Turks premier Erdogan en de haat jegens de Joodse staat Israël [Clemens Wergin]

Davos (Zwitserland), 29 januari 2009. De Turkse premier Recip Erdogan weet het nu wel zeker: ‘Het is allemaal de schuld van de Joden’. Woedend en gefrustreerd wijst hij met zijn vinger naar de zondebok-van-dienst op dat moment: de Israëlische president Shimon Peres.

Erdogan und der Israelhass

door Clemens Wergin [bron: Cicero Online]
vertaling: E.J. Bron [http://ejbron.wordpress.com]

Recep Tayyip Erdoğan streeft een neo-Ottomaanse buitenlandse politiek na. Daarvoor maakt hij van alle middelen gebruik – maar vooral van de Israël-haat. Dat is echter een spel met vuur.

Toen de Turkse minister-president Recep Tayyip Erdoğan in het kader van de Gazaoorlog in 2008 tegen Israël tekeerging, werd dat nog afgedaan als persoonlijke teleurstelling van een geallieerde, die zich gepasseerd voelde door een partner. Per slot van rekening had Ankara daarvoor achter de coulissen de weg vrijgemaakt voor onderhandelingen tussen Israël en Syrië en voelde zich overrompeld. Drie jaar later is Turkije een van de sterkste anti-Israëlische krachten in de regio geworden. En het wordt steeds duidelijker, dat dit vooral een vehikel is voor een complete nieuwe oriëntering van de Turkse buitenlandse politiek.

Hadden Erdoğan en zijn Minister van Buitenlandse Zaken Davutoglu enkele jaren geleden de toenadering tot Teheran en Damascus nog met een buitenlandse politiek van “zero problemen” gemotiveerd, nu wordt de lijst met die landen, waarmee Ankara intussen conflicten zoekt, steeds langer. Er wordt gedreigd met het sturen van een vloot naar de oostelijke Middellandse Zee om de Israëlische blokkade van Gaza te breken, die een VN-commissie onlangs nog legaal heeft genoemd. De republiek Cyprus, altijd nog een lid van de EU, wordt ook met oorlogsschepen bedreigd, omdat de eilandenstaat het gewaagd heeft om zijn zeegrenzen in een verdrag met Israël te bepalen om te zoeken naar grondstofvoorraden.

Snel verder lezen KLIKKEN op–>>

Demonstratief onderstreept Turkije zijn nieuwe kanonneerbootpolitiek door, zoals Turkse kranten berichten, vier fregatten te sturen om één schip te beschermen, dat voor de kust van het door Turkije bezette Cyprus naar voorraden moet boren. Ook het economisch verzwakte Griekenland wordt door Turkije nu weer benaderd met een politiek van speldenprikken. Intussen intensiveert Turkije de bombardementen op Koerdische stellingen in het buurland Irak – en doet daarmee datgene, wat Erdoğan in het geval van Israël met rebelse woorden veroordeelt. Zelfs de oude vriend in Damascus is niet meer veilig voor de woede van Erdoğan. De “zero problemen politiek” is veranderd in een agressief streven naar een regionale positie van grote mogendheid.

Intussen doet Europa nog steeds net alsof dat nog steeds het oude Turkije zou zijn, dat alleen vanwege de onhandigheid van Israël iets uit het lood is geslagen. Daarbij zou Europa al lang hebben moeten inzien, dat de betrouwbare partner uit de tijd van de Koude Oorlog niet meer bestaat. En dat heeft twee redenen. Enerzijds is er de afgelopen 20 jaar sprake geweest van een bijna seismische mentaliteitsverandering in de Turkse bevolking, die in toenemende mate islamitisch is. Daarbij komt een regering, die vermoedelijk nog nooit zoveel macht heeft genoten en op het punt staat het land strategisch nieuw te oriënteren.

Als je de naar de opvattingen van de Turkse bevolking kijkt, kom je tot de conclusie: Het land verliest zijn westelijke binding en drijft af naar de Oriënt. Verschillende peilingen laten zien, dat de Turkse bevolking welwillender tegenover Arabieren en Perzen staat dan tegenover Europa en de VS. Het Westen wordt met angst en wantrouwen bekeken. En dat heeft maatgevend te maken met het in de jaren-80 beginnende en in de jaren-90 snel sterker wordende waardeoordeel over de islam en conservatieve waarden. Vooral de islamisten hebben de indruk van een islamitisch “wij” bevorderd, dat tegenover een westers “zij” staat.

De Turkse politicoloog Ersin Kalaycioglu schrijft, dat Turkije een schoolvoorbeeld zou zijn van de “cultural turn”, die Samuel Huntington in zijn “Clash of Civilizations” voorspeld heeft. En verder: “Een resocialisatie van de Turkse publieke opinie heeft een nieuwe mentaliteit geschapen, die de religieuze identiteit benadrukt door te definiëren wie een Turkse burger is en een wereldbeschouwing doorgeeft, die kijkt door het prisma van het religieuze conflict.” Tot deze mentaliteit zou de opvatting behoren, dat moslims overal ter wereld onrecht zou worden aangedaan door het Westen. “Grote delen van de Turkse bevolking schijnen in een bijna middeleeuws wereldbeeld te geloven”, aldus Kalaycioglu, “waarin moslims, christenen en Joden met elkaar in oorlog zijn. Ze denken, dat ze de islam tegen de aanvallen van de christelijke missionarissen en hun joodse geallieerden in het Nabije Oosten en thuis te moeten beschermen.”

Deze opvatting werd nog versterkt door de afwijzende houding van Europa tegenover een Turkse toetreding tot de EU. Deze opvatting was echter al wijdverbreid voor de afwijzing en werd niet, zoals vaak wordt beweerd, pas door haar veroorzaakt. Het gaat veelmeer om een wereldbeeld, dat Erdoğan aanmoedigt en waarvan hij gebruik weet te maken voor zijn doelen.

Daarbij komt een aanzienlijke strategische ambitie van klassiek nationale aard, die vaak onder het trefwoord van de neo-Ottomaanse buitenlandse politiek wordt samengevat. Turkije oriënteert zich op het oosten om culturele redenen, maar ook om strategische. Dat heeft ermee te maken, dat Turkije al jaren geleden de hoop heeft opgegeven volledig lid te kunnen worden van de EU. Maar in Europa zou Turkije ook slechts een belangrijk land onder velen kunnen zijn. In het Nabije Oosten echter kan de door de economische opbloei nog aangewakkerde ambitie beter worden bevredigd. Want hier heeft Ankara weinig concurrenten. De onder Hosni Moebarak verharde Egyptische leidende macht heeft veel van zijn glans verloren en zal op de middellange termijn met interne problemen bezig zijn. De Saoedi´s hebben gebrek aan mensen en een moderne economie (en aan een aantrekkelijk maatschappijmodel). Ook Iran is de aantrekkingskracht van de eerste jaren na de revolutie door Khomeini al lang kwijtgeraakt. Toch is het kort voor de atoombom staande Teheran in werkelijkheid qua massa, bewapening en missionaire overmoed een serieus te nemen rivaal.

Erdoğan weet, dat de Turken niet per se populair zijn in Arabië, omdat de herinnering aan de Ottomaanse bezetting daar nog leeft. Maar hij heeft tijdens zijn eerste botsingen met Israël in 2008 een belangrijke ervaring opgedaan: Er bestaat geen beter middel dan het conflict met Israël om populair te worden in de Arabische straten. En nu komen daar nog twee elementen bij: de Arabische revoluties en de indruk van een tanende Amerikaanse macht. In het Nabije Oosten verdwijnen oude heersersdynastieën en allianties. De regio wordt buigzamer dan hij ooit was na de Tweede Wereldoorlog. Dat heeft men gezien in Ankara: Daar is iets mogelijk. En ondertussen is Europa vooral met zichzelf bezig.

Turkije biedt nu twee dingen aan: Het doet zich voor als sterke anti-Israëlische speler in een regio, waarin de meeste Arabische landen zich stilzwijgend al lang met Jeruzalem hebben gearrangeerd. Erdoğan biedt de anti-Israëlische stromingen een jonge bron en een nieuw fixatiepunt aan. Daarbij komt een aantrekkelijk maatschappijmodel voor een Arabische jeugd, die zijn dictaturen wil overwinnen, die echter weinig kan met het geforceerde secularisme van Europese landen.

Europa droomt er nog steeds over, dat Turkije als brug naar de Oriënt zou kunnen dienen. In werkelijkheid wordt Turkije juist een strategische concurrent, die zijn mengvorm uit islam en westerse democratie niet wil gebruiken om de invloed van het Westen in de islamitische wereld te bevorderen, maar om zelf in het vacuüm te springen, dat een in toenemende mate op een ontbinding van de wereld zettende westerse leidende macht in de regio achterlaat.

Nu zou het misschien niet slecht zijn wanneer de Arabische revolutielanden zich zouden oriënteren op het politieke systeem van Turkije. Het verwoestende aan de nieuwe Turkse buitenlandse politiek is echter, dat zij met haar Israël-haat de oude obsessies van de Arabische wereld opnieuw aanwakkert. En dat op een moment, waarin de samenlevingen daar net op het punt stonden om te herkennen, dat hun dictators het conflict met Israël alleen gebruikt hebben om hun eigen veiligheidsregimes in stand te houden. Erdoğan probeert de macht van Turkije uit te breiden door oude demonen wakker te maken. Dat wijst echter niet naar de toekomst, maar terug naar een verleden vol conflicten.

2 gedachtes over “Turks premier Erdogan en de haat jegens de Joodse staat Israël [Clemens Wergin]

  1. Mooi artikel. Wat zou de nieuwe koers van Turkije voor de miljoenen Turken in Europa betekenen? Verdere radicalisering en een bondgenootschap met de Marokkaanse straat schoften om nog meer Joden te gaan pesten?

    Like

  2. Ik ga even in op verdere radicalisering t.o.v. marokkaanse schoften om nog meer Joden te gaan pesten.
    Dhr. Samson uit de NL Tweede Kamer die in het geheim een klein jaar stage liep als straatcoach in een achterstandwijk, moet erkennen dat de Marokkanen oververtegenwoordigd zijn op alle fronten. Hij zal niet meer zo lichtvaardig over mensen denken die er last van hebben enklagen. PvdA-Kamerlid Samsom ontzet over overlast straattuig http://www.nrc.nl/nieuws/2011/09/15/…st-straattuig/

    Like

Reacties zijn gesloten.