Wikipedia’s probleem met Joden en Israël

Helaas, maar we leven thans in een tijdperk waarin ‘feiten’ niet meer meetellen. Welsprekendheid heeft de plaats ingenomen van feitelijke kennis. President Obama is daarvan een goed voorbeeld. Zijn “Cairo” toespraak bevatte zoveel onjuistheden dat het bijwijlen echt gênant werd. Gelukkig zijn er naast Wikipedia nog vele andere locaties (niet enkel op het internet maar ook erbuiten) waar mensen zich kunnen informeren en je weet maar nooit wat of wie uiteindelijk van [beslissende] invloed is.

De zoektocht naar de waarheid is een waarde op zich. En er is ook nog altijd de hoop. De hoop dat leugens op het einde altijd worden ingehaald door de waarheid. Dat de waarheid altijd wel een manier vind om te winnen op het eind. Echter, met die nieuwe media weet je maar nooit. Wikipedia is zo een. Verpakt in een schijn van waarheid, worden uit het zicht van iedereen, op de achtergrond ware veldslagen uitgevochten door anonieme auteurs. En het zijn niet altijd de feiten of ‘de waarheid’ die het uiteindelijk halen.

In dit artikel doet de onderzoeksjournaliste en schrijfster van drie boeken Karin McQuillan haar verhaal over hoe ze voor Wikipedia een artikel schrijft, het vervolgens publiceert en wat er daarna mee gebeurde. Een bijzonder onthullend en ontnuchterend verslag dat iedereen aanbelangt die vroeg of laat Wikipedia raadpleegt als ultieme en veelzijdige informatiebron en als “the free encyclopedia that anyone can edit.” ‘Anyone?’ Iedereen? Nee, niet iedereen…

Wie nog steeds gelooft in een Joods complot dat de wereldmedia zou domineren, zal ook hier van een kale reis terugkomen en naar ik hoop een reeks valse veronderstellingen, flagrante vooroordelen en leugens over Joden en Israël armer zijn. Alleen de dwaas boert ongemoeid verder. Een perfecte omschrijving van Wikipedia zou deze van de Engelse filosoof Edmond Burke kunnen zijn: “Maar wat is vrijheid zonder wijsheid en zonder deugd? De grootste van alle mogelijke kwaden; want het is dwaasheid, verdorvenheid en gekte, zonder onderwijs of beperking.”

Wikipedia’s Jewish Problem

door Karin McQuillan

Wikipedia wordt gebruikt door 68 miljoen mensen per maand. Google maar op Jeruzalem, Israël, de holocaust, jihad – en het eerste referentiepunt dat naar boven komt is Wikipedia. De meeste gebruikers denken ten onrechte dat Wikipedia een soort online encyclopedie is. Dat is het zeer zeker niet. Eigenlijk is het een speciale soort blog die zichzelf heeft uitgeroepen als “de vrije encyclopedie die iedereen kan bewerken.” Open een artikel, klik op het tabblad bewerken, toevoegen of verwijderen, wat je wilt. Iedereen in de wereld schrijft in Wikipedia. Van de slimste mens tot de grootste dommerik en dat is er soms goed aan te merken.

Larry Sanger, mede-oprichter van Wikipedia. Het ging goed tot het gekaapt werd door anonieme bende gangsters en pro-Palestijnse Israëlbashers

Het Wiki ideaal is consensus. Denk aan de bovenstaande onderwerpen en aan consensus. De Wiki regel van anonieme bijdragen nodigen uit tot misbruik. Editoren die het over een bepaald onderwerp het niet eens zijn vechten het uit op de discussie-pagina, een soort wereld van blinden waar kapitein Eenoog de baas is en waar initimidatie, bendevorming en pesten regeren. Wiki mede-oprichter Larry Sanger verliet het project uit protest tegen de “wetten van een bende gangsters”. Zoals Sanger het uitdrukte, “Een aantal van de deelnemers aan het project kunnen soms, en ik vind er niet meteen een passend woord voor, behoorlijk gemeen zijn. En dat gedrag wordt getolereerd.” [Larry Sanger werkte de afgelopen drie jaren aan het alternatieve Citizendium encylopedie en verstrekt op zijn website meer uitleg.]

Tenzij u graag eindeloze gevechten voert met antisemieten en Israël-haters, is het geen pretje om te proberen iets bij te dragen aan onderwerpen die over Israël gaan. Belangrijke onderwerpen zoals Jeruzalem of de holocaust trekken genoeg aandacht zodat de verwoestingen van destructieve editoren tot een minimum worden beperkt. Meer gespecialiseerde onderwerpen, zoals over bijvoorbeeld Hadji Amin al-Husseini, de nazi-oprichter van de Palestijnse beweging, zijn een puinhoop. Propaganda die ogenschijnlijk lijkt op referentiemateriaal zoals bijvoorbeeld “Israël en de Apartheid analogie” worden getolereerd maar gaat in feite regelrecht tegen de regels van Wikipedia in.

Wikipedia heeft richtlijnen, zoals het gebruik van bronnen waarnaar wordt verwezen en het niet beledigen van collega-redacteuren. Er zijn ook regels – meer dan honderd pagina’s in een bepaald jargon geschreven regels alleen al over de ‘strijd om te bewerken’ met inbegrip van een regel ‘alle regels negeren’ [!]. Ze worden inderdaad het grootste deel van de tijd genegeerd. Dan opeens wordt iemand op het matje geroepen en moet zich verantwoorden voor een groepje anonieme “Wiki beheerders.” Indien een klacht van een rivaliserende editor positief wordt beoordeeld wordt je ter plaatse verbannen en mag je niet langer deelnemen aan het Wikipediaproject.

Het is standrechtelijke rechtvaardigheid: geen tijd om uw zaak voor te bereiden, geen herziening van de controverse mogelijk. Dit systeem heeft niet goed gewerkt voor Joodse of Israël gerelateerde onderwerpen. Zoals Larry Sanger er al heeft op gewezen, is het een systeem dat gemakkelijk door boosaardige lieden wordt gemanipuleerd, geholpen door een nerdcultuur die niets begrijpt van goed beheer.

Ik had in The Jerusalem Post een artikel gelezen waarin werd gezegd dat Wikipedia werd overspoeld door pro-Palestijnse activisten [JP: Israeli-Palestinian conflict rages on Wikipedia]. Ik was er mij bewust van dat de Electronic Intifada het Wiki-systeem zozeer had beïnvloed, zodat vrijwilligers van CAMERA werden verboden, want het samenwerken is een schending van een Wikipediaregel. Ik klikte wat rond op diverse discussiepagina’s omtrent Joodse of jihadi onderwerpen, geïnteresseerd in het vinden van redacteuren die zich inzetten voor het brengen van nauwkeurige informatie. Onderwerp na onderwerp, telkens toen ik op de naam van een Joodse editor klikte, ontdekte ik dat zij allen verbannen waren.

Ik had me toen moeten omdraaien en wegrennen, maar ik kan soms naïef en koppig zijn. Ik dacht dat ik de valkuilen wel kon vermijden. Ik zei tegen mezelf dat het me zou bevredigen als ik ergens een goede, solide inhoud kon toevoegen. Hoewel alle Joodse zaken mijn speciale interesse dragen, dacht ik dat ik wel kans op slagen had als ik maar het onderwerp Israël zou vermijden en alles omtrent de hedendaagse politiek of wat er rechtstreeks mee te maken zou hebben. Ik dacht dat ik zou worden bewaakt door de regel van het kunnen staven van elke bewering met gezaghebbende referenties.

Ik was gedurende vijftien jaar een professioneel schrijver en schep een groot genoegen in nauwkeurig onderzoek. Ik schreef drie boeken die in vijf talen werden vertaald en ik ben er bijzonder trots op dat mijn twee correctors/checkers en controleurs-op-feiten slechts één fout hadden gevonden in mijn laatste boek. Dus het leek me logisch dat, sinds ik met pensioen ben gegaan, het zinvol kon zijn om iets bij te dragen aan Wikipedia. Ik had een idee gekregen voor een goed gedocumenteerd onderwerp waarin sprake is van universele consensus onder deskundigen. Dit onderwerp sprak me aan omdat het gaat over nauwkeurigheid en over journalistieke ethiek, iets wat me na aan het hart ligt. Ik besloot om informatie aan Wikipedia toe te voegen met als onderwerp “The New York Times en de holocaust.”

The New York Times en de holocaust

Jaren geleden had ik het voorrecht om de inhoudelijke voorbereiding te doen voor een klas over de Holocaust met Eli Wiesel op de BU Divinity School en botste in mijn voorbereidend onderzoek op een wetenschappelijk artikel van een hoogleraar journalistiek, Dr. Laurel Leff, dat ik nooit zal vergeten. Terwijl tijdens WOII de Holocaust in volle gang was en er nog iets aan gedaan had kunnen worden, voerde de New York Times een weloverwogen beleid om nieuws omtrent de Holocaust te begraven. De Times publiceerde verslagen over razzia’s, de gaskamers, het dodental enz., maar door het nieuws in amper een paar zinnen te vertellen, artikels van nauwelijks een paragraaf groot en ergens op de binnenpagina’s gepubliceerd, verzekerden zij zich doelbewust van het feit dat het publiek niet begreep dat de Joden van Europa werden afgeslacht.

Hoewel dit treurig verhaal van journalistiek gesjoemel onbekend is gebleven bij het grote publiek, is het archief van de New York Times, net als de rest van de geschiedenis van de holocaust, uitvoerig gedocumenteerd. Zowel op hun 100ste verjaardag als op de 150ste verjaardag van haar bestaan, had de New York Time’s toegegeven dat het het nieuws van de Holocaust had “begraven”. Het is het onderwerp geweest van een tentoonstelling in een museum, er werd een documentaire over gemaakt met interviews van gerenommeerde journalisten en deskundigen omtrent de Holocaust. In 2005 publiceerde Dr. Leff een compleet boek over het onderwerp met als titel: ‘Buried by the Times: The Holocaust and America’s Most Important Newspaper’ [Begraven door de Times: De Holocaust en Amerika’s belangrijkste krant, afbeelding rechts de omslag van het boek]

Er bestaat een universele consensus over de feiten. Max Frankel, de gepensioneerde uitvoerend hoofdredacteur van The New York Times spijkerde het op deze manier op november 2001 over een volledige pagina ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van de krant, “Turning Away from the Holocaust”: “Geen artikel over de benarde situatie van de Joden, ooit gekwalificeerd als topverhaal in The Times van de dag, of als het belangrijkste evenement van de week of het jaar.” The Times publiceerde slechts vijf editorialen waarin de Europese Joden werden vernoemd van de meer dan 17.000 tijdens de hele oorlog. Lezers van de Times zou nooit te weten komen dat er bij de Opstand van Warschau ook Joden in betrokken waren.

The Times zal consequent haar editorialen laten inspireren in het voordeel van het besluit van president Roosevelt om het nieuws te weren dat Europese Joden de vernietigingskampen proberen te ontvluchten. Wanneer later de vernietigingskampen werden bevrijd, zal generaal Eisenhower de belangrijkste en meest toonaangevende redacteuren en uitgevers oproepen om samen met hem op te treden en te berichten als ooggetuigen [van de massacre]. The Times stuurde haar vice-president Julius Ochs Adler en een ander familielid van de Times dynastie. Zijn relaas over het concentratiekamp van Buchenwald verscheen ergens op pagina zes.

Max Frankel noemde het besluit van The Times om het nieuws van de Holocaust te begraven “de bitterste journalistieke mislukking van de eeuw”, een tragedie die Hitlers genocide liet begaan. Hij gaf toe dat het besluit werd genomen door uitgever Arthur Sulzberger Hays, en dat zowel om politieke als om persoonlijke redenen. Sulzberger wilde niet dat de Joden werden beschouwd als een volk, met het recht op een thuisland in Israël; hij wilde niet dat zijn krant werd bekritiseerd als Joods; en hij keurde het niet goed dat Joden andere Joden hielpen. Hij kon geen daglicht verdragen tussen zijn krant en president Roosevelt, inbegrepen de politiek van Roosevelt om de aan de gang zijnde Holocaust te negeren. Frankel verzekert dat de krant haar lessen uit de fouten van het verleden heeft getrokken en dat The Times sindsdien haar overgevoeligheid over haar joodse wortels heeft laten varen alsmede haar vijandigheid jegens Israël.

Frankel heeft Dr. Leff uitgebreid geciteerd. Hij karakteriseerde haar als “de meest toegewijde en onafhankelijke student van het Holocaustverslag van The Times.” Leff documenteerde hoe The New York Times, waarin de Holocaust werd gedefinieerd als een non-verhaal voor de nationale media, het voor Joodse groepen onmogelijk maakte om tijdens de oorlog het publiek of politiekers te sensibiliseren iets te doen voor de Joodse slachtoffers van Hitler. De legendarische New York Times editor A. M. Rosenthal (gepromoveerd tot hoofdredacteur in 1961, hem werd verboden om zijn volledige naam, Abraham, te gebruiken, The Times vond hem te Joods klinken) werd in 2001 tijdens een interview, dat werd uitgezonden op History Chanel, gevraagd om commentaar te geven hoe The Times indertijd over de Holocaust had bericht: “… het was niet goed. Het was povertjes. Het was gênant. Het was verkeerd. Het was moreel en journalistiek fout… Als The Times er groot mee had uitgepakt, zou het veel meer aandacht hebben gekregen in het land.”

Onder deskundigen over deze kwestie bestaan er een aantal kleinere punten van discussie: was Arthur Sulzberger Hays, de eigenaar-uitgever van The New York Times, zich meer leiden door politieke overwegingen, angst voor het antisemitisme of de wens om zijn eigen bevoorrechte positie te beschermen als een geassimileerde Jood? Heeft hij de holocaust willen bagatelliseren, omdat hij zich alleen maar hartelijk welkom voelde in de Amerikaanse elite, zolang hij maar onverschillig bleef staan tegenover Joden en het zionisme – het equivalent van de liberale journalisten van tegenwoordig voor wie het zich bewegen in mondaine cocktailparty’s belangrijker is dan nauwkeurig te zijn jegens Israël? Zijn geschriften laten een oprecht geloof zien in de hervorming van het Jodendom in zijn tijd, die het Joodse volk en de natie afwezen. Net als de Joodse liberalen van vandaag, haatte hij de Joodse loyaliteit die de voorkeur gaf aan medeleven voor de hele mensheid. Al deze motieven worden ondersteund door openbare toespraken van Sulzberger en in particuliere brieven. Iedereen is het er unaniem over eens dat zijn beleid tijdens de Tweede Wereldoorlog erop gericht was om al het nieuws over de Holocaust te begraven en dat hij hierin door geen enkele medewerker op de redactie van The Times werd tegengesproken.

Dr Leff’s informatie over Sulzberger is huiveringwekkend. Hier zijn een paar voorbeelden die ik had opgenomen in het artikel op Wikipedia: “Sulzberger nam de leiding van The New York Times na de dood van Ochs in 1935. Hij voerde een beleid tegen het afdrukken van om het even welke brieven over de vervolging van de Joden in Duitsland met het argument dat als hij deze brieven die de vervolging aanklaagden zou publiceren, dat hij in alle redelijkheid ook brieven zou moeten publiceren die in het voordeel pleiten [van die vervolging], “aldus,” legde hij uit, “werden vele waardevolle bijdragen die het antisemitisme aanvielen uitgesloten van publicatie in deze kolommen.” Sulzberger was zeer verbolgen toen Roosevelt de term “het Joodse ras” gebruikte in een verklaring over het vluchtelingenprobleem. De uitgever van The Times schreef dat er “geen gemeenschappelijke noemer” bestaat tussen enerzijds de “ongelukkige Joden die nu worden opgejaagd in wat eens Polen was en…  mezelf.” “In Polen maakt die Jood onderdeel uit van een erkende minderheid. … Ik helaas behoor niet tot een dergelijke categorie.” Sulzberger verklaarde dat hij ‘na een bijzonder grote inspanning’ The Times had gezuiverd van een dergelijke terminologie – dat wil zeggen, het woord Jood.

In juni van 1942, schreef hij: “Wat mij betreft, als een Jood een christelijk wetenschapper zou worden, zou hij ophouden om nog langer Jood te zijn…. echter, ik ben best bereid toe te geven, dat … Hitler, in het bijzonder, deze overgang fel heeft bemoeilijkt.” Na een bezoek aan de vernietigingskampen in Europa in 1945, gaf Sulzberger in een tempel voor Hervormden een toespraak waarin hij verklaarde dat er sprake was van een te grote nadruk op de Joodse vluchtelingen, want die waren immers maar een minderheid van de slachtoffers. Hij bekritiseerde de Joden die nog steeds de aandacht van de wereld probeerden te focussen op het probleem van de Joodse overlevenden die op dat ogenblik nog steeds in kampen in Europa verbleven, “in plaats van hun grote morele kracht te gebruiken om zich te bekommeren om het lot van alle ontheemden.”

Wikipedia, een islamistisch wespennest?

Ik vond slechts één controversiële mening over deze kwestie, verwoord door Ruth Wisse, als professor verbonden aan de Universiteit van Harvard, die The New York Times dezelfde fouten van de jaren 1930 zag herhalen van, zoals het thans het nieuws begraaft van de motieven en agenda’s van Arabische neo-nazi’s:

“Vijfenzeventig jaar geleden vond het antisemitisme een thuis in het Europese recht. Vandaag is het meer dan waarschijnlijk te vinden onder intellectuelen van Links, zoals professor Wisse het stelt, lijden aan een “enorme intellectuele weerstand tegen de erkenning van de bedreiging.” … The Times heeft de manier gemist waarop Adolf Hitler’s vervolging van de Joden een breder gevaar betekende voor de democratische vrijheden en burgerrechten van iedereen, en in schril contrast de ambitie van Hitler om de wereld te domineren.

Prof. Wisse beschuldigt The Times vandaag van een vergelijkbare blindheid, wanneer schaamte over Joodse zaken de nieuwsbulletins over het Midden-Oosten domineert en de krant faalt om te rapporteren in “verslagen die uitgebreid ingegaan op de onmiskenbare tekenen van groeiend Arabisch extremisme dat op een spectaculaire en gewelddadige wijze uitbrak tijdens de aanslagen op Amerika op 11 september 2001.”

Ik besloot om het citaat van Wisse niet op te nemen in het Wiki-artikel. Intelligente lezers kunnen hun eigen parallellen trekken hoe tot op vandaag The New York Times rapporteert over de neo-nazi-oorlog van islamisten tegen de Joodse staat Israël. Dus je zal de analyse van Ruth Wisse niet terugvinden op Wikipedia. Maar, misschien dat haar opmerkingen een licht werpen op wat volgt – want je zal de rest van de informatie ook niet terugvinden.

Doe geen moeite om het bewuste artikel in Wikipedia op te sporen en te lezen. Het is er niet. Het werd verwijderd en een korte, onnauwkeurig en polemische “stub” (Wiki jargon voor behandeling van triviale onderwerpen) werd ervoor in de plaats gezet. De informatie over Sulzberger die ik had toegevoegd aan de biografie van Sulzberger werd volledig verwijderd.

De sectie die ik had toegevoegd aan de pagina omtrent The New York Times was ook verwijderd. Je kunt nog een paar overblijvende zinnen terugvinden die werden begraven op het eind van het artikel onder een algemene sub-rubriek, “Controversy and Criticism“ (controversie en kritiek), naast soortgelijke schandalen zoals het plagiaat van beginnend journalist Jayson Blair in 2003. Wikipedia heeft het nieuws van The New York Times begraven en tegelijk ook het nieuws van de Holocaust begraven. De geschiedenis herhaalt zich zonder schaamte.

Hoe is dit kunnen gebeuren? Mijn eerste bericht op de bladzijden van The New York Times trok de aandacht van drie vijandige redacteuren. Zij beweerden dat ik een leugenaar was, dat het onderwerp triviaal was en dat The Times “amper uit de bocht was gegaan.” Ze waren veel talrijker. Ze speelden het Wiki-systeem, banden mij van de bewuste pagina en verwijderden het oorspronkelijke artikel dat ze vervingen door een paar nietszeggende en onnauwkeurige paragrafen.

Ze verstopten het feit dat de beroemde Times zich had verontschuldigd zowel in haar speciale uitgave ter ere van haar 100ste als later opnieuw tijdens de 150ste verjaardag. Ze blokkeerden alle verwijzingen naar het boek van Dr Leff. Ze blokkeerden citaten van de stichters directeuren van het Holocaust Museum, Michael Berenbaum; het Wyman Centrum voor Holocaust-studies, Rafi Medoff; het Shorenstein Centrum over Pers, Politiek en Openbare Orde van Harvard, Marvin Kalb; en zij blokkeerden AM Rosenthal, de managing editor van The Times tussen 1962 en 1978 en hoofdredacteur tot 1988. Ze blokkeerden elke verwijzing naar Sulzberger en alle details en cijfers die het onderwerp die impact gaven om het zinvol te maken. Kortom, ze begroeven het nieuws van The New York Times door het nieuws  van de Holocaust te begraven, net zoals The Times dat jaren geleden ook had gedaan.


Bronnen: Unity Coalition for Israel: Wikipedia’s Jewish Problem door Karin McQuillan van 13 juli 2010; The Jerusalem Post: Is Wikipedia good for the Jews? door Rebecca Anna Stoil van 2 februari 2010 en Israeli-Palestinian conflict rages on Wikipedia door Haviv Rettig Sur van 16 mei 2010: Editors fight against anti-Israel ‘mobs.’; Frontpagemag.com: Wikipedia, an Islamist Hornet’s Nest door Ari Lieberman van 25 juni 2010; Israel News Agency: Wikipedia, Censorship, Israel and Terrorism door Joel Leyden van 12 mei 2006 en Wikipedia: A Nightmare Of Libel and Slander van 8 mei 2006 ; The Wikipedia Review; Think Wikipedia Is Biased? Do Something About It door Matthew Sheffield van 22 augustus 2008; N6884717′s Blog: Wikipedia. Academia in Action? van 9 mei 2009; 9/11 Truth Burnout.blogspot Wikipedia Fail – Overcoming Flagrant Bias van 18 april 2009; Don Burleson Blog: Wikipedia Credibility challenged van 9 februari 2007;