Jeruzalem: Verdeelde stad 1948 – 1967

“Jeruzalem was en zal altijd de hoofdstad van Israël blijven, en is nooit de hoofdstad geweest van een andere staat“ (President Shimon Peres, mei 2009)

“Jeruzalem is de hoofdstad van Israël. Ze is dat altijd geweest, zal dat altijd blijven en zal nooit worden verdeeld. De band tussen het Joodse volk en Jeruzalem gaat duizenden jaren terug. Ze zal verenigd blijven onder onze soevereiniteit. Sinds de stad werd herenigd is de vrijheid van godsdienst voor allen nooit zo volledig verzekerd.” (Premier Benjamin Netanjahoe, 21 mei 2009)

“De realiteit is dat er helemaal geen Oost Jeruzalem bestaat. Er is maar één Jeruzalem, en dat is de ongedeelde hoofdstad van Israël.” (Shlomo Z. Mostofsky, president van Young Israel 15 maart 2010)

Jeruzalem: Verdeelde stad 1948 – 1967

Nieuwe kaart van Jeruzalem: klik op de kaart voor een vergroting.

Op onderstaande kaart te zien hoe tot 1967 de situatie in Jeruzalem was. Wat het eerst op de kaart opvalt is hoe de Groene Lijn [VN-wapenstilstandslijn van april 1949] Jeruzalem verticaal doormidden snijdt. Het antieke Jeruzalem uit de Oudheid, het kloppend Joodse hart van Jeruzalem met name de Oude Stad [Old City], viel in Jordaans-Arabische handen. Een grotere catastrofe voor de Joden was nauwelijks denkbaar. Net alsof Antwerpen het opeens zonder haar Grote Markt, Groenplaats, O.L.V.-kathedraal en ‘Boerentoren’ zou moeten stellen of Amsterdam het zonder haar befaamde grachten en oude stadscentrum tevreden moest zijn.

De Klaagmuur in 1925. Tussen 1949 en 1967 verboden gebied voor Joden net als de rest van de Westelijke Jordaanoever inclusief de Oude Stad en de Scopusberg

Maar dat was niet eens het einde van de ellende. Het eerste wat Jordanië deed was alle Joden uitdrijven uit zowel de Oude Stad als op de gehele Westelijke Jordaanoever dat geannexeerd werd. Geen enkele Jood mocht nog in Jordanië wonen. Ongeveer 1.500 Joodse bewoners van het Joodse Kwartier in de Oude Stad werden met geweld uitgedreven en enkele honderden werden gevangen genomen toen het Arabische Legioen op 28 mei 1948 het kwartier bezette. Meer dan 40.000 Joden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, waarvan duizenden Joden generaties lang onder de Turks-Ottomaanse bezetter hadden gewoond en duizenden andere Joden al een eeuw in Jeruzalem woonden sinds de eerste migraties halverwege de 19de eeuw, moesten van de Jordaanse Arabieren onverbiddelijk opkrassen. In tegenstelling tot de Palestijns-Arabische vluchtelingen zullen deze Joodse vluchtelingen geen – en zullen ook NOOIT – hulp krijgen van de UNRWA, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

Vanaf het ogenblik dat de Arabieren het oostelijke deel van Jeruzalem innamen, begonnen zij met de vernietiging van Joodse wijken en huizen in het gebied. Alles Joodse sites werden tijdens de 19-jaar durende Jordaans-Arabische bezetting vernield, ontheiligd of geïsoleerd. Nadat de 1.500 Joden uit het Joodse Kwartier in de Oude Stad werden verdreven werd het hele kwartier vernield inbegrepen 68 synagogen, waaronder de beroemde Hurva synagoge, gedynamiteerd door Jordaanse soldaten. Joodse begraafplaatsen werden onteerd evenals de begraafplaats in de Hof van Olijven en grafstenen werden stukgeslagen en gebruikt als constructiemateriaal. Doorheen de Hof van Olijven trokken de Arabieren een autoweg [!] Al deze feiten vonden plaats onder het oog van de Verenigde Naties die nooit tussenbeide kwamen en nooit enige moeite troostte om Joodse – en andere – heiligdommen en bezittingen te beschermen.


Lees ook in Dossier Jeruzalem op Brabosh.com: