Vrouwen van Iran en de bittere smaak van de revolutie van 1979


Op het plaatje: Iraanse vrouwen ten tijde van de monarchie.  Onderaan een plaatje van vrouwen enkele maanden nà de omwenteling door de revolutie. Halverwege januari 1979 vertrok de sjah van Iran in ballingschap. De Iraanse Revolutie, die in 1977 was begonnen, kwam hiermede abrupt ten einde. Op 1 april 1979 werd Iran een Islamitische Republiek.

De Iraanse Nobelprijswinnares Shirin Ebadi (afbeelding hiernaast) was tijdens het bewind van de sjah de 1ste vrouwelijke rechter van Iran en had in 1979 enthousiast de zijde van de revolutie gekozen. Helaas maakte die islamitische revolutie echter een abrupt einde aan haar carrière.

Zij schreef hierover in haar autobiografie “Iran ontwaakt” over ‘De bittere smaak van revolutie‘:

De hoofddoek- ‘uitnodiging’ was de eerste waarschuwing dat deze revolutie haar zusters, want zo noemden vrouwen die tegen de sjah ageerden elkaar, weleens duur zou kunnen komen te staan. Stel je het tafereel even voor, slechts een paar dagen na de overwinning van de revolutie. Een man, genaamd Fathollah Bani-Sadr, werd tot tijdelijk hoofd van het ministerie van Justitie benoemd. Nog opgewonden van trots besloot een groep van ons op een heldere, winderige middag naar zijn kantoor te gaan om hem geluk te wensen.

We gingen zijn kamer binnen en er werden hartelijke begroetingen en bloemrijke felicitaties uitgewisseld. Ineens bleef Bani-Sadr’s blik op mij rusten. Ik verwachtte dat hij me zou bedanken, of zou zeggen hoeveel het voor hem betekende dat een gedreven, vrouwelijk rechter als ik de zijde van de revolutie had gekozen. In plaats daarvan zei hij: ‘Dacht je niet dat het uit respect voor onze geliefde imam Khomeiny, die Iran heeft vereerd met zijn terugkomst, beter zou zijn als je je haar bedekte?’

Ik was geschokt. Daar waren we, op het ministerie van Justitie, nadat door een grote volksopstand een oude monarchie was vervangen door een moderne republiek, en het nieuwe hoofd van Justitie had het over haren. Haren! ‘Ik heb in mijn hele leven nog nooit een hoofddoek gedragen: zei ik, ‘en het zou hypocriet zijn daar nu mee te beginnen.’ ‘Wees dan geen hypocriet, maar draag hem uit overtuiging!’ zei hij, alsof hij daarmee mijn dilemma had opgelost.’

‘Luister, jij hebt makkelijk praten: antwoordde ik, ‘het is niet juist als ik gedwongen word een hoofddoek te dragen, en als ik daar niet in geloof, ben ik ook niet van plan dat te doen.”Begrijp je dan niet welke kant de situatie op gaat?’ vroeg hij met stemverheffing. ‘Jawel, maar ik weiger te doen alsof,’ zei ik, en ik liep de kamer uit.”

21 Nov. 1979, Teheran, Iran – De religieuze waanzin slaat toe. Honderdduizenden vrouwen, die zwaar door hun Islamitische ‘chadors’ worden versluierd, beantwoordden de oproep van  Ayatollah Khomeini aan de Moslimwereld, om op te marcheren tegen de Verenigde Staten, en dat op de eerste dag van Moharran, de Mohammedaanse maand van de rouw. Deze vrouwen in het beeld schreeuwen buiten de ambassade van de V.S. in de binnenstad van Teheran om de Sjah te ruilen in de plaats van Amerikaanse gijzelaars die op dat ogenblik aan hun 19de dag gevangenschap zijn. Meer weten over de Iran-U.S. Hostage Crisis (1979-1981) (foto: Bettmann/CORBIS)