Libanon legaliseert discriminatie van Palestijnse vluchtelingen, VN mag de rekening betalen

Tripoli, 20 mei 2007. Palestijnse vrouwen op de vlucht voor gevechten tussen het Libanees leger en al-Fatah. Palestijnse vrouwen worden dubbel gediscrimineerd. In de kampen hebben ze nog minder rechten dan de mannen

De Libanezen roepen hun regering op om de Palestijnse Arabieren uit de woningen te verdrijven die in Libanees bezit zijn. Op de hielen gevolgd door een lichte versoepeling van de beperkingen op de beroepen die Arabieren van Palestijnse afkomst in Libanon kunnen uitoefenen, trachten de Libanese Strijdkrachten (van wie de meeste christenen zijn) ervoor te zorgen dat Pal-Arabs niet kunnen leven in woningen die Libanees eigendom zijn:

De Libanese strijdkrachten hebben de voorbije zaterdag 21 augustus bij de regering op aangedrongen, om een oplossing te vinden voor de Palestijnse bewoners van woningen die eigendom zijn van Libanezen in dorpen ten oosten van de zuidelijke havenstad Sidon. Terwijl zij enerzijds de beslissing van Parlement om de Palestijnen te laten werken officieel toejuichen, zeggen de strijdkrachten in een verklaring dat: “de Libanese regering wordt verzocht om een snelle oplossing te vinden voor de kwestie die is uitgegroeid tot een onaanvaardbare last.” In de verklaring stond dat woningen in Miyeh Miyeh, Darb al-Sim en andere gebieden worden bezet door Palestijnen. “De overheid moet een doeltreffende oplossing nemen om een alternatieve huisvesting voor hen te vinden,” zo deelde de woordvoerder van het Libanese leger nog mede.

De onverdraagzaamheid in Libanon tegen de Palestijnse Arabieren is zo verankerd dat die al lang geen nieuwswaarde meer heeft. Dit gaat niet enkel over Pal-Arabs die geen land bezitten – het betekent ook dat ze niet eens buiten in kampen kunnen leven, ook al moeten ze daar (blijkbaar) nog voor betalen!

Palestijnse vluchtelingen tussen wal en schip. Hier op weg van een UNRWA zomerkamp in Beiroet naar hun huizen in Zuid-Libanon

Het besluit van het Libanese Parlement om een beperkt recht op arbeid te verlenen aan Palestijnen is geen reden voor “angst”, aldus Minister van Arbeid Boutros Harb, die de bewering van een Israëlisch ambtenaar bagatelliseerde dat deze daad een eerste stap was naar de naturalisatie van de Palestijnen. Harb vertelde tijdens een persconferentie op vrijdag j.l. dat het proces van het absorberen van Palestijnen op de arbeidsmarkt in feite de bepaling inhoud dat “de fracties van de Palestijnen wettelijk worden gedekt,” en dat die niemand uitsluiten die al niet geregistreerd staat als een vluchteling bij de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA). Dit zou voorkomen dat er mensen zouden toekomen “met verdachte bedoelingen”, zei minister Harb, die tegelijk de UNRWA oproept om haar geautomatiseerd systeem voor de uitreiking van vluchtelingenpapieren aan de Palestijnen te reorganiseren, om te voorkomen dat deze worden gemanipuleerd of vervalst.

Geïnformeerde bronnen zeggen dat niettegenstaande er meer dan 300.000 Palestijnse vluchtelingen officieel in Libanon zijn geregistreerd, het werkelijke arbeidspotentieel aanzienlijk lager ligt – eerder ergens in de buurt van 50.000 mensen. “Wat besloten werd [in het Parlement] moet geen aanleiding geven tot vrees, waarnaar sommigen verwijzen met betrekking tot naturalisatie. Het tegendeel is het geval – wat werd beslist zal de vrede en veiligheid in Libanon versterken,” zegt Harb. De minister werd hierin bijgetreden door Salvatore Lombardo, de directeur voor UNRWA zaken in Libanon, en Nada Nashef, die aan het hoofd staat van het International Labor Organization’s kantoor in Libanon.

Als onderdeel van de nieuwe wet, zullen de Palestijnen uiteindelijk belastingvrije werkvergunningen ontvangen, die ook zullen toegekend worden aan ambachtelijke werknemers, maar niet voor zelfstandige beroepen zoals artsen, advocaten en op andere gebieden waar het de Palestijnen nog steeds verboden wordt arbeid uit te oefenen in Libanon. Harb legde uit dat artikel 59 van de arbeidswet werd gewijzigd om de Palestijnse vluchtelingen het recht op arbeid te schenken echter wel met uitzondering van zelfstandige beroepen. De minister beschreef hoe het overleg gedurende verscheidene maanden was verlopen met de lokale, Palestijnse en internationale ambtenaren die aan het besluit van het Parlement vooraf gingen om deze bepaalde rechten toe te kennen. Harb zei dat als gevolg van deze besprekingen, “het amendement op artikel 9 van de Rijksdienst van het Fonds voor Sociale Zekerheid [NSSF] wet [zegt] dat niemand op basis van deze wet zal kunnen genieten van familiale, ziekte en moederschapsrechten, omdat deze worden beschouwd als vallende onder de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap, d.w.z. onder de UNRWA.”

De hypocrisie ten top: Palestijnen kunnen voortaan wel legaal aan het werk maar de uitkeringen van de sociale zekerheid vallen ten laste van de Verenigde Naties via de UNRWA. M.a.w.: de baten zijn voor de Libanezen, de lasten voor de UNRWA en de Palestijnen kunnen zich thans legaal voor een habbekrats te pletter werken.

Libanees minister Boutros Harb: wie niet akkoord gaat moet zich tot Israël richten

Ondertussen zal een speciaal fonds van de NSSF worden opgericht om ontslagvergoedingen voor de Palestijnen te dekken, nadat eerder een ander voorstel voor het opzetten van een onafhankelijk fonds met de NSSF werd verworpen. Bronnen bekend met deze kwestie hebben gezegd dat de oprichting van een apart fonds zou leiden tot omslachtige bureaucratische procedures, vandaar dat het voorstel werd afgeketst. Terwijl de buitenlandse werknemers in Libanon, afhankelijk van het soort arbeid, vaak een lokale sponsor nodig hebben, zeggen bronnen dat dit niet zou gelden voor Palestijnen, als onderdeel van “bureaucratische versoepelings-” maatregelen die werden goedgekeurd als onderdeel van de wijzigingen, zei Harb nog. De minister zei dat drie beginselen aan de basis liggen van de aanpak van het parlement met betrekking tot de Palestijnse burgerrechten kwestie: met name voorkomen dat de NSSF de eventuele extra financiële lasten zou moeten overnemen, de bescherming van de Palestijnse vluchtelingenstatus en tot slot het vaststellen van de categorieën van Palestijnen die zouden onderworpen worden aan de nieuwe wetgeving.

Harb voegde eraan toe dat de politieke verklaring van de overheid ook een clausule werd opgenomen die het kabinet verbindt om “‘de sociale en economische situatie van de vluchtelingen te verbeteren.” Hij relativeerde eerder deze week de verklaring van de Israëlische onderminister van Buitenlandse Zaken Danny Ayalon, die zei dat deze regeringsactie een eerste stap was naar de permanente hervestiging van de Palestijnen in Libanon. Harb zei dat de uitspraken een bewijs zijn dat de politiek van Israël om te proberen een wig te drijven tussen Libanezen en de Palestijnen werd afgewezen, net op het ogenblik dat Libanon een belangrijke stap heeft genomen om de betrekkingen te verbeteren. Harb benadrukte het feit dat er onder de Libanese bevolking een consensus bestaat om de solidariteit met het Palestijnse volk te promoten en een andere consensus om te beletten dat Palestijnse vluchtelingen zich in Libanon zou kunnen hervestigen.

“We moeten nooit uit onze gedachten laten glijden dat onze zionistische vijand vroeger en nog altijd, probeert om zo hard mogelijk het “recht op terugkeer” van de Palestijnse vluchtelingen van zich af te houden, en zich uitsloven om hen te hervestigen in de landen waar zij een toevluchtsoord hebben gevonden, met name in Libanon,” zegt Harb. Het aanpakken van de bredere aspecten van de Libanees-Palestijnse betrekkingen, zei Harb dat hij daarvan hoopte dat “onze Palestijnse collega’s ons halfweg tegemoetkomen en hun wapens zouden afstaan aan de Libanese autoriteiten, die zowel verantwoordelijk als bevoegd zijn om hen te beschermen onder de rechtsstaat.”

Het gijzelen van de Palestijnse vluchtelingen door de Libanese regering is doorgestoken kaart. Zij worden met opzet samen met hun gezinnen in een rechteloze positie vast gehouden in vluchtelingenkampen en blijven ondertussen hameren op dat zogenaamde “recht op terugkeer” naar hun mythische huizen in Israël waar de potten melk en honing op hen staan te blinken [“maar eerst die verdomde Joden er uitkrijgen!“], en wordt de aldus kunstmatig in armoede gehouden Palestijnse minderheid de voortdurende onvrede en frustratie van hun lot ingejaagd. Een reële kweekvijver van terroristen die vroeg of laat kunnen ingezet worden tegen Israël. Dàt is dan ook de enige en ware reden waarom Libanon al 62 jaar lang weigert de Palestijnse vluchtelingen op te nemen in haar samenleving, dàt en een bijzonder winstgevend aspect dat ermee samen hoort met name het systematisch en met voorbedachtheid financieel uitmelken van de geldpotten van de UNRWA.

Los daarvan, heeft de Palestijnse ambassadeur in Libanon, Abdullah Abdullah (afb. rechts), vrijdag gezegd dat de het Parlement door haar daden gefaald heeft om meerdere problemen aan te pakken, hoewel hij de wetgever prees voor het nemen van een “positieve stap”. Abdullah zei dat hij had gehoopt dat de Palestijnen ook het recht zou worden gegeven om te werken in zelfstandig beroep. “Het heeft een aantal obstakels verwijderd, zoals het laten vallen van de “gelijke behandelings” -clausule, die in het verleden werd gebruikt om te voorkomen dat Palestijnen in Libanon aan de slag konden,” zei Abdullah. “Omdat Palestina geen onafhankelijke staat is, kunnen de Libanezen er niet naar toe om een ‘gelijke behandeling’ te bekomen.”

Echter, Abdullah zei dat het falen van de Libanese regering om de Palestijnen het recht te verlenen om eigen grond en onroerend goed te bezitten, een schending vormt van het intrenationale recht, aangezien zij niet in staat om land te erven, een recht dat wordt gewaarborgd door religieuze wetten. Abdullah noemde Ayalon “een racistische persoon die altijd probeert en overal onenigheid te zaaien tussen de Palestijnen onderling en tussen hen en hun [gastlanden].” Met andere woorden: uiteindelijk is het volgens Abdullah Abdullah toch weer allemaal de schuld van Israël. Eind goed al goed… zucht…

Lees ook op deze blog: Libanon: Palestijnen krijgen ruimere toegang tot de arbeidsmarkt maar geen recht op eigendom van 19 augustus 2010


Bronnen: The Daily Star: Harb says no need to fear Palestinian work rights, denies ‘naturalization’ claims door Eman El Ahmar van 21 augustus 2010; Palestine Note: Lebanon grants Palestinian refugees work permits van 21 juli 2010