Joden en de Christen Nederlanders: een geschiedenis met hoogtes en laagtes [Toni L. Kamins]

Nederlandse Joden worden in Westerbork de deportatietrein naar KZ Auschwitz in gestuwd [bron: http://www1.yadvashem.org/].

In Nederland leefden aan de vooravond van WOII ruim 140.000 Joden. 108.000 van hen, ofte 74 procent, zullen de Holocaust niet overleven. Tussen 15 juni 1942 en 13 september 1944 werden 101.000 Nederlandse Joden via Westerbork met 98 treintransporten afgevoerd naar de vernietigingskampen in het Oosten. Slechts een handvol zal de doodskampen overleven. Op Polen na, kent Nederland verhoudingsgewijze per land de hoogste mortaliteit onder de Europese Joden. Vanwaar deze extreem hoge dodentol in de toch overwegend Christelijke Nederlanden? Hoe heeft deze Judeocide dergelijke dramatische proporties kunnen aannemen?

Jews and the Dutch: A History of Ups and Downs

door Toni L. Kamins
vertaling: Brabosh.com
bron: http://www.crethiplethi.com/

De Nederlanden worden wereldwijd beschouwd als één van de trouwste bondgenoten van Israël, maar tezelfdertijd handhaven zij een kritische houding tegenover Israël en staan op dezelfde pro-Palestijnse politieke lijn als de overige landen van de Europese Unie. Dit artikel handelt over de beschamende geschiedenis van de Nederlandse Christelijke anti-Joodse gevoelens

[Samen te lezen met: “A Very Brief History of European Christian Anti-Jewish Sentiment“.]

De eerste Joden kwamen rondom de 11de eeuw toe in wat men nu de Nederlanden noemt, wat vrij laat was in vergelijking met de rest van Europa. Zoals elders overal het geval was, waren de anti-Joodse wetten en gevoelens gebaseerd op het onderwijs dat door de Katholieke Kerk werd gegeven en het meer recentere Protestantisme, voorgesteld als een dagelijks feit. Eigentijdse documenten vermelden de disputationes, door de Kerk gezegende debatten die bedoeld waren om de Joden te ontdoen van hun geloof en hen te bekeren tot het Katholicisme.

Afbakening 'Joodse Wijk' in Amsterdam tijdens WOII

De overweldigende dodentol die door de Zwarte Dood (de pestpandemie) halfweg de 14de eeuw werd veroorzaakt dompelde de hele Nederlanden in angst. Om een aannemelijke verklaring te presenteren voor het alarmerende aantal sterfgevallen, beschuldigde de Kerk de Joden van het veroorzaken van en het verspreiden van de plaag door de bronnen en rivieren te vergiftigen.

De algemene verdenking die rustte op de Joden, samen met een totaal gebrek aan medische kennis, maakte dat niets of niemand het zal aandurven om deze verklaring te weerleggen. Het werd slechts één van de vele mythen in het anti-Joodse lexicon, samen met het vermoorden van Christelijke kinderen als offer voor het Joodse Paasfeest (Pesach) en het ontwijden van hosties van de heilige communie. Met als gevolg dat vele Joden werden vermoord en het doelwit werden van misbruik en beledigingen op straat.

Snel verder lezen KLIKKEN op–>>

De massale uitwijzing uit Spanje in de 15de eeuw in handen van de Inquisitie had een verwoestend impact op de Joodse gemeenschap. Eeuwen van een Judeo-Spaanse cultuur die grote literatuur, muziek, filosofie, liturgie en wetenschappelijke ontdekkingen had voortgebracht werd meedogenloos teniet gedaan. De Joden die in de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen) leefden begonnen zich naar het noorden te bewegen zo ver mogelijk weg van het Spaanse regime. Hierin begrepen de zogeheten Marranos, Spaanse en Portugese Joden die door de Inquisitie gedwongen bekeerd werden tot het Katholicisme, maar dit het Joodse geloof in het geheim bleven uitoefenen.

Velen gebruikten Christelijke pseudoniemen om herkenning te vermijden. Tegen de 17de eeuw hadden grote aantallen van deze Marranos het zuiden verlaten en zich vervoegd bij een bestaande Marrano gemeenschap in Amsterdam. Maar omdat Amsterdam geen vrijheid van religie kende, durfde niemand zijn/haar Judaïsme bekend maken uit schrik voor arrestatie.

Dat was niet het geval in Haarlem en Rotterdam waar de Joden een hoge graad van vrijheid genoten met inbegrip van het recht om een synagoge te bouwen, een begraafplaats en het drukken en uitgeven van Hebreeuwse boeken. Ondanks kreeg Amsterdam voor de meeste Joden, als dan niet geheim, de voorkeur als uiteindelijke bestemming. En toen de Nederlanden werden verdeeld, zochten de Joden een toevluchtsoord in het noorden, in het bijzonder Amsterdam.

Het waren niet enkel de Joden die werden aangetrokken naar de onafhankelijke Nederlandse republiek. Economische welvaart, samen met relatief verdraagzame vooruitzichten, maakte het aantrekkelijk voor andere groepen buiten de Christelijke heersende stroming, met inbegrip van de Franse Hugenoten en non-conformistische geleerden.

Ondanks een enigszins verdraagzame houding ten opzichte van buitenstaanders hadden de Joden geen officiële legale status op het einde van de 16de eeuw en begin 17de eeuw, het resultaat van de aangeboren verdenking zoals zij door Christelijke autoriteiten werden bekeken. Maar dit varieerde van plaats tot plaats. Een resolutie uit 1619 liet de steden van Holland en West-Friesland toe om individueel een Joods beleid uit te voeren, zodat waar de Joden leefden hun mogelijkheden werden vastgelegd om handel te drijven en aan het politieke en sociale leven deel te nemen. In Amsterdam daarentegen, hoewel er geen beperkingen op Joodse vestiging bestonden, werd zij uitgesloten van de meeste handelsactiviteiten en konden zij geen stadsburgers worden. In andere steden genoten de Joden meer rechten.

Toen het op de wet op aankwam, waren de Joden aan dezelfde regels onderworpen zoals iedereen, maar omdat zij geen Christelijke eden konden zweren werd voor hen een aparte verwoording gecreëerd. In tegenstelling tot Joodse eden in andere landen, bevatten deze geen aanvallende of vernederende inhoud. En vreemd genoeg wanneer Joden buiten de Nederlandse Republiek reisden, drong zij erop aan dat zij als volledige Nederlandse burgers werden erkend.

Het Joodse leven gedijde in deze wettelijke en economische onzekerheid tot 1795, maar ondanks alle beperkingen, met inbegrip van uitsluiting van de gilden, bleef de invloed op de economie door de Joodse gemeenschap steeds toenemen.

De Bataafse Revolutie van 1795 inspireerde een meer open-minded en verdraagzame maatschappij, vrij van de wurggreep die de godsdienst op het dagelijkse leven legde. Het Emancipatie Besluit van 1796, het resultaat van het petitioneren door de burgergroep Felix Libertate (Gelukkig dankzij de vrijheid), schonk burgerrechten aan de Nederlandse Joden en schafte de beperkingen af op vestiging, stemrecht, kantoor houden en lidmaatschap van een gilde. De Joden werden spoedig verkozen in het parlement en in de gemeenteraden van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

Nationalistische bewegingen slingerden zich doorheen het 19de eeuwse Europa en zo deden ook pseudo-wetenschappelijke theorieën over rassen dat. Het was binnen dit milieu dat het moderne antisemitisme zich ontwikkelde. Maar waar andere landen in Europa primitieve en openlijke golven van Jodenhaat kenden, bleef Nederland daar grotendeels van bespaard. Nochtans maakte het religieuze anti-judaïsme, ingebed in de Christelijke theologie en filosofie, zijn opgang in de literatuur en in de rechtse Protestantse politiek zoals dat bijvoorbeeld het geval was met de Anti-Revolutionaire Partij op het einde van de 19de eeuw. Hoewel de Joden niet bij wet uitgesloten waren om een bedrijf te beheren of een invloedrijke positie te bekleden, impliceerde de onwil van vele Nederlanders om de Joden te accepteren, dat er tot 1940 geen Joden in nationale of andere sleutelposities zetelden.

In de eerste decennia van de 20ste eeuw beschouwden de Joden in de Nederlanden zichzelf als Nederlanders. Maar dat veranderde toen Hitler aan de macht kwam in Duitsland en Nederland installeerde als een belangrijk doorgangspunt voor vluchtende Joodse vluchtelingen. Jammer genoeg benadrukte deze toevloed van buitenlandse Joden de verschillen tussen Joden en niet-Joden gezien vanuit het standpunt van het niet-Joodse burgerschap.

Het aantal vluchtelingen was zo groot dat het in 1933 resulteerde in de oprichting van het Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen om aan hun behoeften tegemoet te komen. Tegen de tijd dat Duitsland Holland in mei 1940 waren nog steeds 16.000 van de 34.000 Duits-Joodse vluchtelingen in het land en zaten in de val opgesloten.

Verbodsteken aan het Vondelpark, A'dam WOII

Er leeft de wijdverspreide overtuiging dat de Nederlanders de Joden hielpen tijdens de oorlog. De hoeveelheid daadwerkelijke hulp wordt fel zeer overdreven, maar is niet helemaal ongegrond. Het is waar dat duizenden Joden door niet-Joden werden verborgen en het is waar dat religieuze groeperingen getracht hebben om te protesteren tegen de anti-Joodse maatregelen en deportaties. Maar het droevige feit bestaat dat de doeltreffendheid en de discipline van de Nederlandse bureaucratie het voor de Duitsers vrij gemakkelijk maakte om hun snode opdracht uit te voeren. Daarnaast hebben studies een hoge graad van samenwerking namens de politie aangetoond, vooral in Amsterdam.

Aan het eind van de oorlog was 74% van de 140.000 volle Joden (volgens de Duitse definitie) van Nederland vermoord, het hoogste dodencijfer in uitgedrukt in procenten van West-Europa, met inbegrip van Duitsland. De meeste half- en kwart-Joden overleefden. Deze cijfers zijn het onderwerp van doorgedreven onderzoek geweest om te weten te komen waarom zij zo hoog lagen.

De volkomen verwoesting aangericht door de oorlog, resulteerde in ernstige problemen voor de Nederlandse Joden die overleefden. Voormalige verzetsstrijders, nu in machtsposities, wilden hen snel weer integreren in de maatschappij. Op het eerste gezicht geen slecht idee, maar beschouw ook het feit dat de overlevenden hun directe en uitgebreide families, hun huizen en bezit en de grotere Joodse gemeenschap hadden verloren.

En er was de kwestie van de Joodse kinderen die in niet-Joodse gezinnen waren verborgen en van wie ouders en verre familieleden nu dood waren. Zij werden niet overgedragen aan de Joodse gemeenschap zoals wel het geval zou geweest zijn vóór de oorlog. Om de wonde nog verder te besmeuren, werden Christelijke comités opgericht met het doel om over het lot van de Joodse kinderen te beslissen.

Het was pas in 2000, na aanzienlijke druk, dat de Nederlandse overheid, de banken en de verzekeringsmaatschappijen definitief de restitutie van gebouwen en activa in Joods bezit voltooiden.

Vandaag voelen de Joden in Nederland zich aangevallen uit vele hoeken; dierenrechtenactivisten slaagden er bijna in om het Parlement de kosjere rituele slachting te doen verbieden; de Koninklijke Nederlandse Medische Vereniging heeft om een eind verzocht van de besnijdenis; de Joden zijn het doelwit van moslimgeweld geworden; en Israël wordt routinematig aangevallen in de politieke arena. Het zijn weer moeilijke tijden om Jood te zijn, maar de geschiedenis toont ons dat dit altijd al het geval is geweest.


Toni L. Kamins is een schrijfster en een redactrice in New York. Zij is de auteur van de Complete Jewish Guide to France, de Complete Jewish Guide to Britain and Ireland (St. Martin’s Press) en de binnenkort te verschijnen uitgave Complete Jewish Guide to Paris. Haar werk verscheen in the New York Times, de New York Daily News, Tablet, Bonjour Paris, The Jerusalem Post, The Forward, New York Magazine en op andere plaatsen. Haar persoonlijke website is op tonikamins.com. Voor alle exclusieve blogbijdragen op Crethi Plethi van Toni L. Kamins, kijk hier.

3 gedachtes over “Joden en de Christen Nederlanders: een geschiedenis met hoogtes en laagtes [Toni L. Kamins]

  1. Shalom chaveriem;
    In mijn perceptie zijn er niet 102.000 Joodse NLers. vermoord; maar +/- 144.000.
    Dit getal komt v/e website die laatst via een link opmerkte.
    Daarin stond ook, dat er veel meer vermoord zijn, dan de 6 miljoen die worden genoemd.
    Die gedetailleerde lijst (per land) kwam uit op: +/- 14.689.000.

    Hoe dan ook, deze getallen zijn niet te bevatten.
    Evenzo de getallen die worden genoemd aangaande de resultaten v/d verbeiding v/d religie v/d vrede. Een daar van is: 270.000.000 in +/- 1400 jaar.
    Am Yis’ra-El Chai.

    Like

  2. Na de oorlog had iedereen Joden in huis gehad, als je op die verhalen af zou gaan was mijn hele familie gered, de waarheid was echter heel anders. 223 familieleden zijn vermoord.
    Wij mijn moeder, vader en ik zijn echt gered door een Nederlands Hervormde Boer en Boerin.
    Jelle en Jeltje de VRies – Haga waren mijn Heit en Mem en dat zijn ze tot hun dood voor ons gebleven. Wij hebben voor hen beide een Yad Vasheem onderscheiding gekregen. Zij hadden echt 3 Joden in huis.
    Toen wij in okt.1943 bij hen aankwamen, vertelde Mem aan mijn moeder dat ze nog nooit Joden had gezien, en dat wij er toch als gewone mensen uitzagen.
    Na een aantal maanden wist het hele dorp Oudega Kolderwolde dat Jelle en Jeltje Joden in huis hadden, niemand van de ongeveer 300 inwoners heeft ons verraden.
    Daarom zing ik altijd het Fries volkslied mee uit volle borst.

    Like

Reacties zijn gesloten.