Palestijnse zakenlui investeerden in 2010 ruim 2,5 miljard dollars in Israël en in de ‘kolonies’ op de Westoever

Premier Salaam Fayyad, de zogeheten ‘gematigde’ Palestijnse onderhandelaar voor Vrede met Israël, helpt hier met pijn in het hart producten te verbranden die geproduceerd zouden zijn in de Joodse gemeenschappen in Judea & Samaria. Zoals ik al zei ‘met pijn in het hart‘ want Fayyad ziet hier zijn aandeel in de winst letterlijk in vlammen opgaan. “Corrupt tot op het bot”, is zoals iedereen weet, het leitmotiv binnen het Palestijnse leiderschap bij de PLO en in de Palestijnse Autoriteit. [foto: Arabs48]

Issa Smeirat, 43 jaar oud, voerde als onderdeel om zijn universiteitsdiploma te behalen, een onderzoek uit en publiceerde een thesis die intussen overal nogal wat stof deed oplaaien, niet in het minst bij anti-Israëlboycotorganisaties die zich hardop beginnen afvragen “Waar houden wij ons in G’ds naam nog mee bezig?” Smeirat ontdekte namelijk dat 16.000 Palestijnse zakenlieden woonachtig op de Westelijke Jordaanoever in Judea & Samaria, handelszaken en bedrijven oprichtten in Israël en in de nederzettingen gemeenschappen in de bezette betwiste/bevrijde gebieden. Zij trokken er verscheidene fabrieken en ondernemingen op in diverse bedrijfstakken die allemaal hun belastingen netjes afdragen aan de Joodse staat Israël.

Ik ben benieuwd wat de Belgische anti-Israëlboycot organisatie COBI van het onderstaande artikel zullen denken. Waarschijnlijk zoiets in te trant van “Da ’s weer een echte Jodenstreek!“, vermoed ik. Ik zou dit bericht in feite moeten afdrukken op A4 formaat en uitdelen aan de supermarkten waar COBI zich heeft geposteerd om Israëlische producten te boycotten. Om alzo de tegenstrijdigheid van hun acties aan de kaak te stellen en aldus aan te tonen dat hun boycotacties niet gebaseerd zijn op empathie voor het ‘Palestijnse’ volk, maar zuiver en alleen drijven op oeroude Jodenhaat en haat jegens de Joodse staat van Israël.


Opmerking vooraf: de taal en het verkeerd aanduiden van plaatsnamen, zijn niet de mijne maar van de Palestijnse auteur Saed Bannoura. Het gaat mij in dit specifieke geval uitsluitend om de informatie en de inhoud van het bewuste artikel. En zo hoort u het ook nog eens ‘van de andere kant’. Dat het uiteindelijk toch allemaal niet zo slecht gaat met de Palestijnen… zoals de Palestijnen zèlf ons nog altijd trachten te doen geloven, uit schrik wellicht dat de hulpkassen die regelmatig door het Westen worden bijgevuld, straks zouden leeg geraken. [Brabosh.com.]

Study: “Palestinian Businessmen Invested $2.5 B. In Settlements, Israel, In 2010”

door Saed Bannoura [bron: IMEMC News]

Een academische studie, die werd uitgevoerd door een Palestijnse onderzoeker afkomstig uit de stad Betlehem op de Westelijke Jordaanoever, openbaarde dat de totale som aan investeringen door Palestijnse zakenlieden in Israëlische nederzettingen en in Israël zelf, in 2010 was opgelopen tot ruim 2,5 miljard dollars.

De studie werd uitgevoerd door Issa Smeirat, 43 jaar, als deel van zijn Masters diploma. Dit is de eerste studie in zijn soort en de resultaten verrasten zowel Palestijnse als Israëlische ambtenaren, zo berichtte de dagelijkse krant Haaretz. Haaretz schreef dat, indien deze investeringen in plaats van gebeurd zouden zijn [in bedrijven e.a.] op de Westelijke Jordaanoever, dit minstens tot 213.000 nieuwe banen zou geleid hebben.

Volgens deze studie, hebben 16.000 Palestijnse zakenlieden van de Westelijke Jordaanoever, die over permanente vergunningen beschikken om Israël vrij in en uit te reizen en er ondernemingen te leiden, ondernemingen en firma’s opgericht in Israël en in de nederzettingen in de bezette gebieden. Dit omvat het oprichten van verscheidene fabrieken en bedrijven in talrijke bedrijfstakken, die allen belastingen betalen aan Israël.

Snel verder lezen KLIKKEN op–>>

Smeirat bestudeerde ook de motieven, die de Palestijnse investeerders dreef om in Israël en haar onwettige nederzettingen te investeren, vooral aangezien de kwestie zeer gevoelig ligt en meerdere Palestijnse organisaties, activisten en ambtenaren verzoeken om Israël en zijn producten afkomstig uit de nederzettingen te boycotten.

In een interview met Haaretz, vertelde de onderzoeker dat gezien de gevoeligheid van deze kwestie, het publiceren van de identiteiten van de investeerders verhindert, eraan toevoegend dat terwijl hij zijn onderzoek uitvoerde, het Palestijnse Ministerie voor Nationale Economie op de Westoever, hetzelfde ministerie dus dat de campagne lanceerde om nederzettingenproducten te boycotten, verklaarde dat het Akkoord van Parijs het investeren in nederzettingen niet verbiedt.

Hij verwees naar het Protocol inzake Economische Relaties, die als bijlage bij het Gaza-Jericho Akkoord verscheen, de eerste vredesovereenkomst die tussen Israël en de Palestijnse Bevrijdings Organisatie [PLO] op 4 mei 1994 werd ondertekend. De overeenkomst nam de relaties tussen de twee partijen op, en werd vervolgens opgenomen en afgezwakt in het Tweede Oslo Akkoord en staat sindsdien bekend als het Interim Akkoord omtrent de Westoever en de Gazastrook van 24 en 28 september 1995.

De studie van Smeirat werd op het eind van afgelopen zomer voorgesteld aan de al-Quds Universiteit. Hij verkreeg gedetailleerde informatie uit de Palestijnse Kamer voor Handel en Industrie over Palestijnse investeerders in Israël en haar nederzettingen. Hij slaagde erin om 540 investeerders te contacteren en besteedde nog eens 420 onderzoeken aan andere investeerders, maar slechts 374 van hen leverde ingevulde onderzoeksformulieren in. Hij slaagde er ook in om rechtstreekse persoonlijke interviews met 120 investeerders te voeren.

Zijn studie openbaarde dat de meeste investeerders de Hebreeuwse taal moeiteloos beheersen en meer dan de helft onder hen is 40 jaar oud of ouder. Dit toont aan dat die zakenlieden voorheen in Israël werkten alvorens het land zijn grenzen met de Palestijnen in de vroege jaren ’90 afsloot. Ongeveer 23 procent van hen werkte als handarbeider in Israël alvorens zij hun firma’s en ondernemingen oprichtten en slechts 0.5 procent is het Hebreeuws niet machtig.

Eénvijfde van de investeerders verklaarde dat hun ondernemingen in Israël zijn gevestigd, in Israëlische nederzettingen, op de Westelijke Jordaanoever en in het buitenland, terwijl een ander éénvijfde verklaarde dat hun investeringen enkel in Israël en in de nederzettingen gebeurden. Ongeveer 90 procent van hen verklaarde dat hun allereerste ervaring met investeringen in Israël was.

De onderzoeker vertelde dat hij gelooft dat de belangrijkste reden die de Palestijnse investeerders aanmoedigde om te investeren in Israël en haar nederzettingen, moet worden toegeschreven aan de beperkte capaciteit van Palestijnse investeringen, vooral omdat Israël 60 procent van de gebieden op de Westelijke Jordaanoever bezet houdt en eveneens alle natuurlijke rijkdommen controleert, in het bijzonder water, naast de beperkingen van Israël op vrijheid van verkeer van personen en goederen, vooral dan sinds het alle grensterminals op de Westoever controleert en de Israëlische markt gesloten heeft voor Palestijnse producten.

De Israëlische beperkingen veroorzaakten een scherpe stijging van de productiekosten op de Westoever vergeleken met de productiekosten in Israël. Dit naast de scherpe verhogingen van Palestijns gronden (voor verkoop en voor verhuur), en de verhoging van de kosten van water en energie, naast de lange wachttijdperiode die de investeerders moeten ondergaan voor het invoeren van grondstoffen, toe te schrijven aan de Israëlische beperkingen aan de grenzen. Deze factoren verhogen de kostenproductie met ongeveer 30 procent.

Het kapitaal van 16.000 Palestijnse investeerders in de Palestijnse gebieden van de Instantie wordt verdeeld als volgt: 3.300 investeerders in Hebron, 3.100 in Ramallah, 3.000 in Nabloes, 2.000 in Bethlehem en 1.000 in Nabloes. De Palestijnse investeringen bedragen, volgens Smeirat, rond de 7 miljard Amerikaanse dollars; ongeveer 5 miljard dollar van deze investeringen gebeuren niet in Israël en haar nederzettingen, die worden hoofdzakelijk in het buitenland geïnvesteerd, of in projecten of voorraden, een kwestie die een significante uitdaging vormt voor investeringsmogelijkheden op de Westoever.