Nagels met koppen slaan: Ron Prosor over ‘De kwestie van Palestina’ in de Verenigde Naties

GA: Debate on “The Question of Palestine”

vertaald door Brabosh.com

Debat over ‘De Kwestie van Palestina’ in de Algemene Vergadering

Toespraak door Ron Prosor, permanent vertegenwoordiger voor Israël bij de VN [bron]

New York, 29 november 2011

Mijnheer de Voorzitter,

Een vooraanstaande Joodse wijsgeer schreef ooit: “De waarheid kan aanvankelijk kwetsen als een doorn, maar zal uiteindelijk bloeien als een roos.” Deze woorden schoten mij vandaag te binnen. Zijn inzicht kon velen in deze zaal werkelijk ten goede komen. Er is een watergolf van waarheid nodig om de zaden van de vrede te bevloeien. Maar toch blijven wij getuigen zijn van een droogte in de openhartigheid in de bespreking door deze organisatie omtrent het Israëlisch-Palestijnse conflict. Op deze historische dag, zijn de echte feiten in de Algemene Vergadering eerder zeldzaam en weinig terzake.

Voor om het even wie hier eerder op de 29ste November aanwezig was, is dit vandaag een déjà-vu ervaring. Sommigen van u kunnen gemerkt hebben dat sommige minder belangrijke veranderingen in het Midden-Oosten onlangs hebben plaatsgevonden, maar om het even welke veranderingen in de resoluties van deze organisatie die Israël veroordelen, zijn zeer, zeer zeldzaam. Er werd inderdaad geen erg creatieve schrijver onder de arm genomen om de taal in deze resoluties te bewerken. Exact dezelfde tekst wordt eindeloos gekopieerd en herbruikt, jaar na jaar, waarvan veel van die [teksten] dateren tot vijf decennia terug.

De opsomming die wij vandaag gehoord hebben is éénzijdig. Ze is unilateraal. Ze is onrechtvaardig. En ze is nutteloos. Het stelt een vervormde en partijdige versie voor van de geschiedenis. Het zet de zaak van Palestijnse zelfbeschikking om in een weloverwogen poging om de Staat Israël te denigreren, te belasteren en te delegitimizeren. De politieke dynamica in deze organisatie is triest en voorspelbaar. Telkens in november, veranderen in New York de bladeren van kleur, maar de automatische anti-Israël meerderheid verandert nooit haar stemgedrag.

Ieder en elk verantwoordelijk lid van de internationale gemeenschap die zijn goedkeuring hecht aan telkens exact dezelfde reeks van resoluties – die in het gunstigste geval onbelangrijk zijn en in het ergste geval schade berokkenen – zou een beetje zijn ziel moeten onderzoeken. Is dit de boodschap waarvan u wenst dat de Algemene Vergadering die wereldwijd bekend maakt?

Snel verder lezen KLIKKEN op –>>

Mijnheer de Voorzitter,

Laat me een ogenblik nemen om deze Vergadering eraan te herinneren over wat er eigenlijk op deze dag 64 jaar geleden gebeurde – en in de dagen die volgden. Op 29 november 1947, verleende de Verenigde Naties haar instemming in om het Britse Mandaat voor Palestina in twee staten te verdelen: één Joodse en één Arabische. Twee staten voor twee volkeren. De Joodse bevolking keurde dat plan goed en riep een nieuwe staat uit in haar oude geboorteland. Het weerspiegelde de Zionistische overtuiging dat het zowel noodzakelijk als mogelijk was om in het land van onze voorvaders in vrede te leven met onze buren.

De Arabische inwoners verwierpen het plan en lanceerden een vernietigingsoorlog tegen de nieuwe Joodse staat, die werd gevoerd door de legers van vijf Arabische landen die aangesloten zijn bij de Verenigde Naties. Één percent van de bevolking van Israël stierf tijdens deze aanval, vermoord door deze vijf legers. Denk eens na over de prijs [die toen werd betaald door Israël]. Het zou tegenwoordig het equivalent zijn van 650.000 mensen die omkwamen in Frankrijk, of 3 miljoen doden in de Verenigde Staten, of 13 miljoen doden in China.

Als resultaat van de oorlog, waren er Arabieren die vluchtelingen werden. Een gelijkaardig aantal Joden, die in Arabische landen leefden, werd gedwongen om hun huizen eveneens te ontvluchten. Zij ook, werden vluchtelingen. Het verschil tussen deze twee verschillende bevolkingen was – en is nog steeds – dat Israël de vluchtelingen in onze maatschappij absorbeerde. Onze buren deden dat niet. De vluchtelingkampen in Israël baarden bloeiende gemeenten en steden. Daarentegen de vluchtelingkampen in de Arabische landen baarden steeds meer Palestijnse vluchtelingen.

Wij ontsloten ons enorm potentieel aan nieuwe immigranten. De Arabische Wereld heeft bewust en met opzet hun Palestijnse bevolking in een tweede klassenstatus gehouden van permanente vluchteling. Al vele jaren lang en dat tot op vandaag, belemmert in Libanon een wet dat Palestijnen grond mogen bezitten, en verhindert de toegang van artsen en advocaten in de openbare sector. De Palestijnen worden uitgesloten van deze beroepen. In Koeweit werd in 1991 de eens zeer significante Palestijnse bevolking uit het land verdreven. Slechts weinigen zijn gebleven.

In Syrië, moesten duizenden Palestijnen eind augustus de vluchtelingenkampen in Latakia ontvluchten, toen president Assad hun huizen beschoot met granaten, afgevuurd vanaf kanonneerboten voor de kust. In de overgrote meerderheid van de Arabische Landen, hebben de Palestijnen geen recht op het burgerschap. Het is dan ook geen toeval dat de verantwoordelijkheden van de Arabische Wereld ten aanzien van  de ‘onvervreemdbare rechten’ van deze Palestijnen, nooit in de resoluties voorkomen die voor u liggen.

Mijnheer de Voorzitter,

De basiskwestie, die aan de grondslag ligt van ons conflict, is in 64 jaar niet veranderd. Die vraag luidt: heeft de Arabische Wereld – en meer in het bijzonder de Palestijnen – zich eigen gemaakt dat Israël hier zal blijven en als de Natie staat van het Joodse Volk zal voortbestaan?

Het is nog onduidelijk of zij worden geïnspireerd door de belofte van de oprichting van een nieuwe staat of dat zij tot doel hebben om een bestaande te vernietigen. Twee maanden geleden, bevond president Abbas zich op dit podium in deze ruimte en trachtte de onbreekbare en onverbrekelijke band tussen het Joodse Volk en het Land van Israël uit te wissen.

Hij zei toen het volgende: “Ik kom vandaag voor u uit het Heilig Land, het land van Palestina, het land van g’ddelijke boodschappen, de hemelvaart van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) en de geboorteplaats van Jezus Christus (vrede zij met hem).”

Dat was geen onoplettendheid. Het was geen verspreking. Het was andermaal een weloverwogen poging om meer dan 3.000 jaar Joodse geschiedenis te ontkennen en uit te vagen. Arabische leiders van die twee naties die naar vrede streefden [met Israël] hebben een verschillende boodschap aangeboden. Zo bijvoorbeeld koning Hoessein die in 1995 naar de Verenigde Staten kwam en zei (citaat): “Wat ons betreft, zullen wij blijven werken aan een nieuwe dageraad totdat alle Kinderen van Abraham en hun nakomelingen samenleven in de geboorteplaats van hun drie grote monotheïstische religies.”

In 1977 bezocht de Egyptische president Sadat het Israëlische Parlement [de Knesset] en citeerde de volgende vers uit de Koran: “Wij geloven in G’d en in wat aan ons werd geopenbaard en in wat werd geopenbaard aan Abraham, Ismail, Isaac en Jacob en de stammen en in de boeken die werden gegeven aan Mozes, Jezus en de profeten van hun G’d.” President Sadat en koning Hoessein spraken over DRIE monotheïstische godsdiensten en niet ÉÉN of TWEE.

Mijnheer de Voorzitter,

De resolutie die gestalte geeft aan de 29ste November – Resolutie 181 van de Algemene Vergadering – spreekt niet minder dan 25 keer over de oprichting van een ‘Joodse Staat’. Wij horen nog steeds niet de Palestijnse leiders deze term uiten. De Palestijnse leiding weigert om het karakter van Israël als Joodse staat te erkennen. U zult hen nooit horen zeggen “twee staten voor twee volkeren”. Als u ooit een Palestijnse leider hoort zeggen “twee staten voor twee volkeren”, gelieve mij dan onmiddellijk te telefoneren. Mijn kantoor heeft het equivalent van een 9/11 telefoonnummer geïnstalleerd voor het geval zulk een ongekend incident zich zou voordoen.

De Palestijnse leiders vragen een onafhankelijke Palestijnse staat, maar dringen erop aan dat het Palestijnse Volk zou terugkeren naar de Joodse staat. Dit is een voorstel dat niemand die gelooft in het bestaansrecht van Israël ooit zallen kunnen goedkeuren. Het idee dat Israël zal overstroomd worden met miljoenen Palestijnen is niet aan zet. De internationale gemeenschap weet dat. De Palestijnse leiding weet dat. Maar het Palestijnse Volk hoort het niet. Op dit eigenste ogenblik, is het hiaat tussen hun waarneming en wat werkelijkheid is, de belangrijkste hinderpalen voor de vrede.

Laat me herhalen dat: het zogeheten recht op terugkeer het belangrijkste obstakel is voor de vrede en dat ook zal blijven. Het is geen kwestie van nederzettingen. Het is geen waslijst van ongefundeerde beschuldigingen jegens Israël die in de resoluties van vandaag worden gelanceerd. Ik zal het opnieuw herhalen: het zogenaamde recht van terugkeer is de belangrijkste hinderpaal voor de vrede. Iedereen weet dat. Maar toch is iedereen die vandaag zo verbaal was in het uiten van wat Israël zoal moet doen voor de vrede – begonnen te mompelen, stotteren en gemakshalve hun stem verloren wanneer het erop aankwam de Palestijnen te vertellen dat van het zogenaamde recht op terugkeer geen sprake is.

Decennialang heeft deze organisatie automatisch aan bijna elke Palestijnse gril toegegeven, ongeacht of dit nu tegen de werkelijkheid inging of contra-productief werkte. Wat heeft dit alles uiteindelijk opgeleverd? De lippendienst van deze organisatie heeft niets anders dan schade toegebracht aan het vredesproces.

Mijnheer de Voorzitter,

Ware vrienden van de Palestijnen hebben de verantwoordelijkheid om hen de waarheid te vertellen. Zij moeten ophouden met het bevorderen van een vervormde versie van de geschiedenis die deze dag kenmerkt, en moeten beginnen met de echte lessen van geschiedenis te leveren waaraan de Palestijnse leiding nu weigert aandacht te besteden. Deze lessen zijn duidelijk: tweezijdige onderhandelingen zijn de enige route die naar twee staten voor twee volkeren leidt – zij aan zij levend in vrede en veiligheid; onderhandelingen die een oplossing bieden voor de belangrijkste zorgen aan beide kanten.

Terwijl bypassoperaties misschien hun werk doen in de hartchirurgie en in wegenbouw, zullen zij geen vrede en geen veiligheid naar ons gebied brengen. Directe onderhandelingen waren de aangewezen werkwijze voor president Sadat en premier Begin, de werkwijze van premier Rabin en koning Hoessein. Het is het kader geweest om vrede tussen Israël en de Palestijnen tijdens de afgelopen twee decennia vooruitgang te laten boeken.

Telkens opnieuw, hebben wij onze vredeshand naar de Palestijnen uitgestoken. Eerste-minister Netanjahoe bevond zich laatst in september in deze feitelijke ruimte en verklaarde zijn verbondenheid aan de kwestie voor Palestijnse zelfbeschikking – en zijn visie voor het oprichten van een Palestijnse staat, naast de Joodse Staat Israël – twee staten voor twee volkeren. Maar tot op vandaag wachten wij op de Palestijnen om het valse idool van eenzijdigheid op te geven – en naar het echte harde werk van directe onderhandelingen terug te keren. En – aangezien zij blijven weglopen van de onderhandelingstafel, blijft de Palestijnse leiding hun banden met Hamas nauwer aanhalen – een internationaal erkende terroristenorganisatie gewijd aan de vernietiging van Israël.

Deze ontwikkeling doet mij denken aan een beroemde zinsnede van Groucho Marx: “Dit zijn mijn principes; als u er niet van houdt, wel ja, dan heb ik er nog andere.” Het Kwartet heeft lang drie principes toegepast die Hamas moest aannemen. Het moet afstand nemen van het geweld, Israël erkennen en eerder gemaakte overeenkomsten onderschrijven. Op geen enkel punt heeft Hamas aan deze voorwaarden voldaan of om het even welke signaal gegeven dat het bereid is dit te doen.

Zij die pleiten voor het erkennen van een regering waarin Hamas zetelt, moedigen een Groucho-Marxistisch beleid aan, in een complex en onstabiel gebied. Indien Hamas te extreem is om deze principes goed te keuren, argumenteren zij, moeten wij onze principes zodanig wijzigen dat zij passen bij het extremisme van Hamas, redeneren zij. De lat werd hier wel zeer laag gelegd. Op deze basis elementen voor vrede, kunnen er geen correcties worden gedaan. Daar kan niet over onderhandeld worden. Er kunnen geen bijzondere kortingen worden gegeven tijdens het Vakantie Seizoen – niet in deze zaal en ook nergens anders.

Mijnheer de Voorzitter,

Zelfs meer dan de woorden die hier vandaag in de toespraken werden uitgesproken – of de woorden in de resoluties die voor u liggen – zijn het de woorden die niet werden gezegd die boekdelen spreken. De Vergadering heeft duidelijk gemaakt dat zij niet solidair is met vele mensen die zich vandaag op onze bodem bevinden.

In deze zaal, hoor ik geen solidariteit met de één miljoen Israëlische mannen, vrouwen en kinderen die leven onder de terreur van een onophoudelijke regen van raketten, mortieren en missiles afgevuurd vanuit de Gazastrook. Ik hoor geen solidariteit met de 16-jaar oude jongen die in april laatstleden werd gedood toen een anti-tankraket door Hamas afgeschoten op zijn schoolbus insloeg. Of met de duizenden andere Israëlische burgers die gedood en verwond werden.

Ik hoor geen solidariteit met de Israëlische kinderen die het alfabet leren tezelfdertijd met de namen Kassam, Grad en Katyusha – de raketten die hen tegelijkertijd voor weken van de school weghouden. Ik hoor geen solidariteit met de Palestijnen die het slachtoffer zijn van het wrede Hamas regime – noch met de politieke tegenstanders die worden gemarteld, de vrouwen die worden onderworpen, of de kinderen die worden gebruikt als zelfmoordbommenwerper en als menselijk schild.

En – Mijnheer de Voorzitter, vandaag hoor ik ook geen solidariteit met de vele mensen in het Midden-Oosten die worden onderdrukt en elke dag opkomen voor hun vrijheid. Van Syrië tot in Iran en tot in Jemen, nemen deze mensen niet langer meer genoegen met de verklaringen van hun leiders dat Israël van alle problemen van het Midden-Oosten moet worden beschuldigd – een fictie die in stand wordt gehouden door resoluties zoals diegenen die vandaag voor ons liggen. Vandaag verlangen de volkeren van het Midden-Oosten èchte antwoorden op hun benarde toestand.

Ik hoorde vandaag ook geen discussies over het aanzetten tot haat [jegens Joden en jegens Israël] die verder de West Bank en de Gazastrook vervuilen; waar de volgende generatie van Palestijnse kinderen wordt onderwezen dat zelfmoordbommenleggers helden zijn, dat de Joden geen band hebben met het Heilig Land dat hun doel moet liggen in het vernietigen van de Staat Israël. Van de wiegen tot in de localen van de kleuterklassen; vanaf de gronden van de zomerkampen tot aan de tribunes van voetbalstadions; van de namen die aan openbare pleinen worden gegeven tot aan publieke verklaringen van hun Palestijnse leiders, zijn deze boodschappen overal te vinden.

Nog maar vorige maand, verklaarde president Abbas dat de Palestijnse Autoriteit een toelage van maar liefst 5.000 dollars zal verstrekken aan elke terrorist die werd vrijgelaten in ruil voor de vrijlating van Gilad Shalit, de ontvoerde militair van Israël. Dit zijn mensen zoals Ibrahim Shammasina, die hielp om vier Israëliërs te vermoorden met inbegrip van twee tieners. De mensen houden van zo iemand als Walid Anajas, die de bomaanslagen plande in het hart van Jeruzalem en Rishon Lezion waarbij 32 mensen werden vermoord. De mensen houden van iemand zoals Wafa al-Bis, die zonder succes trachtte een Israëlisch ziekenhuis op te blazen.

Gebaad in het bloed van onschuldigen, worden deze terroristen ondersteund als voorbeeldgevers voor de volgende generatie van Palestijnse kinderen. De nationale omroep van de Palestijnse Autoriteit zond uitspraken uit die president Abbas maakte in verband met de vrijgelaten terroristen in oktober laatstleden. Abbas zei: “Jullie zijn een volk van strijd en Jihad vechters voor Allah en het geboorteland… Uw offer en uw inspanning en uw acties zijn niet tevergeefs geweest.”

Mijnheer de Voorzitter,

Duurzame vrede moet geworteld zijn in huizen, scholen en media die tolerantie en wederzijds begrip onderwijzen zodat dit in de harten en de geesten kan groeien. Het moet vanuit een Palestijnse leiding komen die bereid is om haar mensen te vertellen over de moeilijke compromissen die zij voor zelfbeschikking zullen moeten maken. Die zal komen door het hard labeur van staatsopbouw en niet door de oude gewoonte van staat-bashing.

Vandaag werd geen van deze waarheden uitgesproken.

Vandaag hoor ik geen solidariteit met de principes van vrede.

Ik weet dat de waarheid soms tot een last kan zijn. Ik weet dat oude hardnekkige gewoonten moeilijk verdwijnen. Ik weet dat het gemak van het ogenblik soms zwaar kan wegen op de belangen van de toekomst. Maar toch zal enkel de waarheid ons kunnen bevrijden. Na jaren van duisternis, roep ik bij deze de Algemene Vergadering op om een helder nieuw licht in dit debat te brengen.

Ik roep elke afgevaardigde in deze zaal op om pragmatische oplossingen te omhelzen en niet automatisch resoluties te steunen; om openhartig te spreken en niet te lasteren; om naar een nieuwe visie te reiken en niet voor de oude te opteren.

Ik roep bij deze de Vergadering op om op deze historische dag zich eindelijk rond de waarheid te verzamelen, die de zaden van vrede in ons gebied zal voeden, zodat die in een rooskleurigere toekomst tot bloei kunnen komen.

Dank u, Mijnheer de Voorzitter