Walgelijk: linkse ngo’s houden solidariteitsactie voor moordenaars van Itamar!


Op het plaatje: afgevaardigd burgemeester Hassan Awad van Awarta, familie van Amjad Awad en Hakim Awad, de twee moordenaars van het Bloedbad van Itamar, spreekt uiteraard schande van de onderzoeksactiviteiten van het IDF en de Veiligheidsdiensten. Geen makkelijke opgave dus voor het IDF dat op complete tegenwerking botst van de dorpsbewoners die zich als één man achter de twee daders posteren en zich daarin bovendien ook nog eens gesteund weten door een groot aantal – door Westerse landen gesponsorde –  extreemlinkse anti-Israëlische ngo’s (foto: © AFP Jaafar Ashtiyeh)

The radical left identifies with the families of the murderers from Awarta

door Kalman Liebeskind

Een week geleden, ontvingen de abonnees op de adressenlijsten van extreemlinkse organisaties een belangrijke uitnodiging. De activisten werden bijeengeroepen om op zaterdag een zogeheten “solidariteitsbezoek” af te leggen aan het dorp van Awarta [het Arabisch dorp waar de vermoedelijke daders werden opgepakt van het Bloedbad van Itamar (Samaria, Israël) van 11 maart 2011 waarbij het Joodse gezin Fogel op gruwelijke wijze met messen werd afgemaakt, waaronder 3 van hun kinderen waarvan een baby van 3 maanden oud].

Kalman Liebeskind

De emailuitnodiging, die getekend was door de Coalitie van Vrouwen voor Vrede, Strijders voor Vrede, Gush Shalom, en Mensen zonder Grenzen, omvatte tevens enkele regels over de benarde toestand van de dorpsbewoners van Awarta na de aanslag in Itamar en nadat het IDF begon te vermoeden dat de de moordenaars van daar kwamen: ruwe onderzoeken, schade aan eigendommen en avondklokken. Vervoer per bus [naar het solidariteitsbezoek] werd voorzien vanuit Tel Aviv, Kfar Saba en Jeruzalem.

Vandaag, werden de namen van de moordenaars vrijgegeven – Palestijnse menselijke beesten die het echtpaar Fogel en hun kinderen afslachtten. Vandaag, kon iedereen die de details vernam, die duidelijk werden tijdens de ondervragingen door de GSS, niet onverschillig blijven. Deze terreuraanslag vervult met afschuw, laat het bloed koken en maakt de geesten woest.

Maar binnen in ons midden zijn er groepen die maar weinig empathie tonen met de vermoorden, maar zich in contrast daarentegen meer ongerust tonen over wat de moordenaars en hun families moeten doormaken en het ongemak dat door de onderzoeken wordt veroorzaakt. Het zijn niet de moorden die hen ’s nachts wakker houden, maar de details van hoe de verdachten door het IDF worden behandelt. Gewoon walgelijk.

Zoals vermeld, kan dit bezoek van extreme linkse activisten niet anders als een solidariteitsbezoek worden genoemd. Met wat precies identificeren zij zich? Dit laat ik over aan uw verbeeldingskracht. Nochtans is dit wat één van de organisatoren, Yaakov Manor, na afloop van het bezoek op de website van het Alternatief Centrum voor Informatie (AIC) plaatste:

“Zacharia en ik kwam vandaag in Awarta aan rond 3 uur in de namiddag. Het dorp stond onder de avondklok; een militaire jeep blokkeerde de belangrijkste ingang aan het dorp. Wij vonden een manier om het obstakel te mijden. Wij hielden de eerste vergadering bij het gebouw van de Raad van het Dorp. Qais Awad, voorzitter van de dorpsraad, en andere lokale activisten waren aanwezig. De lokale deelnemers overzagen de situatie in het dorp sinds de moorden in de nederzetting van Itamar… Sinds de moorden, concentreren de meeste onderzoeken door de Israëlische veiligheidskrachten zich op Awarta… Dozijnen dorpsbewoners werden voor het onderzoek gearresteerd dat ruw en onder bedreigingen werd gevoerd… meer dan 20 dorpsbewoners worden door de veiligheidsdiensten nog steeds vastgehouden.”


Plaatje hierboven: Itamar, vrijdagavond 11 maart 2011. De 4-jarige Elad Fogel, die op het ogenblik van de inval in het huis van het gezin Fogel in zijn bedje lag te slapen,  maakte geen schijn van kans tegenover de met messen gewapende Palestijnse bandieten uit het nabijgelegen Arabische dorpje Awarta.

Yaakov Manor geeft hier, nog steeds in schok, details omtrent de uitleg van sommige gevangenen op beledigende vragen en de behandeling die zij krijgen van hun ondervragers. Hun Palestijnse gastheren in Awarta hadden ook een verklaring klaar in verband met waarom de onderzoeken van het IDF specifiek op hen waren geconcentreerd. Is het misschien omdat er informatie van de veiligheidsdiensten omtrent hun betrokkenheid werd vrijgegeven? Absoluut niet.

Is het omdat dit dorp reeds verscheidene moordenaars heeft geproduceerd? Op geen enkele wijze. Is het misschien omdat de twee moordenaars van de familie Fogel naast de deur woonden van enkele dorpsbewoners en door sommige dorpsbewoners werden geholpen? Natuurlijk niet. Het hoofd van de dorpsraad [van Awarta] legde aan de linkse activist uit “dat het leger de basis legt voor de onteigening van meer dan 400 hectaren [1.000 acres] olijfboomgaarden nabij de nederzetting”. Snapt u ‘m? Het is één grote [Joodse] samenzwering. De linkse activisten lieten zich, naar het schijnt, graag en met opvallend gemak overtuigen.

De website rapporteert opgewonden over het binnendringen van soldaten van IDF in de huizen van de dorpsbewoners en hoe zij de onderzoeken leidden terwijl bezittingen worden beschadigd en inwoners worden gekwetst. Het ging er werkelijk vreselijk aan toe. Zou het niet veel beter zijn geweest om hen gewoon even per telefoon op te bellen en hen vragen “of ze zo vriendelijk zouden willen zijn om de moordenaars te vragen of ze zich even willen aanmelden bij het meest dichtbijgelegen politiebureau?” Zo had het ook gekund. Zeg nou zelf. De vrienden van de extreemlinkse activisten in Awarta zouden hen waarschijnlijk onmiddellijk komen helpen.

Wel, eigenlijk feitelijk niet. En weet u waarom niet? Omdat de “dorpsoudsten,“ zo vertelde Yaakov Manor ons, “elke betrokkenheid in de moorden stevig ontkende en beweerde slachtoffers te zijn van een collectieve straf op de brutaalste wijze.“ Maar ja, als de vrienden van Awarta alles zo sterk ontkennen, wie zijn wij dan om hen niet te geloven? In elk geval trokken na de bijeenkomst, de naar rechtvaardigheid zoekende linkse activisten naar de huizen van de respectievelijke ‘getroffen’ twee families, om er hun sympathie voor hun verdriet te tonen.

Ja natuurlijk heeft u goed geraden. Het waren dus wel degelijk de families van de moordenaars. “De verschrikkelijke toestanden die wij binnenshuis van de familie van Mohammed Awad hebben gezien, kan niet anders worden beschreven als een pogrom voor het eigen belang,“ schreven de linkse activisten. Het bloedbad van Itamar deed de linkse vrienden uit Tel Aviv niet herinneren aan een pogrom. Het onderzoek in het huis van de moordenaar is wat hen deed terugflitsen naar de donkerste dagen uit het collectief geheugen. De familie werd in de vroege ochtendkou uit hun bedden gelicht en een soldaat van het IDF raakte zelfs één van de dekens van een meisje aan.

De activisten sympathiseerden voluit met de familie. De zoon van deze arme stakkers – de moordenaar, slachter, slager, of noem het zoals u wenst – werd diezelfde ochtend gearresteerd. De linkselingen toonden zich verontrust om wat er met het deken van zijn zuster was gebeurd. Yaakov Manor beschrijft hem als een eerstejaars universitaire student en zijn moeder “lijkt gebroken en overweldigd door zorgen en verdriet. De angst en de terreur zijn nog in haar ogen af te lezen.” Inderdaad, moeilijk verdraagbare beelden. “Geen wonder dat er een informatiestop werd opgelegd omtrent de gebeurtenissen in het dorp. Onder deze parapolu kunt u om het even welk misdrijf kritiekloos toedekken,” besluit hij.

Deze vrienden, aan de radicale linkerzijde, werken hard om zichzelf uit de Israëlische maatschappij te verwijderen. Zij maken geen deel meer uit van onze gemeenschap. Zij die het meest door hun ondermijnende activiteiten worden beschadigd zijn de legale Zionisten ter linkerzijde, die hen aan de kaak moeten stellen en hen verwijderen uit hun kamp. Dat moet gebeuren.


Bronnen: NGO Monitor: European government-funded NGOs’ “Solidarity visit” with Families of Murder Suspects van 21 april 2011; The radical left identifies with the families of the murderers from Awarta door Kalman Liebeskind, Maariv, 17 april 2011 – [vertaald uit het Hebreeuws door NGO Monitor en uit het Engels door Brabosh.com]; Arutz Sheva: Israeli Reporter’s Car Stoning has Kafkaesque Aftermath van 27 maart 2011