naar Brussel betekende een stijging van de overlevingskans met de helft, zij werden maar in 34% van de gevallen gedeporteerd.

Het anti-semitisme was in eerste instantie gebaseerd op het anti-Judaïsme, dwz op basis van de godsdienst – de Joden hebben Christus gekruisigd – Het was ook het sterkst aanwezig in de traditionele Katholieke (en Lutherse) milieus, al eeuwen lang ten andere, en werd pas later door het nationalisme en nationaal-socialisme opgepikt en verheven tot een ideologie die de vernietiging van de Joden nastreefde en organiseerde.

De Joden werden niet alleen om godsdienstige redenen maar omwille van hun vermeende aard, hun luiheid, hun profiteren van de sociale systemen, hun onwil om te werken, hun bedriegen, leugenachtigheid, onbetrouwbaarheid, hun afwijking van de menselijke norm, hun onvermogen om tot echte mensen in alle waardevolheid uit te groeien gestigmatiseerd. De Joodse cultuur was niet compatibel met de ‘westerse’, de Antwerpse.

Voor de nationaalsocialisten en ook voor vele katholieke en nationalistische Antwerpenaren waren zij een genetische afwijking waarvan men zich en mocht ontdoen. De analyse van Lieven Saerens over Vreemdelingen in een Wereldstad (geen toevallige veralgemenende titel), Een geschiedenis van Antwerpen en zijn Joodse bevolking (1880-1944) is de beste inleiding om Antwerpen te begrijpen in haar opstelling, haar houding, haar aversie, haar denigrerende houding tegenover moslims. Spreken over moslims in Antwerpen is spreken over de geschiedenis en uitdrijving van de Joodse bevolking uit Antwerpen.

In de periode na de tweede wereldoorlog bleven de ‘Jodenbuurten’ allicht een meestal onderkomen stadsdeel waarin zich vanaf de zestiger jaren meer en meer ‘migranten’ en vooral Marokkanen zijn komen vestigen. Het is daarom niet toevallig dat in Borgerhout, Antwerpen-centrumstad en Deurne, de districten met de grootste Jodendeportatie en nieuwe immigratie, het Vlaams Blok [sinds nov. 2004 Vlaams Belang] de kop heeft opgestoken. Het is de ironie van de geschiedenis dat door de Belgwording van de migranten het Vlaams Belang nu lik op stuk krijgt en daar het eerst de kop wordt afgehakt.

In tegenstelling tot de Joden die voor 1940 met 22.239 waren in Antwerpen, zijn de moslims in Antwerpen voor 75% Belg geworden, voor de Joden was dat maar 5%. De moslims in Antwerpen zijn momenteel met 76.148, dat is 3x zoveel als de joden voor WO II. De aanwezigheid van moslims, zoals Joden, taalkundig toch, ook semieten – het Hebreeuws en het Arabisch zijn ten andere ‘Semitische’ talen – , is voor Antwerpen in dit historische perspectief, meer dan welke andere stad ook in België een confrontatie met een nog altijd onverwerkt verleden.

In Nederland leidt de groeiende aanwezigheid van moslims in ditzelfde historische perspectief, tot een nog grotere weerstand. En dat heeft ook een historische grond. In Nederland werden van de 120.000 aanwezige Joden er 105.000 gedeporteerd omdat de administratie en het gerecht zich onderschikte aan de Duitse autoriteit, zij voerden de Duitse verordeningen uit, ook wat Jodenvervolging betreft. In België bestond die onderschikking niet en moesten de Duitsers zelf hun razzia’s doen samen met de collaborateurs.

In Antwerpen, waar vele ambtenaren en politiemannen in het verzet traden, staken ze de Duitse autoriteit evenwel een handje toe. Daarvoor heeft jullie burgemeester zich recent verontschuldigd maar kreeg lik op stuk van de nationalist bij uitstek Bart De Wever. Wie deze achtergronden niet onderkent kan geen inschatting of analyse maken van de ‘moslims in Antwerpen’, van deze nog altijd als ‘volksvreemde’ elementen ervaren inwijkelingen en van wat ik de droesem van het nationaalsocialisme, vooral ook in Antwerpen noem. Met de moslims (en de Marokkanen) krijgt ’t Stad een 2de kans.

Maar de geschiedenis herhaalt zich nooit. Door de gestage ingroei van vreemdelingen, de nieuwe Belgen en het nageslacht ven ‘echte’ Belgen met als grootste en zichtbaarste groep de Marokkanen en daarbinnen nog de Marokkaanse jongens, – de Nederlanders, behalve Jorgen Raymann, worden er gek van – krijg je het fenomeen dat juist deze Marokkaanse jongens de spiegel vormen van de Antwerpse mentaliteit, van datgene wat ook de Antwerpenaar in België al of niet terecht een zekere arrogante, betweterige inkleuring geeft.

Door de (historische) aversie tav de ‘vreemdeling’ die enigszins in de genen van de ‘Antwerpenaar’ is ingebakken kijkt hij naar zichzelf in de spiegel van de ‘Marokkaanse jongens’ en hun ‘Antwerpse’ mentaliteit. Ze zijn de ‘nieuwe Antwerpenaar’ bij uitmuntendheid. Het zijn de ‘mietjes’ die naar de ‘pietjes’ kijken en die zich wederzijds opjagen in wat ze zien.

Dat maar als vrijblijvende bedenking – men heeft mij ervoor gewaarschuwd dat een Antwerpenaar, en zeker de Antwerpse Marokkaan, hiermee niet zou kunnen lachen. De zin voor ironie gaat bij het vooroordeel nogal eens verloren. Als men in de werkelijkheid de ironie ziet kan men ermee leven, als men in de ironie de werkelijkheid ziet dan gaat het mis.