Syrische burgers werden betaald om Israëlische grens te bestormen


De lemmingen gooien zich massaal van de rotsen

Wie zich tot nog toe afvroeg waarom Syrische burgers zich met ware doodsverachting voor de Israëlische vuurmonden gooiden door – tegen beter weten in – te pogen illegaal de grens naar Israël over te steken [herdenking van an-Naksa Dag, de Syrisch-Arabische vernedering door Israël op 10 juni 1967, de laatste dag van de Zesdaagse Oorlog], heeft nu een antwoord op die vraag: ze werden ervoor betaald door de Syrische overheid. Dood kregen ze het tienvoudige dan wanneer ze daar levend in slaagden. Het Syrisch cynisme ten top. Als lemmingen wierpen de idioten zich massaal van de rotsen. Wellicht hadden ze beneden in de diepte een glimp opgevangen van de mythische 72 wellustige maagden, die hen opwachten als een perverte beloning voor hun martelarenschap [shahid]. Wie graag veel Joden wil doden heeft er blijkbaar alles voor over om dat doel te bereiken. Ziekelijk!

‘Syrische burgers betaald voor aanval op Israëlische grens’

door Israel Today.nl
www.israeltoday.nl

De massale Arabische mars naar de grenzen van Israël, afgelopen zondag, verliep nogal teleurstellend, maar volgens de Syrische media werden 23 Syriërs gedood bij hun poging de Golanhoogten binnen te dringen.

Het was blijkbaar moeilijker dan verwacht om de Arabische volksmassa te overtuigen zich te verzamelen en de grenzen van Israël aan te vallen. Dus, volgens de Syrische oppositie, betaalde het regime in Damascus arme boeren 1.000 dollar om de grens over te steken naar Israëlisch grondgebied en het Israëlische leger lastig te vallen. Iedereen die hierbij zou worden gedood werd $ 10.000 beloofd voor zijn gezin.

De Hervormingspartij van Syrië schreef op zijn officiële website dat Syrische boeren minder dan $ 200 per maand verdienen, dus velen lieten zich door het aanbod verleiden. En, als we de Syrische regeringsmedia mogen geloven, hebben minstens 23 mensen met hun leven betaald voor het aanpakken van de steekpenningen.

Functionarissen van het Israëlische leger wezen er op, dat er feitelijk maar weinig Syrische demonstranten werden verwond of gedood door Israëlische kogels; de meesten waren het slachtoffer van mijnenvelden die zich uitstrekken langs de grensstreek. Deze mijnenvelden zijn duidelijk gemarkeerd.

De Hervormingspartij van Syrië was woedend op het regime van dictator Bashar Assad dat de arme boeren de dood in stuurde, en beschuldigde de regering ervan, dat het probeert de internationale aandacht af te leiden van de bloedige pro-democratische opstand die in Syrië plaatsvindt. Duizenden Syriërs die democratische vrijheden eisen zijn afgeslacht door de regeringstroepen.

De grootste mars op de grenzen van Israël ter gelegenheid van de verjaardag van het begin van de Zesdaagse Oorlog in 1967 – die de Arabieren “Naksa”, “de tegenslag” noemen- zou uit Libanon komen, maar ging niet door. Volgend de eerste schattingen zouden meer dan 100.000 Libanezen proberen de noordgrens van Israël over te steken. Maar het Libanese leger verklaarde het gebied tot verboden militaire zonde en kon de meeste Libanezen voor de grens tegenhouden.

De Palestijnen waren wel wat enthousiaster. Ten noorden van Jeruzalem botsten Palestijnen met Israëlische soldaten. Zij droegen borden met de tekst “Een miljoen martelaren marcheren naar Jeruzalem.” Ze lijken zich te hebben verrekend, want in werkelijkheid waren de aantallen veel lager. Ten minste vier Israëlisch-Arabische Knessetleden namen deel aan de gewelddadige anti-Israëlische demonstraties, wat weer de vraag oproepen hun parlementaire onschendbaarheid op te heffen.

Xander schreef hierover eveneens op 6 juni:

Tijdens de al 8 weken durende opstand in Syrië werden al meer dan 1500 mensen gedood en zo’n 35.000 gearresteerd of geteisterd door Assads militaire eenheden. Bij de grensonlusten zouden volgens de door de Syrische overheid gecontroleerde media gisteren 23 mensen zijn omgekomen, iets dat sterk door Israël wordt betwijfeld omdat er nauwelijks met scherp werd geschoten. Het Israëlische leger (IDF) blijft in hoge staat van paraatheid om nieuwe infiltratiepogingen te voorkomen.