De Nakba en de fraude met de Palestijnse vluchtelingen

Er wordt beweerd dat 4,7 miljoen nazaten van de in 1948 gevluchte Arabieren ‘terug naar huis’ zouden willen gaan. In werkelijkheid zouden er, wanneer de algemene internationale bepalingen van de UNHCR ook zouden toegepast worden op de ‘Palestijnse’ vluchtelingen van 1947-1949, er anno 2010 amper 200.000 authentieke vluchtelingen meer over blijven. Om die inkrimping van het aantal vluchtelingen op papier tegen te gaan werd door de [door de Arabieren en moslims gecontroleerde] Verenigde Naties naast de reguliere VN-vluchtelingenorganisatie de UNHCR, een aparte organisatie opgericht, met name de UNRWA enkel en alleen bestemd voor de groep Palestijnse vluchtelingen.

Eén van de objectieven van de UNRWA is ooit de Terugkeer van de Arabische vluchtelingen naar het grondgebied van Israël mogelijk te maken. Het ‘Recht op Terugkeer’ (niét enkel voor de gevluchte Arabieren alleen, maar in het bijzonder voor hun nazaten die nog nooit een voet in het land hebben gezet) heeft als enige doel de Joodse entiteit te elimineren. Door een speciale bepaling van de Verenigde Naties werd een overtal aan Arabieren [‘vluchtelingen’ genoemd] gecreëerd door het Palestijnse vluchtelingenschap ‘erfbaar’ te maken. De enige groep vluchtelingen in de wereld waarvoor dat werd ‘uitgevonden’.

Tot dat het bewuste ogenblik van Terugkeer is aangebroken en de Joodse meerderheid kan worden gebroken in het Land van Israël, onderhoudt de internationale gemeenschap op eigen kosten miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun aantal neemt nog steeds toe. Dat zou nooit lukken als de reguliere bepalingen van de UNHCR, die voor alle andere vluchtelingen gelden over de gehele wereld, ook op de ‘Palestijnen’ zouden toegepast worden. Bovendien besteedt de UNRWA, die enkel Palestijnen bedruipt, meer geld en middelen aan de Palestijnen vergeleken met de reguliere VN-vluchtelingenorganisatie de UNHCR dat doet aan alle andere vluchtelingen van de wereld sàmen [!] Niemand die zich daar vragen bij stelt. Vreemde zaak wel.

Ben-Dror Yemini: “De Palestijnen voeren de titel van “vluchtelingen” voor reeds meer dan zes decennia. Zij zijn erin geslaagd in het voor zichzelf creëren van een uniek historisch verhaal. Deze mythe zwelt nog steeds aan is, dus moet ze worden doorprikt en de echte feiten worden gepresenteerd: vóór de eerste Aliyah was de Palestijnse bevolking erg dunnetjes, werden honderdduizenden Joden uit de Arabische landen verdreven en bestaat er in de hele wereld geen precedent voor het Recht op Terugkeer.

Ben-Dror Yemini

De Nakba – het verhaal van de Palestijnse vluchtelingen – is het grootste succesverhaal in de geschiedenis van de moderne tijd – maar dat succes is een complete fraude. Er bestaat in de wereld geen enkele andere groep ‘vluchtelingen’ die een dergelijke brede, wereldwijde dekking krijgt. Er gaat geen wijk voorbij zonder een conferentie, een zoveelste conferentie, over de over de ellendige toestand van de Palestijnen. Er is geen enkele campus in het Westen die geen talloze evenementen, conferenties en publicaties besteed, elk jaar of elke maand aan de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen. Zij zijn de ultieme slachtoffers.

Een miljoen calamiteiten en onrecht en verdrijving en een bevolkingswissel en daden van genocide en slachtingen en oorlogen zijn de wereld overkomen, sinds de Arabieren, onder wie de Palestijnen, Israël de vernietigingsoorlog verklaarden – maar de Nakba van de Palestijnen beslaat het overgrote deel van de ruimte. Een bezoeker van een andere planeet zou kunnen denken dat dit het grootste onrecht is dat er in het hele universum bestaat sinds de Tweede Wereldoorlog. Dus is het het beste om deze leugen te weerleggen. Het is het beste om de werkelijke feiten te presenteren. Het beste is om de fraude bloot te leggen.”

Jeruzalem 1893. Joden bidden op de begraafplaats op de Olijfberg. Op de achtergrond de ommuurde Oude Stad met de Rotskoepel (Moskee van Omar)

Nakba Day and the Fraud

door Ben-Dror Yemini

De Joden kwamen naar het gebied van het Land van Israël, dat in die tijd deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, in vele kleine golven, terug nog voor de Eerste Aliya zou plaats hebben. Hebben ze echt miljoenen Arabieren verdreven? Nou, er is geen discussie over het feit dat er in die jaren er geen ‘Palestijnen’ bestonden, er was geen “Palestina” en er bestond niet zoiets als een ‘Palestijnse identiteit’. En, er bestond ook geen echte grens tussen Arabieren uit Syrië, Egypte of Jordanië. Er was een gestage stroom van mensen. In de jaren waarin Mohammed Ali en zijn zoon deze regio veroverde tussen 1831 en 1840, zonden zij veel Arabieren uit Egypte naar Gaza, Jaffa en andere steden. Ook Joden, die in die periode in Jaffa arriveerden, hielpen evengoed om de stad te ontwikkelen.

Vergeten onderzoeksresultaten

Er loopt een discussie onder historici over het aantal Arabieren, die in die jaren leefden in het gebied van ‘Palestina’, dat in feite bestond uit districten (Sanjaks) die voor het bestuur afhankelijk waren van Damaskus of Beiroet, als onderdeel van het Ottomaanse Rijk. De meest ernstige getuigenis over wat er bestond vóór de Eerste Aliyah is er een die vergeten werd. Het is bekend onder vele geleerden, maar het bestaat niet in het publieke discours. Het werd gedaan door een delegatie van Britse onderzoekers van de Palestine Exploration Fund die reisde doorheen het westelijk deel van het Land van Israël tussen 1871 en 1878, van Dan tot Beersheba, een erg precieze en authentieke kaart van de nederzettingen in 26 delen presenteerden, wat vrij uitzonderlijk is qua grootte, type en authenticiteit. De onderzoekers vonden hier een klein aantal schaarse nederzettingen. De journalist Zeev Galili publiceerde een uitgebreid onderzoek nadat de kaart bekend raakte en ontdekte dat bijvoorbeeld Haïfa, een nederzetting was ter grootte van 440 x 190 meters. Niet meer dan dat. Acre en Nazareth waren grotere nederzettingen en besloegen een gebied van 600 op 300 meters. De afmeting van Jaffa was 540 x 240 meters. Jeruzalem dat helemaal ommuurd was, was relatief groot, ongeveer 1.000 op 1.000 meters. Er woonden in het totaal ongeveer 100.000 mensen. Een zeldzame collectie foto’s van het Land van Israël uit die jaren, verduidelijkt de omvang van de nederzettingen en geven een fascinerende kijk op die tijd.

De Rotskoepel in 1877. Bemerk het verval en het gebrek aan gebruik. Jeruzalem was tot aan WOI helemaal van geen tel in de moslimwereld, totdat de Joden weer op het toneel verschenen…

Er zijn anderen die de beroemde rondreis van Achad Ha’am aanvoeren die hij in 1891 doorheen het Land van Israël maakte en die gecultiveerde en bloeiende velden aantrof. Het lijkt er echter op dat de indrukken van Achad Ha’am worden overschaduwd door een reeks gerenommeerde vaststellingen uit die tijd. Een andere bezoeker, net zoals Achad Ha’am, was Mark Twain, die doorheen het land toerde in 1865. “…. Een verlaten land waarvan de bodem rijk genoeg is, maar die geheel wordt overwoekerd met onkruid … een stille treurige uitgestrektheid … Een zodanige verlatenheid heerst hier dat zelfs de verbeelding niet in de buurt komt van de pracht van het leven en handelen. Wij bereikten Tabor veilig … We kwamen op de hele weg er naar toe geen levende ziel tegen. Palestina zit in zak en as … desolaat en onbemind… deze onbevolkte woestijnen, roestige terpen van onvruchtbaarheid … die melancholieke ruïne van Kafarnaüm; dit stomme dorp Tiberias sluimerend onder zes kale stervende palmbomen.” In dezelfde geest wa het getuigenis van Henry Baker Tristram, die diverse malen Heilige Land bezocht in diezelfde periode en zijn beschrijvingen leunen erg dicht bij die van Mark Twain.

Meer gevestigde getuigenissen werden opgenomen in het boek van James Finn, die 17 jaar lang (van 1845 tot 1862) Britse consul was in Jeruzalem, die het land doorkruiste in de lengte en de breedte en het boek Byeways in Palestine publiceerde over het land, en vaststelde dat het dun bevolkt was, wachtend op bewoners die het zouden bevolken. In een memorandum dat hij verzond in 1857, merkte hij op dat “Palestina voor het grootste deel onbewoond is”.

Het blijkt echter, dat de bevindingen van de onderzoekende delegatie buiten discussie zijn. Dit waren geen toevallige bezoekers. Het waren onderzoekers die hier verscheidene jaren verbleven, het land exploreerden, van de ene nederzetting naar de andere nederzetting trokken, elke berg, nederzetting en heuvel opmaten, en hun bevindingen in zes delen publiceerden. Een van de onderzoekers, Arthur Penrhyn Stanley, zei over de regio van Judea dat er “mijl na mijl geen enkel levend wezen te zien was.”

Ondanks deze bevindingen, speelt er zich een scherpe discussie af tussen onderzoekers, historici en demografen over het aantal Arabieren die het gebied bewoonden voordat de Eerste Aliyah begon. De schattingen lopen uiteen van 100.000 volgens de Britse onderzoeksdelegatie en honderdduizenden volgens andere onderzoekers. Er is nog een andere discussie over de omvang van de Arabische immigratie naar Israël na de komst van het zionisme. Dit probleem houdt ook andere onderzoekers bezig, onder hen Moshe Braver en Moshe Sharon.

Winston Churchill zei in 1939: “Ondanks het feit dat ze niet vervolgd werden, stroomden massa’s Arabieren naar Palestina en vermenigvuldigden zich tot de Arabische bevolking hoger was gestegen dan wanneer alle Joden van de wereld zouden worden toegevoegd aan de joodse bevolking.” Er zijn tientallen informatiebronnen die beiden gegevens bevestigen met name de spaarzame Arabische bevolking vóór de Eerste Aliya en van de Arabische immigratie, waarvan de omvang nog ter discussie ligt, na de opkomst van het zionisme.

***

Het boek van Joan Peters, From Time Immemorial, dat een groot deel gegevens bevat over de Palestijnse immigratie, is nog steeds erg omstreden. Enkele van de bevindingen die in het boek werden gepubliceerd, werden weerlegd, maar meer ernstige onderzoekers, zoals Arieh Avneri (die de bewering van uitzetting en kolonialisme weerlegt) en Fred Gottheil, presenteren een erg betrouwbaar beeld dat daadwerkelijk het merendeel van de beweringen van Peters bevestigt. Wanneer deze worden toegevoegd aan het getuigenis van de onderzoeksdelegatie, en aan het boek en de herinnering van Finn – is het resultaat duidelijk: vóór de Eerste Zionistische Aliyah, was er een ontstellend geringe bevolkingsdichtheid in het Land van Israël.

Met betrekking tot de immigratie, moeten we daaraan toevoegen dat zolang de regering Arabisch of islamitisch is, de mensen naar een betere plek zochten om te wonen. De Arabieren uit de regio leefden onder Egyptisch en Jordaans bestuur en dat voor twee decennia (1948-1967), en eisten een staat voor zichzelf op. Zij leefden onder een wreed regime (een onderwerp voor een apart artikel), en hebben er alles aan gedaan om te emigreren naar andere landen. Dat zal beginnen veranderen in 1967. De Israëlische regering bracht een andere attractie teweeg. Dat is de reden waarom veel Palestijnen de voorkeur geven om terug te keren naar de gebieden van Judea en Samaria en dat is ook de reden waarom velen van hen willen immigreren naar Israël en staatsburgers willen worden (zoals honderdduizenden dat voor hen reeds hebben gedaan).

***

Doorheen de jaren van het Britse Mandaat, woonden hier twee bevolkingsgroepen: Joden en Arabieren. In de oorspronkelijke omvang van het mandaat was, volgens de Balfourverklaring, eveneens de oostelijke zijde van de Jordaanrivier opgenomen, ttz het huidige grondgebied van het koninkrijk Jordanië. Zoals vermeld, was het gebied zeer dun bevolkt. De oprichting van een nationaal thuisland voor de Joden zou geen onrecht hebben veroorzaakt, want er bestond daar geen enkele staat en geen enkele natie. Dat was de werkelijke achtergrond van de Balfourverklaring. In 1922, heeft de Volkenbond een deel van de beloofde ruimte afgesneden en weggegeven aan de Hasjemitische familie en een jaar werd ook de Golan afgesneden en aan de toenmalige Franse regering gegeven dat Syrië bestuurde.

Intimidatie van de Joden bestond ook tijdens de Ottomaanse periode, en bleef toenemen ten tijde van het Britse Mandaat. De oppositie werd geleid door de Islamitische Hoge Raad, geleid door Haj Amin Al-Hoesseini. De Palestijnse leider sloot zich aan bij de As-mogendheden (Duitsland en Italië en later ook Japan). Hij predikte haat en vernietiging van de Joden en bracht de Tweede Wereldoorlog door in Berlijn. “De Moefti en Hitler hebben een gemeenschappelijke vijand – de Joden,” verklaarde een Duitse film clip over een ontmoeting tussen de twee. De moefti deed nog meer dan alleen maar praten – hij stelde ook daden. Hij richtte binnen de Waffen SS de islamitische Handschaar Brigades op, die naar het oorlogsterrein werden gezonden in dienst van Adolf Hitler.

De enige resterende vluchtelingen

Parallel aan de Resolutie 181 (het Verdeelplan) van de Verenigde Naties, hebben de Arabische landen opgeroepen tot een oorlog van vernietiging van Israël. Het resultaat is bekend. De oorlogsverklaring leidde tot honderdduizenden Arabieren die gedwongen werden om te verhuizen naar de buurlanden. Velen van hen vluchtten. Velen getuigden later dat ze gedwongen werden te vertrekken onder druk van hun leiders. Er waren ook enkelen die werden uitgezet in het heetst van de strijd. Zo’n 600.000 mensen werden vluchtelingen.

De ervaring die de Arabieren ondergingen werd de “Nakba”, een verhaal dat door de jaren heen werd opgeblazen. Zij werden het enige verbannen volk onder alle geschillen in de wereld. En er bestaat geen grotere leugen dan dat. Allereerst omdat de Joodse Nakba plaatsvond op hetzelfde ogenblik. Met dezelfde achtergrond, in hetzelfde conflict, werden meer Joden in de Arabische landen – meer dan 800.000 mensen – geconfronteerd met gedwongen ontruiming en uitzetting. En zij verklaarden geen vernietigingsoorlog aan de landen waarin zij eeuwenlang hadden geleefd. Ten tweede, en nog belangrijker, hebben meer dan 50 miljoen mensen bevolkings inwisseling ondergaan als gevolg van nationale conflicten of tijdens de oprichting van nieuwe nationale staten. Er is geen verschil tussen de Arabieren van Palestina en de rest van de vluchtelingen, met inbegrip van de Joodse vluchtelingen. Net in het decennium dat volgde na het einde van de Tweede Wereldoorlog, wisselden alleen al in Europa 20 miljoen mensen hun bevolking. Dat is ook later gebeurd, bij conflicten tussen Turks-Cyprus en Grieks-Cyprus; tussen Armenië en Azerbeidzjan (het conflict in Nagorno-Karabach), tussen de staten die waren ontstaan als gevolg van de ineenstorting van Joegoslavië en in vele andere conflicten in de wereld.

Maar alleen de Palestijnen, van al die groepen, hebben de titel van “vluchtelingen” behouden en dat al meer dan zes decennia lang. Ze zijn erin geslaagd in het creëren van een uniek historisch verhaal voor zichzelf. Deze mythe wordt ook steeds in leven gehouden met de hulp van de UNRWA, een groep die zich er heeft op toegelegd om de Palestijnse vluchtelingen te verzorgen, los van de zorg die aan alle andere vluchtelingen in de wereld wordt gegeven door het UNHCR. Vele landen, waaronder Israël, dragen bij tot het voortbestaan van de UNRWA, dat zich niet enkel bezighoudt met het bijstaan en het bestendigen van het vluchtelingenprobleem, maar ook met het aanzetten tot haat [tegen de Joden]. De tragedie is dat moesten de Palestijnen een dergelijke behandeling ontvangen van de internationale gemeenschap, hun situatie vandaag de dag veel beter zou zijn.

Hoe meer jaren er verstrijken hoe groter de sleutels worden en de Mythe van de Nakba parallel blijft toenemen. Er wordt beweerd dat 4,7 miljoen nazaten van de in 1948 gevluchte Arabieren ‘terug naar huis’ zouden willen gaan. In werkelijkheid zouden er, wanneer de algemene internationale bepalingen  van de UNHCR zouden worden toegepast op de ‘Palestijnse’ vluchtelingen,  slechts 200.000 authentieke vluchtelingen meer over blijven

De fraude die het Recht op Terugkeer wordt genoemd

In de vele discussies waaraan ik heb deelgenomen, heb ik mijn collega’s gevraagd – toegewijde aanhangers van de Palestijnse verhaal – wanneer werd aan gedeporteerden, die de oorlog hebben verklaard en die oorlog hebben verloren, het ‘recht op terugkeer’ verleend? Werd er ooit aan iemand, onder de tientallen groepen en de tientallen miljoenen die de afgelopen eeuw uitzetting hebben ervaren, een ‘Recht op Terugkeer’ toegekend, op een wijze dat hierdoor de politieke vernietiging van een nationale staat wordt veroorzaakt? Tot op deze dag heb ik nog geen antwoord op die vraag ontvangen. Omdat er nergens anders een dergelijk recht bestaat.

De Palestijnse Autoriteit presenteert een document dat stelt dat er precedenten zijn voor een ‘Recht op Terugkeer’. Het meest ernstige voorbeeld is dat van het Dayton-akkoord uit 1995, dat bijvoorbeeld de Serviërs toelaat om terug te keren naar Kroatië. De omstandigheden zijn echter volledig anders. Ten eerste werd de terugkeer nooit uitgevoerd. Kroatië liet de Kroaten terugkeren maar plaatste belemmeringen op de terugkeer van Serviërs. Ten tweede zou, zelfs als de uitvoering van de terugkeer toch had plaatsgevonden, zou dit nooit het voortbestaan van Kroatië als de nationale staat van het Kroatische volk hebben bedreigd. Een ander voorbeeld dat werd gepresenteerd door de Palestijnen is een overeenkomst uit 1997 met betrekking tot Azerbeidzjan. Dit is eveneens fraude omdat uit een verslag van 2002 blijkt dat de moslims die werden verbannen naar Azerbeidzjan niet terugkeerden naar Armenië en de Armeniërs die hier als vluchtelingen toekwamen keerden niet terug naar Azerbeidzjan. In feite, verleent de Armeense grondwet het ‘Recht op Terugkeer’ enkel en alleen aan Armeniërs (vergelijkbaar met de Israëlische Wet op de Terugkeer, die bestaat in andere landen over de hele wereld). De andere voorbeelden die door de Palestijnen worden aangehaald uit Afrika en Zuid-Amerika, zijn eveneens irrelevant voor de vele uitwisselingen van bevolkingen in de wereld en zeker voor de bevolkings uitwisseling tussen de Arabische landen en Israël.

De meest ernstige verwijzing naar de kwestie van het ‘Recht op Terugkeer’ is te vinden in het Cyprus Akkoord dat tot stand kwam op initiatief van voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan. De overeenkomst erkent geen Recht van Terugkeer, ondanks het feit dat het European Court of Human Rights de rechten van de indieners erkenden aan Griekse zijde van Turkije om terug te keren en het herstel van hun eigendom. Met andere woorden, niet elk juridisch precedent wordt een politieke waarheid. Het Annan Plan for Cyprus werd toegejuicht door de internationale gemeenschap in het algemeen en door de Europese Unie in het bijzonder. Er is een reden waarom de Palestijnen geen melding maken van het Cyprus Akkoord, namelijk omdat het Recht op Terugkeer werd beperkt zodat de Turkse meerderheid aan de Turkse zijde minstens altijd tachtig procent zou bedragen.

De Palestijnen doen ook een beroep op Resolutie 194, dus moet eraan herinnerd worden dat de Arabieren een verenigd front vormen in oppositie tegen deze resolutie. Ze wisten wel waarom. Want het is een oplossing die in feite gebaseerd is op de erkenning in een eerdere resolutie – het Verdeelplan (Resolutie 181) uit 1947 – die internationale legitimiteit verleent aan de erkenning van de Joodse staat. Er zijn nog andere bepalingen in deze resolutie, zoals het creëren van geschikte omstandigheden en een voorakkoord over het feit dat de kandidaten voor de terugkeer moeten bereid worden gevonden om in vrede te leven met hun buren. Onnodig te zeggen dat de Palestijnen blijven aandringen op de niet-erkenning van de Joodse staat, waaruit blijkt dat de geschikte voorwaarden nog niet aanwezig zijn en zeker de terugkeer van de vluchtelingen enkel tot doel heeft de Joodse entiteit te elimineren en niet de vrede in het objectief heeft. En zoals Abu Mazen [oorlogsnaam van Mahmoed Abbas] op 27 april 2009 verklaarde dat hij de Joodse staat niet zal erkennen, omdat dit kan leiden tot het voorkomen van de terugkeer van de massa’s.

Bestaat er een Palestijns volk?

Azmi Bishara verklaarde in het verleden  “Er bestaat geen Palestijns volk. Dat is een koloniale uitvinding. Er zijn nooit Palestijnen geweest.”

Bishara heeft gelijk. Het overkomt zelfs hem. Zelfs op het 3de Arabisch Congres van 1920, dat plaatsvond in Jaffa, werd gesteld dat Palestina Zuid-Syrië is en dat er geen aparte Palestijnse identiteit bestaat. Ahmad Shukeiri, de eerste voorzitter van de PLO, verklaarde dat “Palestina is enkel deel van Syrië.” De president van Syrië, Hafez al Assad vader van de huidige Syrische president, zei in 1976 dat Palestina deel uitmaakt van Groter Syrië. Vele woordvoerders hebben toegegeven, exact zoals Bishara en Assad dat keer op keer deden, dat er geen aparte Palestijnse identiteit bestaat.

Zonder de zionistische immigratie, zouden massa’s van immigranten uit de islamitische landen hier niet zijn gekomen en zou er nooit een Palestijnse identiteit zijn ‘uitgevonden’. Maar het feit dat dit niet om een volk gaat, maar bestaat een samenraapsel van immigranten afkomstig uit verschillende naburige landen, sluit het recht op zelfbeschikking niet uit voor de Palestijnen. Zij zien zichzelf als een natie, zij hebben een aparte nationale identiteit gecreëerd, en hun wensen moeten worden gerespecteerd.

Een van de Palestijnse eisen is dat voor de oplossing van het conflict, de Palestijnse Nakba moet worden erkend, en vooral Israël de verantwoordelijkheid moet toegeven voor het ontstaan en voortbestaan van het vluchtelingenprobleem. De waarheid is het tegenovergestelde. Het cultiveren van de mythe van de Nakba is niet hetgene dat een oplossing van het conflict vertraagt, omdat de Palestijnen druk bezig zijn met het probleem nog te versterken, het opblazen buiten alle proporties en erop aandringen dat het verschilt van eender welk ander internationaal precedent.

Ze zijn vergeten dat zij degenen zijn die de voorkeur gaven om de nazi-as van het kwaad te ondersteunen. Zij zijn degenen die het Verdeelplan [VN-Resolutie 181] hebben geweigerd. Zij zijn degenen die een oorlog van vernietiging uitriepen. Zij zijn degenen die de oorlog begonnen. Ze zijn vergeten dat een groter aantal Joden werden vervolgd, onteigend en verdreven uit Arabische landen. Zolang ze de mythe van de Nakba blijven voortzetten en de basisfeiten verwijderen, zullen ze alleen hun lijden bestendigen. En ondanks dit alles, verdienen de Palestijnen respect, vrijheid en onafhankelijkheid. Maar naast Israël. Niet in de plaats van Israël. En niet door middel van de Nakba, die niet meer is dan een politieke fraude en die een historisch fraude is.


Bronnen: Mid East Truth: Nakba Day and the Fraud door Ben-Dror Yemini van 20 mei 2010; Ben-Dror Yemini is columnist in de dagelijkse krant Maariv. Andere artikelen van Ben-Dror Yemini; Ben Dror Yemini werd in 1954 geboren in Tel -Aviv, Israël. Hij studeerde Menswetenschappen en Geschiedenis an de Universiteit van Tel Aviv en later studeerde hij rechten. Na zijn universitaire studies, werd hij benoemd tot adviseur van de Israëlische minister van Immigratie Absorptie en werd vervolgens de woordvoerder van het ministerie. In 1984 begon hij zijn carrière als journalist en essayist. Hij werkte als advocaat en als partner in een advocatenkantoor. Sinds 2003 is hij het opinie-redacteur van het dagblad Maariv en publiceerde vele artikelen en essays in andere tijdschriften.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.