Niet Duitsland maar Rusland gaf de aanzet tot Joodse uittocht naar Israël [G.B.J. Hiltermann]

Een eerste reeks van Russische pogroms liep van 1881 tot 1884. Aanzet was de moord op Tsaar Alexander II waarvan de Joden onterecht de schuld kregen (wie anders?). Deze pogroms brachten de 1ste Aliyah op gang toen ongeveer 31.000 Russische Joden emigreerden naar het Heilig Land. Daarna bleef het een tijd relatief rustig. Maar tussen 1903 en 1905 volgende een tweede bijzonder bloedige reeks pogroms. Te beginnen met de pogrom in Kishinev van 6/7 april 1903 onder Tsaar Nikolaas II. Bijna 50 Russische Joden werden vermoord en honderden licht tot zeer zwaar werden verwond. Duizenden Joodse woningen gingen in de vlammen op.

Hetzelfde scenario zal zich twee jaar later opnieuw herhalen. Nog eens 20 werden vermoord en honderden gewond toen op 19/20 oktober 1905 een tweede pogrom volgde. Datzelfde jaar werden meer dan 600 pogroms gepleegd over het hele Russische grondgebied en joegen de Joden van angst alle kanten op. De 2de Aliyah van zo’n 40.000 voornamelijk Russische Joden naar ‘Palestina’ begon in 1904 en liep tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de 3de Aliyah (1919–1923) vluchtten andermaal 40.000 voornamelijk Russische Joden en tijdens de 4de Aliyah (1924–1929) nog eens 82.000.

Tussen 1882 en 2010 zijn intussen 1.210.000 Russische Joden naar Israël geëmigreerd. 5.357 Belgische Joden en 6.964 Nederlandse zijn in hun spoor gevolgd. Overigens deden sinds 1882 ook 95.000 Amerikaanse Joden die overstap. [cijfers tot 2010].

Niet Duitsland, maar Rusland, gaf aanzet tot de aliyah

door G.B.J. Hiltermann in 1974 [bron]

Niet Duitsland, maar Rusland, gaf aanzet tot de aliyah. Niettemin betekende begrip tonen voor het Arabische standpunt tot eind 1973 ook begrip tonen voor de mening dat Israël als natie niet kan en niet mag zijn. Daarom verbreiden velen, die dat voor de Arabische zaak kunnen opbrengen, visies over het ontstaan van Israël, die haar het blote recht op bestaan ontnemen. Tot hen behoort Isaäc Deutscher, een Britse journalist met een Pools-Joodse achtergrond en bedenker van de sprong uit het brandende huis en in andermans tuin, daarmee buurmans benen brekend!

Deze parabel suggereert dat Israël zijn bestaan dankt aan het misdadig antisemitisme van Adolf Hitler en dat de Joden uit het brandende nazihuis in een Arabische tuin zijn gesprongen, waar zij zich met geweld van meester hebben gemaakt. Een oppervlakkige luisteraar, niet op de hoogte van Israëls ontstaansgeschiedenis, mag dat verhaal geloofwaardig voorkomen. Ik moet hen teleurstellen. Het is zelfs geen ongeoorloofde simplificatie, ja het is een regelrechte falsificatie in strijd met de feitelijke geschiedkundige ontwikkelingen. Want het zijn niet de Duitse antisemieten, de zich nationaal-socialist noemenden, die de stoot hebben gegeven tot het ontstaan van een Joodse vestiging aldaar, evenmin zijn zij de aanzet geweest tot het uitroepen van een Joodse staat.

Neen, het zijn Israëls huidige geacharneerde vijanden, de Russen, die de Joodse kolonie hebben doen ontstaan in de regio van wat nu Israël is. De pogroms in Rusland van 1881 tot 1884, waar de beschaafde wereld met ontzetting en afgrijzen van kennis van nam, deed veel Joden besluiten hun leven te wijden aan het zoeken van een betere woonplaats voor het vervolgde volk. Vooraanstaande Russische pleiters voor Joodse assimilatie, zoals de bekende arts Leon Pinsker uit Odessa, diep getroffen door de pogroms, zagen het nutteloze van hun emancipatie- streven in. Uit het Rusland der tsaren keerden daarom de eerste kolonisten, in wat de aliya heet, naar het land terug van hun voorvaderen, naar het beloofde land. Niet dus springend uit een brandend huis en ook niet in andermans tuin.

Snel verder lezen KLIKKEN op–>>

Slechts na lang aarzelen werd besloten te beproeven het Joodse huis in te richten in het nog onder Turkse heerschappij staande Palestina, toen doorgaans als deel van Syrië beschouwd. Daar zou niet toe zijn besloten, ware niet gebleken dat Palestina praktisch ontvolkt was geraakt. Omstreeks het jaar 1850 telde het minder dan 200.000 inwoners. In de Negevwoestijn zwierven nomaden en rovers die strooptochten ondernamen in de naburige omgeving. Betrouwbare gegevens hieromtrent – uit niet Joodse bron – treft men onder andere aan in een rapport van de Amerikaanse consul-generaal T.G. Wilson uit oktober 1881. Teruggekeerd van een oriëntatiereis vermeldt hij dat de vlakten geheel verlaten en verwaarloosd waren. Bij Jaffa leefden niet meer dan een paar honderd doodarme gezinnen in hutten tezamen met hun vee.

In zijn “Recollections of Travels in the East” uit 1830 (herinneringen aan reizen in het Oosten) beschrijft John Carnet de bewoners van Palestina als vreesachtige apathische primitievelingen (barbarians). De landbouwende bevolking leed aan malaria en de oogziekte trachoom. In 1850 telde Haïfa, na Jeruzalem de grootste stad, ongeveer vierduizend mensen. Men treft deze gegevens aan in het boek van Walter Clay Lowdermilk “Palestine Land of Promise” (Palestina, land van belofte) uit 1944(4), en men vindt ze aangehaald in het boek “Israël” uit 1949 van Jozeph Melkman.(5) Niet in andermans tuin dus, maar naar vrijwel verlaten gebied trokken de kolonisten. Na de ontboming geërodeerd, werd het verlaten door de grote landeigenaren. Zo weinig belovend scheen de toekomst van dit geteisterde gebied, dat bij het Joodse beraad dikwijls als bezwaar tegen terugkeer naar Palestina werd aangemerkt, dat de Joden wellicht niet in staat zouden zijn dat verwaarloosde land weer vruchtbaar te maken. 5 – Geen sprong in andersmans land

Is Palestina Arabisch gebied? en dan nog wel: ‘heilig’ Arabisch gebied? Het is moeilijk andermans heiligverklaring te beoordelen. Het zogenaamde Heilige Land is voor de Joden zonder twijfel een heilige plaats. De betekenis van Jeruzalem voor de christenheid is minder groot, maar zeer wel invoelbaar. Waarom de Arabieren de stad “de nobele heilige plaats” noemen (al-Quds al-Sharif) is voor ons lastiger te begrijpen. Naar mijn gevoelen liggen de heiligste plaatsen van de Islam in de Hijaz (West Arabië). Ik kan begrijpen dat de zetels van de dynastiën van de grote kaliefen vereerd worden.

De Arabische hang naar Jeruzalem komt mij eerlijk gezegd wat merkwaardig voor. Tenzij het land als standplaats van Joodse profeten heilig is, omdat die de openbaring van Mohammed zouden hebben aangekondigd. Maar dat is niet exclusief. Als standplaats van de profeten is het land voor ons allemaal heilig. Waarom wordt aangenomen dat nu juist van Jeruzalem uit Mohammed op een trap van licht ten hemel reed, is mij niet evident. Maar ik heb het recht niet deze visie te verwerpen. Wel meen ik te mogen vaststellen dat de binding van de Islam met Jeruzalem niet hoger moet worden gewaardeerd dan die van Joden en Christenen met die stad, zodat in internationalisatie van de heilige sectoren van deze stad de oplossing dient te worden gezocht.

Verder vind ik het maar moeilijk om met veel overtuiging te spreken van andermans tuin en Arabisch land, want al waren, als men heel ver terug wil gaan, de Hebreeën niet de bewoners van het land bij de schepping van de aarde, zij woonden er in ieder geval lang voordat in de zevende en achtste eeuw na Christus zich een stroom Arabieren naar die contreien richtte. En Joden zijn er altijd blijven wonen. Onafgebroken bleven sedert klassieke tijden Joodse kolonies bestaan in Jaffa, Jeruzalem en Haïfa. In die verwaarloosde tuin dus geen wilde sprong.

Tot 1948 zijn alleen stukken grond door aankoop in Joodse handen gekomen. Geen duimbreed is met geweld aan de eigenaren ontnomen. Voor gevoelens van wrevel onder de Arabieren zou daarom geen sprake mogen zijn. Hoe dat is gelopen staat bijvoorbeeld uitvoerig en geloofwaardig beschreven in Joseph Klausner’s biografie van Menahem Ussishkin, de grote man van het Joodse Nationale fonds (weer een voorman die niet Hitlers Derde Rijk, maar Rusland had verlaten), de zoon van de welvarende koopman Reb Mosje Zwi Ussishkin, die aanvankelijk in Dubrowna in Wit Rusland, later in Moskou woonde en door de jarenlange pogroms tot het zionisme werd bewogen.

In de loop van 1920 begon Ussishkin onderhandelingen over de aankoop van de Jizreëlvallei in Palestina. Ze bestond gedeeltelijk uit moeras, waar malariamuskieten heersten. De prijs was veel hoger dan voor dezelfde grond in Zuid Californië. Onaanvaardbaar hoog meenden velen, maar Ussishkin slaagde erin zijn vrienden tot aankoop te bewegen. Geen prijs is te hoog voor dit heilige land, betoogde hij. Bovendien: wij zullen het land saneren en dan is het zijn prijs waard. Zo is het gegaan. De toestroom van Joden bewoog sommige Palestijnen terug te keren en het trok veel Arabische kolonisten aan. Want de Joodse immigranten brachten bedrijvigheid. De welvaart groeide. Jaren later, na vestiging van de staat Israël, hebben de Palestijnse vluchtelingen die grondtransacties scherp veroordeeld. Hun gramschap richtte zich terecht meer op de Arabische verkopers, dikwijls rijkaards uit de Libanon, dan naar de Joodse kopers.

Een Arabische ‘staat’ Palestina heeft nooit bestaan Niet met een sprong, niet in andermans huis, ook zeer bepaald niet in andermans staat. Een Arabische staat Palestina bestond namelijk niet en hééft nooit bestaan, zelfs niet onder een andere naam. Daar is de oorzaak van dat de Arabieren zich pas heel laat tot naties aaneengesloten hebben. In de geschiedenis voelden zij zich nooit aangespoord naties te stichten zoals wij die kennen. Hun profeet Mohammed heeft dat niet gedaan en ook niet zijn directe opvolgers, die als voorbeeld dienden voor wat later volgt.

Tijdens de Ottomaanse c.q. Turkse overheersing vormden zich wel administratieve kringen met enig centraal gezag, maar geen naties in de moderne westerse zin van het woord. De nu bestaande Arabische naties zijn jonge formaties die vanuit westers initiatief zijn ontstaan. De meeste dateren uit de twintigste eeuw. Die kans kregen de Arabieren nadat zij waren bevrijd van de Turkse heerschappij, tenzij daarna nog een periode van Britse, Franse, Italiaanse of Spaanse kolonisatie aan vooraf ging. Voor wat de landstreek Palestina betreft, voor het deel dat nu Israël heet, werd staatsvorming pas mogelijk toen de vroegere Turkse provincie ophield een Brits mandaat te zijn.

De afschuwelijke tragiek van de niet-Joodse bewoners van het land Israël is dat het gewicht van dat ogenblik niet tot hen doordrong. Op het cruciale moment weigerden zij aan de staatsvorming deel te nemen omdat daar Joden bij betrokken waren ‘zonder echter zelf enigerlei initiatief te nemen’ … niet beseffend dat zij hun kans verpatsten. In de jaren ’47 en ’48 wezen de niet-Joodse bewoners van Palestina de gemengde Joods-Arabische staat van de hand, waar sommige van hun voormannen een kwart eeuw later zo vurig naar zeggen te verlangen.

Mogen wij zeggen dat de Palestijnen met een zeker recht de Joodse rol bij de staatsvorming van de hand wezen? Werden zij met Joodse medebewoners opgescheept omdat Balfour tijdens de Eerste Wereldoorlog de vorming van een Joods nationaal tehuis in Palestina had toegezegd, daarmee de steun kopend van de internationale Jodenheid in de oorlog met de Centrale Mogendheden? Mij dunkt dat de zaak dan wordt omgekeerd. De Joden gingen niet naar Palestina vanwege de Balfourverklaring, maar die verklaring werd mogelijk en nuttig omdat de Joden reeds lang naar Palestina aan het terugkeren waren.

Aan de staatvorming in Palestina namen Joden deel die sedert het einde van de negentiende eeuw naar het oude land waren weergekeerd. De Palestijnen werd ampel tijd gegund zich daarover te beraden, want de staatsvorming voltrok zich in slakkengang. Na de Eerste Wereldoorlog gebruikte Engeland zijn toezegging aan de Joden als voorwendsel om Palestina als mandaatgebied te besturen. Het diende toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van die belofte, maar daar schijnen ze zich niet erg druk om te hebben gemaakt. Na de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn op 18 januari 1947, kondigde de Engelse regering aan dat zij geen formule kon vinden om een vreedzame samenleving van het Joodse en het gemakshalve met Arabisch aangeduide gedeelte van de bewoners mogelijk te maken. Zij zag geen weg dit koloniale gebied te dekoloniseren, dat wil zeggen van zijn Joodse nederzettingen te ontdoen.


G.B.J. Hiltermann (1914-2000) was politiek commentator en historicus. Dit fragment komt uit “Verzamelde Notities van op Reis en Thuis” – 1974 B.V. Europese Publiciteits Maatschappij E.P.M. – Amsterdam

5 gedachtes over “Niet Duitsland maar Rusland gaf de aanzet tot Joodse uittocht naar Israël [G.B.J. Hiltermann]

  1. GBJ Hilterman was een zeer betrouwbare en uiterst kundig commentator.
    Zijn visie is ongetwijfeld juist.
    Russische progroms hebben veel Joodse inwoners doen besluiten ,naar toen Palestina te vluchten.
    Velen waren ook zeer moedig en lid van de Haganah’,waaronder een oom van mij,die uit Roemenie was gevlucht als jongen van 17jr.

    Like

  2. G.B.J. Hilterman…géén ‘vriend der joden, maar iemand die in 40/41 de ‘Duitse bezetting omarmde en zich als een v.d. weinigen aansloot bij de VNJ (een Nationaal Socialistische Journalisten vereniging). Iemand die graag vertelde over zijn ontmoeting in 1938 met Adolf Hitler in Neurenberg en hem toen de hand mocht drukken.

    Like

  3. Het was niet wat Vrij Nederland erover schreef. Het was een gerucht dat altijd de ronde deed in Joods Nederland en daar wisten ze feilloos wie goed/fout was geweest. Het artikel in de krant heb ik vandaag de eerste maal gelezen, daar ik mij de ‘geruchten bij de naam herinnerde en ging zoeken of er inderdaad iets over zijn verleden was geschreven.

    Verder heb je gelijk, hij was een brilliant politiek commentator met een scherpe geest en grote feiten kennis over “de toestand in de wereld”. Zijn wekelijkse radio commentaar was een absolute ‘must.

    Like

  4. Groter bewijs dan dit bestaat niet, want zo zie je dan weer, hoe hyphocriet de Nederlandse overheden is, en blijft op dat nivo, net zo min als de koningklijke huis van voor de W.O II, de media idem dito, info van gerard de boer indie en korea blog.

    Like

Reacties zijn gesloten.