De brutale en genocidale bezetting van Gaza door… Egypte [1948-1967]

Arabische vluchtelingen opgesloten in een kamp in Gaza. Martha Gellhorn schreef over die Egyptische bezetting in Atlantic Monthly in oktober 1961: “De Gazastrook is geen afschuwelijk oord, noch een zichtbare ramp. Het is erger. Het is een gevangenis.” [orig.: “The Gaza Strip is not a hell-hole, not a visible disaster. It is worse. It is a jail.“] Bron foto: Crethi Plethi Arab Refugees

Tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog vluchtten ongeveer 200.000 Arabieren naar de Gaza. Na het voorlopige einde van de vijandelijkheden, bepaalde het Israëlisch-Egyptisch staakt-het-vuren verdrag van 24 februari 1949 de scheidingslijn tussen de Egyptische en Israëlische strijdkrachten, wat later de huidige grens zal worden tussen de Gazastrook en Israël. Aldus kwam Gaza onder Egyptische bestuur – dat de Gaza echter nooit zal annexeren. Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 werden de Gazanen door het IDF bevrijd van hun Egyptische beulen.

Egypte hield de vluchtelingen strikt gescheiden van de locale bevolking. Leven onder de Egyptische bezetting bleek een ware hel voor de ‘Palestijnen’. Het volgende verhaal zal u dan ook erg bekend overkomen, omdat er in wezen tot op vandaag niks voor de gewone Palestijn in Gaza niks is veranderd. De Egyptische blokkade van de Gazastrook, het wisselvallig openen en sluiten van de grens ter hoogte van Rafah en de huidige gespannen relaties tussen Gaza en Egypte omwille van de Hamas en zuster terreurorganisaties, houden de Gazaanse bevolking permanent in een greep van onzekerheid en angst. Het is duidelijk dat de Gazanen voor hulp zeker niet op Egypte moeten rekenen, net zomin als dat in de periode 1948-1967 ook niet het geval was toen de bevolking van Gaza 19 jaar lang bezet en gegijzeld werd door de Egyptenaren.

Het leven in Gaza onder de Egyptische bezetting

door Eliezer Whartman [bron]

Toen Egypte in Gaza was…
Toen ik voor het eerst sinds het einde van de Zesdaagse Oorlog de Gazastrook bezocht, zag ik een grondgebied dat de grimmige getuige was van Egyptisch agressie, ongevoeligheid en barbarisme. Voor 19 lange jaren was het gebied onder het rechtstreeks bestuur gesteld van het het Egyptische leger. Onder een “grondwet“ die door de Egyptenaren in zeven haasten was opgesteld, werden alle wetgevende bevoegdheden in handen gelegd van de Egyptische militaire bevelhebber, die het burgerlijke beleid controleerde. Alle politieke partijen, behalve die éne die door de Egyptenaren werd gesteund, werden verboden. De militaire gouverneur handelde ook als rechterlijke macht en tegen een uitspraak was geen beroep mogelijk.

Er waren geen verkiezingen. Een marionettenregering bekrachtigde automatisch elk wetsvoorstel dat door de gouverneur ten berde werd gebracht. In 1965 stortte ook deze façade van lokale autonomie in elkaar toen het Egyptische leger de wetgevende macht verwierp. De geheime politie was alom tegenwoordig. Niemand was immuun van plotselinge arrestatie en onbeperkte opsluiting zonder proces of aanklacht of, in het gunstigste geval, een geheim preces. De gevangenissen waren altijd overvol en martelingen schering en inslag. Er bestond een officiële censuur van de pers en de post en de telefoonlijnen werden regelmatig afgeluisterd.

Bijna 19 jaar lang was de avondklok van kracht in de Gazastrook en mochten de Gazanen hun huizen na 21u00 niet meer uit tot aan de volgende dageraad op straffe van de dood. Deze avondklok werd afgedwongen door wegversperringen. De mannen tussen 18 en 40 werden belemmerd van het reizen naar Egypte tenzij zij over voldoende contanten beschikten om zich een vergunning aan te kopen. Als zij tegen de afloop van hun vergunning er niet in slaagden terug te keren, troffen de militaire autoriteiten sancties tegen hun families.

De Egyptenaren confisceerden naar willekeur eigendommen en bezittingen terwijl ze het aan vluchtelingen verboden om grond te bezitten. Duizenden jonge vluchtelingen werden gedwongen militaire dienst te nemen in het Egyptische leger. Velen werden gezonden naar het slagveld om Gamal Abdel Nasser’s oorlog uit te vechten tegen Jemen; anderen werden naar Israël gezonden om te moorden, sabotagedaden en aanslagen te plegen de communicatielijnen te verstoren.

Driekwart van de arbeidsgeschikten waren werkloos. Medisch en sociale voorzieningen waren vrijwel onbestaande. De Egyptenaren deed niets om landbouwers te helpen, huisvesting te creëren of de industrie te ontwikkelen. De meerderheid van Arabieren in de Gazastrook die buiten Gaza Stad leefden, werden aan hun lot overgelaten, zonder riolering, stromend water, elektriciteit of wegen.

Introductie tot de haat
Aanzetten tot haat jegens Israël begon vanaf de prilste jaren. Ik heb tekeningen gezien die kinderen hadden gemaakt onder aanmoediging van hun leraars waarin ze zichzelf tekenden wanneer ze Israëlische kinderen vermoorden. De leerboeken dropen van de haat. Eén leerboek bestemd voor de 3de Graad getiteld ‘Arabische Islamitische Geschiedenis’ onderwees:

“De Joden zijn altijd dezelfden, in elke tijd, op elke plaats. Zij leven enkel in de duisternis. Zij plannen in het geheim om kwaad te berokken; zij vechten enkel vanuit schuilplaatsen omdat het lafaards zijn. Wij moeten Palestina zuiveren van hun vuiligheid als wij ooit terug vrede willen brengen in het Arabische thuisland.”

Ontmoeting in 1948 tussen Nasser en Groot-Moefti van Jeruzalem Haj Amin Al Hoesseini die eerder een pact sloot met Adolf Hitler om de Joden in Palestina uit te roeien

Zo meedogenloos wreed was het Egyptische bestuur in Gaza dat Radio Mekka op 10 maart 1962 het volgende protest in de eter zond:

“Wij zouden aan Kaïro willen vragen: Wat is dit ijzeren gordijn dat Abdel Nasser en zijn cohorten rondom Gaza en de vluchtelingen hebben opgetrokken? Dit zijn de feitelijke methodes die dictator Hitler in de landen gebruikte die hij bezette. Stel je voor, Arabieren, hoe Nasser (die toch beweert de pionier te zijn van het Arabisch nationalisme) het Arabische volk van Gaza behandelt, die verhongeren terwijl de Egyptische gouverneur en zijn ambtenaren zwelgen in de rijkdom van de Strook…”

Het enige gebied waar het Egyptische leger actief was, los van het onderdrukken van de mensenrechten, was in het smokkelen. Er bestond een levendige handel tussen de pakhuizen in Gaza – die gevuld waren met televisietoestellen, Franse parfums, Italiaanse zijde en whisky uit de Verenigde Staten – en Kaïro, in samenwerking met de hoogste ambtenaren in Egypte. [Precies zoals het al jaren tot op vandaag nog aan de gang is via de honderden smokkeltunnels die onder de grens lopen en die zonder medeweten en instemming van Egypte niet zouden bestaan en konden floreren.]

De lange konvooien reden twee keer per week naar Kaïro geladen met smokkelwaar. Toen de Israëlische strijdkrachten in 1956 tijdens de Suezcrisis Gaza bezetten ontdekten zij deze reusachtige pakhuizen met smokkelwaar allerhande. Zoals verwacht was de militaire gouverneur met zijn cohorten er vanonder gemuisd met alle spaargelden die de Gazanen in lokale banken. hadden gedeponeerd.

Het beleid van Egypte voor de Strook werd kort en bondig maar erg nauwkeurig beschreven door de afgevaardigd gouverneur, Mohammed Flafaga, in een gesprek dat in de Deense krant Aktuelt op 9 februari 1967 verscheen:

Vraag: “Waarom zendt u niet alle vluchtelingen naar andere Arabische landen? Syrië zou zonder twijfel een enorm aantal van hen kunnen absorberen. Bent u bang dat de nationale banden met Palestina zullen worden losgemaakt, dat de haat tegen Israël zal verdwijnen als zij gewone burgers zouden worden?”

Antwoord: “In feite heeft u volkomen gelijk. Syrië kon hen allemaal opnemen en het probleem zou zijn opgelost. Maar dat willen wij niet. Zij moeten naar Palestina terugkeren.”

De UNRWA rapporteerde in 1956: “Één van de obstakels die het verwezenlijken van het doel van de Algemene Vergadering – om de vluchtelingen zelfstandiger te maken – in de weg staan blijft de tegenkanting [mbt dit doel] door de [andere Arabische] regeringen in het gebied.“

Ralph Galloway, een ambtenaar van de UNRWA [niet te verwarren met Hamaslover George Galloway], observeerde erg bitter:

De Arabische staten willen het vluchtelingenprobleem niet oplossen. Zij willen het als een open zweer laten etteren, als een wapen tegen Israël. De Arabische leiders geven geen moer om die vluchtelingen, of ze nu levend dan wel dood zijn.”

[Orig. ‘The Arab states don’t want to solve the refugee problem. They want to keep it as an open sore, as a weapon against Israel. Arab leaders don’t give a damn whether the refugees live or die.“]

2 gedachtes over “De brutale en genocidale bezetting van Gaza door… Egypte [1948-1967]

  1. In Israel kennen ze deze ‘feiten al lang. Nu de rest van de wereld nog en de ‘saga van het “Palestijnse fictie probleem is opgelost. Indien nu ook de rest v.d. Arabische wereld eens zou ophouden om Israel van hun ‘eigen onkunde & achtelijkheid, door analfabetisme, werkeloosheid, luiheid en fanatisme de schuld te geven, dan zou ook daar een échte lente kunnen uitbreken. Maar ik denk niet dat wij dit in de nabije toekomst gaan meemaken.

    Like

  2. Er zijn feiten die iedereen kent maar niemand weet. Het alhier beschrevene hoort daar bij. Iedereen kent de bijna ongelooflijke wreedheid ten aanzien van die Arabieren die men “vluchtelingen” noemt en die voor immer vluchtelingen dienen te blijven want zij zijn de menselijke bom die in Israel moet ontploffen. Iedereen kent de feiten en toch weet niemand dit alles. Men blijft zeuren en jengelen over vredesprocessen waar Israel “pijnlijke” concessies dient te doen.

    En ondertussen lijden zij. De Israeli’s? Ja die ook. Onder de terreur.

    Maar het ergste lijden de overjarige “vluchtelingen” die geen andere hoop hebben dan te ontploffen in Israel. En de gruwel is dat deze “hoop” wordt doorgegeven aan hun kinderen.

    Hatikva. De Hoop. Het nationale volkslied van de “Palestijnse vluchtelingen.”

    Like

Reacties zijn gesloten.