Een ooggetuigenis uit Beiroet van de Arabische feeststemming op 9/11

 

9/11 Vluchtelingenkamp Shatilla in Libanon. Uitgelaten van vreugde om zovele stervenden Amerikanen vuren Palestijnen vuurwapens af in de lucht

Op 9/11 dansten de Palestijnen in de straten om de aanslagen op het World Trade Center en de gruwelijke moord op zovele Amerikanen te vieren. Fox News berichtte dat in Ein Gr-Hilweh, het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon, de feestneuzen uitgelaten hun wapens leegschoten in de lucht; gelijkaardig feestgeweervuur weerklonk in het kamp Rashidiyeh dichtbij de zuidelijke stad van Tyre.

De Palestijnse Nationale Instantie (PNA), zich realiserende dat dit een reusachtige public relationsramp was, achtte het raadzaam om officieel de aanslagen te veroordelen en trachtte tevergeefs uitzendingen en andere nieuwsrapporten over feestvierenden Palestijnen te censureren en te discrediteren. Maar rapporten en beelden van juichende Palestijnen in [Oost-]Jeruzalem, Nabloes en Libanon die in de straten aan de vieringen deelnamen, waren al de hele wereld rond geweest en werden overgenomen in talloze kranten en tijdschriften, op websites en bedrijven die foto’s verspreiden.

De PNA beweerde dat dergelijke vieringen niet representatief waren voor “het gevoel van verslagenheid dat leefde bij het Palestijnse volk” en Yasser Abed Rabbo, minister voor Informatie van de PNA zei dat “een handvol kwajongens” “het ware gelaat van de Palestijnen besmeurden”. In een poging om verder verslaggeving [van de feeststemming] te verhinderen, zei Ahmed Abdel Rahman, de secretaris van het Kabinet van Arafat, dat de Palestijnse Autoriteit “geen borg kon staan voor het leven” van een cameraman van Associated Press (AP) wanneer hij het zou wagen zijn gefilmd verslag van de 9/11 feestelijkheden in Nabloes uit te laten zenden. Die verklaring van Rahman veroorzaakte een formeel protest van Dan Perry, de toenmalige dienstleider van AP.

Een ooggetuigenis waarvan tevergeefs gepoogd werd het onder de mat te vegen is het volgende van de Italiaanse journaliste Elisabeth Burba die tijdens 9/11 toevallig enkele Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon bezocht en diep geschrokken de feeststemming beschreef.

Weet u het nog? 10 jaar geleden gingen wereldwijd honderdduizenden moslims feestvierend de straat op na de gewelddadige dood van bijna 3000 Amerikaanse burgers

Whooping It Up

In Beiroet vierden zelfs de Christenen de gruweldaad
door Elisabeth Burba [bron]; vert. Joost M.
22 september 2001

BEIROET – Waar was u op 11 september, toen terroristen de wereld veranderden? Met mijn man was ik in het Nationale Museum hier, genietend van de wonderen van de antieke Feniciërs. Deze tocht van vroegere pracht vergrootte enkel de schok die ik later kreeg, toen ik het nieuws hoorde en de reacties om mij heen zag.

Lopend richting het centrum, realiseerde ik me dat de nakomelingen van deze grote beschaving een terreuraanslag vierden. En dan heb ik het niet over arme mensen. Degenen die juichten behoorden tot de elite van het Parijs van het Midden-Oosten: Zakenprofessionals in maatpakken, mooie blonde dames, mooie tieners in op maat gemaakte jeans.

Proberend om ons te oriënteren, gingen mijn man en ik een café in Amerikaanse stijl in het Hamra district, vlakbij Rue Verdun, beoordeeld als een van de duurste winkelstraten in de wereld. Hier kwam de cognitieve dissonantie onmiddellijk, en direct. De verfijnde clientèle van het café vierden, lachten, juichten en maakten grappen, zoals obers hamburgers en Diet Pepsi serveerden. Niemand keek geschokt, of verbaasd. Ze waren enthousiast, erg enthousiast.

Een uur later, op een kleine markt in de buurt van de Amerikaanse ambassade, in de buitenwijken van Beiroet, toonde met behulp van zijn handen een enthousiaste winkelassistent ons hoe het vliegtuig was neergestort in de Twin Towers. Ook hij lachte.

Eenmaal terug in het huis waar we verbleven, begonnen we met het zappen van de internationale zenders. Al snel kwamen verslagen van Palestijnen die feestvierden. De BBC-verslaggever in Jeruzalem zei dat het slechts kleine minderheid was. Verbaasd vroegen we aan een aantal gematigde Arabieren of dat het geval was. “Onzin,” zei een van hen, die voor velen sprak. “Negentig procent van de Arabische wereld gelooft dat de Amerikanen kregen wat ze verdienden.”

Overdreven? Nogal een understatement. Een paar dagen later reisden we naar Tripoli, in het noorden vlakbij de Syrische grens. Onderweg lazen we dat de Palestijnse leider Yasser Arafat, die voor de camera’s bloed doneerde, elke suggestie afwees dat zijn volk vreugde had over de terroristische aanslag. “Het ging om minder dan 10 kinderen in Jeruzalem,” zei hij.

In de bruisende souk van Tripoli gingen we op zoek naar de Grote Moskee, een gebouw uit 1294 met een opvallende toren in Lombardische stijl. Maar in dat doolhof, sprak niemand een andere taal dan Arabisch, en wij spraken geen Arabisch. Uiteindelijk vonden wij in een donkere winkel een oude heer die Frans sprak. Zijn ronde witte muts toonde dat hij een vrome moslim was. Leunend op zijn stok, slaagde hij erin om op de straat en met de meest verfijnde manieren ons de weg te wijzen. Algemeen fatsoen overleeft alles.

Eenmaal bij de moskee trok ik een zwarte chador aan, maar onze Lonely Planet gids trok de aandacht van een, zoals gebruikelijk, ijskoud kijkende bebaarde man. “Bent u Amerikaans?” vroeg hij op dreigende toon. Onze snelle ontkenning ontspande hem. Hij gaf ons het groene licht om de moskee te betreden. Maar al gauw daarna werden we weer benaderd, door een dikke jonge man. Hij bleek een van de 350.000 Palestijnen die in Libanon leven, ongewenste personen door de meeste van de bevolking aldaar en bloot aan zware vernederingen. Toen hij hoorde dat we Italianen waren, reciteerde hij allereerst, als een gebed, de namen van de Italiaanse voetballers. We waren opgelucht dat hij als eerste wilde praten over sport, maar stapte al snel over tot de politiek en de “gebeurtenissen.”

“Mijn mensen zijn verpletterd onder de hiel van het Amerikaanse imperialisme, dat ons land ontnam, onze geliefden afslachtte en ons recht om te leven ontkende. Maar zag u wat er gebeurd is in New York City? God Almachtig trok Zijn zwaard tegen onze vijanden. God is God groot – Allah u Akbar.”, zei hij.

Ik hoorde deze beroepen van religie zo vaak dat ik een soort van theologische nodig hulp had. “Hoe kan God kwaad doen?”, vroeg ik later aan een Arabische vriend, een zakenman met een internationale achtergrond. “Volgens wat ik leerde in mijn catechismus, laat God het kwaad gebeuren, Hij doet het niet,” zei ik, en hij antwoordde:

“De Koran heeft dezelfde onderwijs, maar bloed roept voor bloed”

“Hoe zit het met mededogen?,” vroeg ik, wijzend erop dat Jezus de andere wang toe was gedraaid. “Is Allah niet ook altijd de Barmhartige?” “Hij is dat, maar als een volk voor 52 jaar bedelt om een stuk land en het ervaarden enkel bloedvergieten, wat kan u dan verwachten?” Maar de slachtoffers van het World Trade Center waren burgers, drong ik aan. “In de nieuwe intifada zijn 500 Palestijnen gedood. Dit kan Amerika niets schelen, dus waarom zouden moslims nu zorgen maken over degenen die stierven in de Twin Towers? Het is moeilijk, maar dat is de manier waarop ze het zien.”

Ik kon het niet begrijpen. Ik bleef herinneren hoe een dag eerder in Duitsland bondskanselier Gerhard Schröder sprak over een veldslag van beschavingen.

Op donderdagavond, in het christelijke noorden van Beiroet, hoorden we een aantal harde geluiden. “Waarschijnlijk zijn ze de aanvallen aan het vieren”, vertelde iemand ons toen we vroegen. Bedoelt u dat de “Maronitische christenen dat ook vieren?”, vroeg ik.

“Ja, ook zij voelen zich verraden door de Amerikanen.”

Op vrijdag, de nationale dag van herdenking voor de slachtoffers in Europa en de VS, was ik opgelucht om te zien dat de christelijke kerk in de Sahet Aukar-wijk vol was met mensen bij een kaarslicht wake. Minder geruststellend is de dikke barrière van soldaten en checkpoints die de kerk beschermde.

Heliopolis, in de Bekaa Vallei, was de Sun City van de Oudheid. Tegenwoordig is heet het Baalbek. Nabij haar weelderige tempels staat het bolwerk van de Hezbollah, de door Iran gesteunde sjiitische Partij van God. Langs de schone lanen die leiden tot het bolwerk van de Hezbollah hangen handgemaakte posters van bebaarde jonge mannen. “Ze zijn martelaren”, aldus een goed geklede, gecultiveerde Arabische man die uit zijn Mercedes stapte. “Ze vochten tot aan de overwinning: Terugtrekking van de Israëlische bezetters. Zo werden zij een voorbeeld voor de Arabische wereld.” “Waren ze geen terroristen?”, vroegen we. “Terroristen? Hoe zit het met de Israëli’s die vrouwen en baby’s doden?”

In de zeven dagen die we doorbrachten in Libanon, zagen we een jonge Arabische vrouw met betraande ogen. “De verhalen van de slachtoffers raakten me,” zei ze, en ik begon mijn vertrouwen in de mensheid terug te winnen. Toen voegde ze eraan toe: “Maar op een manier ben ik ook blij, want voor een keer ervaren de Amerikanen, wat we in het Midden-Oosten elke dag ervaren.” Terug in Italië, kreeg ik een telefoontje van mijn vriend Gilberto Bazoli, een journalist in Cremona. Hij vertelde me dat hij getuige was van dezelfde reacties onder moslims in de lokale moskee van die kleine Lombardische stad. “Ze stonden allemaal aan de kant van Osama bin Laden,” zei hij. “Een van hen vertelde me dat ze niet eens waardig vonden om zijn tenen te kussen.”

Elisabeth Burba is een Italiaanse journaliste.

Advertenties

Een gedachte over “Een ooggetuigenis uit Beiroet van de Arabische feeststemming op 9/11

  1. Zolang het zogenaamde ‘beschaafde Westen dit gedrag alleen ‘ter kennis blijft nemen, het gewoon tolereert zonder enige consequentie NIETS onderneemt en deze mensen als ‘gelijken’ blijft behandelen, “””verlagen zij zich tot ditzelfde niveau””” en zal er nooit iets veranderen. Integendeel. De wereld is al totaal ‘geindoctrineerd en vergiftigt door deze racistische, anti semitische, fanatieke, primitievelingen en hun manier van denken.

    Like

Reacties zijn gesloten.