Jodenhaat in een moderne verpakking: Antisemitisme 2.0

Anti-Semitism 2.0

door Mudar Zahran

(een Jordaniër van Palestijnse origine)

Het concept van de “slechte Jood” heeft een goed vermomde comeback gemaakt: kritiek op Israël en op het Zionisme wordt thans beschouwd als een legitieme optie om Joden en het Jodendom te vervloeken. Niet alleen gebeurt het thans in alle openheid, sociaal aanvaardbaar en legaal, maar het kan in feite zelfs welvaart en populariteit brengen. Deze nieuwe vorm van antisemitisme 2.0 is goed verborgen, moeilijker op te sporen en levert een veel intenser gevaar op voor de moderne manier van leven in de beschaafde wereld, dan de vroegere ruwere vorm, aangezien die langzaam en geleidelijk aan werkt bij het delegitimeringsproces van Joden tot aan het punt waarop het uiteindelijk aanvaardbaar wordt om Joden te viseren, eerst mondeling, daarna fysiek – alles uitgevoerd in een kosmopolitische stijl waarbij de antisemieten welbespraakte en krantekoppenschrijvers zijn, netjes gekleed in jasjes en stropdassen; en niet enkel van Arabische, maar ook Amerikaanse en Europese ‘uitgekuiste’ nieuwsberichtgeving door de meest bloeddorstige radicalen, tot aan beschuldigingen jegens Israël waarin de feiten worden vervormd, selectief weggelaten of eenvoudig onwaar zijn, zoals bv. in het boek over Israël van de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter.

Waarom zou een Palestijn dit schrijven? Het antwoord is eenvoudig: De Palestijnen worden gebruikt als brandstof voor deze nieuwe vorm van antisemitisme; dit heeft de Palestijnen gekwetst en hen blootgesteld aan een ongekende en met opzet door media genegeerde mishandeling door Arabische overheden, met inbegrip van hen die beweren dat ze van de Palestijnen houden, maar in feite enkel tot haat aanzetten jegens de Joden. Dit heeft geresulteerd tot een Palestijnse schreeuw voor rechtvaardigheid, gelijkheid, vrijheid en zelfs fundamentele mensenrechten die hen worden ontzegd, terwijl de wereld zich inlaat met het delegitimeren van Israël uit onwetendheid of boosaardigheid.

Erger nog, aangezien enkel de oude vorm van antisemitisme een bedreiging voor zichzelf vormt doordat het haar verdedigers vergiftigt en zoals het dat voor de Joden was, kan deze nieuwe vorm van antisemitisme 2.0 zich hetzelfde aandoen – meer waarschijnlijker als we zien hoe de wereld de kernambities van Iran tolereert, niet zozeer uit liefde voor het regime van de Moellah ‘s, maar omwille van een mentale fixatie jegens Israël.

Verder lezen KLIKKEN op –>

Dergelijke vooringenomenheid jegens Israël kan geen ‘toeval’ of enkel maar ‘betreurenswaardig’ zijn. Geen andere natie is ooit het voorwerp geweest van dergelijke hoeveelheid nauwkeurig onderzoek, kritiek, rapportage, demonisering en delegitimisering. In feite luidt de vraag die moet worden gesteld niet of er bevooroordeeldheid is jegens Israël maar eerder ‘waarom’ die bevooroordeeldheid jegens Israël bestaat.

Terwijl eerlijke berichtgeving iets is waarvoor elk modern mediakanaal zichzelf trots op de borst slaat, en nieuwsverslagen worden toegewezen volgens de eigenzinnige keuze van elke redacteur, heeft dit geresulteerd in een wijd verspreide bevooroordeeldheid jegens Israël en haar daden. Wat de dingen nog erger maakt is het feit dat er geen negatieve consequenties zijn – zoals ‘toegangsverbod’ of fysieke vergelding – tegen eender wie die leugens schrijft en verspreid over Israël, een open maatschappij met een vrije pers.

Meer dan 80 niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties die opereren binnen Israël en die de staat constant controleren en bekritiseren, hoeven zich nergens zorgen over te maken – noch op professioneel of op politiek vlak – integendeel zelfs, iedereen die foute verslagen of feiten verkeerd voorstelt of die zelfs liegt, is daarin volkomen vrij om dat zo te doen – inbegrepen de Israëliërs.

Zo bijvoorbeeld bevat de Engelstalige krant Ha’aretz, die de voorkeur wegdraagt van de meeste buitenlandse journalisten, zelfs geen correctiekolom. De reporters worden opgedragen enkel te schrijven over ‘Het Conflict’, en als ze dat niet klaar krijgen tegen 6 uur ’s avonds, staan ze de volgende dag op straat – terwijl conflicten die veel mensenlevens kosten, zoals de slachting op de Asyrische [christenen] in Irak, vergeten worden. De wereldmedia wordt zo in beslag genomen door het conflict in Israël hoewel dat, hoe dramatisch het ook mag zijn, toch altijd maar een kleine fractie vormt van het totale aantal slachtoffers die vallen in andere conflicten.

Bevooroordeeldheid jegens Israël houdt niet op bij de pers; de internationale organisaties laten een gelijkaardig patroon zien. De recente meltdowns van de regeringen in Tunesië, Egypte en Libië hebben blootgelegd dat de Arabische dictators er nog altijd voor kiezen om contant geld en bezittingen in Westelijke landen te houden, waar zij zich vrij kunnen bewegen, terwijl vele Israëlische politici tweemaal moeten nadenken alvorens zij een voet in Europa zetten, uit vrees om ‘gearresteerd te worden voor oorlogsmisdaden’. Ook lijken de Israëlische militaire acties veel nauwkeuriger te worden onderzocht door de internationale gemeenschap dan alle andere militaire acties in de wereld samen: de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aarzelen om de aan de gang zijnde wreedheden van de Libische kolonel Khaddafi tegen demonstranten aan te pakken, maar aarzelt geen ogenblik om zelfs de wildste beweringen jegens Israël te onderzoeken en aan te klagen.

De recente protesten in de Arabische landen hebben verder bewijs gegeven van de selectieve berichtgeving door de pers. Terwijl jonge vreedzame protesteerders door de koninklijke garde van Jordanië werden beschoten of in Jemen het slachtoffer werden van wat door dokters werd beschreven als een aanval met ‘geheimzinnig traangas’, slaagt de pers er maar niet om juiste berichtgeving te verstrekken om over het eender wat er daar gebeurt; maar van de andere kant wordt een verkeersongeval tussen een Palestijnse jongen en een Israëlische chauffeur meteen wereldnieuws.

Verder, tussen al die recente door in de Arabische landen, weerhouden de meeste mediakanalen zich ervan van het innemen van positie tussen de Arabische dictators die om de macht strijden, maar wanneer het om Israël gaat hebben zij al bij voorbaat positie gekozen wanneer zij Palestijnse opstanden in de pers behandelen. Die breidt zich soms uit tot perplexe toestanden zo bijvoorbeeld toen de protesten in Libië begonnen, verscheen eensklaps sjeik al-Qaradawi, een belangrijke moslimgeleerde en geen vriend van Israël, op de TV-zender van Al Jazeera, zeggende “Khaddafi heeft zijn volk aangedaan dat de Zionisten nooit de Palestijnen zouden aandoen,” toch heeft deze sterke verklaring uit een vrij ongewone bron nooit de Westerse media gehaald.

Tendentieuze berichtgeving door de algemene pers heeft niet enkel schade berokkent aan de Israëliërs; maar heeft ook een zware rekening gepresenteerd aan ons, de Palestijnen. Zo bijvoorbeeld interviewde in juli 2010 de journalist Robert Fisk een groep van extreemrechtse oerconservatieve Oostbank Jordaniërs die van koning Abdoellah van Jordanië eisten dat hij de Jordaanse nationaliteit en het bezit zou afnemen van de Palestijnse meerderheid in zijn land. De groep, voor het grootste deel bestaande uit gepensioneerde Jordaanse overheidsambtenaren en journalisten, riepen ook op om het vredesverdrag met Israël op te zeggen en het voortaan ‘voor te stellen als een vijandelijke staat’.

Ondanks mijn pogingen om de heer Fisk te contacteren – samen met een andere Jordaans-Palestijnse journalist – om hem te waarschuwen voor de mensen die hij ging ontmoeten, publiceerde hij desalniettemin een artikel met als titel “Waarom wordt Jordanië bezet door de Palestijnen?“ Dat werd in hoofdzaak een manifest voor diegenen die hij ontmoet had. Waarna zij het artikel publiceerden en het voorstelden als een algemene overwinning op de pers en de Palestijnen van Jordanië nog meer duwden in hun vrees voor hun eigen veiligheid in een land waar zij reeds door de staatsveiligheidsdiensten worden onderdrukt; hen de toegang vrijwel wordt versperd van om het even welke overheids- of lokale gezagsfuncties, van staatsuniversiteiten worden buitengesloten, ondanks het betalen van een ‘universitaire belasting’, evenals andere taksen en tarieven – waarvan de nakomelingen van hun mede Jordaniërs en Bedoeienen worden vrijgesteld – en worden zij regelmatig en openlijk beledigd door de media die door de Jordaanse overheid wordt beheerd, die oproept om hen uit te drijven.

De dag voor Robert Fisk de extremistische groep zou ontmoeten, publiceerde een van hun leden, een gepensioneerde inlichtingenofficier die thans schrijver was geworden, een artikel waarin hij de Jordaanse geheime dienst verzocht om “het hoofd van Mudar Zahran in het Verenigd Koninkrijk af te hakken ongeacht eventuele diplomatieke obstakels”; zou de heer Fisk wel een ontmoeting willen hebben met een Israëlische journalist om hem te vragen aan de Mossad of die een Palestijn zou willen onthoofden op Britse bodem?

Antisemitisme en het beeld van de ‘slechte Jood’ zitten diep geworteld in het Europese intellectualisme van Shakespeare tot Nietzsche, om niet eens de frauduleuze Frans-Russische Protocollen van de Wijzen van Zion te vernoemen. De pretext voor de nazi-ideologie van Hitler was reeds sterk aanwezig nog vooraleer hij aan de macht kwam. Hitler manifesteerde zich waarschijnlijk meer als de rauwe versie van een openbare trend, nog verzwaard door een lamentabele economie, behalve dat het lijden dat Hitler aan de wereld veroorzaakte niet beperkt bleef tot alleen de Joden. Het kostte de vernietiging van complete naties en de dood van miljoenen mensen om te beseffen dat racisme en extremisme even gevaarlijk kan zijn voor de onderdrukkers en de haters als het dat ook is voor de onderdrukten en de gehaatten.

Als gevolg daarvan, moeten de Europese samenlevingen van vandaag collectief afstand nemen van racisme en antisemitisme, maar hoewel de haters afwijzing en uitsluiting ondervonden, waren zij toch in staat om een alternatieve weg te vinden om het Palestijns-Israëlisch conflict te laten bloeien. Zoals het heeft gewoed – en blijft woeden al zestig jaar lang, hebben de wereldwijde media aldus een levendige bron van nieuwsmateriaal ontdekt dat eindeloos interessant kan uitgemolken worden als een conflict tussen twee religies’, ‘twee etniciteiten’ en de grens tussen het Westen vertegenwoordigd door Israël, en het Oosten vertegenwoordigd door de Palestijnen en de Arabieren in het algemeen.

Deze vorm van haat kwetst ons allemaal; en dat moet ophouden.


Bronnen: Hudson New York: Anti-Semitism 2.0 door Mudar Zahran van 21 maart 2011;