Verschil tussen democratie en vrijheid in het M-O met pakweg in Bommerskonten

Foto hierboven, een dagje uit tijdens de Arabische Lente van 2011. Foto genomen op vrijdag 13 mei 2011 tijdens een manifestatie op het intussen wereldbekende Tahrirplein in de Egyptische hoofdstad Kaïro, sinds kort hernoemd als het Plein van de Vrijheid. Het Vrijdaggebed ter ere van de Dag van Nationale Eenheid werd weer massaal bijgewoond. Hierboven werd een pop symboliserend de staat Israël opgehangen, dit om de islamisten beter te inspireren tot een devoot gebed [foto: CiF-watch, h/t Armaros]

Plein van de Vrijheid – revisited

door Willem Melching [bron: Historisch Nieuwsblad]

Afgelopen februari schreef ik hier een blog over de Arabische Lente. Anders dan velen was ik niet erg optimistisch gestemd over het verdere verloop van de “revoluties”. Zo was Bertus Hendriks – naar mijn stellige overtuiging nauwelijks gehinderd door enige kennis van het Arabisch – vol goede moed over de democratische gezindheid van de verschillende partijen, en zeker over de Moslim Broederschap.

Mijn conclusie – evenmin gehinderd door kennis van het Arabisch – was een totaal andere. Ik schreef toen: “Vrijheid betekent in de Arabisch context toch weer iets anders dan het “in alle redelijkheid uitbrengen van een stem op D66”.” En ik veronderstelde daarom de waarschijnlijkheid van een machtsgreep van het leger óf een massale overwinning van de radicale islamisten.

Uit allerlei berichten die tot ons komen blijkt inmiddels dat beide opties nog open zijn, maar dat de vestiging van een democratische ordening in min of meer westerse betekenis al lang niet meer op de agenda staat. In Egypte klampt het leger zich nog steeds vast aan de macht en is bereid daartoe de fragiele godsdienstvrede tussen moslims en kopten in gevaar te brengen. De lokale islamisten in Egypte en ook in Tunesië roeren zich inmiddels danig.

De verkiezingen in Tunesië zijn zo te zien geëindigd in een overwinning van de islamisten, door de altijd optimistische Volkskrant hardnekkig “gematigde islamisten” genoemd. Dat belooft niet veel goeds voor de verkiezingen in november in Egypte. Wanneer deze groepen namelijk een doorslaggevende invloed krijgen op het proces van het formuleren van een nieuwe grondwet zal het weer snel afgelopen zijn met de “vrijheid” in westerse zin.

Gebleken is namelijk dat onder “vrijheid” en “democratie” in het Midden-Oosten inderdaad iets anders wordt verstaan dan in Buitenveldert [of Bommerskonten in Vlaanderen; Brabosh.com]. “Vrijheid” en “democratie” betekenen namelijk voor veel politieke activisten de gelegenheid om zo snel mogelijk de laatste barrières tussen staat en religie neer te halen. Het zou me niets verbazen dat in beide landen de islamisten een op de sharia gebaseerd systeem zullen vestigen. Dat gaat goed zolang ze het leger met rust laten of het leger onder eigen controle weten te brengen.

Probleem bij dit soort regimes is namelijk dat ze zich aan de stembus nooit meer zullen laten wegsturen. Zodra ze aan de macht zijn, treedt namelijk wat ik maar de “Oost-Europese” logica noem in werking. Dat houdt in dat de regering het eigen systeem zo voortreffelijk vindt, dat iedereen die zich daar tegen verzet een misdadiger is. En dus in de gevangenis dan wel een gekkenhuis thuishoort. Of het systeem nu van Marx dan wel Mohammed afkomstig is, doet niet zo veel ter zake, het blijft even voortreffelijk. Met de democratie in de klassieke zin – dat je een regering via de stembus kunt wegsturen – is het dan al weer afgelopen. Laten we hopen dat ik ongelijk heb, maar ik vrees het ergste.