Zenuwachtig worden over Damaskus


Dry Bones over de generatiekloof op 3 maart 2010: “De grote baas van Hezbollah had juist een ontmoeting met Assad en Iran’s Ahmadinejad in Syrië! Dat is zoals Tojo en Mussolini destijds een ontmoeting hadden met de Führer! Het lijkt erop dat ieder van ons die zich de ‘geschiedenis herinnert’, gedoemd wordt om ze te herhalen.

Het argument dat in Washington klinkt, met name dat agressieve diplomatie jegens Syrië uitgeprobeerd werd en gefaald heeft en dat stimulansen aan de orde van de dag zijn, is vals. De recente beslissing van president Barack Obama’s om een nieuwe ambassadeur in Syrië aan te stellen, is op z’n minst ‘verwarrend’.

Minister Rafik Hariri

Robert Gibbs, de woordvoerder van het Witte Huis verklaarde tegenover de pers dat “ambassadeur Ford met de Syrische regering zal nagaan over hoe wij de relaties kunnen verbeteren en omgaan met onderwerpen die permanent gevoelig liggen.” Maar die ‘delicate’ onderwerpen van dispuut met het Assad-regime zitten diep en zullen niet worden verbeterd of opgelost door de terugkeer van een Amerikaanse ambassadeur.

Er waren veel dwingende redenen waarom de regering-Bush haar ambassadeur in Syrië in 2005 terugtrok. De spreekwoordelijke druppel die de emmer liet overlopen was de brutale moord op 14 februari 2005 in Beiroet op de pro-Westerse ex-premier minister Rafik Hariri van Libanon, in een operatie die alle kenmerken droeg van een politieke, goed gefinancierde, door Syrië gesponsorde moord. Maar de moord op Hariri was slechts het topje van de ijsberg.

Sinds de val van het regime van Sadam Hoessein in 2003, heeft Syrië buitenlandse jihadisten gefinancierd, getraind, bewapend, aangemoedigd en vervoerd, die in Irak strijd voeren tegen tegen de geallieerde coalitie van Britse en Amerikaanse strijdkrachten en het weinig samenhangende leger van de nieuwe Iraakse regering. De regering van Assad heeft kernwapens binnen handbereik en blijft terroristische groepen steunen zoals Hamas en Hezbollah in Israël en Libanon en blijft tezelfdertijd tactisch en strategisch stevig verknocht aan Iran.

Terwijl het Witte Huis zegt dat de benoeming van een nieuwe ambassadeur in Syrië “de belofte van president Obama vertegenwoordigt dat hij zich wel degelijk wil inzetten voor de Amerikaanse belangen, door vooraf de communicatie met de Syrische regering en de bevolking trachten te verbeteren,” is er niets dat er op wijst dat deze vorm van betrokkenheid positieve resultaten zal opleveren. Ruim een jaar nadat de regering van Obama zich installeerde, wordt het steeds duidelijker dat Obama’s toverformule tijdens zijn presidentiële campagne van de tactiek van ‘direct engagement’ [directe betrokkenheid] met regimes als Syrië en Iran, in feite niets anders heeft opgeleverd dan een verhoging van de Syrische steun aan het terrorisme en het voortdurend en aanzwellend gezoem van [nucleaire opwerking-]centrifuges in Iran.

Damaskus, 25 februari 2010. Van L naar R: Hezbollahleider Hassan Nasrallah, presidenten Bashar Assad en Mahmoud Ahmadinejad

Dat komt omdat Obama’s strategie van betrokkenheid met Syrië gebaseerd is op een aantal verkeerde veronderstellingen. De eerste is dat het mogelijk is Damaskus doeltreffend los te wrikken uit haar alliantie met Teheran, waardoor de betrokkenheid met Iran en het oplossen van de nucleaire kwestie, gemakkelijker zal worden voor de Verenigde Staten. Maar de duurzame Syrisch-Iraanse alliantie is geen reactief schijnhuwelijk. Zij streven naar de omverwerping van de regionale machtsverhoudingen en ondermijnen vandaar Israël, Egypte en Saoedi-Arabië evenals de Verenigde Staten. Bovendien is het streven van Iran om kernwapens te produceren niet afhankelijk van wat Syrië doet of wil. Het probleem van Teheran met Israël is niet territoriaal, het is existentieel. Bovendien zullen de problemen van Amerika met Iran niet verbeteren door een verandering in het Syrische gedrag.

De tweede foutieve vooronderstelling is dat Syrië bereid zou zijn om een vredesakkoord met Israël te ondertekenen dat acceptabel zou zijn in Jeruzalem en in Washington. Maar het begrip van Assad omtrent vrede met Israël, werd vorig jaar onthuld in een interview met de krant Al-Khaleej van de Verenigde Arabische Emiraten: “Een vredesakkoord”, zei Assad, “is een stuk papier dat u tekent. Dat betekent nog geen handelsovereenkomst en normale betrekkingen, of grenzen, of iets anders.” Hoe zou een koude vrede met Syrië eruit zien, met de hoofdkantoren van Hamas en van de Islamitische Jihad in Damaskus nog steeds in gebruik en wapens verder vrij worden verhandeld naar Hezbollah in Libanon?

De bom die Rafik Hariri heeft gedood en Amerika ertoe bracht om haar ambassadeur terug te trekken uit Syrië, woog 1.000 kilogram en sloeg een krater van 10 meter breed in het centrum van Beiroet (afbeelding hierboven). Naast Rafik Hariri, werden door de bom nog eens 21 mensen gedood en meer dan 220 andere gewond, verschillende gebouwen werden verwoest en tientallen auto’s brandden uit. Dit is wat de Syrische president Bashar Assad begrijpt onder ‘direct engagement’ en daar kan men maar beter rekening mee blijven houden. Toen Syrië haar bijna 30-jarige militaire bezetting van Libanon beëindigde, was dat het gevolg van sterke en aanhoudende internationale druk in de nasleep van de moord op Rafik Hariri. Het was niet het resultaat van langdurig handjesschudden en eindeloze diplomatieke betrokkenheid, maar ontstaan uit echte schrik voor de gevolgen die de stabiliteit van de Assad-regime zouden kunnen bedreigen.

Het argument dat opgeld maakt in Washington dat agressieve diplomatie met Syrië werd geprobeerd en mislukt is en thans ‘direct engagement’ en stimulansen aan de orde van de dag moeten zijn, is vals. Het Amerikaanse beleid ten opzichte van Syrië gedraagt zich sinds 2005 aarzelend en onzeker, zonder dat de aanpak van wortel of stok ooit volledig werd onderzocht. Het malafide gedrag van Syrië is niet het resultaat van diplomatieke communicatie vaardigheden in Washington maar is het resultaat van strategische berekeningen en beslissingen in Damascus. Syrië moet worden geconfronteerd met moeilijke keuzes die ondubbelzinnig en onherroepelijk aantonen dat zij haar beeld op de wereld en haar gedrag heeft veranderd. Helaas, zal het terugzenden van een Amerikaanse ambassadeur naar Syrië het regime alleen maar doen volharden in boosaardigheid en een aanmoediging betekenen voor hen die zich verzetten tegen vrede in dat deel van het Midden-Oosten.

Terreurleiderstrio samen aan tafel in Damaskus, 25 februari 2010: Ahmadinejad, Assad en Nasrallah (rechts): 'Israël durft geen oorlog meer tegen ons te beginnen'

Bronnen: Middle East & Terrorism: Dithering on Damascus door Matthew RJ Brodsky van 26 februari 2010, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 27 februari 2010; Matthew RJ Brodsky is politiek directeur van het Jewish Policy Center in Washington DC en geopolitiek analist bij IntelliWhiz LLC; Ynet News: Nasrallah: Israel incapable of starting war door Dudi Cohen van 26 februari 2010