Interview met 108-jarige pianiste Alice Herz Sommer die de Holocaust overleefde

“Zij rukten onze bezittingen, voedsel en kleding af maar muziek is het enige ding dat ze ons kon niet konden afpakken, muziek heeft het kwade niet kunnen vernietigen”.

In deze video interviewt Anthony Robbins een 108-jarige [!] vrouw en begaafde pianiste Alice Herz Sommer [°1903, Praag] die de nazi concentratiekampen overleefde. Alice, geboren in Praag (Tsjechië), die na de oorlog 37 jaar lang in Israël woonde maar na het huwelijk van haar zoon die in 1966 naar Londen trok, hem en zijn gezin in 1986 volgde, bespeelt nog alle dagen de Piano Grande. Op 104-jarige leeftijd publiceerde zij (met de hulp van de auteurs Melissa Muller en Reinhard Piechocki) het opmerkelijke boek “A Garden of Eden in Hell” over haar levensloop en in het bijzonder over hoe zij de kampen overleefde.

Een pakkend verhaal ook over hoe zij uit haar moederliefde voor haar zoon Raphaël de kracht puurde en aldus de gruwel van de nazi’s overwon.

A Garden of Eden in Hell

“Een Aards Paradijs in de Hel”

door Ralph Blumenau [bron: Amazon.com]

Muziek heeft Alice Sommer – levend in een autonome paradijselijke wereld – overal en altijd doorheen geloodst. Dit heeft haar geholpen om de werkelijke wereld, die door de Nazi’s in een hel was veranderd, te verdragen en te overleven en die jaren vormen dan ook het centrale gedeelte van het boek.

Zij werd in 1903 geboren in een geassimileerde Joodse en Duitstalige familie in Praag. Zij begon op zeer jonge leeftijd piano te spelen en op haar 21ste maakte zij haar debuut als soliste bij het Tsjechisch Filharmonisch Orkest. In 1931 huwde zij met Leopold Sommer en hun zoon Stephan (die later Raphaël werd genoemd) werd in 1937 geboren.

Na de bezetting door de Nazi’s van Tsjecho-Slowakije in 1939 veranderde hun leven vlug, met de vele vernederende beperkingen die de Joden dag na dag werden opgelegd. En toen begonnen de deportaties. In juli 1942 werd eerst haar 72-jaar oude moeder opgepakt uit het bejaardentehuis en naar Theresienstadt gedeporteerd (en van daar naar het vernietigingskamp van Treblinka). Vervolgens een jaar later, in juli 1943, was het de beurt aan Alice, Leopold en Stephan, toen nauwelijks zes jaar oud, om naar Theresienstadt te worden gedeporteerd.

De lichamelijke condities waren daar ontzettend beroerd, maar een paar maanden alvorens Alice Sommers aankwam, had de SS beslist het kamp om te toveren in een “showkamp” om de waarnemers van het Internationale Rode Kruis te misleiden, waardoor de gedeporteerden voorzien werden van muziekinstrumenten [die van Joden in beslag waren genomen] en mochten zij hierover tot eigen vermaak beschikken. Alice gaf vele voorstellingen en de beschrijvingen hiervan zijn zeer emotioneel. Stephan, die muzikaal meer dan vroegrijp was dan zijn moeder op die leeftijd was, werd snel binnengehaald om op te treden in Brundibár, de opera die in het kamp speciaal voor de kinderen was gecomponeerd.

Oorspronkelijke opstelling in 1943 van de befaamde kinderopera “Brundibár” in Theresienstadt (Terezin). De opera was zo’n succes dat de productie Brundibár werd gefilmd voor de Nazi propagandafilm “Der Führer schenkt den Juden eine Stadt” (De Führer schenkt de Joden een stad). In oktober 1944, meteen na afloop van de filmopnamen, werden al de deelnemers aan de opera opgeladen in veewagens en naar KZ Auschwitz-Birkenau [Auschwitz II] gedeporteerd. De meesten van hen werden onmiddellijk na aankomst vergast, met inbegrip van de kinderen, de componist Hans Krása, de directeur Kurt Gerron en de muzikanten.

Naarmate de nederlaag voor Duitsland in de herfst van 1944 dichterbij kwam, besliste de SS, wellicht uit schrik voor een opstand van de weinige gezonde mensen die nog in Theresienstadt restten, hen naar de uitroeiingskampen te deporteren. De echtgenoot van Alice was onder hen: zij zal hem nooit meer terugzien. Veel later vernam zij dat hij de Dodenmars van Auschwitz naar Dachau had overleefd en aldaar was overleden aan tyfus.

Maar Himmler wilde Theresienstadt nog steeds bewaren als een ‘modelkamp’ en het kamp tot zijn verdediging na de oorlog aanvoeren. Alice moest acht uur per dag in de barakken werken waar leien pannen werden vergruizeld om isolerend materiaal van te maken, werk dat bijzonder hard was voor haar gevoelige handen; maar ’s avonds zal ze dikwijls optreden tijdens concerten die voortdurend werden opgevoerd. In mei 1945 werd Theresienstadt bevrijd en in het midden van juni konden Alice en Stephan naar Praag terugkeren en hun muzikale carrière daar voortzetten.

Cellist Raphaël Sommer 1937-2001

Echter, na de communistische overname van Tsjecho-Slowakije in 1948, werd het opnieuw gevaarlijk om vrijuit te spreken. In maart 1949 besliste Alice om met haar zoon naar Israël te trekken, waar zij voor de volgende 37 jaar zal leven. Daar liep haar muzikale carrière verder als uitvoerder en leraar, terwijl Raphaël te zijner tijd een cellist van wereldformaat werd. Na zijn huwelijk in 1966, ging hij met zijn vrouw in Londen wonen en in 1986 volgde zijn moeder Alice het gezin in Engeland.

Het boek eindigt met het ergste wat een liefhebbende moeder kan overkomen: in 2001 stierf Raphaël Sommer aan een hartaanval terwijl hij op concertreis was in Israël. Alice, toen 98 jaar oud, bood moedig het hoofd aan dit verdriet net zoals zij aan zoveel andere crisissen in haar leven het hoofd had geboden, zoekend naar troost in de muziek (zij speelt nog steeds elke dag 3 uren piano in haar huis in Hampstead).

Nooit gaf zij toe aan bitterheid; zij bleef altijd levenslustig; haar filosofie schuwt de haat, hetzij voor Duitsers of voor Arabieren. Ter gelegenheid van haar 100ste verjaardag werd zij door mensen uit vele landen gehuldigd. Dit ontroerende boek hoort daar bij.

Een gedachte over “Interview met 108-jarige pianiste Alice Herz Sommer die de Holocaust overleefde

Reacties zijn gesloten.