Voor een goeie massage in Gaza moet je in Hamam As-Sumara badhuis zijn

Ah ja, ’t gaat allemaal toch zo vreselijk slecht in de “open gevangenis” van Gaza, ge kunt het niet geloven, zooooo erg dat het daar gaat, veel erger dan destijds het Getto van Warschau dat door de Israëlbashers van dienst  als een vakantieoord wordt beschreven in vergelijking met Gaza. Gelukkig kunnen de hongerlijers en krepeerders van Gaza af en toe relaxen in de paardenmanèges, in de vele pretparken en vakantieverblijven, chalets en hotels, en wat bij-eten in die overvolle luxueuze supermarkten, restaurants en uitpuilende marktkraampjes op de dagelijkse markten. ’t Gaat zelfs zo slecht in Gaza dat de Palestijnen verplicht worden om de overvloed aan Israëlische hulpgoederen buiten Gaza smokkelen en deze door te verkopen aan woekerprijzen op de markten van Egypte.

Wie er allemaal niks van geloofd en het afdoet als Israëlische anti-propaganda kan de vorige 50 artikelen en 800 foto’s bekijken (klikken op de blauwe buttons hierboven), eigenhandig gecollecteerd voor het merendeel van Arabische websites en blogs, want Westerlingen tonen dat soort beelden niet. Als het goed gaat, brengt dat niks in de kassa zie je. Dus worden er alleen de slechte dingen getoond en dat brengt een aardige duit op. Extra geld dat zoals gewoonlijk in de zakken van de corrupte PA en Hamas verdwijnt.

Deze fotoreeks gaat over het laatst overgebleven badhuis van Gaza stad, met name het prachtige badhuis Hamam As-Sumara dat nog dateert uit de tijd toen de Mammelukken het land bezetten. Het Hamam al-Sammara, ook gespeld als Hamaam as-Sumara [vertaald als Bad van de Samaritanen of Bruine Bad] is het enige Turkse badhuis dat nog in bedrijf is en is gelokaliseerd in het Zeitoun Kwartier van het oude stadsdeel van Gaza. Het bevind zich ongeveer 3 meter lager dan het straatniveau en wordt momenteel uitgebaat door Salim Abdullah al-Wazeer.


Alhoewel geruchten de ronde doen dat het badhuis nog dateert uit pre-islamitische tijden, herinnert een gedenkplaat in de lobby eraan dat het badhuis Hamam al-Sammara werd gerestaureerd in 1320 na Chr. Door de Mammelukse goeverneur Sanjar ibn Abdullah. Doorgedreven onderzoek door Theodore E. Dowling uitgevoerd in het begin van de 20ste eeuw heeft aangetoond dat er in 1584 inderdaad een Samaritaanse gemeenschap heeft bestaan in dat deel van de stad die een grote synagoge bezat en twee badhuizen.

 

Hetzelfde badhuis in de jaren 1920

 

Dowling schreef in 1913 dat het badhuis in feite van Joodse origine zou zijn, vandaar ook dat het Bad der Samaritanen wordt genoemd. Een van de goeverneurs van Gaza die behoorde tot de Ridwan dynastie, had zijn oog laten vallen op het badhuis maar de eigenaar weigerde het aan hem te verkopen. Een boze goeverneur liet de eigenaar prompt ophangen pal voor het gebouw. Aangenomen wordt dat de Samaritanen werden uitgedreven uit de stad nog voor het einde van de 16de eeuw.

De Wazeer familie die Hamam as-Sammara in bezit kreeg, besloot het zwaar vervallen gebouw af te breken en een nieuw gebouw op te trekken. Echter, toen de afbraakwerken begonnen waren ontdekten zij een oud waterverwarmingssyteem en een traditioneel badhuis maar zagen op tegen de extreem hoge kosten van herstelling en restauratie. Vandaar dat de Islamitische Universiteit van Gaza en de United Nations Development Programme werden aangesproken om de Hamam as-Sammara te herstellen nadat het bijna helemaal in elkaar was gezakt als gevolg van de steeds stijgende onderhoudskosten.