Joden horen even thuis op West Bank als de Palestijnen die ooit in Israël woonden [Yisrael Medad]

Yisrael Medad (rechts), een in New York geboren Joodse zakenman, verhuisde in 1981 naar Shiloh, een Joodse gemeenschap halfweg Nabloes en Ramallah in Judea & Samaria. Shiloh werd in 1978 door acht gezinnen gesticht in de ‘betwiste gebieden’ en telt tegenwoordig ongeveer 2.500 inwoners. De naam West Bank is in feite niet correct. Die naam werd gegeven door Jordanië dat na de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-49 het gebied illegaal annexeerde tot het IDF in 1967 het gebied heroverde op de Arabieren. Het ‘betwiste gebied’ dat toen ten westen lag van de Jordaanrivier, werd door Jordanië als de ‘westbank’ (westelijke oever) aangeduid en later door het Westen overgenomen als ‘West Bank’ (in 2 woorden en nog later zelfs in hoofdletters!) [bron]

In defense of ‘settlements’

Joden horen net zoveel thuis in Judea en Samaria als de Palestijnen die ooit in Israël woonden

door Yisrael Medad
Los Angeles Times [http://www.latimes.com/]

Niemand, inbegrepen een president van de Verenigde Staten van Amerika, heeft het recht om mij, een Jood, te vertellen dat ik niet mag wonen en leven in het gebied van mijn nationaal thuisland. Dat is één van de belangrijkste redenen waarom mijn vrouw en ik in 1981 besloten om naar Shiloh te verhuizen, een zogeheten ‘nederzetting’ die op ongeveer 45 kilometer ligt ten noorden van Jeruzalem.

Nadat Shiloh in 1978 werd gesticht, eiste de toenmalige president Jimmy Carter van eersteminister Menachem Begin dat het dorp met acht gezinnen werd ontruimd. Carter drong van bij de aanvang van de ontmoeting met Menachem Begin erop aan, dat hij de activiteiten van de Joden om hun aanwezigheid in hun historisch thuisland weer op te bouwen, zou ‘bevriezen’.

Zijn toenmalige informatie assistent Shmuel Katz vertelde later dat Begin hem antwoordde:

“U, mijnheer de president, heeft in de Verenigde Staten een aantal plaatsen die namen dragen zoals Bethlehem, Shiloh en Hebron, en u heeft niet het recht om aan toekomstige inwoners te verbieden dat ze in die plaatsen mogen wonen. Net zoals u, heb ik ook dat recht niet in mijn eigen land. Elke Jood heeft het recht om te wonen waar hij dat graag wilt.”

We snellen nu vooruit naar de huidige tijd naar Barack Obama, die op 15 juni 2009 in een ontmoeting met de Italiaanse eerste minister Silvio Berlusconi de opmerking maakte, dat Joodse gemeenschappen die buiten de Groene Lijn wonen ‘in vroegere overeenkomsten werden aangeduid als illegaal.’ Ik wil graag geloven dat de president werd misleid. Er is helemaal niets illegaals aan een Jood die wenst te leven in de plaatsen waar het Judaïsme werd geboren. De suggestie dat het recht om ergens te mogen wonen afhankelijk moet zijn van ras, religie of etnische achtergrond leunt gevaarlijk dicht aan bij de ontwikkeling van een racistische ideologie.

Veronderstel dat iemand zou voorstellen dat Palestijnse dorpen en gemeenten, die in het Israël van voor 1967 werden gebouwd, ‘nederzettingen’ zouden worden genoemd en dat, om een werkelijke vrede te bereiken, de Arabieren hun huizen zouden moeten verlaten. Natuurlijk is de scheiding of uitdrijving van Arabieren onaanvaardbaar, maar waarom is de eis dat de Joden etnisch zouden weg gezuiverd worden van hun gebied dan wel acceptabel? Hebben de Joden dan niet het recht om Judea en Samaria te bewonen net zoveel als de Palestijnen die vroeger in de staat Israël woonden?

De Joodse nederzetting Shiloh voorbij de Groene Lijn van april 1949 in Judea en Samaria. Bijbelse namen voor wat sinds de Jordaanse bezetting 1948-1967 de West Bank wordt genoemd. De Internationale Gemeenschap beschouwt deze Joodse bewoning als illegaal, maar de Joodse bewoners beroepen zich op het historisch recht om er te wonen.

Sommigen vragen zich af waarom de Joden het recht zouden hebben om zich opnieuw te vestigen in gebieden waar ze niet woonden voor de oorlog van 1967, gebieden waar ook voor 1948 nauwelijks nog Joden woonden. Maar waarom woonden er in die periode geen Joden in die gebieden? Dat is vrij eenvoudig: Zij waren het slachtoffer van een drie decennialang durend etnisch zuiveringsproject dat begon in 1920 toen de Arabieren een kleine Joodse boerderij in Tel Hai in het noorden van Galilea met de grond gelijk maakten gevolgd door aanvallen in Jeruzalem en opnieuw in 1921 in Jaffa en Jeruzalem.

In 1929 werd in Hebron de eeuwenoude Joodse bevolking verdreven als gevolg van een Arabische pogrom waarbij bijna 70 Joden werden vermoord. In datzelfde jaar werden de Joden uit Gaza, Nabloes en Jenin gedwongen hun koffers te pakken, op gevaar af voor hun leven. De terugkeer van mijn familie naar Shiloh – en van andere Joden van meer dan 150 gemeenschappen die de Groene Lijn overstaken sinds 1967 – is niet enkel een terugkeer naar claims gebaseerd op Bijbelse rechten. Ook gaat het niet om ons recht op terugkeer naar de gebieden die door de Joden werden bewoond in de 20ste eeuw tot ze door Arabisch geweld weer werden verdreven. Wij zijn teruggekeerd onder een duidelijke vervulling van de internationale wet. Er kan geen enkele twijfel bestaan over de legaliteit van het feit dat ik woon in mijn huis in Shiloh [op de Westelijke Jordaanoever].

Ik ben een ‘revenant’ [iemand die uit de dood weer is opgestaan] – en iemand die na lange afwezigheid teruggekeerd is naar het land van zijn voorvaderen. Het Hoogste Gerechtshof van de Volkerenbond heeft, volgend op de Conferentie van San Remo in 1920, het principe aanvaard van ‘heroprichting’ van een Joods Nationaal Tehuis. Artikel 6 van die principes luidt: “De administratie van Palestina .. zal aanmoedigen … Joodse nederzettingen op het land, inbegrepen landen in staten evenals in verloren gegane landen.” [“The administration of Palestine … shall encourage … close settlement by Jews on the land, including state lands and waste lands.“] Dat ‘land’ was oorspronkelijk uitgetekend over het volledige gebied dat tegenwoordig Jordanië heet en tevens het ganse gebied dat ten westen ligt van de rivier de Jordaan [inbegrepen de zogeheten ‘bezette gebieden’ op de Westelijke Jordaanoever, vanuit de oudheid gekend als Judea en Samaria.]

In 1923, creëerde Groot-Brittannië een nieuwe politieke entiteit, Transjordanië, en nam tegelijk het recht af van de Joden om nog langer te leven en te wonen in de gebieden gelegen ten oosten van de Jordaanrivier. Maar het huis in Shiloh waar ik thans woon, ligt in het gebied dat oorspronkelijk bestemd was als zijnde deel van het internationaal toegezegde toekomstige Joods Nationaal Tehuis. Daarna wil een ironische speling in de geschiedenis, dat een Saoedi-Arabische vluchteling, Abdallah die de Wahabis was ontvlucht, het toegestaan werd om een Arabisch koninkrijk te stichten in een gebied waar dat dit voordien – behalve dan een Joods – nooit had bestaan. Met als resultaat dat, in het gebied waar ooit profeten en priesters de meest humanistische en morele religie en cultuur van de wereld hadden gevormd, de Joden thans als ‘illegalen’ worden gestigmatiseerd.

Veel mensen blijven erop drukken dat de nederzettingen illegaal [zouden] zijn en dat onder de Vierde Conventie van Genève. Maar die conventie is niet van toepassing op de aanwezigheid van Israël in Judea en Samaria en in de Gazastrook. De tweede clausule maakt duidelijk dat het gaat over de bezetting van ‘het grondgebied van een hogere partij gemachtigd om verdragen af te sluiten’ [‘the territory of a high contracting party’]. Judea en Samaria en Gaza, die onder de controle kwamen van Israël na het einde van de Zesdaagse Oorlog in 1967, werden geen grondgebied van een ‘hogere gemachtigde partij’. Joodse historische rechten, die door het [Britse] mandaat werden erkend, werden niet geannuleerd en geen enkele nieuwe soeverein nam ooit Judea en Samaria of Gaza in bezit.

President Barack Obama heeft thans zijn bezwaren kenbaar gemaakt tegen de Israëlische nederzettingen [op de Westelijke Jordaanoever en op de Golanhoogte]. Maar andere voormalige presidenten van de Verenigde Staten dachten er anders over. De regering van president Ronald Reagan heeft een verklaring vrij gegeven dat de Israëlische nederzettingen niet illegaal zijn. Hij werd hierin gesteund door rechter Stephen M. Schwebel, de voormalige voorzitter van het Internationale Hoogste Gerechtshof, die zei dat de aanwezigheid van Israël in Judea en Samaria niet viel onder de noemer ‘bezetting’.

Eenzelfde geluid kwam van een ander vooraanstaand lid van de regering onder Ronald Reagan, Eugene Rostow, de voormalige deken van de Yale Law School en voormalig ondersecretaris van de staat, die benadrukte dat “Israël veel meer rechten kan laten gelden op de Westelijke Jordaanoever dan gelijk welk ander land of land-in-wording [en] diezelfde legale rechten heeft om zich te vestigen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en Oost-Jeruzalem, net zoals het zich heeft gevestigd in Haïfa of West-Jeruzalem.

Eventuele suggesties, die oproepen tot het ‘bevriezen’ en een halt toe te roepen aan de ‘natuurlijke groei’ [van de nederzettingen] zijn niet enkel illegaal, maar zelfs immoreel verwerpelijk.

Video: De Mishkan Shilo synagoge van Shiloh in oktober 2009


Yisrael MedadYisrael Medad, is een Israëlische commentator die, geboren in Amerika, sinds 1981 woont in Shiloh op de Westelijke Jordaanoever. Hij is het hoofd van de informatie dienst van het Menachem Begin Heritage Center in Jeruzalem en heeft zijn eigen blog op http://www.myrightword.blogspot.com.