Grootschalige fraude met 400.000 Arabieren die in 1948 het etiket van ‘Palestijnse vluchtelingen’ meekregen

Tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949 werden zoals bekend Judea & Samaria (ook bekend als het gebied van de West Bank) en de oude authentieke hoofdstad van het Joodse volk Jeruzalem (door Israëlbashers en Arabieren smalend Oost-Jeruzalem of Al Quds genoemd)  veroverd door het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië en illegaal geannexeerd. Die annexatie werd internationaal veroordeeld met inbegrip van de Arabische Liga. Enkel G-B erkende de annexatie alsook haar toenmalige kolonie Pakistan. Tegelijk werd ook de Gazastrook veroverd maar dan wel door Egypte.

Aan die illegale Arabische bezetting zal pas 19 jaar later een einde komen tijdens de Zesdaagse Oorlog van juni 1967, wanneer Israël de Arabische vijanden van de Joodse staat een zware nederlaag toebrengt en de historisch Joodse gebieden heroverd op de Islam. Na de oorlog van 1967 kreeg de mythe van een zogenaamd Palestijns ‘inheems volk’ gestalte. De rest van het verhaal is bekend.

Tijdens die Onafhankelijkheidsoorlog ontvluchtten veel Arabieren het oorlogsgeweld. Een groot deel van die Arabieren waren vluchtelingen afkomstig uit de gebieden die door Israël werden veroverd tot in april 1949 een einde aan de gevechten kwam. Nagenoeg niemand weet nog dat ruim 200.000 Arabische vluchtelingen uit de gebieden kwamen die door de Arabische legers werden bezet! Daarnaast bestond er ook nog eens een groep van 200.000 Arabieren die geen vluchtelingen waren maar wel hulp kregen van de UNRWA. Die 400.000 Arabieren werden samen met de vluchtelingen uit Israël, Judea & Samaria en Gaza, allemaal samen in tentenkampen ondergebracht in de omringende Arabische landen en in de door Arabieren bezette en/of geannexeerde gebieden.

Merkwaardig is dat die 200.000 door de Arabieren verjaagde Arabische bevolking van ‘Palestina’ en die 200.000 hulpbehoevende Arabieren die geen vluchtelingen waren, later zonder onderscheid door de UNRWA werden erkend als zijnde authentieke ‘Palestijnse vluchtelingen’ die zogenaamd “verjaagd werden door de Israëlische bezetters”. Tot op vandaag wordt die gefingeerde groep van Palestijnse vluchtelingen onderhouden door de UNRWA èn al hun nakomelingen tot wanneer iemand ooit het verstand zal krijgen om de UNRWA eindelijk op te heffen.

[Opmerking: De UNRWA is de afgescheiden vluchtelingenorganisatie ‘alléén voor Palestijnen‘ van de Verenigde Naties, àlle andere vluchtelingen van de hele wereld ressorteren onder de UNHCR van de VN. Waarom dat onderscheid tussen die vluchtelingen werd gemaakt en één bepaalde groep uit het geheel van vluchtelingen werd gehaald, daar kunnen alleen de Arabische Liga en het OIC (moslimwereld) op antwoorden.]

EoZ doet hierna het onthutsende verhaal van één van de ‘grootste vervalsingen’ van de 20ste eeuw, met name de vervalsing van een contingent van 400.000 vermeende “Pal-Arabische vluchtelingen van 1948” die in feite gevlucht waren voor de Arabische veroveraars samen met andere Arabieren die in die tijd geen vluchtelingen waren, maar allen wèl achteraf integraal tot ‘Palestijnse vluchtelingen‘ werden omgedoopt:

Snel verder lezen KLIKKEN op–>>

The fake refugees of 1948

naar een artikel van Elder of Ziyon [bron: EoZ]

In 1949 hield de Conciliation Commission for Palestine van de Verenigde Naties [UNCCP)] een maandenlange conferentie te Lausanne in Zwitserland met vertegenwoordigers van Israël, de Arabische landen en een delegatie van de Pal-Arabische vluchtelingen, om te bespreken hoe zij de kwesties konden oplossen die voortvloeiden uit de oorlog van 1948, met inbegrip van de grenzen, de kwestie Jeruzalem en het probleem van de vluchtelingen.

De Commissie raakte gefrustreerd door zowel de Israëliërs als Arabieren, toen de Arabieren de repatriëring vroegen van de vluchtelingen als eerste vereiste te bespreken voor alle andere kwesties aan de beurt konden komen, terwijl Israël wilde dat het probleem zou worden opgelost in de context van een globaal vredesakkoord. De Commissie, met afgevaardigden van de V.S., Frankrijk en Turkije, vergaderde vaak met de Arabieren en spendeerde veel tijd om formules te bedenken om de meeste van de vluchtelingen toe te laten terug te keren naar Israël.

EoZ ontdekte een bijzonder interessant artikel in The Palestine Post (zoals The Jerusalem Post toen nog heette!) van 13 juli 1949, een artikel van Jon Kimche, betreffende deze Commissie:

Vertaling van de in blauw gemarkeerde paragraaf:

“Misschien wordt de mislukking van de Commissie het best gekenmerkt door het nalaten van om het even wat te doen voor de 200.000 Arabische vluchtelingen die gevlucht zijn, niet vanuit Israëlisch bezet grondgebied maar van Arabieren die Palestina bezetten. Er bestond geen enkele politieke belemmering voor hun repatriëring. Maar toch blijven zij in de kampen en vluchtelingendorpen zitten zonder dat iemand ook maar één vinger naar hen uitsteekt om hen terug naar huis te krijgen.

Daarnaast zijn er 200.000 berooide Arabieren die geen vluchtelingen zijn maar die hulp krijgen van de hulporganisaties of in de vluchtelingenkampen leven. Hun probleem zal niet geregeld worden door de repatriëring van de echte vluchtelingen. Waar wachten zij dan op? Met andere woorden, de helft van het totale probleem van de zogeheten vluchtelingen kon meteen worden aangepakt zonder dat zij moeten wachten op een overeenkomst met Israël of op om het even wat.

Het doet in aanzienlijke mate afbreuk aan het humanitaire argument dat wordt gebruikt om Israël te overreden om snel iets te doen, terwijl de leefomstandigheden [in de kampen] zienderogen verslechteren.”

De UNRWA, de kip met de gouden eieren

Het lijkt erop dat het algemeen geweten was – althans toch door hen die de kwestie op de voet volgden – dat een significant aantal “vluchtelingen” helemaal niet van het grondgebied afkomstig was dat door Israël werd gecontroleerd!

Dit schijnt overeen te stemmen met een onderzoek dat Efraim Karsh deed om het aantal Arabische vluchtelingen van 1948 te tellen. Hij berekende dat er tussen 583.000 en 609.000 vluchtelingen tijdens de oorlog van Israëlisch grondgebied kwamen. Maar de eerste telling “vluchtelingen” die door de UNRWA aan het eind van 1949 werd verricht kwam met 962.000 “vluchtelingen” op de proppen! (Ik denk dat zij dat aantal in hun tweede raming iets lager dan 900.000 raamden nadat zij zich rekenschap geven van hun frauduleuze beweringen, meestal mensen waarvan bleek dat ze gestorven waren of simpelweg niet eens bestonden).

Het eerste rapport van de UNRWA aanvaardde dat er meer dan 150.000 berooide Arabieren waren die om hulp van het Agentschap vroegen maar die geen vluchtelingen waren, zodat het onduidelijk is of zij in het aanvankelijke opgegeven aantal waren begrepen – of uiteindelijk er toch werden aan toe gevoegd. UNRWA en andere organisaties gaven tegelijkertijd toe dat de Arabieren hun aantallen overdreven:

“Velen van de behoeftigen leven thans in slechtere omstandigheden dan de gemiddelde vluchteling, omdat de laatstgenoemde voedsel, medische behandeling en wat kleding ontvangt, waarvan slechts weinig beschikbaar is voor de niet-vluchteling.”

Ik was er me niet eerder bewust van het aantal “vluchtelingen” die gevlucht waren naar die gebieden die later naar Jordanië gingen of in [het door Egypte bezet] Gaza eindigden. Misschien gingen zij weg uit vrees dat de Zionistische strijdkrachten hen zouden bereiken? Maar het lijkt er eerder op dat velen van hen voordeel haalde uit het het vrij verstrekte vrije voedsel en de medische behandeling die de UNRWA voorzag. Ik weet niet of de aantallen van Kimche nauwkeurig zijn – zij lijken enigszins overdreven – maar het blijkt dat een groot deel van de “vluchtelingen” in 1949 niets van dat alles was.

En ze hebben het geluk dat velen van hen – met inbegrip van al hun nakomelingen – vandaag de dag nog steeds als “Palestijnse vluchtelingen” worden gedefinieerd.