Peiling bij Palestijnen: 51% pro Bin Laden (al-Qaeda) en 65% pro Nasrallah (Hezbollah)

Het onafhankelijk Onderzoekscentrum PEW voerde onlangs een onderzoek waarvan de resultaten een week geleden werden gepubliceerd. Dit onderzoek spitste zich toe op moslims in het Midden-Oosten om de verhoudingen en gevoeligheden vast te leggen ten aanzien van hun leiders. Wie denkt dat de moslim gemeenschap een homogeen geheel vormt en het over de belangrijkste onderwerpen nagenoeg overal eens is, zal snel ontnuchterd worden. Uiteraard vallen meteen de verschillen op tussen soennieten en sjiieten maar tegelijk ook de verdeeldheid ten aanzien van radicale en strijdlustige islamitische organisaties en hun leiders.

Weinig verrassend is de houding tegenover Joden in de Arabische landen die uiterst negatief blijft. Meer dan 90% van de Egyptenaren, Jordaniërs, Palestijnen en Libanezen koesteren uiterst ongunstige opvattingen ten aanzien van de Joden. Opmerkelijk wel: slechts 35% van de Israëlische Arabieren, staan negatief tegenover de [Israëlische] Joden. Het spreekwoord ‘onbekend maakt onbemind‘, lijkt hier meer dan ooit van toepassing. Er is dus nog hoop op Vrede met Israël.

Interessant is ook de houding van de Arabieren in de Palestijnse gebieden alsmede de Arabieren in Israël. De populariteit van Osama Bin Laden (al-Qaeda, dat in 2001 het World Trade Center in New York in de as legde, 15 van de 19 terroristen waren Saoedi’s) en Nasrallah, de leider van het door Iran gesponsorde en bewapende Hezbollah dat al verschillende oorlogen heeft uitgevochten tegen Israël en zich voluit voorbereid op een nieuw gewapend conflict, stemt terecht tot nadenken.

Ratna Pelle op Israël & Palestijnen Blog over de peiling: “Dit is natuurlijk geen verrassing, maar laat wel zien hoe onoplosbaar de problemen zijn. Als bijna 100% van de Arabieren anti-Joods is, is het lastig om een vredesakkoord te bereiken waarbij toch een minimum aan vertrouwen nodig is. Overigens zijn sommige andere uitkomsten wel (enigszins) verrassend, zoals de sterk toegenomen tegenstelling tussen Soennieten en Sjiieten in Libanon, het afgenomen vertrouwen in Abbas en koning Abdullah van Saoedi-Arabië, en (Westerse journalisten, opgelet!) de afgenomen populariteit van Hamas onder Palestijnen, zowel op de Westoever als in de Gazastrook.

Mixed Views of Hamas and Hezbollah in Largely Muslim Nations

door het Pew Enquête Centrum

Onder de overwegend islamitische landen, is er maar weinig enthousiasme voor de extremistische islamitische organisaties Hamas en Hezbollah, al bestaan er her en der harde kernen van steun voor beide groepen, vooral in het Midden-Oosten.

Vier jaar na haar overwinning in de Palestijnse parlementsverkiezingen, krijgt Hamas relatief positieve beoordelingen in Jordanië (56% gunstig) en Egypte (52%). Toch geven de Palestijnen de terreurgroep een eerder negatieve (52%) dan een positieve (44%) beoordeling. Voorbehoud over Hamas komt vooral voor in het gedeelte van de Palestijnse gebieden die door Hamas worden gecontroleerd: slechts 37% van de Palestijnen in de Gazastrook geven een gunstig advies, vergeleken met 47% op de Westelijke Jordaanoever.

Een onderzoek dat door het Pew Research Center’s Global Attitudes tussen 18 mei en 16 juni 2009 werd gehouden, constateert ook beperkte steun voor de Libanese sjiitische organisatie Hezbollah. Terwijl de meeste Palestijnen (61%) en ongeveer de helft van de Jordaniërs (51%) een gunstige mening hebben over Hezbollah, zijn de meningen elders minder positief, met inbegrip van Egypte (43%) en Libanon (35%). Zoals dat met veel zaken in Libanon het geval is, zijn de opvattingen over Hezbollah sterk verdeeld langsheen de religieuze lijnen: bijna alle sjiitische moslims in het land (97%) geven de organisatie een positief advies terwijl slechts 18% van de christenen en 2% van de soennitische moslims er zo over denken.

Een onderzoek dat door het Pew Research Center’s Global Attitudes tussen 18 mei en 16 juni 2009 werd gehouden, constateert ook beperkte steun voor de Libanese sjiitische organisatie Hezbollah. Terwijl de meeste Palestijnen (61%) en ongeveer de helft van de Jordaniërs (51%) een gunstige mening hebben over Hezbollah, zijn de meningen elders minder positief, met inbegrip van Egypte (43%) en Libanon (35%). Zoals dat met veel zaken in Libanon het geval is, zijn de opvattingen over Hezbollah sterk verdeeld langsheen de religieuze lijnen: bijna alle sjiitische moslims in het land (97%) geven de organisatie een positief advies terwijl slechts 18% van de christenen en 2% van de soennitische moslims er zo over denken.

Ondertussen, verwerpen de Turken massaal beide groepen – slechts 5% geeft Hamas een positieve beoordeling en slechts 3% doet dit over Hezbollah. Er is ook weinig steun onder de Arabische bevolking van Israël voor een van beide terreurgroepen: Hamas (21% gunstig) of Hezbollah (27%). Buiten het Midden-Oosten, zijn velen in Pakistan, Indonesië en Nigeria niet in staat om een mening over deze groepen te geven.

Lauwe steun ook voor extremistische groeperingen onder moslims, is consistent in vergelijking met andere Pew Global Attitudes bevindingen in de afgelopen jaren, waarbij de afnemende publieke steun voor extremisme en zelfmoordaanslagen bij de meeste islamitische bevolkingsgroepen wordt aangetoond. Dezelfde onderzoeken stellen ook het afnemende vertrouwen vast in Osama bin Laden. Daarnaast constateert de enquête van Pew Global Attitudes van 2009 in Pakistan – een land dat momenteel geteisterd door extremistisch geweld – een groeiende oppositie tegen zowel al-Qaeda als tegen de Taliban.

Weinig enthousiasme voor moslimleiders

Uit het onderzoek blijkt dat er maar weinig enthousiasme bestaat voor het grootste deel van de islamitische politieke figuren, met uitzondering van de Saoedische koning Abdullah, die met gemak tot de populairste dictator wordt genoemd. In Jordanië (92%) en Egypte (83%) bijvoorbeeld, zegt een grote meerderheid dat ze vertrouwen hebben dat koning Abdullah het juiste zal doen in de wereld. De koning ontvangt heel positieve beoordelingen buiten het Midden-Oosten en vooral in de grotendeels islamitische Aziatische landen Pakistan (64%) en Indonesië (61%). Echter, de Saoedische vorst krijgt niet overal een hoge score – slechts 8% van de Turken hebben vertrouwen in hem. En over het geheel genomen liggen zijn scores minder positief dan in 2007.

Hezbollah-leider Hassan Nasrallah ontvangt minder positieve recensies. Slechts 37% van de Libanezen hebben vertrouwen in Nasrallah, maar de sjiietische gemeenschap in het land toont bijna unaniem het vertrouwen in hem (97%). Hij ontvangt ook relatief hoge cijfers in de Palestijnse gebieden, en vooral op de Westelijke Jordaanoever, waar 71% zegt dat ze denken dat hij het juiste ding zal doen in internationale aangelegenheden.

Het vertrouwen in de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas is afgenomen sinds 2007, vooral in de buurlanden van Egypte (67% vertrouwen in 2007, 33% in 2009) en Jordanië (53% in 2007, 33% in 2009). Zijn scores zijn licht gedaald in de Palestijnse gebieden (van 56% in 2007 tot 52% in 2009), maar ze zijn vooral sterk gedaald onder de inwoners van de Gazastrook, van 69% tot 51%.

Nog voordat de omstreden verkiezingen plaatshadden afgelopen jaar, waren zowel de Afghaanse president Hamid Karzai en de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad over het algemeen niet bijzonder populair bij de meeste ondervraagden van het moslims publiek. Ahmadinejad kreeg de hoogste score in de Palestijnse gebieden (45% vertrouwen) en Indonesië (43%), hoewel zelfs onder het publiek minder dan de helft een positief beeld hebben van zijn leiderschap. Er is geen enkel land dat zelfs maar 40% vertrouwen in Afghaanse president Karzai en in Pakistan (10%), Turkije (7%) en Libanon (7%) delen minder dan 10 procent dit standpunt.

Zoals eerder vermeld, zijn de scores voor al-Qaeda-leider Osama bin Laden in het algemeen gedaald in de afgelopen jaren en hij krijgt weinig steun va het publiek bij de meeste moslimlanden. Echter, ongeveer de helft (51%) van de Palestijnen drukken hun vertrouwen uit in hem en in Nigeria, zegt een meerderheid van 54 procent van de islamitische bevolking van het land dat ze vertrouwen hebben in het leiderschap van Bin Laden. In Pakistan, waar velen geloven dat Bin Laden nu ondergedoken is, hebben slechts 18% vertrouwen in hem, alhoewel 35% zeggen dat ze geen mening hebben. Zeer weinig Turken (3%) of Libanezen (2%) uiten hun uitdrukkelijke steun voor de terroristische leider.

In de meeste van de 25 landen die in het voorjaar van 2009 werden opgenomen in het onderzoek van Pew Global Attitudes, kreeg de Amerikaanse president Barack Obama positieve kritieken, hoewel dit minder het geval is in de overwegend islamitische landen. Toch liggen zijn scores hoger dan bij die van zijn voorganger, George W. Bush, en in sommige gevallen zelfs hoger dan voor de islamitische leiders die in de enquête worden genoemd. Zo bijvoorbeeld zeggen slechts 33% van de Turken vertrouwen te hebben in Obama, maar dit is nog altijd meer steun dan Abbas, Nasrallah, koning Abdullah, Ahmadinejad of Karzai ontvangen. En de Amerikaanse president is zeer populair bij grote delen van het islamitische publiek, met name in Indonesië waar Obama enkele jaren van zijn kindertijd heeft gewoond: 71% van de Indonesiërs schenken hun vertrouwen in hem. Obama is ook populair bij Nigeriaanse moslims (81%), Israëlische Arabieren (69%) en Libanese soennieten (65%).

Het conflict tussen soennieten en sjiieten

Er leeft een wijdverspreide perceptie onder moslims dat het conflict tussen soennieten en sjiieten zich niet beperkt tot de grenzen van Irak. In negen landen, werden moslim respondenten gevraagd of de spanningen tussen soennieten en sjiieten zijn beperkt tot Irak of een groeiend probleem zijn in de islamitische wereld in het algemeen en in zeven van die landen zegt een meerderheid van de moslims dat het een breder probleem is.

Dit is een zeldzaam punt van overeenkomst tussen de moslims in Libanon, een land dat decennialang een sektarische strijd heeft meegemaakt. In totaal 95% van de Libanese moslims zeggen dat spanningen soennieten en sjiieten een breder probleem is in de islamitische wereld, waaronder 99% van de soennieten en 91% van de sjiieten.

De meeste Pakistaanse, Egyptische, Jordaanse en Nigeriaanse moslims zeggen ook dat het een algemeen probleem is dat zich niet enkel beperkt tot Irak. Een minderheid van de islamitische gemeenschap in Israël is ruwweg verdeeld over deze kwestie – 42% zegt dat het een meer algemeen probleem is, terwijl 38% het gevoel heeft dat het probleem zich beperkt tot Irak. Indonesië is de uitschieter op deze vraag – 25% van de Indonesische moslims zeggen dat de spanningen tussen soennieten en sjiieten een algemeen probleem zijn, terwijl bijna de helft (47%) denkt dat het vooral een probleem is voor Irak (28% hebben geen mening).

Verdeeldheid in Libanon neemt toe

Uit verschillende peilingen blijkt dat de toch al grote kloof tussen soennieten en sjiieten in Libanon nog steeds blijft toenemen. Zo bijvoorbeeld nog in 2007 spraken 94% van de soennieten en 57% van de sjiitische hun vertrouwen uit in de Saudische koning Abdullah; in 2009 was dat nog steeds 94% van de soennieten en maar slechts 8% van de sjiieten deelden nog dit standpunt.

Een soortgelijk voorbeeld is duidelijk zichtbaar in de houding ten opzichte van Hamas. Hoewel Hamas een overwegend soennitische organisatie is, is de populariteit Hamas van algemeen populair onder Libanese sjiieten in 2008 (64% gunstig) tot bijna universeel populair in 2009 (91%), terwijl de soennitische steun voor de groep van de lage score (9%) gedaald is tot bijna onbestaande (1%).

Met name hebben de meningen ten aanzien van de Verenigde Staten de al bestaande verschillen nog meer gepolariseerd, als gevolg van een verschuiving van mening tussen de Libanese soennieten. De positieve houding tussen soennieten onderling is in 2009 toegenomen van 62% in 2008 tot 90%. Echter, slechts 2% van sjiietische moslims geven momenteel een positief advies aan de VS, nauwelijks een verbetering in vergelijking met 0% het jaar voordien.

Andere vaststellingen:

  • Vele moslims zijn ervan overtuigd dat er in hun land een strijd gaande is tussen groepen die enerzijds de natie willen moderniseren en anderzijds de islamitische fundamentalisten die terug de klok achteruit willen draaien. Meer overtuigd van het bestaan van een dergelijke strijd zijn meer dan elders te vinden in Libanon (55%), Turkije (54%) en de Palestijnse gebieden (53%).
  • Het moslim publiek geeft haar overweldigende steun aan gelijk onderwijs voor meisjes en jongens. Meer dan acht op de tien in Libanon (96%), Israël (93%), Indonesië (93%), Turkije (89%), Pakistan (87%) en 85 procent in de Palestijnse gebieden zeggen dat even belangrijk is om zowel jongens als meisjes op te voeden.
  • In de Arabische landen blijft de houding tegenover Joden uiterst negatief. Meer dan 90% van de Egyptenaren, Jordaniërs, Palestijnen en Libanezen koesteren uiterst ongunstige opvattingen ten aanzien van de Joden. Opmerkelijk wel: slechts 35% van de Israëlische Arabieren, staan negatief tegenover de Joden.

Bronnen: Pew Research Center : Mixed Views of Hamas and Hezbollah in Largely Muslim Nations – Little Enthusiasm for Many Muslim Leaders van 4 februari 2010; Israël & Palestijnen Blogspot: Opiniepeiling 2009 Islam en Midden-Oosten (Pew Global Attitudes survey) van 10 februari 2010

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.