VN-Veiligheidsraad verklaart impliciet: Gaza wordt niét bezet door Israël

Hoe men het ook draait of keert: wat Israël ook doet, het is toch nooit goed. Het oordeel over Israël weegt ook altijd zwaarder door dan wat alle andere landen van de wereld samen of apart uitspoken [cartoon van Ronny Gordon in de JP]

Eind deze maand wordt een nieuwe vloot verwacht voor de kust van Gaza die andermaal een poging zal wagen om de wettige maritieme blokkade te doorbreken, al dan niet op gewelddadige wijze. De actie wordt gesteund door 28 Belgische organisaties, partijen en vakbonden waaronder de socialistische vakbond ABVV en de extreemlinkse marxisten van de PVDA. Op de website van “Belgium to Gaza” wordt het doel uitgelegd van hun illegale actie: “een platform van Belgische organisaties en individuen dat zich sinds midden 2010 engageert om de illegale bezetting van de Gazastrook aan te kaarten door een deelname aan de internationale vloot naar Gaza.

Zij beweren dus dat de Gaza 1. door Israël wordt bezet; 2. dat dit illegaal gebeurt en 3. dat Israël een ‘blokkade’ van Gaza handhaaft. Maar, wie en waarom zegt dat en is dat wel zo? De stelling dat de Gazastrook nog altijd “bezet” wordt door Israël, werd onlangs weerlegd en nog wel uit een compleet onverdachte bron: door een resolutie omtrent Libië van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Eugene Kontorovich en Paula Kweskin leggen in The Jerusalem Post uit hoe een en ander in elkaar zit.

Is Gaza still occupied?

door Eugene Kontorovich en Paula Kweskin [bron: JP]

De organisatoren beweren dat zij naar het “bezette” Gaza varen om “hoogst noodzakelijke goederen” af te leveren. Echter, beide beweringen zijn vals. Eerder dit jaar heeft het Internationale Comité van het Rode Kruis verklaard dat er in Gaza geen humanitaire crisis is. Daarenboven werd de bewering van de anti-Israëlische vredesactivisten en sympathisanten van de terreurgroep Hamas, dat Gaza door Israël wordt bezet, onlangs weerlegd door een onverwachte bron, met name door Resolutie 1973 van de Veiligheidsraad van de V.N.

Een belangrijke bewering van de pro-Palestijnse aanhangers is dat de bezetting door Israël van Gaza niet beëindigd werd met de militaire terugtrekking uit Gush Katif in 2005 en de hiermee samenhangende ontworteling van bijna 10.000 Joodse ingezetenen. Het Goldstone Rapport baseerde zich op dat argument en vond wereldwijd instemming bij de internationale advocatuur en mainstream media.

Deze visie kreeg nooit de aandacht die het verdiende. Artikel 42 van de Overeenkomsten van Den Haag uit 1907 bepaalt dat een “grondgebied als bezet wordt beschouwd wanneer het de facto onder het gezag valt van het vijandige leger.” Op dezelfde wijze worden de Akkoorden van Genève, zelfs in de breedste interpretatie die door het Internationale Comité van het Rode Kruis eraan wordt  gegeven, dat grondtroepen de “controle binnen” het grondgebied uitoefenen.

Bovendien, moet een bezettende macht alle regeringsfuncties kunnen voorzien – om dingen binnen het bezette grondgebied verder te laten lopen, en niet enkel patrouilleren langsheen de grenzen. In werkelijkheid bestuurt de regering van Hamas volledig autonoom de Gazastrook zonder dat Israël tussenbeide komt.

Het argument voor “bezetting” werd steeds als volgt uitgelegd: omdat Israël “altijd het absolute gezag handhaafde over het luchtruim van Gaza en de territoriale wateren en klaarblijkelijk regeringsgezag in deze gebieden uitoefende,” uitgedrukt in de woorden van professor Iain Scobbie. Anderen beweren dat echte grenscontrole ook “efficiënte controle” van het binnenland impliceert. Maar eerdere blokkades zoals bijvoorbeeld die van Cuba door president John F. Kennedy, werden nooit beschouwd als bezetting. Bovendien worden grenscontroles langs elke internationale grens overal normaal bevonden zelfs onder de meest bevriende naties.

Bovendien controleert Israël niet elke grens van Gaza. Terwijl Egypte er voor gekozen had om haar grens [met Gaza] grotendeels gesloten te houden, had dit helemaal niks met Israël te maken. En in het spoor van de Egyptische politieke veranderingen, werd de grens ter hoogte van Rafah onlangs volledig opengesteld, waardoor het argument dat Israël de controle uitoefent over de ingang van Gaza verder wordt uitgehold.

De recente resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die het gebruik van een gewapende strijdmacht tegen Libië machtigt, verstrekt een uitstekend experiment om te kijken of de wettelijke argumenten die in het algemeen over Israël worden gemaakt ook in parallelle gevallen worden toegepast. In maart, keurde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1973 goed in antwoord jegens het gewelddadige optreden van de Libische troepen van kolonel Moeammar Gaddafi ’s jegens anti-regerings gezinde rebellen. De resolutie machtigde militaire actie, omlijnde een no-fly zone over het hele grondgebied van Libië, bevroor de Libische activa en machtigde de uitgebreide inzet van geweld tegen de Libische troepen.

Maar toch sluit Resolutie 1973 specifiek om het even welke “bezetting” van Libisch grondgebied uit. Dit was geen toevalligheid. Het expliciete verbod om [Libië] te “bezetten” moest dienen om zich te verzekeren van de steun van verscheidene sceptische naties. Op de vergadering van de Veiligheidsraad, beklemtoonde de afgevaardigde van Libanon dat de resolutie in geen geval zou resulteren in het bezetten van “zelfs maar een duimbreedte” van het Libische grondgebied.

Aldus beschikken wij nu over de bevestiging van de Veiligheidsraad dat een breed embargo, een no-fly zone en maandenlange constante luchtbombardementen [van Libië] geen deel uitmaken van wat “bezetting” kan genoemd worden. Zonder twijfel hebben al deze activiteiten een aanzienlijk impact op Libië en “controle” over veel wat er daar gebeurt. Het mag voor iedereen duidelijk zijn dat de veel minder uitvoerige en invasieve maatregelen van Israël jegens Gaza, gemeten volgens deze standaard, helemaal geen “bezetting” kunnen genoemd worden.

Natuurlijk, bewijst de resolutie omtrent Libië niets nieuw; de argumenten dat Gaza ook na [de ontruiming van] 2005 als “zijnde bezet” bleef beschouwd, waren altijd vrij verrassend. De evidentie van de bovengenoemde principes waar ze ook om het even – behalve dan voor Israël – van toepassing zouden zijn, zouden stof tot nadenken moeten zijn voor zij die menen dat zelfs een volledige terugtrekking achter de ‘Lijnen van 1967’ [in feite de staakt-het-vuren lijnen van april 1949] zullen leiden tot de internationale legitimiteit van Israël maar integendeel zullen leiden naar de prefabricatie van nieuw geconstrueerde vermeende eigendomsrechten.