Israëlische Arabieren kiezen voor nationale burgerdienst ipv voor het leger


Israëlische Arabieren die werken met Magen David Adom (het Israëlische equivalent van het Rode Kruis), krijgen op die manier de kans om met en binnen hun eigen gemeenschappen te werken

Israeli-Arabs join Israel’s national service

Iedereen die zich vrijwillig aanmeldt voor nationale burgerdienst zal als een lepralijder worden behandeld en de Arabische maatschappij worden uitgekotst,” waarschuwde Jamal Zahalka tijdens een demonstratie op 27 oktober 2007.

Parlementslid Jamal Zahalka: Arabieren die burgerdienst kloppen zijn lepralijers

Zahalka is parlementslid in de Knesset voor de Baladpartij, een Israëlisch-Arabische politieke partij. Zijn harde woorden waren bedoeld om jonge Israëlische Arabieren tegen te houden dat ze zich zouden aanmelden voor het programma van Israël ’s Nationale Burgerdienst. Maar zijn woorden missen hun uitwerking.

De militaire dienstplicht in Israël bij het IDF geldt niet voor de Israëlische Arabieren. Vandaag dienen amper ongeveer 300 moslims en christen Arabieren (waarvan de moslims driekwart van het deel Arabieren uitmaken) in een speciale eenheid van IDF. Maar thans hebben zij de optie om een vervangende diensttijd te volgen bij de Nationale Dienst, samen met Joodse Israëliërs die om godsdienstige of medische redenen niet naar het leger kunnen, vanaf het ogenblik dat zij de dienstplichtige leeftijd hebben bereikt van 18 jaar.

Ondanks de druk die door hun gemeenschappen en door de Baladpartij wordt uitgeoefend op de jonge mensen om geen dienst te nemen in de Israëlische Nationale Burgerdienst, gaan geleidelijk aan meer jonge Israëlische Arabieren in tegen de stroom en alleen al voor dit jaar hebben zich ongeveer 1.500 Israëlische Arabieren ingeschreven in het programma.

Een alternatief voor de militaire dienst

De Nationale Dienst is een optie geworden voor Israëliërs als alternatief voor de gebruikelijke drie jaar dienstplicht in het IDF voor mannen en twee jaar voor vrouwen. Vele verschillende organisaties zonder winstoogmerk coördineren de plaatsing, gewoonlijk in het in het onderwijs en in faciliteiten die zich met de volksgezondheid inlaten.

Ongeveer 90 percent van de vrijwilligers zijn vrouwen. Zij kiezen ervoor om één of twee jaar te dienen, en ontvangen daarvoor een maandelijks salaris van ongeveer $200, en met worden daarna beloond met voordelen evenredig met de werkelijk uitgevoerde diensttijd. Het verdiende geld kan later worden aangewend om bijvoorbeeld een eigen zaak op te starten of besteed worden aan hoger onderwijs na het vervullen van hun dienst.

De Israëlische Arabieren treden toe tot de Nationale Dienst sinds de Israëlische overheid in 2007 het initiatief nam om de Israëlische nationale burgerdienst voor alle bevolkingsgroepen te openen. Nu dat de Israëlisch-Arabische moslims, de Christenen en de Druzen ernaar uitkijken om naast hun Joodse tegenhangers te dienen, hebben zij niet alleen de kans gekregen om “iets terug te geven” aan de maatschappij, maar komen zij op die manier ook in aanmerking voor dezelfde aantrekkelijke voordelen, zoals afbetalingstermijnen voor een hypotheek, betere tegemoetkomingen op bv oogglazen en sociale voordelen.

Een succesverhaal

Eén van de allereerstee Arabische vrijwilligsters van Israël is Nasra Hmod. Vandaag is zij een zelfverzekerde moeder van drie die in Ramle woont, niet ver van Tel Aviv. In 1994, toen zij haar diploma behaalde aan de middelbare school, raakte ze nergens aan de bak. “Ik zocht een kader waarin ik kon werken maar kon het niet vinden. Voor Arabieren is het moeilijk om werk te vinden en ik vond de plaats maar niet waar ik verder kon studeren,” zegt ze.

Israelisch-Arabisch vrijwilliger Mohammed Abu Rumi, behandelt een patient in Kiryat Ata, N-Israël

Hmod hoorde over de Nationale Burgerdienst en bevroeg Shlomit daaromtrent, een NGO die helpt plaatsingen te coördineren. “Ik wilde me werkelijk inzetten als vrijwilligster voor Magen David Adom [het Israëlische Rode Kruis] aanmelden maar slaagde er niet in. Toen hoorde ik over de Nationale Dienst en contacteerde Chaya in Shlomit en vertelde haar dat ik een Arabische was.” Bijna onmiddellijk versierde Shlomit een baan voor Hmod in de noodhulpafdeling van het Medisch Centrum Kaplan in Rehovot, waar zij vandaag is tewerkgesteld als receptioniste, fundamenteel hetzelfde werk dat ze deed als vrijwilligster, maar ze heeft nu meer verantwoordelijkheden.

Hmod is een grote fan van de Nationale Dienst en moedigt andere jonge Arabieren aan om toe te treden. “Ik loog,” zegt ze wanneer haar gevraagd werd hoe haar gemeenschap reageerde toen ze besloot om zich aan te melden voor Burgerdienst. Het was slechts een jaar later nadat ze zich had aangemeld dat ze aan haar familie durfde te vertellen dat ze zich had geëngageerd in de Nationale Burgerdienst. “Zij zouden het anders nooit goedgekeurd hebben,” zegt zij. Om haar gebrek aan geld te maskeren, had ze haar familie verteld dat zij nog op school ging.

Telkens zij op haar werk met Joden in aanraking komt, zeiden ze haar altijd “kol hakavod“, een Hebreeuwse uitdrukking van bewondering, wat letterlijk betekent: “alle eer gaat naar u”. Hmod moedigt andere jonge Arabieren aan om de Burgerdienst te vervullen, ook als dat hun plannen om te studeren zou vertragen, te reizen of makkelijk geld te verdienen.

Toemaatje: hoor het ook eens van Rania Fadel, een Israëlisch-Arabische studente

Rania Fadel – een Israëlisch-Arabische studente – en vrijwilligster voor de organisatie Stand with Us, neemt het op voor de democratie van Israël. Rania windt er geen doekjes om: “Apartheid in Israël bestaat niet – dat is een leugen,” zegt ze. “Kom naar Israël en zie met je eigen ogen hoe het echt is.”

In Israël wonen en leven ongeveer 1,2 miljoen Arabieren, nazaten van de 150.000 Arabieren die niét de stommiteit begingen om te vluchten naar de Arabische buurlanden tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949. Bijna niemand weet dat. Je hoort ook nooit van die Arabieren van Israël. Waarom niet? Omdat het goed met ze gaat, héél goed zelfs.

De Israëlbashers houden niet van hen. Voor hen zijn die Israëlische Arabieren vervelende spelbrekers. Ze worden door hen dan ook letterlijk doodgezwegen. ‘Collaborateurs’, noemen de andere Arabieren hen als ze zich willen integreren. Israëlbashers citeren wel graag en veelvuldig Israëlische Arabieren zoals  Jamal Zahalka, fractieleider voor de Baladpartij in de Knesset, het Israëlisch parlement: “Het zijn allemaal vuile lepralijers!” krijste hij over zijn Israëlisch-Arabische medeburgers die het aandurven om dienst te kloppen bij de Nationale Burgerdienst of in het IDF.


Bronnen: Israel’s Ministry of Foreign Affairs: Israeli-Arabs join Israel’s national service van 1 juni 2011; met dank aan Elder of Ziyon voor de hint; China Daily: Israel wants national service from Arabs van 12 november 2007; Arutz Sheva: Israeli-Arab Leaders Warn Against National Service door Ezra HaLevi van 27 oktober 2007;