De rol van de Protocollen van de Wijzen van Sion in Egypte en bij Hamas

De rol van de Protocollen van de Wijzen van Sion

in Egypte en bij Hamas

door Emerson Vermaat [bron]

Hoewel de gezaghebbende Londense Times al in 1921 aantoonde dat het bij de Protocollen van de Wijzen van Sion om een evidente vervalsing ging, had deze vervalsing een enorme invloed op de moslimwereld. De eerste Arabische vertalingen verschenen in de jaren twintig van de vorige eeuw in Jeruzalem en Cairo en waren afkomstig van Arabische christenen die de tekst uit het Frans hadden vertaald.

In 1951 verscheen er in Cairo een Arabische tekst die door een moslim uit het Engels was vertaald en die van een uitvoerige inleiding was voorzien. De inleiding was geschreven door de bekende Egyptische schrijver Abbas Mahmud Al-Aqqad. In 1976 verscheen er in Egypte een nieuwe versie voorzien van een inleidende tekst van de Tunesische vertaler Muhammad Khalifa Al-Tunisi, waarin onder meer stond:

‘De Joodse dreiging is een kwaad dat niet alleen ons land treft, maar alle landen en naties van de wereld. Wij hebben geen andere keuze dan voor de machinaties ervan volledig op onze hoede te blijven en te volharden in onze heilige oorlog ertegen. Wij waarschuwen ertegen, want het gaat om een satanische kracht.’

Tussen 1926 en 1968 waren er liefst negen vertalingen van de Protocollen verschenen, waaruit wel blijkt hoe groot de belangstelling in de Arabische wereld voor dit obscure geschrift was. In 1929 had Haj Amin Al- Husseini, de grootmoefti van Jeruzalem, een exemplaar bij zich toen hij zich moest verantwoorden voor een commissie die recente Palestijnse rellen moest onderzoeken. In 2003 vond de curator van de bibliotheek in de Egyptische havenstad Alexandria het nodig om de eerste Arabische editie van de Protocollen op een opvallende plaats en nota bene naast een oude tekst van de Torah ten toon te stellen. Daarop tekende Koichiro Matsuura, de directeur-generaal van de UNESCO, fel protest aan waarna het omstreden boek direct werd verwijderd. (UNESCO had eerder geld voor de renovatie beschikbaar gesteld.)

De Protocollen worden met name in Egypte, Syrië, Saudi-Arabië, Iran en de Palestijnse gebieden (Gaza en de Westbank) als een soort heilig boek gezien. De vroegere Egyptische president Gamal Abdel Nasser, die in 1956 alle Joden in Israël de zee in wilde drijven, was er heilig van overtuigd dat dit geschrift op waarheid berustte en stimuleerde de verspreiding ervan. Nassers broer Shawqi Abt Al-Nasser vertaalde de Protocollen opnieuw in 1968. Nasser was geen radicale moslim, eerder neigde hij naar het socialisme, maar zulke leiders doen bij tijd en wijle wel nadrukkelijk een beroep op de islam als het gaat om de Joden of Israël. (Dit gold bijvoorbeeld ook voor Saddam Hussein.)

Snel verder lezen KLIKKEN op –>

In november/december 2002 draaide er op de Egyptische televisie een serie over de Protocollen die Ruiter zonder paard heette. Safwat Al Sharif, de Egyptische minister van Informatie, verklaarde dat de serie niet kwetsend was voor andere godsdiensten. Mede naar aanleiding van de serie waren exemplaren van de Protocollen op tal van markten verkrijgbaar. Na elke uitzending kochten kijkers het boek in groten getale.

Egypte is de bakermat van de door Hassan Al-Banna in 1928 opgerichte Moslim Broederschap waarvan de leiders eveneens in de authenticiteit van de Protocollen geloofden en nog steeds geloven. Na een mislukte aan lag op zijn leven in 1954 verbood Nasser de Moslimbroederschap, maar de beweging heeft nog steeds enorme invloed. Als er nu in Egypte verkiezingen zouden worden gehouden en de broederschap zou daar als religieus-politieke partij aan mogen deelnemen, dan zou deze partij die verkiezingen hoogstwaarschijnlijk winnen. De moslimbroeders beroepen zich nu op de westerse concepten van democratie en mensenrechten, hoewel ze daar eigenlijk niet in geloven. (Zo won ook de met Moslimbroederschap verbonden Palestijnse beweging Harnas in januari 2006 op democratische wijze de verkiezingen in Gaza en de Westbank.)

Ook de hedendaagse islamisten van Harnas en de Palestijnse Islamitische Jihad nemen de Protocollen serieus. Dat is niet zo vreemd omdat de Protocollen zelfs op veel gewone Palestijnse scholen onderdeel van het lespakket zijn. Bijna elke Palestijnse jongen heeft er wel van gehoord of er iets uit gelezen. Het Palestijnse maandblad AI-Shuhada, een uitgave van de Palestijnse Grenspolitie, drukte de Protocollen eind 2001 opnieuw af. Dit antisemitische geschrift wordt dus niet alleen door militante islamisten gelezen. In 2008 zond Arte France een tv-documentaire over de Protocollen uit waaruit bleek dat woordvoerders van zowel Harnas als het seculiere Fatah verklaarden dat zij dit geschrift serieus namen. De Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas erkende in 2004 dat het bij de Protocollen om een authentiek document ging. Ook Jassir Arafat geloofde er heilig in.

Op 11 november 1994 reed de 21-jarige Palestijnse zelfmoordterrorist Hi ham Ismail Hamad op zijn fiets naar een controlepost van het Israëlische leger bij Gaza, blies zichzelf op en doodde drie Israëlische soldaten. Ze dagen eerder had hij deelgenomen aan een geheime vergadering van¬ een terreurcel van de Palestijnse beweging ‘Islamitische Jihad’, de meest rnilitante Palestijnse terreurgroep. Daar werd gesproken over ‘het in de Protocollen van de Wijzen van Sion beschreven verraderlijke Joodse plan om de wereld te beheersen’. “Zij willen de hele wereld vernietigen … islamisten kunnen zo’n staat nooit accepteren … Dit zijn geen loze kreten…” Zes dagen later pleegde Hisham Ismail Hamad een geslaagde terreuraanslag. Weer een zogenaamde martelaar die zijn leven gaf voor de zogenaamde islamitische zaak in naam van de beruchte Protocollen. (In de laatste maanden van de oorlog maakten de nazi’s eveneens gebruik van een soort ‘zelfmoordterroristen’: minderjarige jongens van de fanatieke ‘Hitler Jeugd’ die zich met behulp van granaten of zogenaamde Panzerfausts voor oprukkende Russische tanks wierpen en zo de dood vonden.)

Harnas is de Palestijnse tak van de Moslimbroederschap. Hamas gaat nog verder dan de Moslimbroederschap door bij de oprichting in 1988 in het eigen handvest openlijk naar de Protocollen te verwijzen. (Toen sjeik Ahmed Jassin, medeoprichter van Harnas, de tekst van het handvest schreef, lag op zijn tafel een Arabische vertaling van de Protocollen.) In artikel 32 van het ‘Handvest van Allah: het programma van de Islamitische Verzetsbeweging Harnas’ staat onder meer:

“Hun plan (=het plan van de zionisten) is terug te vinden in de Protocollen van de Wijzen (Oudsten) van Sion en hun huidige gedrag is het beste bewijs voor wat daarin geschreven staat.”

Het Handvest verwijst naar ‘het wereldwijde zionisme dat samengaat met imperialistische bewegingen’, in feite een Joodse samenzwering om fasegewijze de wereldheerschappij te bereiken.

“Na Palestina willen zij (=de zionisten) hun grondgebied uitbreiden vanaf de Nijl tot de Eufraat. Wanneer ze dit gebied volledig opgegeten hebben, streven ze ernaar hun grondgebied nog verder uit te breiden, en dat blijft zo doorgaan.”

Eerder wezen we erop dat nazipartijfilosoof Alfred Rosenberg al in 1923 precies hetzelfde beweerde in zijn boek over het zionisme. Harnas, dat zich nu op democratie en mensenrechten beroept, heeft in het verleden steeds partij gekozen voor enkele uiterst dubieuze dictators, ook als die zelf niet tot de islamistische stroming behoren. Zo koos Harnas openlijk en herhaaldelijk partij voor Saddam Hussein, de seculier ingestelde Baathistische dictator van Irak die zowel Hitler als Stalin bewonderde.

Saddam voelde zich geïnspireerd door Hitlers Mein Kampf, een boek dat al in de jaren dertig van de vorige eeuw door een Irakees genaamd Yunis es-Sebawi in het Arabisch was vertaald. In 1941 steunde Saddams oom Khairallah Tulfa een staatsgreep van pro-Duitse elementen. Die oom stond bekend als ‘een taaie man, een nazi en een fascist’. ‘De jonge Saddam,’ schrijft Con Coughlin in zijn biografie over Saddam, ‘had diep ontzag voor de heldendaden van zijn oom tijdens de opstand van 1941’. De Baathpartijen in Irak en Syrië waren geformeerd naar het model van de nazipartij in het Derde Rijk. In de zomer van 1963 stelde Saddam Hussein de Baathpartij voor om een speciaal veiligheidsapparaat, de Jihaz Haneen, gemodelleerd naar Himmlers SS, in het leven te roepen. Deze door Saddam gecontroleerde organisatie rekende af met tal van tegenstanders alsmede met rivalen uit de Baathpartij zelf.

Jarenlang betaalde het Saddamregime 10.000 dollar aan familieleden van Palestijnse zelfmoordterroristen. Velen van hen behoorden tot Hamas of de Islamitische Jihad of maakten deel uit van milities of groepen die formeel onder Arafat vielen. Tussen oktober 2000 en september 2002 had Irak 15 miljoen dollar uitgekeerd aan familieleden van Palestijnen die bij de Intifada (=Palestijnse opstand) om het leven waren gekomen. Dit liep via de pro-Iraakse Palestijn Rakad Salim die ook regelmatig ontmoetingen had met vertegenwoordigers van Hamas.

Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad maken geen enkel onderscheid tussen Joden en zogenaamde zionisten. Toen ik in 1996 en 2002 in Gaza was, hoorde ik hoe imams van Hamas en de Islamitische Jihad in hun preken steeds het woord ‘Joden’ gebruikten. Voor Hamas is de jihad de heilige oorlog tegen de Joden, een missie, een opdracht. In artikel 15 van het Handvest van Hamas staat: ‘Voor iedere moslim is de jihad voor de bevrijding van Palestina een individuele religieuze opdracht.’ Nog explicieter gericht tegen de Joden is artikel 7 waar een woord van Mohammed, de profeet van de moslims, wordt geciteerd:

“De laatste ure ((Laatste Oordeel”) zal niet eerder aanbreken dan nadat de moslims strijden tegen de Joden en hen zullen doden) en niet eerder dan nadat de Joden zich achter rotsen en bomen zullen verschuilen en een steen of boom zal zeggen: «0 moslim, dienaar van Allah, achter mij verschuilt zich een Jood, kom hier en dood hem!” Maar de gharkatboom (=boom ofstruik die op het Arabische schiereiland veel voorkomt, v.) zal dit niet zeggen, want dat is de boom van de Joden (geciteerd door AI-Bukhari en Moslim).”

Volgens Midden-Oostenkenner Wim Kortenoeven kan deze tekst gemakkelijk opgevat worden als aansporing tot genocide op alle Joden. De tijd van het ‘Laatste Oordeel’ zal niet aanbreken voordat moslims tegen de Joden de strijd aanbinden en hen doden en aldus wordt de uitroeiing van de Joden gekoppeld aan het ‘Einde der Tijden’. De Palestijnse imam sjeik Yunus Al-Astal, die tevens voor Hamas in het parlement zit, legt soortgelijke accenten. Hij citeert uit een Koranvers waarin staat dat de Joden in deze én de volgende wereld (=de hel) lijden in de vlammen:

“Maar de dringende vraag is of het mogelijk is dat zij al in deze wereld de straf van het verbranden zullen ondergaan, (dus) vóór de grote straf van de hel? Veel religieuze leiders menen van wel. Wij zijn er daarom zeker van dat de Holocaust nog over de Joden zal komen.”

De Palestijnse sjeik Ahmad Abu Halabaya zei in een preek in een moskee in Gazastad dat de Joden geslacht en gedood moeten worden:

“Zoals Allah de Almachtige zei: «Strijdt tegen hen, Allah zal hen met behulp van uw handen martelen, en zal hen vernederen. » Hebt geen medelijden met de Joden, waar zij zich ook mogen bevinden, in welk land zij ook mogen zijn. Strijdt tegen hen, waar jullie ook zijn. En waar jullie ook zijn, doodt hen.”

Het ‘Einde der Tijden’ wordt gekoppeld aan een nieuwe Holocaust, de totale vernietiging van de Joden. Dit herinnen aan wat de nazi’s geloofden en verkondigden. Want ook bij hen speelde het Einde der Tijden een belangrijke rol. De oprichters van het Thulegenootschap en de latere nationaalsocialisten droomden van een ‘duizendjarig rijk’, het ‘Derde Rijk’ waar het Germaanse superras zou heersen en met ‘Joden en vrijmetselaren’ definitief zou zijn afgerekend. In 1934 zei Hitler dat het duizend jaar zou duren voordat er in Duitsland een nieuwe revolutie zou kornen.P” In 1937 kondigde hij een duizendjarig rijk aan met het door hem herbouwde Berlijn als hoofdstad. Met de Jood als ‘satanische antichrist’ zou dan zijn afgerekend. Hitler werd in het Derde Rijk als een verlosser, een soort  Messias, afgeschilderd. En Hitler zelf verklaarde in een rede voor de rijksdag, na de gedwongen Anschluss van Oostenrijk bij Nazi-Duitsland, dat de Voorzienigheid hem had uitverkoren om de redder (verlosser) van zijn vaderland te zijn. Hitlers plaatsvervanger Rudolf Hess noemde hem ‘de Führer die God ons gezonden heeft’. Hitler koppelde zijn ‘messiaanse missie’ rechtstreeks aan de strijd tegen de Joden, een strijd die slechts kon uitlopen op de totale ondergang van het ‘Joodse ras in Europa’.

Soortgelijke opvattingen verkondigde Haj Amin Al-Husseini, de vader van het Palestijnse nationalisme en een islamist die geloofde in jihad en de sharia. ‘Doodt de Joden waar ze zich ook mogen bevinden!’ zei hij in een radiotoespraak vanuit Berlijn. Hamas en de Moslimbroederschap eren hem nog steeds. Sjeik Ahmed Jassin, medeoprichter van Hamas en tot zijn dood geestelijk leider van de beweging, zag zichzelf als de belangrijkste opvolger van Al-Husseini. Een belangrijke bondgenoot van AlHusseini was de radicale jihadist sjeik Izzidin Al-Qassam, oprichter van de terreurgroep ‘Zwarte Hand’, die het op Joodse burgers en de Britten had voorzien. Na een gevecht met de Britse politie werd hij in november 1935 gedood. Hamas heeft het eigen ‘leger’, de zogenaamde ‘Al-Qassambrigades’ naar hem genoemd. In het Handvest wordt vastgelegd dat Hamas verbonden is ‘met de martelaar Izzidin Al-Qassam en zijn mujaheedbroeders die in 1936 de jihad tegen de zionistische bezetting zijn begonnen’. (Overigens werd Al-Qassam niet in 1936 maar in 1935 gedood, hij kon dus onmogelijk aan die opstand hebben deelgenomen.) In deze eerste grote Palestijnse opstand speelde Al-Husseini een hoofdrol.


Bron: Hoofdstuk uit het boek van Emerson Vermaat: Nazi’s, communisten en islamisten. Opmerkelijke allianties tussen extremisten. Verschenen bij Uitgeverij Aspekt, 2008, ISBN: 9789059117211.: www.uitgeverijaspekt.nl.

Synopsis: In dit boek wordt stilgestaan bij een van de wonderlijkste maar ook meest destructieve allianties van het politieke extremisme: het duivelspact tussen nazi’s, communisten en islamisten. Naast verschillen bestaan er ook grote overeenkomsten tussen de uiterste krachten in het politieke en religieuze veld. Reeds de nazi’s werkten samen met extremistische moslims. Tussen 1923 en 1933 reikten ook Duitse communisten de hand naar Hitler en niet naar de gematigde sociaaldemocraten. Op kritieke momenten sloten nazi’s en communisten een monsterverbond. Gedurende enkele jaren stemden zij in het parlement in 70 procent van de gevallen gelijk.

In 1939 sloten Stalin en Hitler een nietaanvalsverdrag. Kort daarna volgde er een vriendschapsverdrag. Communistische partijen werden door Stalin geïnstrueerd hun kritiek op Nazi-Duitsland in te slikken. Tussen 1939 en 1941 hielp Stalin zijn nieuwe bondgenoot Hitler aan olie en grondstoffen om de oorlog voort te kunnen zetten. Ook nu sluiten extremisten over de politieke en religieuze grenzen heen bondgenootschappen.

Illustratief is de hedendaagse politiek van de ultraconservatieve Iraanse president Ahmadinejad en zijn boezemvriend Hugo Chávez, de ultralinkse president van Venezuela. En dan zijn er de samenzweringstheorieën rond de 11e september (‘9/11’): een nieuw gemeenschappelijk thema voor neonazi’s, linkse socialisten, antiglobalisten en extremistische moslims.

Emerson Vermaat is een ervaren onderzoeksjournalist. Hij studeerde rechten en politieke theorieën in Leiden en houdt zich al jaren bezig met de bestudering van criminaliteit en terrorisme. Jarenlang maakte hij voor de publieke omroep reportages in oorlogs- en crisisgebieden. Enkele van Vermaats tv-reportages werden in een groot aantal landen uitgezonden, onder meer een interview met Boutros-Boutros Ghali (kort voordat deze in 1991 tot secretaris-generaal van de Verenigde Naties werd benoemd) alsmede een reportage getiteld ‘The making of a suicide bomber’ (1996). [bron]