Terrorisme nog steeds een winstgevende zaak voor staten

Still Profiting from Terror

door Barry Rubin

Laat ik beginnen met een waar gebeurd verhaal. In 1984 stelde ik aan de Johns Hopkins University School of Advanced International Studies (SAIS) met een kleine subsidie van de Ford Foundation, het zowat eerste programma op over het terrorisme in de Verenigde Staten. Wij brachten journalisten, ambtenaren en academici samen om het Amerikaanse beleid te bespreken inzake de dreiging van het terrorisme in de Verenigde Staten. Ik heb drie boeken uitgegeven over terroristische groeperingen.

Na beëindiging van de subsidie ging ik naar het kantoor van de Ford Foundation in New York om te spreken over een verlenging. De “subsidie beambte” had zijn besluit al genomen nog vooraleer ik zijn kamer binnenstapte. “We zijn niet van plan om de subsidie te verlengen,” zei hij, “omdat we niet geloven dat het terrorisme in de toekomst een probleem zal worden.”

Deze ervaring schoot mij te binnen toen ik in gesprek raakte met een in de wereld toonaangevende expert op het gebied van terrorisme, die me een interessante vraag stelde: Is de sponsoring van terrorisme door de staat tegenwoordig minder geworden? Het was inderdaad een zeer goede vraag. Op het eerste gezicht zou je kunnen zeggen dat het antwoord “Ja” is. Maar een meer zorgvuldige blik suggereert dat dit in twee opzichten een illusie is. In de eerste plaats wordt de voortdurende sponsoring door de staat nog steeds grotendeels over het hoofd gezien. Ten tweede beleeft het terrorisme betere tijden en een nieuwe hoofdstroming.

In vroegere tijden, werd het internationale terrorisme stelselmatig ondersteund door een breed scala van landen. Dit in het bijzonder door Cuba, het Sovjetblok, Soedan, Syrië, Irak, Libië, Pakistan en Noord-Korea. Iran en Afghanistan zijn na de islamitische revolutie ook toegetreden tot dit gebied. Een aantal van deze landen waren communistisch, maar na de val van het Sovjet-imperium in 1991 daalde hun betrokkenheid. Met de omverwerping van Saddam Hoessein in 2003, viel Irak af. Dezelfde Amerikaanse invasie van Irak die Saddam heeft neergehaald heeft ook Libië geïntimideerd, waardoor ook de meeste wildogende van de dictaturen, voorzichtiger is geworden.

Palestijns kinder-'speelgoed', verkocht in de straten van Gaza en Ramallah
'9/11 - speelgoed' voor Palestijnse kinderen, dat verkocht wordt in de straten en marktpleinen van Gaza en Ramallah

Toen ook kwam Osama Bin Laden op en de vele radicale islamitische groepen die deel uitmaken van zijn organisatie. Er was sprake van dat het terrorisme was geprivatiseerd, gesteund door het vermogen van de familie Bin Laden in plaats van uit de schatkist van een specifiek land. Bovendien, transformeerde de PLO grotendeels naar de Palestijnse Autoriteit, die onderhandelde met Israël en naar de Verenigde Staten lonkte als haar belangrijkste hulpverlener. Staatssponsoring, zo blijkt, is uit de mode.

Onder de intense druk van Turkije verdreef Syrië de Koerdische terroristische PKK. Bin Laden verliet vrijwillig Soedan, terwijl hij en zijn Talibansponsors op de vlucht sloegen na de Amerikaanse post-9/11 invasie van Afghanistan. Cuba en Noord-Korea hielden zich rustig, deels ook omdat ze aanvoelden dat openlijke sponsoring van grote terreuraanslagen veel te riskant was, omdat de Verenigde Staten aan het overwegen waren om een oorlog tegen terrorisme te voeren.

En toch, terwijl er sprake in vele opzichten een daling is van de staatssponsoring,  is schijn bedriegend en kan zelfs de stilte deels illusie zijn. Drie landen zijn vandaag de dag bijzonder energiek: Iran, Syrië en Pakistan. Dit als een feit vaststellend is het niet eens zo verwonderlijk. De gevolgen van deze sponsoring worden door de media en Westerse regeringen om strategische of diplomatieke redenen sterk gebagatelliseerd. Immers, toegeven en het definiëren van een probleem is het creëren van druk om er iets aan te doen. Daarnaast is het idee dat al-Qaeda geen staatssponsoring geniet een dogma geworden, waardoor het tegendeel bewezen wordt.

Laten we de kwestie in detail onderzoeken te beginnen met Pakistan. Er bestaat een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal dat Pakistan de Taliban en andere terroristische groeperingen in Afghanistan sponsort alsmede diegenen die India aanvallen. De organisaties die de bloedige aanval in Moembai in 2008 hebben uitgevoerd en nog veel terroristische daden plegen in het omstreden Indiase Kasjmirgebied, opereren ongehinderd in Pakistan en het is moeilijk te geloven dat de Pakistaanse militaire inlichtingendienst niet op de hoogte is van elk detail van hun plannen. Sterker nog, zij sponsoren en beschermen hen.

Waarom wordt dit dan in het algemeen niet gezien als een goed voorbeeld van sponsoring van terrorisme door de staat? De Verenigde Staten hebben Pakistan nodig om operaties uit te voeren in en rond Afghanistan. Zo wordt Pakistan beschouwd als een bondgenoot van de VS, dat massale steun krijgt en weinig kritiek. De Indiase overheid kan niet terugslaan ongeacht hoe groot de provocatie ook is, aangezien het niet genoeg internationale steun krijgt en Pakistan een nucleaire macht is. Zo is Pakistan een staat geworden die het terrorisme sponsort, immuun voor gelijk welke druk of straf.

Hetzelfde geldt voor Syrië, als een actieve sponsor van het terrorisme op meerdere fronten. In de afgelopen jaren, was het nauw betrokken bij terreuraanslagen in Libanon tegen gematigde politici die gepleit hebben voor het verminderen van de Syrische invloed en een meer zelfstandig beleid voor hun eigen land. In samenwerking met Iran en Hezbollah, werden moorden gepleegd, onder meer op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri. Een internationaal tribunaal werd opgericht om de verantwoordelijkheid voor deze daad te onderzoeken, maar ondanks het uitlekken van betrokkenheid van de hoogste elementen binnen de Syrische regering, heeft het Westen niet aangedrongen op een uitspraak van het tribunaal en Libanon wordt er van afgehouden dit te doen.

Tegelijkertijd ondersteunen Syrië en Iran twee grote terroristische groepen, Hamas en Hezbollah, in hun aanvallen op Israël. Ze hebben hun hoofdkwartier in Damascus, maar terwijl zij op geen enkele manier louter marionetten of instrumenten van hun twee sponsors zijn, schenken zij wel bijzondere aandacht aan hun wensen. Hun wapens en de begroting worden grotendeels gefinancierd door Teheran en Damascus. Maar om een aantal redenen, variërend van het beleid van Israël tot aan de betrokkenheid van de Amerikaanse inspanningen, hoeft Syrië niet zwaar te boeten voor zijn gedrag.

Misschien des te schokkender is het feit dat Syrië een terroristische oorlog voert tegen Amerika in Irak en dat de groep aldaar wordt gesponsord door al-Qaeda. Zo is het een publiek geheim dat Syrië een alliantie heeft met al-Qaeda, de groep die de aanslagen van 11 september op Amerika heeft uitgevoerd, maar wijzen op het logisch verband ervan lijkt voor veel mensen een ongeloofwaardig en dom idee. Bovendien worden Amerikaanse soldaten en burgers in Irak gedood door terroristen die worden opgeleid, bewapend, gefinancierd en onderdak krijgen in Syrië. Toch zal de Amerikaanse regering de Iraakse klachten en eisen om hier tegen op te treden niet ondersteunen.

samen Israël vernietigen...
Iran en Syrië. Vrienden voor het leven met een gemeenschappelijk doel: samen Israël vernietigen...

Lippendienst wordt bewezen aan Iran als ’s werelds grootste sponsor van terrorisme, maar velen beweren dat deze activiteit de afgelopen jaren is afgenomen. Om dit te doen, moeten ze echter de handen weg houden van Iraanse activiteiten m.b.t. Hamas, Hezbollah en de opstandelingen in Irak, die directe aanvallen (vaak met behulp van in Iran gemaakte bermbommen) uitvoeren tegen de Amerikaanse troepen.

De huidige minister van defensie van Iran is een gezochte terrorist vanwege zijn betrokkenheid bij de bloedige aanval op het Joodse centrum in Buenos Aires, Argentinië, terwijl hij en zijn voorganger, destijds gestationeerd in Libanon, betrokken waren bij de aanval op de US Marine kazerne in Beiroet in 1984 waarbij 241 Amerikanen gedood. Dit laatste punt wordt niet eens vernoemd door om het even welke Amerikaanse functionaris. Weinig Amerikanen weten dat een Amerikaanse rechter de Iraanse betrokkenheid bij de terroristische aanval op Amerikaanse militairen in de Khobar Towers in Saoedi-Arabië heeft vastgesteld. Aangezien de nadruk nu ligt op bemiddeling in plaats van confrontatie, vinden westerse regeringen het handig om het verleden te vergeten en negeren zij de huidige staatssponsoring van het terrorisme.

Dit alles leidt tot het tweede punt: de hoofdstroom van het terrorisme. Hamas regeert nu de Gazastrook; Hezbollah heeft ministers in de Libanese regering. Beide hebben deelgenomen aan verkiezingen. Er zijn velen in het Westen die beweren – alhoewel dit niets te maken heeft met de werkelijkheid – dat deze groepen elk een militaire vleugel (= slecht) en een politieke vleugel (= goed) hebben. Er heerst een enorme druk in Europa, met name in Groot-Brittannië, om met de “goede” Hezbollah in verbinding te komen.

Inderdaad, heeft de adviseur voor het bestrijden van terrorisme van president Barack Obama verklaard dat Hezbollah geen terroristische organisatie kan zijn, omdat er ook advocaten lid van zijn. Iets verder van huis: de Sri Lankaanse terroristische groepering, de Tamil Tijgers, heeft respect geoogst, met name in Canada. V. Rudrakumaran, de vertegenwoordiger van de Tijgers in de Verenigde Staten, is zelf een advocaat. In Europa zendt de PKK uit via haar eigen TV-zender, terwijl Al-Manar TV van Hezbollah op veel kabelnetten wordt uitgezonden – alhoewel weer door anderen elders geweerd – over de hele wereld. Met het verslag van de Goldstone Commissie, is de VN getransformeerd tot een propaganda orgaan voor Hamas, ondanks de beperkte kritiek in het verslag op die terreurorganisatie, die niet eens voorkwam in de resolutie van de Algemene Vergadering die enkel Israël viseerde.

Aldus werd staatssponsoring om politieke redenen met een spuitbus verf weggewerkt, terwijl terroristische groepen zichzelf opnieuw hebben uitgevonden als politieke partijen, echter zonder afstand te doen van hun ideologie of terrorisme. Aangezien het terrorisme heeft bewezen winstgevend te zijn en de kosten van sponsoring laag, zijn er voldoende redenen om je zorgen te maken dat beide verschijnselen in de toekomst zeker zullen toenemen en dat de huidige periode een van kalmte is maar zeker niet het einde is. Helaas, is het een stilte waarin het Westen meehelpt te bewijzen dat dit soort beleid een laag risico inhoudt en met een hoge opbrengst voor radicale regimes.


Bron: Rubin Reports: Terrorism and State Sponsorship: Not Gone but in a Lull and Proving Profitable door Barry Rubin van 4 december 2009; vertaald door DISSA & Brabosh