Het falen van de Israëlisch-Arabische parlementsleden

Parlementslid Haneen ZuabiHaneen Zoeabi, Palestijns parlementslid in de Knesset, steunt openlijk de ambities van Iran om kernwapens aan te maken

Israëls Arabische leden van de Knesset voorzien hun kiezers niet van een kwalitatieve vertegenwoordiging. Als men hen alleen maar zou beoordelen op basis van hun verklaringen en capriolen, zou men kunnen concluderen dat ze eerder werken voor rekening van de Palestijnen dan dat zij werken voor rekening van degenen door wie ze werden verkozen. Het is een van de grote tragedies dat Israëlische Arabieren participeren in een robuust democratisch systeem en toch hun gekozen vertegenwoordigers hen zo weinig diensten hebben bewezen in de afgelopen 60 jaar.

Volgens de website van de Knesset [het Israëlische parlement] zijn er 45 Arabische parlementsleden geweest sinds de oprichting van de staat (daarnaast waren er 13 Druzen en 872 Joodse Knessetleden). Drie van de Arabische parlementsleden zijn vrouwen geweest, hoewel twee van hen werden gekozen als leden van de Joodse partijen (Hosniya Jabarra van Meretz en Nadia Hilou van de Arbeidspartij).

In de huidige Knesset zetelen er negen Arabische leden. Dat zijn: Mohammed Barakei en Hanna Sweid (christen) van de Hadashpartij; voor de Verenigde Arabische Lijst-Ta’al zijn dat Talab a-Sanaa (bedoeïen), Masud Gnaim, Ibrahim Sarsour en Ahmed Tibi, en voor de de nationalistische Palestijnse Balad Partij (NDA = National Democratic Alliance, of Tajamu) zijn dat Saïd Nafa (in feite een Druus maar die zichzelf omschrijft als een Arabier), Jamal Zahalka en Haneen Zoabi.

In de eerste Knesset waren drie Arabieren opgenomen: Tawfik Toubi (een ongewone persoonlijkheid die in 1922 in Haïfa werd geboren en als communist 41 jaar lang in 12 Knessets heeft gezeteld), Salim Amin Jarjoura, een christen Ottomaans leger soldaat en burgemeester van Nazareth, en Seif e-Din e -Zoubi, die van 1949 tot 1979 parlementslid was voor verscheidene partijen. Twee van de drie Arabieren in de eerste Knesset waren leden van de Democratische Partij Nazareth, die deel uitmaakte van de regering.

De Arabische partij Kidma Ve’avoda werd zowel in de tweede als in de derde Knesset vertegenwoordigd door twee leden en hebben ook deelgenomen aan een regeringscoalitie. Twee andere Arabische partijen, de Democratische Lijst voor Israëlische Arabieren en de Partij voor Landbouw en Ontwikkeling steunden eveneens de overheid in de eerste jaren van de staat. In de vierde tot aan de achtste Knesset (1959-1977) maakte de Arabische partij Vooruitgang en Ontwikkeling/Kidma Vepituah deel uit van de regeringscoalitie. De partij Shituf Ve’ahva heeft aan regeringen deelgenomen en was in vier Knessets vertegenwoordigd. In de achtste Knesset was de Arabische Lijst voor Bedoeïen en Dorpelingen, geleid door de bedoeïen Hamad Abu Rabia, toegetreden tot de regeringscoalitie.

Deze lange lijst van Arabieren, moslims en christenen, die niet enkel in de Knesset zetelden maar hun partijen voerden naar regeringscoalities met de Arbeidspartij, is uniek voor de eerste decennia van de staat. Met de overwinning van Likoed in 1977 verdwenen deze partijen. Zelfs wanneer de Arbeidspartij verscheen aan het hoofd van de regering in de jaren 1990, kon het geen Arabische partijen overtuigen om deel te nemen aan de coalitie. De reden voor het verdwijnen van deze Arabische partijen is dat de Arabische gemeenschap in Israël meer extreme politiekers uit hun gemeenschap begon af te vaardigen om in de Knesset te zetelen.

Tijdens de achtste Knesset (1974-1977) werden twee Arabische partijen Vooruitgang en Ontwikkeling/Kidma Vepituah en Arabische Lijst voor Bedoeïen en Dorpelingen samengevoegd tot de Verenigde Arabische Lijst, die tot op vandaag in verschillende vormen heeft overleefd. Hadash, die zichzelf aanduid als een Joods-Arabische communistische partij, is in 1977 ontstaan uit een coalitie van Rakach (de Arabische Gemeenschapspartij) en extreem linkse Joodse bondgenoten. De partij zetelt sindsdien en tot op vandaag in elke Knesset.

'Nu willen de Israëli 's ons niet meer binnenlaten zodat we eerlijk voor ons dagelijks brood kunnen werken!'
'Nu willen de Israëli 's ons niet meer binnenlaten om ons eerlijk voor ons dagelijks brood te laten werken!'

In 1988 werd de Arabische Democratische Partij opgericht door Abdul Wahab Darawshe van Iksal. Samen met Taleb a-Sanaa trad hij in de jaren 1990 toe tot de Verenigde Arabische Lijst. Het platform van de partij bestond onder meer uit de erkenning van de PLO, terugtrekking uit de Palestijnse gebieden en de oprichting van een Palestijnse staat. In de late jaren 1990 en vroege jaren 2000 werd Ahmed Tibi als parlementslid afgevaardigd naar de Knesset als onderdeel van de Arabische Beweging voor Vernieuwing (Ta’al). Ook in de late jaren 1990 zetelde de Baladpartij, onder leiding van Azmi Bishara van Nazareth, in de Knesset. De partij is nog steeds vertegenwoordigd in de Knesset, zij het dan zonder Bishara, die uit Israël is gevlucht nadat hij enkele jaren geleden van spionage voor Hezbollah werd beschuldigd.

Israëlisch-Arabisch parlementslid Azmi Bishara vluchtte in 2007 het land uit op verdenking van spionage voor Hezbollah

Het verhaal van de Arabische leden van de Knesset is het verhaal van één grote mislukking. Nationale minderheden in andere landen, zoals de Basken, de Ierse (V-K), de Quebecois of Afro-Amerikanen hebben over het algemeen hun gekozen vertegenwoordigers die over hun belangen waken en voor hun rekening werken. Maar toen Ahmed Tibi (Ta’al), in de zaak van het veroordelen van de ontkenning van de Holocaust, de Holocaust vergeleek met het lijden in Gaza (“slachtoffer van het slachtoffer“), hielp hij daarmee zijn gemeenschap?

Wanneer Azmi Bishara gevoelige informatie doorspeelde aan Hezbollah, hielp hij daarmee zijn volk in Nazareth, waarvan de inwoners getroffen werden door Hezbollah-raketten? Toen Said Nafa van de Baladpartij een ontmoeting had in Syrië met Hamasleider Khaled Mashaal, helpt hij hiermee dan zijn kiezers? Of toen onlangs Israëlisch-arabisch parlementslid Jamal Zehalka op de Israëlische TV uitriep dat Tel Aviv Arabische grond is, heeft hij daarmee de belangen van de Israëlische Arabieren goed verdedigd?

Israëls Arabische Knessetleden zijn geëvolueerd van nauwe adviseurs van de regeringscoalitie naar tierende, boze extremisten die het grootste deel van hun tijd besteden om te klagen over hun “Palestijnse broeders” en met slechts weinig interesse voor hun feitelijke broers en zussen. Hun mislukkingen zijn schadelijk voor de Israëlisch-Arabische gemeenschap, die beter verdient maar ervan overtuigd is dat zij als “trouwe Arabieren” moeten blijven stemmen voor extremistische afgevaardigden in plaats van te kiezen voor “collaborerende” stemmen van de gematigdheid. Het is tot hun verlies en hun verdere vervreemding van Israël en het voortdurende zaaien van laster over de loyaliteit van sommigen aan de Israëlische rechterzijde die zal blijven voortduren net zolang zij weigeren wakker te worden uit 30 jaar electoraal sluimeren.


Bronnen: The Jerusalem Post: The failure of Israel’s Arab MKs door Seth J. Frantzman van 16 februari 2010; The Barnyard: Treason Most Foul van 28 oktober 2007; Brabosh.com: Eerste vrouwelijk Israëlisch-Arabisch parlementslid steunt nucleaire ambities van Iran van 4 april 2009; Israëlisch-arabisch parlementslid Jamal Zehalka in de studio: Tel Aviv is Arabische grond van 3 januari 2010; De demografische tijdbom van Israël: de Israëlische Arabieren van 1 januari 2010; In het verweer tegen het demografisch fatalisme van 6 januari 2010; Het demografische probleem: ‘Binnen zeven jaar evenveel Joden als Arabieren’ van 27 mei 2009