Arabische hulp aan slachtoffers van Haïti

Ere wie ere toekomt, ook een aantal Arabische [moslim]landen zijn in Haïti actief met hulpteams ter plaatse, of hebben hulpgoederen naar Port-au-Prince gezonden of hebben aanzienlijke bedragen overgedragen [of toegezegd] aan het hulpfonds van de Verenigde Naties, om de wederopbouw van het zwaar getroffen land weer op gang te trekken en te financieren.

Medisch team uit Qatar

Naast reddingsploegen uit Egypte en Jordanië, levert er in het bijzonder Qatar goed werk. Voor het eerst sinds de Arabische golfstaat in 2004 werd gesticht, heeft de Internationale Veiligheidsmacht van Qatar een 30-koppig hulpteam naar het buitenland gezonden.

Dr. Mootaz Ali, lid van het hulpteam uit Qatar, behandelt in een klaslokaal een patiënt met een gebroken been (foto: Robert Stolarik)

Al in de vroege uren van 16 januari 2010 landde een C-17 vliegtuig uit Doha, de hoofdstad van Qatar, op de tarmac van de luchthaven van Haïti met aan boord 50 ton dringende hulpgoederen. “Het is een lange weg om hier te geraken en het is de eerste keer dat we onze regio verlaten,” zei de 29-jarige kapitein Moebarak al Kaabi, de chef van het team. “Maar hulp betekent iedereen helpen en niet alleen Arabische mensen.” Het hulpteam heeft een kleuterschool uitgekozen, genoemd Notre Dame du Mont Carmel, die de aardbeving relatief goed doorstaan heeft, om er haar tenten op te slaan.

De klaslokalen liggen er vol patiënten die wachten op de eerste zorgen, de meesten ervan zien voor het eerst sinds de aardbeving van 12 januari een dokter. “We zien vooral veel gebroken ledematen, andere breuken en wonden die ontstoken zijn omdat een week na de ramp deze mensen nog door niemand werden behandeld en nog geen enkele medicatie kregen toegediend,” zei Yasser Khourani, een 40-jarige chirurg. Zonder stromend water of elektriciteit moet een team van 10 dokters, verplegers en paramedici zich behelpen met de materialen die hen ter beschikking staan. “Het grootste probleem dat we hebben is het totaal gebrek aan hygiëne,” zei Mootaz Ali, een 37-jarige orthopedische chirurg. “Sommige patiënten kunnen niet eens de antibioticapillen innemen die we hen geven omdat ze niet aan water geraken.”

Sinds hun aankomst hebben de dokters uit Qatar bijna 500 slachtoffers behandeld. De groepsleden zijn goed geschoold in eerste hulpzorg en brengen hun ervaring mee die ze afgelopen winter opdeden tijdens de oorlog in Gaza, de Libanonoorlog in 2006 en de oorlog in Somalië, alsmede natuurrampen zoals de aardbeving in Pakistan in 2005 en de overstromingen in Mauritanië in 2007. De afgelopen jaren zijn Arabische landen meer actief geworden buiten de grenzen van hun gebied.

Jordaanse vredesmacht op Haïti

Hédi Annabi, de Tunesische diplomaat en chef van de VN-vredesmacht op Haïti, verloor het leven tijdens de aardbeving van 12 januari 2010

Jordanië heeft 900 soldaten en politieagenten gestationeerd op het eiland die deel uitmaken van de internationale Stabilisatie Missie van de Verenigde Naties in Haïti, bekend onder de Franse naam Minustah, een VN-vredeskorps dat met het mandaat van Resolutie 1542 van de VN-Veiligheidsraad van 30 april 2004 op zak, in Haïti tracht de vrede te handhaven sinds de voormalige president Jean-Bertrand Aristide op 29 februari 2004 het land werd uitgedreven [sindsdien in ballingschap in Zuid-Afrika] en gewapende bendes het eiland terroriseren. Op dit ogenblik is dit korps samengesteld uit 8.940 militaire personeel en 3.711 politieagenten.

De geblauwhelmde Jordaanse soldaten trachten thans samen met hun politiekorps de orde te bewaren. Samen met de blauwhelmen uit Indië houden ze onder meer de Banque Nationale de Crédit in Port-au-Prince afgegrendeld, die ze moeten behoeden voor plunderende gewapende bendes.

Drie Jordaanse leden van de VN-vredesmacht, majoor Atta Manasir, majoor Asharf Jaiusi en korporaal Raed Khawaldeh kwamen om tijdens de aardbeving toen ze op post waren in het hoofdkwartier van de VN-missie in Hotel Christopher in Port-au-Prince, 23 andere soldaten werden gewond.

Hierbij kwam ook de chef van de Minustah van de VN, de Tunesische diplomaat Hédi Annabi, om het leven.

Andere Arabische landen helpen

Zo zonden de Verenigde Arabische Emiraten 145 ton medicijnen en levensmiddelen, Libanon heeft 28 ton levensmiddelen gezonden, Jordanië heeft 6 ton hulpgoederen gezonden en een mobiel veldhospitaal geleverd en de Koeweiti’s 1 miljoen dollar gestort en 100 ton levensmiddelen, tenten en dekens gestuurd, volgens het nieuws agentschap van de Verenigde Naties.

President René Preval: nog geen cent gezien

Ook Saoedi-Arabië heeft maandag 25 januari 50 miljoen dollar toegezegd aan het hulpfonds van de Verenigde Naties voor Haïti, heeft Osami Nugali, de woordvoerder van het Min. van Buitenlandse Zaken van de golfstaat bekend gemaakt. De voorbije week heeft Ekmeleddin Ihsanoglu, de secretaris-generaal van de 56 landen tellende Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), al haar OIC-leden en islamitische organisaties opgeroepen om hulp te bieden aan Haïti.

Huidig president René Preval van het zoals bekend door-en-door corrupte regime van Haïti, klaagde er gisteren (27 januari) over dat hij nog geen cent had gezien en kreeg als antwoord dat het grootste deel van de hulpgelden en -middelen rechtstreeks wordt overgemaakt aan de Verenigde Naties en aan de plaatselijk aanwezige  niet-gouvermentele organisaties (NGO’s).

Bronnen: The National: Arab nations bring relief to Haiti victims door James Reinl van 23 januari 2010; Arab News: Kingdom donates $50m for Haiti quake relief van 26 januari 2010

Advertenties