Het Oslo-syndroom: Joden tegen het zionisme

Teheran, 11 december 2006 op de Holocaustconferentie voor negationisten. De Iraanse president Ahmadinejad en de Joodse rabbijn Moshe Ayre Friedman van Neturei Karta geven elkaar vol overgave de Judaskus.

“Joden die Israël bekritiseren, zelfs delegitimeren, die het voor de Palestijnen opnemen, die de Holocaust-ontkenningsconferentie van Ahmadinejad bezochten en hem de hand schudden, Israëli’s die oproepen hun eigen land en universiteit te boycotten, die zeggen dat de Joden teveel met de Holocaust bezig zijn en die misbruiken om hun misdaden goed te praten, enz. enz.

Hajo Meyer

We kennen ze allemaal; ze krijgen veel media-aandacht en worden vaak gebruikt om ‘kritiek’ op Israël en antisemitisme te rechtvaardigen. Als EAJG Israël met de nazi’s vergelijkt en spreekt van ‘concentratiekamp Gaza’ dan mag het blijkbaar. Als Hajo Meyer zegt dat wat Hitler deed verbleekt bij de koelbloedige moord op negen vredesactivisten op de Mavi Marmara, dan mag dat.”

“Veel is al gezegd over het waarom van deze wel erg doorgeschoten zelfkritiek. Daarbij wordt vooral naar de psychologische kant gekeken: Joden zijn altijd een minderheid geweest die zich moest aanpassen aan steeds weer andere heersers en moesten overleven in een vaak vijandige wereld. Daarom pasten ze zich continu aan, ontwikkelden een universele moraal, namen niet-Joodse namen aan, waren zeer mobiel enz.

Jaap Hamburger

Toch waren zij in andere opzichten weer zeer vasthoudend aan hun eigen gebruiken, een reden waarom ze de lange diaspora als volk overleefden. Wat vaak wordt vergeten is dat Joods antizionisme een lange traditie kent en ouder is dan de staat Israël en haar vermeende wandaden en onderdrukking.

De zionistische beweging stuitte vanaf het begin op felle kritiek en tegenwerking. Hieronder staan enkele schokkende voorbeelden van hoe Joden hun eigen volk tegenwerkten en verraadden. Joods antisemitisme bestaat, helaas.” (Ratna Pelle op Israël & Palestijnen Nieuws blog)

Videoclip hierboven: De Joodse deelnemers aan de Conferentie van JStreet van 26 februari – 1 maart 2011 in New York waren zo open-minded dat het bij momenten leek alsof hun hersenen eveneens uit de pan waren uitgevallen.

Jews on the dark side

Waarom ik zoveel schrijf over anti-zionistische Joden, vraagt u? Waarom wordt er zoveel aandacht gewijd aan die valse ‘pro-Israël’ groep J Street, bijvoorbeeld? We weten al dat er een paar Israël-hatende gekken zijn naast een aantal naïef-maar-goed bedoelende liberalen die er zijn, maar zijn er geen belangrijkere doelwitten dan deze?

Nou, nee, ik denk het niet.

Ik ga u een boek aanbevelen dat ik op dit ogenblik aan het lezen ben (een volledige bespreking heeft u later nog tegoed van me) van Kenneth Levin, getiteld The Oslo Syndrome: Delusions of a People Under Siege (uitgeverij Smith & Kraus, 2005). Levin is een praktiserende (en onderwijzende) psychiater, die toevallig ook een graad in geschiedenis heeft en zijn boek beschrijft de psychologische oorsprong en het schijnbare irrationele anti-Joodse (dus niet enkel anti-zionistische of anti-Israëlische) gedrag bij zoveel Joden.

Het documenteert en legt ook het Joodse gedrag uit door de geschiedenis heen, van de opmerkelijke overleving van het Jodendom in het gezicht van de antisemitische plunderingen van de Middeleeuwen, via de vicieuze haat voor de staat tonen die door zovele Israëlische academici en intellectuelen aan de dag [werd] wordt gelegd, tot de concrete realisatie van waanvoorstellingen hoe over de politiek wordt gedacht, zoals blijkt uit het gedrag van Israël tijdens de Oslo-periode.

Het is een dik boek (meer dan 500 bladzijden) met veel, details. Het is niet meteen nachtkastliteratuur. Maar het is een essentieel boek.

De thesis van Levin, enigszins vereenvoudigd, is dat de anti-Joodse houding bij onderdrukte Joden het gevolg zijn van a) het zich eigen maken en geloven van de antisemitische fouten van hun onderdrukkers, en b) een onrealistische waan dat zij de kracht hebben het gedrag van de antisemieten te veranderen door zelfhervorming – door zich zodanig te ‘verbeteren’ dat ze menen dat ze niet langer die antisemitische haat verdienen.

Norman Finkelstein

Deze mechanismen hebben geleid tot een verzwakking van het Jodendom zelf, waarbij de focus op God, het Joodse Volk en het Land van Israël in het traditionele Jodendom vervangen werd door een universalistische doctrine die de nationale, etnische en culturele scheidslijnen minimaliseert en streeft naar het abstracte ‘recht’ voor de hele mensheid als haar hoogste doel – en die een transnationale utopie ziet als het ultieme Joodse doel.

Voorstanders van deze universalistische ethiek zien het als een evolutie in de Joodse ethische principes, een geleidelijke verbetering van een particularistisch en parochiaal verleden naar een meer moderne, ‘hogere’ vorm van ethiek. Maar vaak – zoals wanneer Joodse linkse activisten roep om ‘gerechtigheid voor Palestijnse Arabieren’ verder de context van de intermitterende oorlog negerende waarin op de Joodse staat door de hele Arabische wereld en Iran wordt gejaagd – levert de universalistische ethiek een dekmantel voor anti-Israëlische standpunten.

Ilan Pappe

Levin gaat in detail over de mislukking van de Joodse gemeenschap in Amerika en de jisjoev in Palestina om meer Europese Joden te redden tijdens de Holocaust. Natuurlijk ligt de eerste verantwoordelijkheid voor het gebrek aan actie bij het US State Department, president Roosevelt en het verachtelijke Britse Foreign Office, die zich in feite tegen alle acties keerden om Europese Joden te redden nadat het nieuws van de massamoorden bekend raakte, omdat zij na de oorlog naar Palestina wilden gaan. Levin citeert een memo waarin wordt verwezen naar “de problemen die ze zouden hebben met het plaatsen van een groot aantal Joden indien die gered zouden worden.” Ongelooflijk maar waar.

Wat misschien niet algemeen bekend is, is de mate waarin werd gepoogd om Joden te redden – die gemakkelijk resultaat hadden kunnen hebben door slechts zeer kleine inspanningen en zonder schade te brengen aan de totale oorlog – vaak werden gedwarsboomd door de weerstand van irrationele of misleide Joden.

Zo bijvoorbeeld, merkt Levin op dat The New York Times, onder directe orders van de (Joodse) uitgever Arthur Sulzberger Hays, slechts één keer tijdens de oorlog een verhaal brengt op de eerste pagina boven de vouw, met betrekking tot de holocaust: een artikel waarin het State Department in de herfst van 1943 schrijft dat “580.000 Joodse vluchtelingen erin geslaagd waren het land binnen te komen” (het werkelijke aantal bedroeg echter ongeveer 21.000 !). Het verhaal had het onmiddellijke effect van een kortsluiting noodzakelijk voor de steun van een reddings resolutie in het Congres, ten minste tot andere bronnen aantoonden dat de opgegeven aantallen door het State Department foutief waren.

Noam Chomsky

Misschien nog erger, was de varkensachtige filosoof Martin Buber, die op zijn eigen kont in Jeruzalem zat (hij ontsnapte uit Duitsland in 1938), in 1944 een artikel publiceerde waarin hij pleitte voor een binationale staat en zei dat het niveau van de Joodse immigratie moet worden bepaald in overleg met de Palestijnse Arabieren (die wilde dat aantal natuurlijk tot nul herleiden en hun leiding werkte samen met de nazi’s). Dus hoewel hij zijn bewondering beleed voor de spiritualiteit van de Joden in Oost-Europa, gaf Buber er de voorkeur aan om hun lichamen over te laten in de handen van Hitler!

Inderdaad, doorheen de jaren 1930, terwijl David Ben Goerion verwoed probeerde om een verenigd front te maken om de Joodse immigratie vanuit Europa naar Palestina te maximaliseren – waar hij duidelijk had gezien dat er voor hen geen toekomst meer was – hij met hand en tand bestreden werd door Joden als Buber, Felix Warburg en Juda Magnes, die allen van mening waren dat een Joodse meerderheid rampzalig zou zijn (omdat dit zou leiden tot antisemitisme, onrechtvaardigheid, enz.).

Hoeveel meer Joden hadden gered kunnen worden als daar niet de obstakels waren, geplaatst door Joodse anti-zionisten? Duizenden? Honderdduizenden? Wij zullen het natuurlijk nooit weten.

Shlomo Sand

Vandaag lijkt het mij dat de mate waarin het Joodse volk besmet is geraakt met de misleidende irrationaliteit zoals Levin die beschrijft, zelfs groter is dan in het verleden. Terwijl Israël wordt geconfronteerd met een reeël fysiek / militair gevaar dat niet minder bedreigend is dan hetwelke over het Europese Jodendom doemde in de jaren 1930, is de werkelijke leiding, de voorhoede van de beweging om Israël te delegitimeren, om te voorkomen dat het zichzelf kan verdedigen en anderen ervan te weerhouden haar ter hulp te komen of te steunen, in de handen ligt van Joden.

Niet alleen is het Joodse contingent alomtegenwoordig in de gelederen van de informatie oorlog tegen Israël – voor elke Ali Abunimah zijn er verschillende Jeremy Ben-Amis – maar ze zijn zeer effectief, zowel omdat ze opvallend inventief en enthousiast zijn en niet in het minst vanwege de psychologische kracht van ‘het komt van een Jood dus zal het wel waar zijn‘ -argument.

Jeremy Ben-Ami

Daarnaast is er het simpele feit dat elke Jood, die naar de Donkere Zijde trekt er een minder is die wellicht Israël politiek of materieel had kunnen steunen. Dergelijke steun moet eerst en vooral beginnen bij de Joden, ook al zijn er tal van niet-joden die bereid zijn om te helpen. Maar zonder de Joden hebben de meeste onder hen weinig reden om dat te doen.

De strijd tegen de Joodse anti-zionisten is geen marginale zaak. Naar mijn mening zal de informatie-oorlog gewonnen of verloren worden, afhankelijk van de uitkomst van die strijd. De vijand begrijpt dit. Wij zouden er beter aan doen dat ook te begrijpen.


Bronnen: FresnoZionism.org: Jews on the dark side van 28 februari 2011;

3 gedachtes over “Het Oslo-syndroom: Joden tegen het zionisme

  1. Het griezelige is dat als de jagers(uit Jeremia) komen de wereld deze mensen wel als Jood zal aanmerken. Zullen hun huidige vrienden hun dan willen redden?
    Zullen de niet joden die nu Israel steunen dan de antiZionistische joden ook willen helpen?

    Like

  2. Kijk, het is natuurlijk diep en diep triest deze Joden met het Oslosyndroom maar zie het positieve er van.
    Het Oslosyndroom of nog beter het Stockholmsyndroom gaat er over dat gegijzelden zich gaan assosieren met de gijzelnemers en zich verbonden voelen met de zaak waarvoor de gijzelnemers staan.
    In dit geval betekent het dus dat diegenen die meelopen met de Palestijnen deze dus eigenlijk zien als de gijzelnemers aka de bezetters. Waarmee ze dus het gelijk geven aan de slachtoffers van het pan-Arabisch geweld: de staat Israel.
    Tegelijkertijd erkennen ze dus zonder het door te hebben dat Israel dus gegijzeld wordt door deze kwade lieden en tonen ze in een adem aan dat deze anti-Israel Joden ongelijk hebben 🙂

    Met hun anti-zionistische geklets lijdend aan het Stockholmsyndroom geven ze dus aan dat Israel het gelijk aan hun kant hebben.

    (Niet slecht, toch voor een huis-tuin-en-keukenkastje psycholoog!)

    Like

Reacties zijn gesloten.