De Europese Unie boycot Israël en de gevolgen zijn voor de Palestijnen

Het Europese Gerechtshof gebaseerd in Groot-Hertogdom Luxembourg

Europese Unie boycot Israël

Het Hoogste Gerechtshof van de Europese Unie met zetel in het Groot-Hertogdom Luxembourg, oordeelde afgelopen donderdag 25 februari 2010 dat goederen, die door Israëlische bedrijven in de Palestijnse ‘bezette’ gebieden worden geproduceerd, niet in aanmerking komen voor vrijstelling van rechten bij invoer in de Europese Unie. Een akkoord tussen de Europese Unie en Israël laat toe dat Israël industriële producten van het land mag importeren naar Europa vrij van douanerechten. Een soortgelijke deal met de Palestijnse Autoriteit is van toepassing op goederen die worden geproduceerd op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

Het besluit komt er nadat bleek dat de Duitse drankenfabrikant Brita GmbH met afdeling in Israël de voordelige reglementering had toegepast op sodawater en drinkbare siropen die werden gemaakt door het Israëlische bedrijf Soda-Club Ltd, die haar fabriek heeft in het industriegebied  Mishor Adumin. Dat is een deel van Ma’ale Adumim, een Israëlische gemeente van ongeveer 35.000 inwoners, die in 1976 werd opgericht ten oosten van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever. Duitse douane-ambtenaren hebben deze gunstige regeling thans afgeschaft. De uitspraak van de rechter bepaalt dat enkel goederen die geproduceerd worden binnen de grenzen van Israël van voor 1967 (de zogeheten Groene Lijn), in aanmerking komen voor dit gunstiger importtarief.

“[Israëlische] producten van oorsprong uit de Westelijke Jordaanoever, vallen niet binnen de territoriale werkingssfeer van de overeenkomst tussen de EU en Israël en komen derhalve niet in aanmerking voor een preferentiële behandeling in het kader van die overeenkomst,” staat er zo in de verklaring van het Europese Hof van Justitie. De Europese Unie heeft juridisch nooit de bezetting door Israël van de Westelijke Jordaanoever erkend, een controversiële kwestie in het huidige Midden-Oosten vredesproces. In plaats daarvan, steunt de Europese Unie de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat als onderdeel van een overeenkomst die met Israël nog moet onderhandeld worden.

Het industrie gebied Mishor Adumim, deel van de Israëlische stad Ma’ale Adumim, gelegen ten oosten van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever

Joden zijn het doelwit maar Palestijnen het slachtoffer

Bovenstaande uitspraak van 25 februari door de hoogste rechtbank van de Europese Unie is een perfect voorbeeld van de ‘wet van de onbedoelde gevolgen’. De rechter oordeelde dat de vrijhandelsovereenkomst van de Europese Unie met Israël niet van toepassing is op de productie op de Westelijke Jordaanoever en daarom worden de goederen van Israëlische bedrijven die daar worden geproduceerd niet meer vrijgesteld van Europese importheffingen. Met andere woorden: Een feitelijke Europese handelsboycot van Israël.

Juridisch gezien is het niet gemakkelijk om dergelijke uitspraak correct te beoordelen: zelfs de Israëlische wet ziet de Westelijke Jordaanoever niet als een deel van Israël, evenmin als het dat met Oost-Jeruzalem en de Golan Hoogvlakte doet. Maar al die jaren negeerden de meeste Europese landen dit detail en stelden de Israëlische bedrijven in die ‘betwiste’ gebieden vrij van invoerrechten. Wat nu veranderd is, is niet de wet maar de politiek: door de Israëli’s onder druk te zetten om hen alzo trachten te overtuigen dat ‘bezetten niet loont’, zijn de EU-landen onlangs begonnen met het belasten van deze invoer. De Duitse importeur Brita GmbH heeft naar aanleiding van de uitspraak, de fiscale autoriteiten van zijn land voor de rechter gedaagd.

Door de tijdelijke Israëlische bouwstop op de Westelijke Jordaanoever vallen 30.000 Palestijnse bouwvakkers 10 maanden zonder werk… en zonder inkomen (met ‘dank’ aan de VS, de Europese Unie, de Verenigde Naties en Rusland…)

Maar zoals de Associated Press terecht opmerkt, zijn de grootste slachtoffers van deze Europese handelsboycot van Israël, niet de Israëliërs maar wel de Palestijnen. Vele Israëlische bedrijven hebben hun fabrieken verhuisd naar terreinen op de Westelijke Jordaanoever, omdat ze dachten daar hun goederen taksvrij te kunnen exporteren naar Europa en tegelijkertijd profiteren van de goedkopere Palestijnse arbeidskrachten. Als gevolg van de Europese boycot zullen de winsten van deze bedrijven dalen waardoor honderden Palestijnse arbeiders dreigen hun job te zullen verliezen.

En omdat het overgrote deel van de Palestijnen het recht ontzegd wordt om in Israël te werken als direct gevolg van decennialange Arabische terreur en hun arbeidskansen minimaal zijn op de Westelijke Jordaanoever, sinds die vanaf 1994 wordt gecontroleerd door de Palestijnse Autoriteit die zoals algemeen gekend rot tot op het bot doordrongen is van corruptie en grootschalige fraude, waren de banen in de Israëlische fabrieken in de Joodse nederzettingen erg gewild bij de Palestijnen.

Bovendien hebben de Europese inspanningen om deze bedrijven te belasten al een aantal van hen overgehaald om terug te keren naar Israël en de uitspraak van 25 februari j.l. zal deze trend hoogst waarschijnlijk nog versnellen. Die verhuis van Israëlische bedrijven naar Israël zal duizenden Palestijnen hun baan kosten, ten gunste van duizenden werkloze Israëliërs die deze ondernemingen dan zouden moeten huren.

Europeanen hebben uiteraard het recht om hun beginselen te plaatsen boven de gevolgen voor de Palestijnse werkgelegenheid; landen maken de hele tijd door dergelijke economische besluiten. Kijk maar wat er in ons land gebeurd met de nakende sluiting van de goed draaiende Opelfabriek van General Motors in Antwerpen. Maar het feit blijft dat de grootste slachtoffers van de inspanningen om het ‘vredesproces’ weer op gang te brengen, andermaal de gewone Palestijnen zullen zijn.

Industriezone Erez in noord-Gaza – 5.000 Palestijnen verloren hun baan in dit Israëlisch bedrijvencentrum nadat Israël zich in 2005 terugtrok uit de Gazastrook

Zo bijvoorbeeld waren dagelijks duizenden inwoners vanuit de Gazastrook aan de slag in Israëlische bedrijven in de Industriële zone Erez op de grens van Israël met Gaza. Vandaag is Erez een spookstad zonder vooruitzichten dat het ooit nog heropend kan worden: nadat Israël zich had terug getrokken uit de Gazastrook en in september 2005 de Gaza had overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, kon Israël niet langer haar ondernemingen en fabrieken beschermen in Erez en de Palestijnen wilden het zelf niet doen.

Industriezone Erez in het noorden van Gaza in 2003 – klik voor vergroting

187 handelszaken in het Industriepark Erez aan de noordelijke grens van Gaza met Israël werden gesloten. Tapijtenwinkels, textielbedrijven, metaalbedrijven, garages enz. die dagelijks aan zowat 5.000 Gazanen werk verschaften, werden versneld opgedoekt nadat ze het doelwit werden van Palestijnse terroristische aanslagen als direct gevolg van de Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005.

Bovendien waren tienduizenden Palestijnen het gewoon om te werken in Israël, terwijl vandaag bijna niemand dat nog doet. De tweede intifada heeft een enorme instroom van Palestijnen in Israël te riskant gemaakt en Israëliërs voelen zich niet verplicht om inwoners afkomstig van een staat-in-wording [met name de ‘Islamitische Republiek Palestina’] aan het werk te helpen, een volk dat maar niet wil ophouden met een fysieke en diplomatieke oorlog tegen hen voeren. De Palestijnen kunnen immers niet gelijktijdig de onafhankelijkheid opeisen los van Israël en tegelijkertijd een job in Israël eisen. Het resultaat daarvan is dat de werkloosheid op de Westelijke Jordaanoever thans 18 procent bedraagt en in de Gazastrook 39 procent. Palestijnse ‘gastarbeiders’ van vroeger werden in Israël vervangen door goedkope arbeiders afkomstig voornamelijk uit de Aziatische landen.

Israël heeft de sterkste economie van het gebied en het zal nog jaren duren vooraleer de Palestijnse Autoriteit die capaciteit in werkgelegenheid zal kunnen evenaren, als dat al ooit zou gebeuren. Dus tot zolang de voorstanders van Palestijnse onafhankelijkheid menen dat massale werkloosheid op de een of andere manier bijdraagt om dit doel te bereiken, moeten ze Israëlische bedrijven blijven aanmoedigen om Palestijnse arbeiders in te huren. In plaats daarvan heeft de combine van Palestijnse terreur en internationale druk [op Israël] gestaag het tegenovergestelde bereikt.

Als dat contraproductief mag klinken: helaas maar dat is ook zo letterlijk het geval. Helaas wil dat bij de landen van Europese Unie maar niet doordringen. Israëlbashen primeert, alles moet daar voor wijken: in de eerste plaats het gezond verstand en in de tweede plaats het lot van de gewone Palestijn die – toch wat de EU en de VN betreft – eindeloos mag blijven kreperen.

Bronnen: Commentary Magazine: Targeting Israel, Hitting Palestinians door Evelyn Gordon van 26 februari 2010; WAFA Palestinian News Agency: PCBS: Unemployment Rate Highest in Hebron door Khan Younis van 21 februari 2010; EJ Press: EU highest court: Israeli goods produced in the West Bank not free from custom duties van 25 februari 2010; DM World DE: EU rules against Israeli goods produced in West Bank van 25 februari 2010; The Washington Post: Israelis to Quit Gaza Industrial Zone – many Palestinians Will Lose Jobs at Border Site door Robin Shulman van 9 juni 2004; CS Monitor: These Palestinians aren’t happy about Israel settlement freeze van 26 januari 2010

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.