Toen Jeruzalem nog een verdeelde stad was, een terugblik 60 jaar geleden [James Bell]

Plaatje hierboven: Bevingrad, het Britse hoofdkwartier in de Princess Marystraat in april 1948, slechts kort voor Israël op 14 mei de onafhankelijkheid zal uitroepen. Toen was het nog één van de grenzen van de Britse veiligheidszone. Vanaf de eerste week (in november 1947) dat het Verdeelplan van het Britse Mandaat Palestina bekend werd, inclusief Jeruzalem dat onder de speciale voogdij van de Verenigde Naties zou komen, werd dat plan meteen verworpen door de Arabieren. Arabische gewapende bendes vielen overal in het land Joodse burgers aan en braken met geweld Joodse huizen binnen. Zelfs midden op de dag werd in de straten van Jeruzalem gevochten. De Britse illegale bezetters werden door zowel Arabieren als Joden geviseerd en gedwongen om overal hun kantoren en kazernes te beschermen, zoals hier op de foto goed te zien is. (foto: Jerusalem Post Picture Collection)

Nu de Global March to Jerusalem snel naderbij komt (vrijdag a.s. 30 maart) kan het voor sommigen interessant zijn om nog eens terug te blikken naar de tijd toen de Arabieren de stad in handen hadden tussen 1948 en 1967. Toen Jordanië ‘Oost’-Jeruzalem en Judea & Samaria illegaal had geannexeerd bij het Hasjemitische Koninkrijk.

De benaming ‘West Bank‘, die later algemeen goed werd bij Israëlbashers van hoog tot laag en overal ter wereld, is in feite van Jordaanse origine en werd gebruikt om het door Jordanië bezette gebied ten westen van de Jordaanrivier aan te duiden. Tegen beter weten in blijft de wereld de naam West Bank frequenteren en dat ondanks het feit dat de annexatie van de Westelijke Jordaanoever nooit werd erkend (behoudens dan door G-B en Pakistan). Zelfs de Arabische Liga heeft die annexatie evenmin geaccepteerd.

Jeruzalem opnieuw verdelen? Dat werkt niet, hebben we al geprobeerd. Kijk ook hier en hier en hier.

De Davidstoren, gezien door de dichte prikkeldraadversperringen tussen de Joodse [West-] en Arabische [Oost-] sector van Jeruzalem. Het beeld van 1948 tot 1967 zoals de Joden 19 jaar lang naar hun heiligdommen moesten kijken maar niet bezoeken noch betreden… terwijl de arabieren en moslims onder hun ogen alles verwoestten en onteerden… (foto: W. Braun, Jeruzalem)

Het volgende essay is van James Bell en komt uit het Amerikaanse Time Magazine. Het essay dateert van 28 april 1952 en werd getiteld als:

Strangled City

Stad in een Wurggreep

door James Bell [http://www.time.com/]

Jeruzalem, heilige stad van drie grote godsdiensten, sterft aan wurging. Het touw rondom zijn hals is het prikkeldraad dat Jood van Arabier scheidt, de Nieuwe Stad van de Oude.

Vóór de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948-49, was Jeruzalem een bloeiende gemeenschap van bijna een kwart miljoen mensen. Vandaag, verdeeld tussen Israël en Jordanië, is de stad na drie jaar “wapenstilstand” nog steeds zonder echte vrede, is een gebied van 1.650 vierkante mijl een economische wildernis. De geblokkeerde toegangspoorten, doodlopende straten afgezet met staketsels en roestend prikkeldraad, wegversperringen en ruïnes, verdelen de twee steden, die nochtans voor economisch welzijn zouden moeten dienen.

Aan Arabische zijde leven 100.000 mensen zonder geld maar waar een overvloed aan goederen te koop wordt aangeboden. Aan Joodse zijde leven ergens tussen 110.000 en 140.000 mensen, die wel geld hebben maar geen goederen. De mensen houden elkaar angstvallig in het oog. De vrouw van Jacob Meyerbaum en de vrouw van Ahmed Abu Mohammed hangen ’s ochtends hun was op aan lijnen die slechts een paar meters van elkaar worden gescheiden. Dan keren zij terug naar hun even lege keukens.

De handel aan beide kanten van deze verdeelde stad zijn bijna dood. De eigenaar van de souvenirswinkel Bulos net binnen de Jaffa Poort in het Arabische deel, beschouwt zijn lege rekken en de lege straat die naar de poort leidt, waar Arabische Legionairs, met kaffiyehs op hun hoofden, de weg blokkeren. “Vóór de oorlog,” vertelt hij, “was op deze tijd van de dag, de straat een gewoel van toeristen die logeerden in het Koning David Hotel. Tegen zondagavond liep het hier weer leeg en was de kassa heerlijk gevuld met van die mooie oude Palestijnse ponden. Vandaag heb ik een vol magazijn met opgeslagen goederen, één bediende die niks anders te doen heeft dan over politiek praten met zijn neef en in het kasregister zitten niet eens een dozijn Jordaanse dinars.”

Sommigen Arabieren spreken hoopvol over een mogelijke internationalisering van de Heilige Stad zoals werd opgeroepen in de VN-resolutie van 29 november 1947. Maar de meeste twijfelen of het ooit wel zover zal komen. “De resolutie zal nooit afgedwongen kunnen worden,” zegt een christen Arabier “omdat de grote mogendheden er niet om geven. Maar zelfs als de V.N. hun woord houden, zouden de twee overheden die nu Jeruzalem verdelen het bestrijden. De Israëliërs omringen ons aan drie kanten en de Jordaniërs blokkeren ons aan de vierde. Wij leven hier in een gevangenis.”

Er is heel wat gegrom over de wijze waarop het Amerikaanse hulpprogramma Point Four wordt uitgevoerd. Zo bijvoorbeeld werd een Amerikaanse hulpzending tarwemeel twv 1.200.000 dollars, plotseling tegengehouden in Amman en vond nooit zijn weg over de Jordaanrivier voor distributie onder de behoeftigen in Jeruzalem. De reden: Jordanië ontdekte opeens dat een palet vol tarwe was beginnen ontkiemen en oordeelde dat deze buitenlandse tarwe, die een ernstige hongersnood moest voorkomen, de prijzen naar beneden zou drijven. Intussen heeft Jeruzalem bijna geen tarwe meer en is er een ernstig broodtekort.

De sfeer in de bars en de koffiehuizen herinnert me aan de vroege jaren 1930 in de V.S. toen werklozen de hele dag rondhingen met niks anders te doen dan zichzelf te beklagen. De mensen van Jeruzalem weten niet waar te gaan en kunnen geen kant uit. Er zijn geen leiders, geen mensen met een boodschap. Zelfs de kwaadaardige voormalige Grootmoefti [Haj Amin Al Hoesseini] heeft een wezenlijk deel van zijn aanhang verloren, omdat hij helemaal niets meer uitricht en niet langer zijn toegewijde aanhangers geld toestopt.

In Jeruzalem ziet u vandaag bejaarden en mensen op middelbare leeftijd, maar weinig krachtige, ambitieuze opgeleide mensen in hun twintiger jaren. De reden is eenvoudig. Zij die kunnen, gaan weg. Zij zijn over de hele Arabische wereld aan de slag als leraren of ondergeschikte stafmedewerkers in oliemaatschappijen. Men komt hen tegen in Syrië, Irak en over de hele lengte van de Perzische Golf, droevig, eenzaam hunkerend naar de mooie heuvels van Judea. Zij zijn een nieuw ras van zwervers van het Heilige Land.

Ik vermeldde het dalend aantal jonge mensen in Jeruzalem de volgende avond aan één van de grootste juristen van Palestina. Hij schudde droevig het hoofd en zei: “Ja. Onze mensen desintegreren. De jongeren en de sterken trekken allemaal weg. Degenen waarop wij in de toekomst moeten rekenen, zullen hier niet meer zijn wanneer we ze nodig hebben. Maar kon je hen zeggen om niet te vertrekken? Wat is er voor hen hier nog overgebleven?”

  • De realiteit is dat er helemaal geen Oost Jeruzalem bestaat. Er is maar één Jeruzalem, en dat is de ongedeelde hoofdstad van Israël.” (Shlomo Z. Mostofsky, president van Young Israel 15 maart 2010)
  • “Jeruzalem was en zal altijd de hoofdstad van Israël blijven, en is nooit de hoofdstad geweest van een andere staat“ (President Shimon Peres, mei 2009)
  • “Jeruzalem is de hoofdstad van Israël. Ze is dat altijd geweest, zal dat altijd blijven en zal nooit worden verdeeld. De band tussen het Joodse volk en Jeruzalem gaat duizenden jaren terug. Ze zal verenigd blijven onder onze soevereiniteit. Sinds de stad werd herenigd is de vrijheid van godsdienst voor allen nooit zo volledig verzekerd.” (Premier Benjamin Netanjahoe, 21 mei 2009)

Met dank aan Elder of Ziyon voor de hint: “How wonderful life was in Jerusalem when it was divided“.