De meedogenloze oorlog van UNESCO jegens het Joodse volk


De Mughrabi Brug, waar moslims, Arabieren en in het bijzonder UNESCO zoveel tumult om maken, is in feite een houten overdekte trap [in het midden op de foto hierboven] die naar boven naar de Marokkaanse Poort leidt, beter bekend als de Mughrabi Poort of Poort van de Moren. Dit  is een inkompoort die zich in de westelijke flank van de Tempelberg bevind. Duizend jaar geleden bevond er zich veel lager de Barclay Poort maar door de jaren reikte de grond steeds maar hoger [tot halverwege de hoogte van de Klaagmuur] tot er in de 12de eeuw een nieuwe poort werd gemaakt in de muur bekend als de Mughrabi Poort.
Die Poort werd zo genoemd naar een Marokkaanse wijk die was ontstaan toen Marokkanen in de tijd van Saladin naar Jeruzalem trokken. Die wijk lag net voor de grote westelijke muur waar zich nu de Westelijke Muur plein aan de Klaagmuur zich bevind. De Marokkaanse wijk werd na de herovering van Jeruzalem in 1967 afgebroken en het niveau van de grond aan de Klaagmuur werd weer uitgediept zoals het vroeger was waardoor de Mughrabi Poort weer hoog boven het grondniveau kwam te liggen. Deze poort is tot op vandaag open voor het publiek en is de enige toegang voor niet-moslims tot de Tempelberg met haar bekende islamitische Rotskoepel en Al -Aqsa moskee.
Na een aardverschuiving werd die brug onveilig en dreigde in te storten. In 2007 begon de Israel Antiquities Authority met de reconstructiewerken van de Mughrabi Brug. Die herstellingswerken veroorzaakte protestmarsen in Jordanië en oproepen tot het beginnen van een 3de Intifada. In het voorjaar van dit jaar werden nieuwe plannen voor een reconstructie van de Mughrabi Brug voorgelegd en voorzichtig de werken weer aangepakt. UNESCO moeide zich opnieuw met de kwestie. Israel bij UNESCO: klik.

UNESCO’s War against the Jews

(Special: UN’s cultural body seems to be engaged in inquisition-like campaign against Israel)

door Giulio Meotti
[bron Ynet News: UNESCO against the Jews]

De UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization), één van de prominentste en invloedrijke agentschappen van de Verenigde Naties die waakt over het werelderfgoed, keurde onlangs een besluit goed waarbij Israël werd aangemaand om alle archeologische opgravingen in de Oude Stad van Jeruzalem onmiddellijk op te schorten. In het bijzonder viel UNESCO, de vernieuwing van de Mughrabi Brug aan, die het het plein aan de Klaagmuur verbindt met de Tempelberg

Het besluit, dat werd ingediend en gepromoot door de Arabische staten, werd in consensus goedgekeurd door de Westerse leden van de commissie. Inderdaad is deze stemming het meeste recente anti-Joodse initiatief dat door het kantoor vann de Verenigde Naties wordt gelanceerd dat verondersteld wordt om cultuur, onderwijs en wetenschap in de wereld te verbreiden. In feite verheerlijken de roversbaronnen van Unesco de huidige globale campagne met het doel de legitimiteit van het Israëlische regime te liquideren.

De Mughrabi Poort gezien vanaf de Tempelberg

In 2009 wees UNESCO Jeruzalem aan als de “hoofdstad van de Arabische cultuur“, waarin het samenwerkte met de ambtenaren van de Palestijnse Autoriteit en een aantal Arabieren op sleutelposities om te protesteren tegen wat zij omschreven als “de Israëlische bezetting van het Heilige Jeruzalem.” Andere steden die de voorbije jaren deze titel verkregen waren Algiers, Damascus, Kaïro, Tunis, Amman, Beiroet en Khartoem.

De Arabieren vinden het moeilijk Israël overtuigend als usurpator van het land af te schilderen zolang de wereld gelooft dat er een reusachtige band bestaat tussen het volk  van de Bijbel en het land van de Bijbel. UNESCO ontkent deze band door de Joodse geschiedenis in het Midden-Oosten slechts voor te stellen als een onbeduidend, korte en tijdelijke passage van wat arrogante kolonisators.

UNESCO ontkent blijkbaar dat het Joodse volk haar wortels in Israël al meer dan 4.000 jaar heeft, of dat 1.000 jaar vóór Christus Koning David van Jeruzalem de Joodse stad bij uitstek maakte die [door de Joden] nooit volledig verlaten werd, zelfs niet in tijden van dodelijke vervolging.

De Stad van David in Jeruzalem, een belangrijk doelwit van de anti-Joodse woede van Unesco, is nu de meest actieve open archeologische plaats in de wereld, met bijbelse artefacten, oude begraafplaatsen en koninklijke zegels. Daar gebruikt UNESCO de archeologie om op Israël in te beuken en behandelt het de Israëlische archeologen als nationalistische tirannen.

De laatste jaren is de UNESCO begonnen met nauwer samen te werken met ISESCO, de culturele organisatie van de het culturele lichaam van de Organization of the Islamic Conference [OIC = koepelorganisatie die 53 moslimlanden vertegenwoordigt]. Volgens de propaganda van ISESCO, zijn het Bijbelse verhaal en de Joodse tempels slechts fictie, zijn de Joodse monumenten Islamitische schatten die door de Zionisten werden gestolen en zijn de Israëlische archeologische opgravingen misdadige handelingen tegen Moslims.

In de politieke ideologie van Unesco worden de Joden enkel afgebeeld als binnenvallende kolonisatoren, terwijl de Moslims die het land binnenvielen en het in de zevende eeuw verwoestten, door één of andere onverklaarbare kronkel de nakomelingen worden genoemd van zogenaamde “inheemse Kanaänieten.”

In 2010, besloot UNESCO dat het Graf van Rachel in Bethlehem en de Grot van de Patriarchen in Hebron  “moslimmoskeeen” zijn. De Westelijke landen hieven geen protest aan. UNESCO vermeldde nooit dat naast het beroemde Graf van de bijbelse Patriarchen, in Hebron zich eveneens het graf van de eerste rechter (Otniel Ben Kenaz) bevindt, alsook de graven van generaals en vertrouwelingen van Saul en David en de graven van Ruth en Jesse, de overgrootmoeder en de vader van David bevat. Met geen woord rept UNESCO over het feit dat het graf van Rachel eenstemmig wordt beschouwd als de begraafplaats van één van ’s Bijbels belangrijkste vrouwen, met name de vrouw van Jacob, de Joodse gezegende moeder.

Archeologische opgravingen in de Oude Stad

Tijdens de Tweede Intifada, veroordeelde UNESCO Israël voor wat heette de “vernietiging en beschadiging van het culturele erfgoed in de Palestijnse gebieden” als “een misdaad tegen het gemeenschappelijke culturele erfgoed van het mensdom.” Nochtans zweeg UNESCO toen een Palestijnse meute het Graf van Jozef, een belangrijk Joods godsdienstig heiligdom, vernietigde en op de plaats een moskee bouwde.

Tijdens het uitbreken van de Tweede Intifada, vielen Palestijnse terroristen ook het Graf van Rachel aan en werd het 41 dagen lang de Joden verhinderd het gebouwencomplex te bezoeken. UNESCO heeft dit nooit veroordeeld. Onlangs werden dozijnen graven op de Joodse begraafplaats op de Olijfberg in Jeruzalem vernield, het laatste incident in een reeks van aanvallen op de oudste begraafplaats van het Judaïsme met naar schatting 150.000 graven van Joden die daar al sinds Bijbelse tijden worden begraven. Opnieuw bleef het stil op het hoofdkantoor van de UNESCO.

UNESCO pocht ook met een lange lijst van besluiten om de Joodse Staat te boycotten en te isoleren. Op 7 november 1974 stemde UNESCO een besluit “om hulp van Israël af te wijzen op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur, omwille van de nadrukkelijke aandrang van Israël om de historische eigenschappen van Jeruzalem te behouden.“ Op 20 november 1974 keurde de UNESCO ook een besluit goed om Israël van de Europese regionale groep uit te sluiten. Dit anti-Joodse ostracisme werd aangehouden tot 1978, totdat de Verenigde Staten 40 miljoen dollar inhield op haar financiering van de organisatie uit protest.

De oorlog van Unesco jegens Israël en het Westen liep echter onverminderd verder en werd  zelfs zo flagrant dat in 1984 de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere Westerse landen de organisatie verlieten. In 1989 beweerde UNESCO dat “de Israëlische bezetting van Jeruzalem” de heilige stad verwoestte door “daden van inmenging, vernietiging en transformatie” (de toenmalige burgemeester van Jeruzalem, Teddy Kollek, drukte zijn “diepe afschuw uit voor de houding van Unesco.”)

In 1990 viel UNESCO uit tegen Israël voor wat het omschreef als “onomkeerbare” veranderingen in de architecturale erfenis van Jeruzalem als gevolg van de Israëlische ‘bezetting’. Apparatchiks van Unesco kleineerden de “verloren schoonheid” van de stad. In 1993, boycotte de toenmalige directeur van UNESCO Frederico Mayor een internationale wetenschappelijke conferentie in Jeruzalem, ondanks Israël ’s geschiedenis van sprankelende  verlichting, zoals de hoogste productie van wetenschappelijke publicaties en musea per capita in de wereld.

In 1996 organiseerde UNESCO een symposium over Jeruzalem in het hoofdkwartier van de organisatie in Parijs. Maar geen enkele Joodse of Israëlische groepen werden uitgenodigd. Toen in 1998 een delegatie van UNESCO Jeruzalem bezocht, weigerde het om Israëlische ambtenaren te ontmoeten. In het verleden heeft UNESCO ook opgeroepen om “financiële sancties te treffen tegen Israël” en honderden resoluties uitgegeven waarin de activiteiten van Israël in Judea en Samaria werden bekritiseerd.

In 2001 promootte de UNESCO het document de “Verklaring van Kairo voor het Behoud van de Antiquiteiten van Jeruzalem,” waarin Israël er valselijk van wordt beschuldigd van het vernietigen van Islamitische antiquiteiten op de Tempelberg en in de Oude Stad van Jeruzalem in een poging om de aandacht af te leiden van de Palestijnse misdaden tegen de archeologie en geschiedenis. Toen de Verenigde Naties hun 50ste verjaardag vierden, weigerde UNESCO om de Shoah in haar Wereldoorlog II resolutie te vermelden, opzettelijk het verzoek van Israël negerend om een verwijzing naar de vernietiging van het Europese  Jodendom op te nemen in die resolutie.

Finaal maakte de UNESCO in een recent verslag bekend dat de Joodse geneesheer en theoloog Maimonides voortaan geclassificeerd staat als zijnde een moslim luisterend naar de naam “Moussa ben Maimoun.” Aldus werd Rambam – Rabijn Moshe Ben Maimon – door de revisionistische historici van de Verenigde Naties post mortem gedwongen “bekeerd” tot de Islam .

Tijdens de Middeleeuwen confisceerde en verbrandde de Franse Inquisitie de boeken van Maimonides. Vanuit de elegante boulevards van Parijs, zijn de huidige inquisitatoren van UNESCO in de voetsporen gestapt van hun voorvaderen en bevorderen thans dezelfde verschrikkelijke oplossing, door de geschiedenis te herschrijven en het Heilige Land “Judenrein” te maken.

Het Graf van Rachel op de weg van Bethlehem naar Jeruzalem omstreeks 1890

Giulio Meotti, a journalist with Il Foglio, is the author of the book A New Shoah: The Untold Story of Israel’s Victims of Terrorism; ook op deze blogPA project sluit toegang tot Graf van Aartsvaders af voor Joden van 25 november 2010; Palestijnse ‘historici’: Klaagmuur is niet Joods maar altijd van de islam geweest van 23 november 2010; Satire van Latma: na Rachel’s Graf wordt nu ook Amerikaans Congres een moskee van 9 november 2010; Israël beëindigt samenwerking met UNESCO na reklassering Graf van Rachel tot moskee van 4 november 2010; UNESCO tovert Graf van Rachel in Bethlehem om naar een moskee van 2 november 2010; Graftombe van Rachel (Bethlehem) politiek hangijzer in de geschiedenis van de Joodse staat van 5 maart 2009; Proclamatie van Napoleon (1799): ‘De Joden zijn de rechtmatige erfgenamen van Palestina’ van 1 maart 2009